← België

Arrest 204893 - Wegenwezen - 08/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.893 Rolnummer: A. 188935/X-13843 Zaak: Arrest 204893 - Wegenwezen - 08/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-17 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:50 Fiche Arrest nr 204.893 van 8 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 204.893 van 8 juni 2010 in de zaak A. 188.935/X-13.

  1. In zake : Maria VAN DER AUWERA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Timmermans kantoor houdend te 2800 MECHELEN Schuttersvest 4 -8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Boomstraat 14, bus 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de gemeente BOORTMEERBEEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Neven en Jens Debièvre kantoor houdend te 1000 BRUSSEL Havenlaan 86c, bus 113 bij wie woonplaats wordt gekozen DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Maria VAN DER AUWERA op 7 juli 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het “Ministerieel Besluit houdende de goedkeuring van het onteigeningsplan van (deel van) buurtweg nr 12 van de gemeente BOORTMEERBEEK dd. 14 april 2008 van de Viceminister- president van de Vlaamse regering en Vlaamse Minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening waarbij het onteigeningsplan van buurtweg nr 12 van de gemeente BOORTMEERBEEK wordt goedgekeurd en het gemeentebestuur van BOORTMEERBEEK wordt gemachtigd tot onteigening over te gaan”; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst op 15 september 2008 ingediend door de gemeente BOORTMEERBEEK; X-13.843-1/4 Gelet op de beschikking van 10 december 2008 die de tussenkomst van de gemeente BOORTMEERBEEK toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 22 januari 2010; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op het schrijven van de verzoekende partij van 1 april 2010, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 27 april 2010, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 mei 2010; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VAN NIJVERSEEL, die loco advocaat J. TIMMERMANS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij en van advocaat J. DEBIEVRE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur S. DE DONCKER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag X-13.843-2/4 aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zesde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De verzoekende partij, die gevraagd had om te worden gehoord, verwijst ter terechtzitting naar “de laatste memorie voor het verslag van de auditeur”, maar brengt geen bewijs bij dat een verzoek tot voortzetting van de procedure of een laatste memorie werd ingediend. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.843-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op acht juni 2010, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.843-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.893 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.