← België

Arrest 204683 - Natuurbehoud - Vergunningen - 03/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.683 Rolnummer: A. 195480/VII-37676 Zaak: Arrest 204683 - Natuurbehoud - Vergunningen - 03/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:49 Fiche Arrest nr 204.683 van 3 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 204.683 van 3 juni 2010 in de zaak A. 195.480/VII-37.

  1. In zake: Yves EVERAERTS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rita Moors kantoor houdend te Bilzen Munsterbilzenstraat 50, bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te Avelgem Kasteelstraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 12 februari 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van "het besluit van de Vlaamse Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur dd. 09.12.09 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen het besluit houdende de bestuurlijke maatregel van 7 september 2009 van de Natuurinspecteur van ANB aan Yves EVERAERTS Kapelstraat 21 3560 LINKHOUT LUMMEN". II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 mei
  4. VII-37.676-1/6 Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rita Moors, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 8 juni 2009 verleent het agentschap voor Natuur en Bos aan de verzoeker een kapmachtiging waardoor hij in het raam van het bosdecreet op een perceel gelegen te Linkhout, kadastraal bekend onder sectie B, nr. 396B, dorre dennen mag opruimen en Amerikaanse vogelkers mag verwijderen. Aan de kapmachtiging worden voorwaarden verbonden. Die houden in dat gedurende de schoontijd (periode van 1 april tot 30 juni) het vellen en de opruiming om redenen van natuurbescherming moeten worden opgeschort en dat de nabehandeling van de stobben van Amerikaanse vogelkers is toegestaan met glyfosaat in een verdunning van 8% op voorwaarde dat de kiemplanten van de Amerikaanse vogelkers gedurende de volgende jaren (minstens 3 jaar) verwijderd worden om herkolonisatie te vermijden. De beste bomen (mooie stam en kruin) en de oorspronkelijke oppervlakte bos dienen behouden te blijven. 3.
  7. In een proces-verbaal van 1 september 2009 van boswach- ter-natuurinspecteur Geert Coninx wordt vastgesteld dat, in strijd met de kapmach- tiging, een strook van 83 meter lang op 5 tot 10 meter breed werd ontbost. Niet alleen de Amerikaanse vogelkers werd verwijderd, maar ook alle struiken zoals hazelaar, vlier en lijsterbes. Tevens werd de bodemlaag verwijderd waarop zich voordien varens, bramen, klimop en kruiden bevonden. De uitgevoerde werken hebben tot gevolg dat slechts een "zanderige blote minerale bodem" overblijft. Voorts wordt vastgesteld dat de houtkant op het naastgelegen perceel nr. 398, bestaande uit hazelaar, vlier en Amerikaanse vogelkers, eveneens is verwijderd over een lengte van 6 meter en over de gehele breedte tot aan de maïs ernaast. VII-37.676-2/6 3.
  8. Bij beslissing van 7 september 2009 legt de Natuurinspectie Limburg van het agentschap voor Natuur en Bos een aantal bestuurlijke maatregelen op aan de verzoeker. De verzoeker wordt bevolen de met het integraal bebost aspect van het betrokken bosperceel strijdige werken volledig te staken. Voorts wordt hij verplicht het ontboste perceel in zijn oorspronkelijk beboste staat te herstellen door heraanplanting van 150 hazelaars en 50 stuks lijsterbes. Spontane verjonging van kiemende tussengroei met bijvoorbeeld berken, vlierstruiken en bosvegetatie kruidige bomengroei dienen te worden toegelaten. De bestuurlijke maatregel moet zijn uitgevoerd tegen uiterlijk 31 maart
  9. Als aanplantingsperiode moet de tijdspanne tussen 1 december 2009 en 31 maart 2010 worden gebruikt. 3.
  10. Op 28 september 2009 stelt de raadsman van de verzoeker bij de bevoegde Vlaamse minister beroep in tegen voormelde beslissing van 7 september
  11. 3.
  12. In het kader van de beroepsprocedure wordt de verzoeker gehoord. 3.
  13. De afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer van het Departement LNE adviseert op 26 november 2009 om het beroep ongegrond te verklaren en de bestreden bestuurlijke maatregel te bevestigen. 3.
  14. Op 9 december 2009 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur de thans bestreden beslissing waarbij het beroep van de verzoeker ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  15. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering stellende dat het bewuste perceel nr. 396B waarschijnlijk geen eigendom is van de verzoeker maar wel van de NV Everaerts Wegenbouw. Beoordeling
  16. Het is in de huidige stand van het geding niet nodig de exceptie te onderzoeken vermits, zoals hierna zal blijken, duidelijk niet aan de voorwaarde inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is voldaan. VII-37.676-3/6 V. Onderzoek van de vordering
  17. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  18. Met betrekking tot de schorsingsvoorwaarde inzake het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, beperkt de verzoeker zich tot de volgende uiteenzetting : " De bestreden beslissing inhoudende de bestuurlijke maatregel houdt in dat er uiterlijk 31.03.10 dient heraangeplant. Indien er geen schorsing tussenkomt, is er voor verzoeker risico dat bij een gebeurlijke tenuitvoerlegging van de bestuurlijke maatregel een aanplanting alsnog wordt afgedwongen, zodat het verzoek tot vernietiging zonder voorwerp wordt. Het is juist de verplichting tot heraanplanting dewelke ter discussie staat en waarvan beroeper meent dat ze ten onrechte werd opgelegd. Het ernstig moeilijk te herstellen nadeel bestaat erin dat bij een uitvoering van de herstelmaatregel nadien een gebeurlijke vernietiging achterhaald blijkt". Beoordeling
  19. Luidens artikel 8, eerste lid, 3/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het enig verzoekschrift houdende de vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddel- lijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens overleggen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt. VII-37.676-4/6
  20. Als enige verantwoording voor het aanwenden van de schorsings- procedure, wijst de verzoeker erop dat de effectieve uitvoering van de verplichting tot heraanplanting meebrengt dat een eventueel later tussen te komen vernietigings- arrest "achterhaald" zal zijn. In zijn uiteenzetting geeft de verzoeker geen concreet inzicht in de aard van het nadeel en evenmin brengt hij gegevens bij die doen overtuigen van de ernst ervan. In de mate dat de verzoeker ongaarne wil instaan voor de kosten van de heraanplanting - zoals elders uit het verzoekschrift kan worden afgeleid - gaat het om een puur financieel nadeel dat in principe herstelbaar is. Ter terechtzitting benadrukt de verzoeker dat thans een nieuwe aanvraag lopende is voor het verkrijgen van een planologisch attest. Benevens de bedenking dat de verzoeker ten onrechte uitgaat van een voor hem gunstige uitkomst van die procedure, hetgeen actueel volstrekt onzeker is, heeft het bestaan van bedoelde aanvraag geen enkele relevantie voor de beoordeling van het nadeel dat voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.
  21. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-37.676-5/6 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drie juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.676-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.683 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.213.766 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.