id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.338 Rolnummer: A. 184219/VII-37692 Zaak: Arrest 204338 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 27/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-02 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:47 Fiche Arrest nr 204.338 van 27 mei 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 204.338 van 27 mei 2010 in de zaak A. 184.219/VII-37.
- In zake: de HOMEOPATHISCHE NATIONALE BEROEPS- VERENIGING - UNIO HOMEOPATHICA BELGICA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te Antwerpen Oudeleeuwenrui 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Legros en Jérôme Sohier kantoor houdend te Brussel Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BEROEPSVERENIGING "LIGA HOMEOPATHICA CLASSICA" bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michael Verstraeten kantoor houdend te Gent Beelbroekstraat 60 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van "het koninklijk besluit van 8 februari 2007 houdende erkenning van een beroepsorganisatie van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 9 mei 2007". II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-37.692-1/6 De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 29 augustus
- Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat An-Benedikte Ceulemans, die loco advocaat Christiaan Lesaffer verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Manoël De Keukelaere, die loco advocaat Jérôme Sohier verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten en wettelijk kader
- De wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen omschrijft in artikel 2 de "niet-conventionele praktijk" als "het gewoonlijk verrichten van handelingen die tot doel hebben de gezondheidstoestand van een menselijk wezen te bevorderen en/of te bewaken, met inachtneming van de in deze wet opgenomen voorschriften en voorwaarden". Als niet-conventionele praktijken worden bij deze wet beschouwd : - de homeopathie, de chiropraxie, de osteopathie en de acupunctuur; - de praktijken waarvoor, met toepassing van § 4, een kamer wordt ingesteld. VII-37.692-2/6 Als erkende beroepsorganisatie wordt beschouwd: de beroepsorganisaties van beoefenaars van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk te worden gekwalificeerd en die door de Koning op grond van door Hem bepaalde criteria zijn erkend. Die criteria hebben betrekking op de rechtspersoonlijkheid, de ledenlijst, en de verbintenis om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek en aan een externe evaluatie. Steeds volgens dit artikel 2 wordt bij de minister van Volksgezondheid een paritaire commissie "niet-conventionele praktijken" opgericht, wordt voor elk van de niet-conventionele praktijken " homeopathie ", " chiropraxie", "osteopathie" en "acupunctuur" een kamer opgericht en kan de Koning uit eigen beweging of op verzoek van de betrokken beroepsorganisaties die een erkenning genieten, kamers instellen voor andere niet-conventionele praktijken dan die welke in § 3 worden vermeld.
- Het koninklijk besluit van 4 juli 2001 betreffende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als een niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden bepaalt onder meer: "Art.
- Om erkend te worden als beroepsorganisatie van beoefenaars van een praktijk als bedoeld in artikel 1, en om erkend te blijven, moet de beroepsorganisatie voldoen aan de volgende voorwaarden : 1 erkend zijn als beroepsvereniging overeenkomstig de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen en het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 genomen in uitvoering van artikel 6 van de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen; 2 zich statutair richten tot de beoefenaars van de betrokken praktijk of de praktijken, die werkzaam zijn in ten minste twee van de gewesten bedoeld in artikel 3 van de Grondwet; 3 beschikken over een reglement van inwendige orde waarin rechten en plichten van de leden geregeld worden; 4 normen vastgesteld hebben met betrekking tot de financiële vergoedingen in verband met de uitoefening van de praktijk, welke bindend zijn voor de leden; 5 normen vastgesteld hebben met betrekking tot de toetreding van nieuwe leden, met name betreffende : - de basisopleiding die vereist is om lid te zijn van de beroepsorganisatie; - de bijzondere opleiding die vereist is om lid te zijn van de beroepsorganisatie; - de studiecyclus en zijn duurtijd; - de vereiste praktijkstages; - de nauwkeurige beschrijving van de vereiste diploma's of certificaten; - de instelling of de instellingen die leidt tot de uitreiking van de vereiste diploma's of certificaten; - de permanente vorming; - de kwaliteitsevaluatie; VII-37.692-3/6 6 beschikken over het bewijs van de dekking van de burgerlijke en professionele aansprakelijkheid van al haar leden en de personen die onder toezicht staan van deze laatsten, waarvoor een verzekeringsmaatschappij instaat die gerechtigd is om verzekeringspraktijken te voeren in België; 7 zich ertoe verbinden om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek en aan externe evaluatie, dit laatste volgens de methode bepaald door de minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort; 8 een beschrijving geven van : - de betrokken praktijk of betrokken praktijken; - de wetenschappelijke vooruitgang en/of onderzoek van de tevredenheid van de patiënten over de betrokken praktijk of betrokken praktijken; - de ontwikkeling van onderzoeksactiviteiten; - de kwaliteit van de zorg die aan de patiënten wordt verleend; 9 zich ertoe verbinden om elk jaar, aan de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, de ledenlijst op te sturen met vermelding van alle behaalde diploma's of certificaten en van de adressen waar de betrokken praktijk of betrokken praktijken worden uitgeoefend. Art.
