id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.831 Rolnummer: A. 189217/IX-6003 Zaak: Arrest 204831 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 07/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-15 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:50 Fiche Arrest nr 204.831 van 7 juni 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 204.831 van 7 juni 2010 in de zaak A. 189.217/IX-6003 In zake : Annie PRAET die woonplaats kiest te Oedelem Schipperstraat 12 tegen : de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ (VLM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 augustus 2008, strekt tot de nietigver- klaring van: “- de beslissingen van onbekende datum van de heer Roland de Paepe, gedelegeerd bestuurder van de VLM en voorzitter van de directieraad, om ‘de elf kandidaten die door de directieraad het meest geschikt bevonden waren’ te bevorderen naar de rang C2, zoals meegedeeld bij aangetekend schrijven van de heer de Paepe gedateerd op 30 mei 2008 [...]. Blijkens een e-mail van 23 juli 2008 van [het] diensthoofd personeel van de VLM, zijn de elf bevorderde kandidaten: de dames en heren Goormachtigh Etienne, Claeys Sabine, Warlop Filiep, Bogaerts Ludo, Taskin Mario, Vanmechelen Valère, Dobbelaere Carine, Engels Maria, Vreys Christiane, Segers Carine en De Ruyck Carine; - de impliciete beslissing van onbekende datum van de heer Roland de Paepe, gedelegeerd bestuurder van de VLM en voorzitter van de directieraad, om de verzoekster niet te bevorderen in een graad van de rang C2.” II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. IX-6003-1/9 IX-6003-2/9 Adjunct-auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 mei
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies verleend. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is ten tijde van de bestreden beslissingen vast benoemd ambtenaar bij de Vlaamse Landmaatschappij (hierna: de VLM). 3.
- Op 18 september 2007 beslist de directieraad van de VLM om elf betrekkingen van het niveau C2 vacant te verklaren en bij bevordering te laten begeven. Tevens wordt de te volgen bevorderingsprocedure vastgesteld, waarbij wordt uitgegaan van een interne potentieelinschatting. De volledige bevorderings- procedure wordt als volgt schematisch weergegeven: “
- Gewicht toekennen aan de competenties [...]
- Bekendmaking van de bevorderingsbetrekkingen via BAP;
- Inschrijvingstermijn van 2 weken;
- Beoordeling van de kandidaten door zijn/haar diensthoofd en afdelings- hoofd;
- Gesprek tussen kandidaat en minimum één van zijn/haar evaluatoren (cf. punt 3) wat resulteert in een definitieve beoordeling;
- De dienst Personeel legt een overzicht van de beoordelingen, op basis van de door de afdelingen ingediende voorstellen, voor aan de directieraad;
- De directieraad bespreekt de voorstellen en rangschikt de kandidaten; IX-6003-3/9
- Bij een ex aequo tussen meerdere kandidaten voor de laatste openstaande vacature, worden de kandidaten gerangschikt volgens de anciënniteits- criteria.” 3.
- Bij vacaturebericht nr. 2007/3 van 7 november 2007 worden binnen de VLM elf betrekkingen van de rang C2 vacant verklaard, die bij bevordering door verhoging in graad kunnen worden ingenomen. Het gaat om betrekkingen van hoofdmedewerker of hoofdtechnicus, die afhankelijk van de huidige functie worden gekoppeld aan de competentieprofielen van de generieke functiefamilies “technisch ondersteunen” of “administratief ondersteunen”. De directieraad verleent de bevorderingen op basis van een interne beoordeling van de competenties van de kandidaten. De competenties die hierbij zullen worden beoordeeld, worden opgesomd in het vacaturebericht. Over de eigenlijke bevorderingsprocedure bepaalt het vacaturebericht het volgende: “[...] Het afdelingshoofd bepaalt op basis van de huidige functie tot welke functiefamilie (administratief ondersteunen of technisch ondersteunen) de kandidaat behoort. Elke competentie wordt op een vijfpuntenschaal gaande van 1 (ondermaats) over 3 (gemiddeld) tot 5 (uitstekend) beoordeeld door het dienst- en afdelings- hoofd van de kandidaat. Om het verwachte niveau van competentie te illustreren, zijn er gedragsindicatoren als voorbeeld opgenomen. Het dienst- en afdelingshoofd, en eventueel het celhoofd, beoordelen samen de kandidaat op elk van de competenties. Daarna bespreken zij hun beoordeling met de kandidaat die in dit gesprek de kans moet krijgen om zijn/haar opmerkingen te uiten. Dit gesprek resulteert in een definitieve beoordeling die overgemaakt wordt aan de personeelsdienst. De personeelsdienst verzamelt de beoordelings- fiches en berekent de totaalscore. Zodra de totaalscores berekend zijn, worden de beoordelingen overgemaakt aan de directieraad. De directieraad waakt over de gelijke behandeling van de kandidaten en stelt de uiteindelijke rangschikking op. Toewijzing aan de vacatures gebeurt volgens rangschikking van de meest geschikte kandidaten.” 3.
