id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.321 Rolnummer: A. 159280/X-12179 Zaak: Arrest 204321 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:47 Fiche Arrest nr 204.321 van 26 mei 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMERnr. 204.321 van 26 mei 2010 in de zaak A. 159.280/X-12.179. In zake: de n.v. D.T. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Stijns kantoor houdend te 3001 LEUVEN Philipssite 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Plavsic kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Huidevetterstraat 22-24 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 18 januari 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 28 oktober 2004 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan de n.v.D.T. de stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd “tot het regulariseren van een zonevreemde woning” gelegen aan de Pierstraat 14 te Aartselaar op een perceel kadastraal bekend sectie D, nr. 175/g. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 145.427 van 6 juni 2005 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-12.179-1/8 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 november 2009. Staatsraad Roger Stevens heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tessa Cornelissen, die loco advocaat Jan Stijns verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Eva De Witte, die loco advocaat Emmanuel Plavsic verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur -afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 8 januari 2002 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aartselaar een aanvraag in voor het bouwen van een landbouwloods met stal en tot regularisatie van het bestaande woonhuis als exploitantenwoning op het bovenvermelde perceel. Overeenkomstig het gewestplan Antwerpen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 oktober 1979, is het perceel gelegen in agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 4. De gemachtigde ambtenaar geeft op 26 september 2002 volgend advies over de bouwaanvraag: X-12.179-2/8 “Ongunstig. De stedenbouwkundige vergunning moet worden geweigerd. De aanvraag is onvolledig wegens het ontbreken van het vereiste openbaar onderzoek. De aanvraag is in strijd met de voorschriften van het gewestplan en schaadt de goede ruimtelijke ordening in het open agrarisch landschap. Het vonnis dient te worden uitgevoerd”. 5. Bij besluit van 7 oktober 2002 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aartselaar de gevraagde vergunning. 6. De verzoekende partij tekent op 18 november 2002 beroep aan tegen de weigeringsbeslissing. Op 10 april 2003 verwerpt de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen het beroep. 7. De verzoekende partij stelt op 11 juli 2003 een vordering tot schorsing en tot nietigverklaring in bij de Raad van State tegen dit besluit van de bestendige deputatie. Bij arrest nr. 194.520 van 22 juni 2009 wordt het annulatieberoep verworpen. 8. Inmiddels had de verzoekende partij op 24 januari 2003 een nieuwe aanvraag ingediend tot regularisatie van de zonevreemde woning op het betrokken perceel. 9. Op 1 december 2003 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aartselaar de aanvraag in te willigen op basis van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “De woning is geïsoleerd gelegen in een nog niet aangetast landelijk gebied en brengt de ruimtelijke ordening in het gedrang. De aanvraag voldoet niet aan de bepalingen van artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999”. 10. De verzoekende partij gaat hiertegen in beroep bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen. Met het bestreden besluit weigert de bestendige deputatie de regularisatieaanvraag. Dit besluit bevat onder meer de volgende vermeldingen: “De aanvraag voorziet in de regularisatie van een bestaande zonevreemde woning. Deze woning maakte reeds eerder voorwerp uit van een beroepsprocedure. X-12.179-3/8 Op 8 januari 2002 diende betrokkene een aanvraag in tot het bouwen van een landbouwloods en de regularisatie van de bestaande woning als exploitatiewoning. Deze aanvraag werd op 7 oktober 2002 geweigerd door het schepencollege. In zitting van 10 april 2003 heeft de bestendige deputatie het beroep eveneens geweigerd aangezien het geen volwaardige landbouwactiviteit betrof. Betrokkene heeft vervolgens bij de Raad van State een vordering ingesteld tot schorsing van het besluit. Bij arrest van de Raad van State van 12 december 2003, werd deze vordering tot schorsing verworpen. Inmiddels ontving de dienst reeds een verzoekschrift tot voortzetting van de vernietigingsprocedure. Op 7 oktober 1981 werd PV opgemaakt voor het bouwen van een nieuwe woning zonder vergunning. Op de woning rust bovendien een vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg dd. 8 juni 1982 tot het slopen ervan. I. TOETSING VAN DE AANVRAAG AAN DE VOOR DE PLAATS GELDENDE WETTELIJKE EN REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN. 1. Adviesverlenende instanties Ingevolge artikel 2 § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000, betreffende de adviesverlening inzake aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, werd volgend advies uitgebracht: Het schepencollege heeft ongunstig advies uitgebracht over de aanvraag op 28 april 2003: Op de ingediende plannen wordt een bestaande woning getekend. Van de bestaande woning zijn geen vergunningen bekend. De thans te regulariseren woning is dubbel zo groot als de op het plan getekende bestaande woning. Er is derhalve geen sprake van het herbouwen binnen het bestaand bouwvolume; Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen van 8 maart 1982 werd het slopen van de woning bevolen. Dit vonnis heeft kracht van gewijsde. In het vonnis is er sprake van een nieuwe woning; Er zijn onvoldoende gegevens van de oorspronkelijke woning. Bijgevolg kan niet geoordeeld worden of artikel 145 bis van toepassing is; De woning is gelegen in een open agrarisch gebied. De woning is bereikbaar via een verharde ontsluitingsweg. Deze residentiële woning met bijhorende verharde ontsluitingsweg brengt het open karakter van het agrarisch gebied in het gedrang. De afdeling Land van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap heeft ongunstig advies uitgebracht over de aanvraag op 2 april 2003: gelet op de ruimtelijke context schaadt voormelde woning en bijhorende ontsluitingsweg het open landelijk karakter en de landbouwstructuren. De ruimtelijke draagkracht van het omliggende agrarisch gebied wordt ontegensprekelijk overschreden door de geïsoleerde residentiële zonevreemde inplanting. 2. Openbaar onderzoek Ingevolge het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen, werd de aanvraag aan een openbaar onderzoek onderworpen. Er werden geen bezwaren ingediend. 3. Toetsing aan de wettelijke en reglementaire voorschriften Het eigendom is niet gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, noch binnen de grenzen van een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling. Volgens het bij KB van 3 oktober 1979 vastgestelde gewestplan Antwerpen situeert de aanvraag zich in agrarisch gebied. De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens X-12.179-4/8 para-agrarische bedrijven. De aanvraag voorziet in de regularisatie van een particuliere woning. De aanvraag is niet in overeenstemming met de planologische bestemming. Artikel 145bis van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening voorziet evenwel een aantal uitzonderingsbepalingen meer bepaald voor het -herbouwen op dezelfde plaats van een bestaand gebouw binnen het bestaande bouwvolume voorzover het karakter, de verschijningsvorm en de functie van het gebouw behouden blijven; als herbouwen op dezelfde plaats wordt beschouwd, het herbouwen van een nieuw gebouw dat op minstens drie kwart van de oppervlakte van de bestaande gebouwen wordt opgericht; voor woninggebouwen wordt de bestaande woonoppervlakte bedoeld met inbegrip van de woningbijgebouwen, die er fysisch één geheel mee vormen; - het uitbreiden van een bestaande woning; de uitbreiding kan met inbegrip van de woningbijgebouwen, die er fysisch één geheel mee vormen, slechts leiden tot een maximaal bouwvolume van 850 m³ nuttige ruimte; deze uitbreiding mag een volumevermeerdering met 100 % echter niet overschrijden. Deze mogelijkheden gelden enkel indien voldaan is aan de volgende voorwaarden :
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.