id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.378 Rolnummer: A. 194569/IX-6583 Zaak: Arrest 204378 - Penitentiair recht - 27/05/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-04 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:47 Fiche Arrest nr 204.378 van 27 mei 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.378 van 27 mei 2010 in de zaak A. 194.569/IX-6583 In zake : Asparuh GEORGIEV bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Anthony Mallego kantoor houdend te Aalst Capucienenlaan 63 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te Kortenberg Veldstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 november 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de minister van Justitie van 21 oktober 2009 dat stelt dat de Bulgaarse onderdaan Asparuh Georgiev zal overgebracht worden naar Bulgarije met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 197.977 van 18 november 2009 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 9 december 2009 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. IX-6583-1/3 Op 12 maart 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. BESLISSING De Raad van State stelt de afstand van het geding vast. IX-6583-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 27 mei 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Pierre Barra IX-6583-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.378 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.977 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div