← België

Arrest 204583 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.583 Rolnummer: A. 194117/X-14414 Zaak: Arrest 204583 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:49 Fiche Arrest nr 204.583 van 2 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 204.583 van 2 juni 2010 in de zaak A. 194.117/X-14.

  1. In zake :
  2. Frans VAN IMPE
  3. Alice VAN DE GUCHT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen De Puydt kantoor houdend te 1080 BRUSSEL Steenweg op Ninove 153 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de gemeente SINT-PIETERS-LEEUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1731 ZELLIK Noorderlaan 30 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij:
  4. Frederik POELS
  5. Saskia THYSEBAERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Konstantijn Roelandt kantoor houdend te 1040 BRUSSEL Galliërslaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Du Bois kantoor houdend te 1500 HALLE Vandenpeereboomstraat 66-68 DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Frans VAN IMPE en Alice VAN DE GUCHT op 28 september 2009 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 31 augustus 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw waarbij aan Frederik POELS en Saskia THYSEBAERT de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend om een driegevelwoning te bouwen aan de Anemoonlaan te Sint-Pieters-Leeuw, op een perceel kadastraal bekend onder sectie C, nr. 361/v2; X-14.414-1/3 Gelet op het arrest nr. 201.114 van 22 februari 2010 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partijen op 3 maart 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. X-14.414-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-14.414-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.583 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.201.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.