← België

Arrest 204929 - Penitentiair recht - 08/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.929 Rolnummer: Zaak: Arrest 204929 - Penitentiair recht - 08/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-10 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:51 Fiche Arrest nr 204.929 van 8 juni 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.929 van 8 juni 2010 in de zaken A. 196.638/IX-6816 A. 196.639/IX-6819 A. 196.640/IX-6817 A. 196.641/IX-6818 A. 196.642/IX-6820 A. 196.643/IX-6821 In zake :

  1. Kris MINNER
  2. Nehdih KUPI
  3. Eddy DE REN
  4. Murat BOZOGLU
  5. Thomas MEEUS
  6. Mouloudje BISKRI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mathieu Langerock kantoor houdend te Sint-Kruis (Brugge) Dampoortstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  7. Bij afzonderlijke verzoekschriften, ingediend op 3 juni 2010, vorderen Kris Minner, Nehdih Kupi, Eddy De Ren, Murat Bozoglu, Thomas Meeus en Mouloudje Biskri elk wat hen betreft de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 29 mei 2010 van de directeur van de gevangenis te Brugge waarbij hen de tuchtstraf wordt opgelegd van 1 maand strikt regime met behoud van de tewerkstelling. IX-6816-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  8. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, die heeft plaatsgevonden op 7 juni 2010 om 14.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. De verzoekers en hun advocaat Mathieu Langerock, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Feiten 3.
  10. De verzoekers zijn allen opgesloten in de gevangenis te Brugge. Op 27 mei 2010 wordt tegen hen een rapport aan de directeur opgemaakt omdat zij om 17.45 u na de wandeling weigerden naar hun cel terug te gaan en niet ingingen op de aanmaningen van het personeel, waardoor de interventie van de politie diende gevraagd te worden en de rust en de orde in de gevangenis tot omstreeks 22 uur ernstig verstoord was. Als voorlopige maatregel wordt hen het verplicht verblijf op cel opgelegd. Op 28 mei 2010 worden materiële fouten in het verslag -verkeerde datum van redactie en van ingang van de voorlopige maatregel- rechtgezet. 3.
  11. Op 29 mei 2010 worden de verzoekers gehoord. Dezelfde dag treft de gevangenisdirecteur de bestreden beslissingen. Zij bevatten volgende motivering: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor weigeren binnenkomen wandeling IX-6816-2/6 Gelet betrokkene door te weigeren gevolg te geven aan het bevel van het personeel om na de wandeling terug op cel te gaan en hiermee de orde en de rust op de wandeling en in de inrichting ernstig verstoord heeft, Gelet betrokkene diverse malen de kans heeft gekregen terug te gaan naar sectie. Pas na een politie interventie is betrokkene terug op cel gegaan. De gedetineerden moeten gehoorzamen aan de personeelsleden en alles volbrengen wat deze hun opleggen om de orde te handhaven en de reglementen uit te voeren. (Art. 77, Algemeen Reglement Strafinrichtingen) De gedetineerde moet de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen. (Basiswet, art. 106 § 2) De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005).” IV. Onderzoek van de vordering
  12. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Een ernstig middel Uiteenzetting van het middel
  13. In het tweede middel voeren de verzoekers de schending aan van artikel 82, 1/, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende het algemeen reglement van de strafinrichtingen doordat zij de tuchtstraf van een maand “strikt regime” met behoud van tewerkstelling opgelegd kregen maar dat die tuchtstraf niet voorzien is in de reglementering. Beoordeling
  14. Artikel 82, 1/, van het algemeen reglement geeft een opsomming van de tuchtstraffen die aan de gedetineerden opgelegd kunnen worden: de ontzegging van arbeid, lectuur, kantine, bezoeken, briefwisseling “en van de andere, IX-6816-3/6 krachtens dit reglement of bijzondere reglementen, verleende gunsten”. De aan de verzoekers opgelegde tuchtstraf van ‘strikt regime’ is daar niet bij.
  15. Gewis kan met de verwerende partij aangenomen worden dat de benaming van de straf waarmee de gunsten, waarvan een gedetineerde in normale omstandigheden kan genieten, worden ingetrokken niet belangrijk is. De verwijzing naar de term ‘strikt regime’ is op zich dan ook niet in strijd met artikel 82, 1/, van het algemeen reglement. Uit de debatten ter terechtzitting is evenwel gebleken dat het begrip ‘strikt regime’ geen vooraf bepaalde inhoud heeft -er blijkt daaromtrent geen algemeen reglement dat voor alle gevangenissen of voor de gevangenis te Brugge te bestaan; er blijkt ook geen intern reglement voor de gevangenis te Brugge te bestaan- zodat de gedetineerden op het ogenblik dat zij de maatregel opgelegd krijgen de draagwijdte van de tuchtstraf niet of niet volledig kunnen inschatten. De draagwijdte van de maatregel is ook niet in de bestreden beslissing zelf opgenomen. Een en ander opent voor het bestuur mogelijkheden om de inhoud van de maatregel te wijzigen in de loop van de uitvoering ervan, wat niet kan. In die zin heeft de maatregel van het ‘strikt regime’, zoals de verwerende partij hem aan de verzoekers opgelegd heeft, geen plaats in artikel 82 van het algemeen reglement.
