← België

Arrest 204257 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/05/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.257 Rolnummer: A. 184575/IX-5716 Zaak: Arrest 204257 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-01 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-30 04:47 Fiche Arrest nr 204.257 van 25 mei 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 204.257 van 25 mei 2010 in de zaak A. 184.575/IX-5716 In zake : Philippe VANDE CASTEELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominiek Vandenbulcke kantoor houdend te Overijse Brusselsesteenweg 506 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 27 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissingen vervat in het schrijven van SELOR d.d. 29 mei 2007 met referentie ANE07702 en betiteling ‘Sélection du Directeur chargé de mission (M/F) pour le Médiateur fédéral’, namelijk: - de weigering om verzoekers inschrijving voor de (nederlandstalige) selectie ANE07702 (van directeur-opdrachthouder in het tweetalig kader van de Personeelsformatie van de federale ombudsdienst) in aanmerking te nemen met toevoeging dat men verzoeker niet kan toelaten om de (aanwervings-)proeven af te leggen in de franse taal en in de nederlandse taal, - evenals de verplichting om de selectie in de franse taal af te leggen”. Bij uitbreiding beoogt het beroep de nietigverklaring van de beslissingen van de selectiecommissies van 18 juni 2007 en de beslissing van het college van federale ombudsmannen om de procedure stop te zetten zonder iemand te benoemen. IX-5716-1/7 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 mei 2010. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominiek Vandenbulcke, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 27 april 2007 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een oproep tot kandidaten voor de functies van administrateur (m/

  1. v)opdrachthouder (NL of FR) bij de federale ombudsman en directeur (m/
  2. v)opdrachthouder (NL of FR) bij de federale ombudsman. De selectie (met referenties ANE07702 voor de Nederlandstalige kandidaten en AFE07702 voor de Franstalige kandidaten, voor wat de functie van directeur-opdrachthouder betreft) gebeurt in samenwerking met SELOR. IX-5716-2/7 Om te kunnen deelnemen aan de selectie voor directeur opdrachthouder dient de kandidaat te beschikken over ten minste 8 jaar nuttige professionele ervaring op universitair niveau waarvan minstens 4 jaar in een leidinggevende functie en minstens 4 jaar in de publieke sector. 3.2. Op 14 mei 2007 stelt de verzoeker zich met het gestandaardiseerd curriculum vitae van SELOR kandidaat voor de functie van directeur-opdracht- houder, en dit zowel in het Nederlands (referentie ANE07702) als in het Frans (referentie AFE07702). Hij vermeldt ondermeer zijn functie van directeur bij het college van federale ombudsmannen van 1 september 1999 tot 31 augustus 2005 en zijn huidige functie van auditeur-stagiair. 3.3. Wat de selectie betreft voor de Nederlandstalige kandidaten (referentie ANE07702), wordt met een schrijven van 29 mei 2007 van SELOR aan de verzoeker meegedeeld dat hij aan de Franstalige selectieprocedure dient deel te nemen, aangezien hij op de Franstalige taalrol is ingeschreven als personeelslid van het college van de federale ombudsmannen sedert 1 september 1999. 3.4. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.5. Wat de selectie betreft voor de Franstalige kandidaten (referentie AFE07702), wordt met een schrijven van 1 juni 2007 van SELOR aan de verzoeker meegedeeld dat na onderzoek van zijn curriculum vitae zijn kandidatuur wordt aanvaard onder voorbehoud dat hij voldoet aan alle deelnemingsvoorwaarden. Met een schrijven van 5 juni 2007 wordt de verzoeker uitgenodigd voor de computergestuurde selectieproef van 14 juni 2007. Met een schrijven van 8 juni 2007 wordt hij uitgenodigd voor de mondelinge en schriftelijke proef van 19 juni 2007. Met een schrijven van 14 juni 2007 deelt de verzoeker via zijn raadsman mee voorbehoud te maken wat de beslissing betreft om zijn Nederlands- talige kandidatuur niet in aanmerking te nemen en zich niet te zullen aanbieden voor de Franstalige selectieproeven. 3.6. Na de kandidaten te hebben gescreend op de algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden, na het taalexamen, na de evaluatie van de IX-5716-3/7 managementvaardigheden aan de hand van een computergestuurde persoonlijkheids- vragenlijst en na de mondelinge en schriftelijke proef, beslist de selectiecommissie op 18 juni 2007 alle weerhouden kandidaten in te delen in de groep “minder geschikt”/le groupe moins apte. Wat de verzoeker betreft, wordt in het verslag van de selectiecommissie vermeld dat hij afwezig was bij de computergestuurde persoonlijkheidsvragenlijst. IV. Taal van de rechtspleging Standpunt van de partijen 4. De verzoeker vordert in essentie de nietigverklaring van de beslissing van de verwerende partij waarbij hem geweigerd wordt deel te nemen aan de Nederlandstalige selectie voor de functie van directeur-opdrachthouder bij de federale ombudsdienst. Aan de orde is thans de vraag in welke taal (en door welke Kamer) de zaak behandeld moet worden. De verzoeker is tewerkgesteld als auditeur-stagiair bij de federale ombudsdienst. Hij behoort tot de Franse taalrol. Hij is van oordeel dat de taal van de rechtspleging in de onderhavige zaak het Nederlands is. Hij doet hiertoe een beroep op artikel 53, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Artikel 54 van de gecoördineerde wetten is volgens hem niet van toepassing op grond van volgende redenen: - een personeelslid van een wetgevende vergadering (met inbegrip van de ombuds- mannen) is geen ambtenaar in overheidsdienst; - hij heeft zijn annulatieberoep niet ingediend in de hoedanigheid van ambtenaar in overheidsdienst maar als particulier/kandidaat voor een mandaat van opdrachthouder; - de subcriteria van artikel 54 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zijn niet van toepassing; - hij is als auditeur-stagiair geen ambtenaar in de zin van het statuut van het Rijkspersoneel. 