← België

Arrest 204908 - Cultuur en schone kunsten - 08/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.908 Rolnummer: A. 192095/XII-5779 Zaak: Arrest 204908 - Cultuur en schone kunsten - 08/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-16 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:51 Fiche Arrest nr 204.908 van 8 juni 2010 Onderwijs en cultuur - Cultuur en schone kunsten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 204.908 van 8 juni 2010 in de zaak A. 192.095/XII-5779 In zake: de VZW KONING KEVIN die woonplaats kiest te Leuven Kapellekensweg 2 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Steve Ronse kantoor houdend te Kortrijk President Kennedypark 6/24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 april 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 5 februari 2009 van het agentschap Sociaal - Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen - afdeling Jeugd houdende niet toekenning van basis- en werkingssubsidies voor uitbating van het jeugdverblijfcentrum “Heiberg” te Kessel-Lo. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 5 augustus
  3. Op respectievelijk 4 en 2 december 2009 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. XII-5779-1\3 Verzoekster en verwerende partij hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. XII-5779-2\3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 juni 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren XII-5779-3\3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.908 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.