← België

Arrest 204930 - Penitentiair recht - 08/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.930 Rolnummer: A. 196655/IX-6825 Zaak: Arrest 204930 - Penitentiair recht - 08/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:51 Fiche Arrest nr 204.930 van 8 juni 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.930 van 8 juni 2010 in de zaak A. 196.655/IX-6825 In zake : Wesley VANDAMME bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Leenknecht kantoor houdend te Diksmuide Fabriekstraat 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 29 mei 2010 van de directeur van de gevangenis te Brugge waarbij Wesley Vandamme de tuchtstraf wordt opgelegd van veertien dagen individuele wandeling vanaf 29 mei
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een administratief ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, die heeft plaatsgevonden op 7 juni 2010 om 14.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. De verzoeker en zijn advocaat Els Leenknecht, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-6817-1/4 Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Brugge. Op 27 mei 2010 wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgemaakt omdat hij na de wandeling weigerde, ondanks aanmaning, naar zijn cel terug te gaan en zijn cel dan toch vervoegd heeft alvorens de politie intervenieerde. Als voorlopige maatregel wordt hem de wandeling ontzegd. Op 28 mei 2010 worden materiële fouten in het verslag -verkeerde datum van redactie en van ingang van de voorlopige maatregel- rechtgezet. 3.
  6. Op 29 mei 2010 wordt de verzoeker gehoord. Dezelfde dag treft de gevangenisdirecteur de bestreden beslissing. Zij bevat volgende motivering: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor weigeren binnenkomen wandeling Gelet betrokkene door te weigeren gevolg te geven aan het bevel van het personeel om na de wandeling terug op cel te gaan en hiermee de orde en de rust op de wandeling en in de inrichting ernstig verstoord heeft, Gelet betrokkene diverse malen de kans heeft gekregen terug te gaan naar sectie, wat hij uiteindelijk ook deed. De gedetineerden moeten gehoorzamen aan de personeelsleden en alles volbrengen wat deze hun opleggen om de orde te handhaven en de reglementen uit te voeren. (Art. 77, Algemeen Reglement Strafinrichtingen) De gedetineerde moet de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen. (Basiswet, art. 106 § 2) De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005).” IX-6817-2/4 IV. Onderzoek van de vordering
  7. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  8. De verzoeker stelt: “De tuchtsanctie werd zoals reeds gezegd onmiddellijk ten uitvoer gelegd en beperkt de rechten van verzoeker in sterke en onherstelbare mate. Zij leidt ontegensprekelijk tot een verzwaring van de vrijheidsbeneming. Eens ze is uitgevoerd, kan ze niet meer worden teruggeschroefd. De bestreden beslissing wordt onmiddellijk uitgevoerd, zodat verzoeker ook onmiddellijk met het nadeel geconfronteerd wordt. Elke vertraging of uitstel op dit punt brengt verzoeker een moeilijk te herstellen nadeel toe.” Beoordeling
  9. Met zijn algemene uiteenzetting toont de verzoeker niet aan dat de bestreden beslissing, die overigens slechts in geringe mate zijn leefsituatie in de gevangenis beïnvloedt, hem een nadeel berokkent, laat staan dat zulks als ernstig en moeilijk te herstellen gekwalificeerd zou kunnen worden.
  10. Op grond van die vaststelling wordt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid afgewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6817-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6817-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.930 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.208.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.