  16. Het middel is ernstig. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  17. De verzoekers zetten allen op dezelfde wijze uiteen dat de bestreden beslissing hun rechten “in sterke en onherstelbare mate” beperkt en dat een tuchtstraf van een maand lang is, in acht genomen hun tuchtrechtelijk verleden. Zij betogen dat hen nu “de volgende zaken ontzegd (worden)”: tafelbezoek, telefoon, polyvalente zaal, sport en wandeling en zij geven dan aan wat hun actuele situatie in de gevangenis is: - de verzoeker Minner stelt dat hij 1 keer per maand bezoek van zijn moeder ontvangt, dat hij dagelijks belt naar zijn moeder of broer; - de verzoeker Kupi stelt dat hij 1 keer per week bezoek ontvangt van familie en dat hij wekelijks belt naar zijn familie; IX-6816-4/6 - de verzoeker De Ren stelt dat hij dagelijks bezoek van zijn vrouw en regelmatig bezoek van zijn kind en kleinkind ontvangt en dat hij dagelijks belt naar zijn familie; - de verzoeker Bozoglu stelt dat hij twee keer per week bezoek ontvangt van zijn broers, zussen, moeder of dochters en dat hij dagelijks met zijn familie belt; - de verzoeker Meeus stelt dat hij 1 keer per maand bezoek ontvangt van zijn familie en dat hij om de twee à drie dagen met zijn familie belt; - de verzoeker Biskri stelt dat hij 1 keer per maand bezoek van zijn familie ontvangt, dat zijn moeder zich moeilijk naar de gevangenis te Brugge kan verplaatsen en dat hij regelmatig naar zijn familie belt. Wat het aspect polyvalente zaal, sport en wandeling betreft stellen zij allen op dezelfde wijze dat zij de polyvalente zaal niet kunnen benutten, dat zij regelmatig aan fitness doen, behoudens Biskri die twee keer per week badminton en mini-voetbal beoefent, en dat zij geen wandeling meer hebben. Beoordeling
  18. De verzoekers adstrueren in hun verzoekschrift hun nadeel in functie van de gevolgen die zij onmiddellijk van de opgelegde tuchtstraf ondervin- den. Het gaat om het verlies van het ‘tafelbezoek’ en het inperken van het telefoonverkeer, de onmogelijkheid om de polyvalente zaak met persoonlijke kookmogelijkheid te gebruiken en de inperking van de sport- en wandelingmogelijk- heden. Ter terechtzitting wijzen zij niet specifiek op een ander nadeel dat hen niet kon bekend zijn op het ogenblik dat zij het verzoekschrift indienden en waarmee de Raad van State, in acht genomen het ernstig karakter van het tweede middel, alsnog rekening zou kunnen houden.
  19. De verzoekers leggen het nadeel dat verbonden is met de tenuitvoerlegging van de opgelegde tuchtstraf in het feit dat hun “rechten” worden beperkt. Dat is evenwel geen nadeel dat volgt uit de beslissing, maar is er precies het voorwerp van. Zij schetsen vervolgens de gevolgen die de maatregel voor hen heeft, maar komen niet verder dan het beschrijven van de situatie waarin zij zich vóór de bestreden maatregel bevonden. Aangenomen nog dat zij daarmee aantonen op welk vlak de restricties verbonden met het strikt regime hen een nadeel dreigt te IX-6816-5/6 berokkenen, kan uit die uiteenzetting zeker niet opgemaakt worden dat het nadeel in hun specifiek geval ernstig is en moeilijk te herstellen. Zij maken immers niet duidelijk waarom de contacten die zij aanduiden noodzakelijk moeten wegvallen noch waarom, zo dit het geval zou zijn, zulks hen onherstelbaar nadeel toebrengt en het niet gebruiken van de polyvalente zaal en de beperkingen op het vlak van sport en wandeling gedurende één maand zijn op zich niet van die aard dat de verzoekers daar blijvende hinder moeten van ondervinden.
  20. De verzoekers tonen niet aan dat de gevolgen die de opgelegde tuchtstraf voor hen heeft hen een nadeel berokkenen dat voldoende ernstig is om de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan te rechtvaardigen. Op grond van die vaststelling wordt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid afgewezen. BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt de vorderingen.
  22. De verzoekers worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op 1.050 euro, elk voor een zesde. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6816-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.929 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.