5. De verwerende partij is van oordeel dat de verzoeker wel degelijk een ambtenaar in overheidsdienst is; artikel 54 van de gecoördineerde wetten wel IX-5716-4/7 van toepassing is en dat de zaak in het Frans behandeld moet worden. Zij vraagt de verwijzing naar een Franstalige kamer van de Raad van State. Beoordeling 6. Anders dan de verzoeker stelt omvat artikel 54 niet enkel de beroepen met betrekking tot de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden, maar eveneens deze met betrekking tot de instellingen die werden toegevoegd door de wet van 25 mei 1999. Ook de ambtenaren van het college van federale ombudsmannen vallen dus onder toepassing van artikel 54 van de gecoördineerde wetten. 7. Artikel 53 en 54 van de gecoördineerde wetten luiden als volgt: “Art. 53. De verzoeken om schadevergoeding, de beroepen tot nietigverkla- ring en de cassatieberoepen, gegrond op de artikelen 11 en 14 worden behandeld in de taal die de diensten waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt krachtens de wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken, moeten gebruiken in hun binnendiensten. Indien die wetgeving het gebruik van een bepaalde taal niet voorschrijft, geschiedt de behandeling in de taal van de akte waarbij de zaak bij de Raad van State werd ingediend. Art. 54. Wanneer het verzoek, het beroep tot nietigverklaring of het cassatieberoep uitgaat van een ambtenaar in overheidsdienst en betrekking heeft op een beslissing waarbij de individuele rechtstoestand van deze ambtenaar bepaald of zijn statuut geregeld wordt, dan wordt de taal waarin de zaak moet behandeld worden bepaald op grond van de navolgende criteria, in de opgegeven volgorde: 1/ het eentalig gebied waarin de ambtenaar zijn ambt uitoefent; 2/ de taalrol waartoe hij behoort; 3/ de taal waarin hij zijn toelatingsexamen heeft afgelegd; 4/ de taal van het diploma of getuigschrift dat hij voor zijn benoeming heeft moeten overleggen; 5/ de taal van de akte waarbij de zaak werd ingediend”. 8. De vraag die in essentie beantwoord moet worden (om na te gaan of artikel 54 te dezen van toepassing is), is of de verzoeker zijn beroep tot nietigverklaring in de hoedanigheid van “ambtenaar in overheidsdienst” dan wel in de hoedanigheid van “particulier/kandidaat voor een mandaat van opdrachthouder” heeft ingesteld. In zijn verzoekschrift maakt de verzoeker melding van zijn functie van auditeur-stagiair en van het feit dat hij tot de Franse taalrol behoort. Tevens IX-5716-5/7 wijst hij er herhaaldelijk op dat de functie van opdrachthouder-directeur voor hem een bevordering zou betekenen. Uit deze elementen zou afgeleid kunnen worden dat de verzoeker zich beroept op zijn hoedanigheid van ambtenaar om zich voor de betrokken functie kandidaat te stellen. De verzoeker zou dan een beroep doen op zijn functie van auditeur om, overeenkomstig artikel 13 van het statuut van het personeel van het college van federale ombudsmannen, tijdelijk aangesteld te worden in de functie van directeur als opdrachthouder. In dat geval kan aangenomen worden dat de verzoeker zijn beroep tot nietigverklaring ook heeft ingesteld in de hoedanigheid van ambtenaar. Evenwel is de hoedanigheid van personeelslid van de federale ombudsdienst geen voorwaarde om aangesteld te worden in de functie van directeur- opdrachthouder. Dit blijkt uit het selectieregelement voor de betrokken functie dat geen voorwaarde in die zin vermeldt. Er wordt immers ten minste 8 jaar nuttige professionele ervaring op universitair niveau vereist, waarvan minstens 4 jaar in een leidinggevende functie en minstens 4 jaar in de publieke sector. De verzoeker stelt echter zelf uitdrukkelijk dat hij zich kandidaat gesteld heeft als particulier/kandidaat voor een mandaat van directeur-opdracht- houder. Uit het verzoekschrift tot nietigverklaring blijkt ook expliciet dat de verzoeker het thans voorliggende beroep heeft ingesteld als particulier en niet als ambtenaar. Vermits vereist is dat het beroep tot nietigverklaring uitgaat van een ambtenaar in overheidsdienst opdat artikel 54 van de gecoördineerde wetten van toepassing zou zijn, wat in casu niet het geval is, zodat voornoemd artikel 54 niet toepasselijk is en de zaak niet in het Frans dient behandeld te worden en bijgevolg niet dient te worden verwezen naar een Franstalige kamer. 9. Vermits het auditoraatsverslag beperkt is tot het onderzoek van de taal waarin de procedure moet worden gevoerd, is er aanleiding voor een aanvullend onderzoek. BESLISSING 1. De debatten worden heropend. 2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. IX-5716-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 25 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5716-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.257 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.263 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.958 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.