- De verzoekster schrijft zich in voor een bevordering tot de rang C2 “administratief ondersteunen”. In het totaal zijn er 27 kandidaten voor de elf te begeven betrekkingen. 3.
- Volgens haar beoordelingsfiche, scoort de verzoekster “goed” op zeven criteria, namelijk klantgerichtheid, samenwerken, voortdurend verbeteren (vakmanschap), plannen, initiatief, kennis van de VLM, de afdeling en de dienst en IX-6003-4/9 bureautica. Zij scoort “uitstekend” voor vier andere criteria, namelijk betrouwbaar- heid (loyauteit), schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, nauwgezetheid en administratief-organisatorische vaardigheden. Zij scoort “gemiddeld” op het criterium creativiteit. 3.
- Een nota aan de directieraad ter voorbereiding van diens vergadering van 15 januari 2008 licht nogmaals de methodologie van de bevorde- ringsprocedure toe: “Interne potentieelbeoordeling De basis van de interne potentieelbeoordeling is een competentieprofiel behorende bij de functiefamilie waartoe de functies van rang C2 en D2 behoren (resp. technisch en administratief ondersteunen en administratief meewerken). Dit competentieprofiel bestaat uit 5 waardengebonden (de VLM-waarden) competenties, functiespecifieke competenties en vaktechnische competenties. Van de kandidaten wordt verwacht dat zij minstens in voldoende mate over deze competenties beschikken, om in aanmerking te komen voor de bevorde- ring naar een hogere graad. De beoordeling gebeurt op een vijfpuntenschaal (van ‘ondermaats’ over ‘gemiddeld’ tot ‘uitstekend’). De kandidaten dienen ook op elke competentie minstens de score 3 (i.e. beoordeling ‘gemiddeld’) en gemiddeld minstens 60% te scoren. Het dienst- en het afdelingshoofd van de kandidaat maken samen één beoordeling die met de kandidaat besproken werd. De kandidaat krijgt tijdens dit gesprek de mogelijkheid zijn/haar mening te geven. Na het gesprek wordt de definitieve potentieelbeoordeling opgesteld en aan de personeelsdienst voor verwerking overgemaakt. Verwerking van de potentieelbeoordelingen Aan de competenties werd een verschillend gewicht toegekend. Hiervoor werd input aan de leden van de directieraad gevraagd. [...] Op basis van hun inbreng werden de competenties gerangschikt naar belangrijkheid. Hoe belangrijker de competenties werden bevonden, hoe hoger het gewicht dat werd toegekend. Als standaardgewicht werd 1 genomen. [...] De scores van de interne potentieelbeoordeling werden vermenigvuldigd met het gewicht. De totale score werd omgezet in een percentage.” Diezelfde nota bevat een analyse van de resultaten van de 27 kandidaten. Hieruit blijkt dat de verzoekster rang 14 inneemt, met een totale score van 86,1728 % . 3.
- Op 15 januari 2008 bespreekt de directieraad de verschillende kandidaten en de inschatting van de generieke en technische competenties voor een bevordering tot de rang C2, waarna hij een voorstel formuleert. De directieraad stelt IX-6003-5/9 voor om de elf best gerangschikte kandidaten in aanmerking te nemen voor een bevordering tot de rang C
- Met betrekking tot de verzoekster luiden de bespreking en het voorstel als volgt: “Annie Praet Gelet op de beoordeling uitgevoerd door haar directe leidinggevende(n), waaruit is gebleken dat voor de VLM waardegebonden competenties mevrouw Praet uitstekend scoorde voor betrouwbaarheid, goed scoorde voor klantgericht- heid, vakmanschap en samenwerken, en gemiddeld scoorde voor creativiteit; Gelet op de beoordeling uitgevoerd door haar directe leidinggevende(n), waaruit is gebleken dat voor de functiespecifieke competenties mevrouw Praet uitstekend scoorde voor nauwgezetheid en schriftelijke uitdrukking, en goed scoorde voor initiatief en plannen; Gelet op de beoordeling uitgevoerd door haar directe leidinggevende(n), waaruit is gebleken dat voor de technische competenties mevrouw Praet uitstekend scoorde voor administratief-organisatorische vaardigheden, en goed scoorde voor bureautica en kennis van de VLM; Gelet op de vergelijking met de beoordelingen van de andere kandidaten, en na bespreking door de directieraad adviseert deze mevrouw Praet niet in aanmerking te nemen voor een bevordering naar de rang C2.” 3.
- De gedelegeerd bestuurder van de VLM, Roland de Paepe, deelt met een aangetekende brief van 19 februari 2008 de voormelde bespreking en het voormelde voorstel aan de verzoekster mee. Hij wijst de verzoekster tevens op de mogelijkheid om tegen het voorstel een bezwaar in te dienen bij de directieraad. 3.
