← België

Arrest 204931 - Penitentiair recht - 08/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.931 Rolnummer: Zaak: Arrest 204931 - Penitentiair recht - 08/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:51 Fiche Arrest nr 204.931 van 8 juni 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 204.931 van 8 juni 2010 in de zaken A. 196.651/IX-6823 A. 196.652/IX-6822 A. 196.654/IX-6824 A. 196.656/IX-6826 A. 196.658/IX-6827 In zake :

  1. Jan D’HAENE
  2. Patrik ALLERMEERSCH
  3. Timothy VANDAMME
  4. Clyde VANDAMME
  5. Kenny BOLLE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Leenknecht kantoor houdend te Diksmuide Fabriekstraat 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  6. Bij afzonderlijke verzoekschriften, ingediend op 3 juni 2010, vorderen Jan D’Haene, Patrik Allermeersch, Timothy Vandamme, Clyde Vandam- me en Kenny Bolle elk wat hen betreft de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 29 mei 2010 van de directeur van de gevangenis te Brugge waarbij hen de tuchtstraf wordt opgelegd van 1 maand strikt regime met behoud van de tewerkstelling. IX-6823-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, die heeft plaatsgevonden op 7 juni 2010 om 14.30 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. De verzoekers en hun advocaat Els Leenknecht, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten 3.
  9. De verzoekers zijn allen opgesloten in de gevangenis te Brugge. Op 27 mei 2010 wordt tegen hen een rapport aan de directeur opgemaakt omdat zij om 17.45 u na de wandeling weigerden naar hun cel terug te gaan en niet ingingen op de aanmaningen van het personeel, waardoor de interventie van de politie diende gevraagd te worden en de rust en de orde in de gevangenis tot omstreeks 22 uur ernstig verstoord was. Als voorlopige maatregel wordt hen het verplicht verblijf op cel opgelegd. Op 28 mei 2010 worden materiële fouten in het verslag -verkeerde datum van redactie en van ingang van de voorlopige maatregel- rechtgezet. 3.
  10. Op 29 mei 2010 worden de verzoekers gehoord. Dezelfde dag treft de gevangenisdirecteur de bestreden beslissingen. Zij bevatten volgende motivering: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor weigeren binnenkomen wandeling IX-6823-2/6 Gelet betrokkene door te weigeren gevolg te geven aan het bevel van het personeel om na de wandeling terug op cel te gaan en hiermee de orde en de rust op de wandeling en in de inrichting ernstig verstoord heeft, Gelet betrokkene diverse malen de kans heeft gekregen terug te gaan naar sectie. Pas na een politie interventie is betrokkene terug op cel gegaan. De gedetineerden moeten gehoorzamen aan de personeelsleden en alles volbrengen wat deze hun opleggen om de orde te handhaven en de reglementen uit te voeren. (Art. 77, Algemeen Reglement Strafinrichtingen) De gedetineerde moet de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen. (Basiswet, art. 106 § 2) De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort (Art. 106 § 1 van de Basiswet 12.1.2005).” IV. Onderzoek van de vordering
  11. Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Een ernstig middel Uiteenzetting van het middel
  12. In het vierde middel voeren de verzoekers de schending aan van artikel 82, 1/, van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende het algemeen reglement van de strafinrichtingen doordat zij de tuchtstraf van een maand ‘strikt regime’ met behoud van tewerkstelling opgelegd kregen, terwijl die tuchtstraf niet voorzien is in de reglementering. Beoordeling
  13. Artikel 82, 1/, van het algemeen reglement geeft een opsomming van de tuchtstraffen die aan de gedetineerden opgelegd kunnen worden: de ontzegging van arbeid, lectuur, kantine, bezoeken, briefwisseling “en van de andere, IX-6823-3/6 krachtens dit reglement of bijzondere reglementen, verleende gunsten”. De aan de verzoekers opgelegde tuchtstraf van ‘strikt regime’ is daar niet bij.
