← België

Arrest 204777 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.777 Rolnummer: A. 194146/X-14417 Zaak: Arrest 204777 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 04/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-13 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:49 Fiche Arrest nr 204.777 van 4 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 204.777 van 4 juni 2010 in de zaak A. 194.146/X-14.

  1. In zake: Christiana DE SMET wonende te 2050 ANTWERPEN Alexander Farneseplein 2 tegen:
  2. de stad ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Roland Pockelé-Dilles en Frederik Emmerechts kantoor houdend te 2000 ANTWERPEN Stoopstraat 1, bus 13 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willem Slosse kantoor houdend te 2018 ANTWERPEN Brusselstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de n.v. WESTHOEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Empereur kantoor houdend te 2600 BERCHEM Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Christiana DE SMET op 2 oktober 2009 heeft ingediend en waarin zij de nietigverklaring vordert van :
  4. het besluit van 5 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen waarbij aan de n.v. WESTHOEK de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een appartementsgebouw op een perceel gelegen te Antwerpen, Guicciardinistraat, kadastraal bekend sectie N, nr. 730/F/6;
  5. het besluit van 6 augustus 2009 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij, eensdeels, het beroep van Katlijn VAN DER VEKEN wordt verworpen tegen het hiervoor vermelde besluit van 5 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen, en anderdeels, het X-14.417-1/3 voormelde besluit van 5 juni 2009 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen wordt bevestigd. Gelet op het arrest nr. 199.648 van 19 januari 2010 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 27 januari 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. X-14.417-2/3 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  7. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier juni 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-14.417-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.777 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.648 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.