- De erkenning wordt door Ons verleend. Zij geldt voor een periode van zes jaar en kan vernieuwd worden".
- Het ministerieel besluit van 30 september 2002 tot vaststelling van de modaliteiten om de erkenning aan te vragen als beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden, stelt de modaliteiten om de erkenning aan te vragen vast.
- Op 19 december 2002 doet de tussenkomende partij een aanvraag voor erkenning.
- Met een koninklijk besluit van 8 februari 2007 wordt de erkenning verleend aan de "Liga Homeopatica Classica"als beroepsorganisatie van beoefenaars van de niet-conventionele praktijk homeopathie. Dit is het bestreden besluit. IV. De ontvankelijkheid Standpunt van de verzoekende partij
- De verzoekende partij betoogt dat zij, als beroepsvereniging van homeopaten, direct wordt geraakt door het bestreden besluit. In de eerste plaats stelt zij dat het bestreden besluit "ten onrechte en ten koste van de (leden van) verzoekende partij legitimiteit verleent aan een VII-37.692-4/6 beroepsvereniging van homeopaten waarvan alle of minstens de meeste (bestuurs)leden geen diploma hebben dat hen toelaat om in België de geneeskunde te beoefenen (...), terwijl het bezit van dergelijk diploma nog steeds een wettelijk vereiste is om de geneeskunde - en dus de homeopathie - in België te beoefenen aangezien het gaat om handelingen die onder het toepassingsgebied van artikel 2, § 1, van het KB nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen vallen, waarvoor specifieke diploma-eisen gelden". Vervolgens wijst de verzoekende partij er op dat het bestreden besluit toelaat dat de "Liga Homeopatica Classica" zitting kan nemen in de overkoepelende Paritaire Commissie en aldus een inhoudelijke invloed kan hebben op de wijze waarop, onder meer, de toegang tot het beroep van homeopaat zal worden geregeld, waarbij zij opmerkt dat de Liga "per definitie een aan de verzoekende partij tegenstrijdig standpunt zal innemen" omdat de Liga volgens haar van mening is dat niet-geneesheren homeopaat mogen zijn. Beoordeling
- De verzoekende partij kan haar maatschappelijk doel, dat er volgens haar statuten, onder meer, in bestaat "iedere persoon die de Homeopathie uitoefent zonder hierover de kennis te bezitten, noch een opleiding genoten te hebben en/of eveneens geen houder is van een diploma vermeld in art. 4 2a (...) aan te klagen en voor het gerecht te dagen", steeds nastreven. Het bestreden besluit doet niets af aan die mogelijkheid. Het aldus omschreven belang kan niet betrokken worden op het bestreden besluit, dat de erkenning behelst van een beroepsorganisatie van beoefenaars van de niet-conventionele praktijk "homeopathie". Dit belang geldt niet "logischerwijs ook voor de handelingen van of betreffende de vereniging van dergelijke onbevoegde personen", zoals de verzoekende partij stelt. Uit het bestreden besluit volgt niet rechtstreeks dat de tussenkomende partij wordt toegelaten zitting te nemen in de kamer voor homeopathie en bijgevolg in de Paritaire Commissie. Zoals de verzoekende partij zelf stelt, waren de kamers en de Paritaire Commissie bij de indiening van het VII-37.692-5/6 verzoekschrift nog niet samengesteld, zodat het belang alleszins toekomstig is en niet is verbonden aan het bestreden besluit. Het belang zoals door de verzoekende partij omschreven kan niet worden aangenomen. Het beroep is derhalve onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 125 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig mei tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-37.692-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.338 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.