  14. Gewis kan met de verwerende partij aangenomen worden dat de benaming van de straf waarmee de gunsten, waarvan een gedetineerde in normale omstandigheden kan genieten, worden ingetrokken niet belangrijk is. De verwijzing naar de term ‘strikt regime’ is op zich dan ook niet in strijd met artikel 82, 1/, van het algemeen reglement. Uit de debatten ter terechtzitting is evenwel gebleken dat het begrip ‘strikt regime’ geen vooraf bepaalde inhoud heeft -er blijkt daaromtrent geen algemeen reglement dat voor alle gevangenissen of voor de gevangenis te Brugge geldt, te bestaan; er blijkt ook geen intern reglement voor de gevangenis te Brugge te bestaan- zodat de gedetineerden op het ogenblik dat zij de maatregel opgelegd krijgen de draagwijdte van de tuchtstraf niet of niet volledig kunnen inschatten. De draagwijdte van de maatregel is ook niet in de bestreden beslissing zelf opgenomen. Een en ander opent voor het bestuur mogelijkheden om de inhoud van de maatregel te wijzigen in de loop van de uitvoering ervan, wat niet kan. In die zin heeft de maatregel van het ‘strikt regime’, zoals de verwerende partij hem aan de verzoekers opgelegd heeft, geen plaats in artikel 82 van het algemeen reglement.
  15. Het middel is ernstig. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
  16. De verzoekers zetten allen op dezelfde wijze uiteen dat de bestreden beslissing hun rechten beperkt en tot een verzwaring van de vrijheidsbe- neming leidt. Een strikt regime van 1 maand zonder gunsten met onmiddellijke ingang bemoeilijkt de contacten van de verzoekers met de buitenwereld, in het bijzonder hun dichtste familie, aangezien zij geen bezoek meer krijgen en niet kunnen telefoneren en geen “gehoor omtrent toezicht” krijgen. Zij stellen dat de gevolgen van de beslissing “zeer ingrijpend (zijn) en nog lange tijd zullen doorwerken”. Beoordeling IX-6823-4/6
  17. Ter terechtzitting wijzen de verzoekers niet op een ander specifiek nadeel dat hen niet kon bekend zijn op het ogenblik dat zij het verzoekschrift indienden en waarmee de Raad van State, in acht genomen het ernstig karakter van het vierde middel, alsnog rekening zou kunnen houden.
  18. De verzoekers adstrueren in hun verzoekschrift hun nadeel uitermate algemeen. Zij geven aan welke gevolgen de maatregel heeft op hun leefsituatie in de gevangenis maar zetten niet uiteen waarom die gewijzigde situatie als een ernstig nadeel moet worden beschouwd. In ieder geval wordt het contact met de buitenwereld hen niet volledig ontnomen, aangezien bezoek niet uitgesloten is en er hen nog andere wegen open staan om de gewenste contacten te onderhouden. Dat die wegen niet met hetzelfde gemak benut kunnen worden of in onaangenamer omstandigheden uitgeoefend moeten worden is op zich geen nadeel dat de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing rechtvaardigt. De verzoekers verwijzen ook naar de omstandigheid dat zij geen gehoor krijgen “omtrent toezicht”, hetgeen blijkens de uiteenzetting ter terechtzit- ting gelezen moet worden als een beklag over de beweerde afschaffing van een “commissie van toezicht”. Het is evenwel geenszins duidelijk op welke wijze het probleem dat de verzoekers aldus aan de orde stellen een nadelig gevolg is van de beslissing om hen een tuchtstraf op te leggen.
  19. De verzoekers tonen niet aan dat de gevolgen die de opgelegde tuchtstraf voor hen heeft hen een nadeel berokkenen dat voldoende ernstig is om de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan te rechtvaardigen. Op grond van die vaststelling wordt de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid afgewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vorderingen. IX-6823-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 8 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6823-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.931 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.