- De verzoekster ontvangt per e-mail van het diensthoofd personeel op 26 februari 2008 “de documenten die de basis vormden van het advies van de directieraad en van de beslissing van de gedelegeerd bestuurder over de bevorde- ringen naar de rang C2”. Hetgeen aan de verzoekster wordt toegezonden betreft vooreerst een niet-getiteld, niet-ondertekend en niet-gedagtekend document dat de methodologie van de bevorderingsprocedure toelicht, met vermelding van het gewicht dat aan de diverse competenties werd toegekend, alsook van de totale score en de rangschikking van de verzoekster. Ook het vacaturebericht van 7 november 2007 wordt middels deze e-mail opnieuw aan de verzoekster meegedeeld. Volgens IX-6003-6/9 de verzoekster wordt voorts een overzicht meegedeeld met haar puntenscore op de diverse competenties en een niet-ondertekende beoordelingsfiche. 3.
- Met een aangetekende brief van 4 maart 2008 dient de verzoekster bij de directieraad een gemotiveerd bezwaar in tegen het voorstel van deze raad om haar niet voor bevordering in aanmerking te nemen. Zij vraagt tevens om door de directieraad te worden gehoord, met bijstand van haar vakbondsafgevaardigde. 3.
- Op 18 april 2008 hoort de directieraad de verzoekster en haar vakbondsafgevaardigde. De verzoekster overhandigt aan de leden van de vergadering de schriftelijke neerslag van haar mondeling betoog. Na de mondelinge uiteenzetting van de verzoekster en haar vakbondsafgevaardigde, bespreekt de directieraad de aangevoerde argumenten. De directieraad besluit dat “de vergelijking van de kandidaten grondig en rekening houdend met alle elementen van het dossier werd gemaakt”, zodat het voorstel van de directieraad om de elf best gerangschikte kandidaten voor te stellen voor bevordering tot een graad van de rang C2 behouden blijft. 3.
- Met een aangetekende brief van 30 mei 2008 deelt de gedelegeerd bestuurder aan de verzoekster mee dat de directieraad in zijn vergadering van 18 april 2008, na onderzoek van de bezwaren van twee personeelsleden, heeft geadviseerd om de rangschikking te behouden. De gedelegeerd bestuurder voegt hieraan nog toe dat hij heeft beslist om het advies van de directieraad te volgen en om de elf kandidaten die door de directieraad het meest geschikt werden bevonden, te bevorderen tot de rang C
- Dit is de eerste bestreden beslissing. De verzoekster onderkent erin de impliciete weigering om haar tot de rang C2 te bevorderen. Dit is de tweede bestreden beslissing. IX-6003-7/9 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie
- In haar verslag werpt de auditeur-verslaggever ambtshalve een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, in zoverre het gericht is tegen de impliciete weigering om de verzoekster te bevorderen tot de rang C
- Zij stelt dat de vernietiging van de impliciete weigering om te benoemen of aan te stellen maar zinvol is wanneer de overheid de rechtsplicht heeft om de verzoeker te benoemen of aan te stellen. De verzoekster voert te dezen evenwel geen middelen aan waarvan het gegrond bevinden een rechtsplicht tot bevorderen in hoofde van de verwerende partij zou vestigen. Beoordeling
- Behalve indien een teleurgestelde kandidaat kan aantonen dat in hoofde van de overheid een rechtsplicht bestaat om hem te benoemen of te bevorderen, kan een afzonderlijk beroep tegen de impliciete weigering om die kandidaat te benoemen of te bevorderen in beginsel niet tot een ruimer herstel leiden dan het herstel dat voortvloeit uit de vernietiging van de beslissing waarbij een concurrent is benoemd of bevorderd. De bewijslast ter zake rust op de verzoeker. Noch uit de ter zake geldende reglementering, noch uit de door de verzoekster aangevoerde middelen blijkt evenwel dat te dezen een dergelijke rechtsplicht zou bestaan. In beginsel heeft de verzoekster dan ook geen belang bij het beroep gericht tegen de impliciete weigering om haar te bevorderen tot een graad van de rang C
- Weliswaar kunnen er uitzonderlijk omstandigheden zijn die met zich brengen dat een verzoeker wel belang heeft bij het bestrijden van de impliciete beslissing om hem niet te bevorderen. De verzoekster voert echter geen dergelijke omstandigheden aan. Uit het dossier blijkt ook niet dat dergelijke omstandigheden te dezen voorhanden zijn. IX-6003-8/9 Het beroep is dan ook onontvankelijk in zoverre het gericht is tegen de impliciete weigering om de verzoekster te bevorderen, dit is de tweede bestreden beslissing.
- Voorts dient te worden vastgesteld dat de eerste bestreden beslissing bij arrest nr. 204.830 van heden is vernietigd (zaak A. 189.216/IX-6002). Het voorliggende beroep heeft in zoverre dan ook zijn voorwerp verloren. V. Kosten
- Nu het beroep zijn voorwerp deels heeft verloren ten gevolge van omstandigheden die niet aan de verzoekster zijn toe te schrijven, is er aanleiding om de verwerende partij te verwijzen in de kosten van het beroep. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 7 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6003-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.831 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.