← België

Arrest 204999 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 10/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.999 Rolnummer: Zaak: Arrest 204999 - Fiscale provinciale en lokale reglementen - 10/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-17 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Arrest nr 204.999 van 10 juni 2010 Fiscaliteit - Fiscale provinciale en lokale reglementen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 204.999 van 10 juni 2010 in de zaken A. 187.382/XII-5357 A. 188.507/XII-5467 In zake: de NV ELIA ASSET bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE LINT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liesbet Verlinden kantoor houdend te 2610 Antwerpen Berkenlaan 45 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen

  1. Het beroep met nr. A. 187.382, ingesteld op 6 maart 2008, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 december 2007 van de gemeente- raad van Lint houdende invoering van een belasting op pylonen voor de dienstjaren 2008-
  2. Het beroep met nr. A. 188.507, ingesteld op 9 juni 2008, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 18 maart 2008 van de gemeenteraad van Lint houdende invoering van een belasting op pylonen voor de dienstjaren 2008-
  3. II. Verloop van de rechtspleging in beide zaken
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. XII-5357-1\7 Verzoekster heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 9 maart
  5. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Patrik De Maeyer, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Liesbet Verlinden, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Op 18 december 2007 beslist de gemeenteraad van Lint een belasting te heffen op pylonen voor de jaren 2008 tot en met
  8. De belasting wordt op 21 december 2007 ter bekendmaking aangeplakt. Verzoekster stelt op 6 maart 2008 tegen het belastingregelement van 18 december 2007 het beroep gekend onder nr. A. 187.382 in.
  9. Bij beslissing van 18 maart 2008 trekt de gemeenteraad van Lint zijn beslissing van 18 december 2007 in, om vervolgens een nieuw belastingregle- ment op pylonen voor de jaren 2008 tot 2013 aan te nemen. Het nieuwe reglement is identiek aan het oude, tenzij wat het artikel 7 betreft waarin een zin -“De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de ontdoken belasting.”- geschrapt werd. De belastingverordening van 18 maart 2008 wordt op 21 maart 2008 aangeplakt. Verzoekster stelt op 9 juni 2008 tegen het nieuwe, tweede belastingreglement het beroep gekend onder A. 188.507 in. XII-5357-2\7 IV. Samenvoeging
  10. De beroepen doen identieke rechtsvragen rijzen. Het is in het belang van een goede rechtsbedeling om er met één arrest uitspraak over te doen. V. Ontvankelijkheid ratione temporis Standpunt van de partijen
  11. De beroepen zijn volgens verwerende partij te laat omdat ze zijn ingediend meer dan zestig dagen na de bekendmaking van de reglementen op 21 december 2007, respectievelijk op 21 maart
  12. Verzoekster betwist dat. In de laatste memorie in de zaak A. 187.382 doet verzoekster gelden dat verwerende partij haar heeft misleid door slechts zeer laat gevolg te hebben gegeven aan haar vraag van 28 januari 2008 om het reglement, met de bewijzen van bekendmaking, te willen toesturen, dat wanneer de bekendmaking bestaat in de aanplakking gedurende een bepaalde termijn, die bekendmaking niet geschied is zolang de termijn die te dezen tot 9 januari 2008 liep niet is verstreken, en dat de bekendmaking van het gemeenteraadsbesluit pas wettig geattesteerd kan worden nadat ze voltooid is. Ook in de zaak A. 188.507 betoogt verzoekster, in de memorie van wederantwoord en de laatste memorie, dat zij door verwerende partij misleid is geworden, dat de bekendmaking slechts is geschied nadat de termijn van de aanplakking -op 9 juni 2008- eindigde, en dat alleen dan geattesteerd kan worden dat de bekendmaking daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Ter terechtzitting vraagt verzoekster uitvoerig begrip voor de moeilijkheden waarmee zij als beheerder van een hoogspanningsnet, met 2.000 masten verspreid over heel België, te maken heeft om na te gaan waar en wanneer er eventueel nieuwe belastingen op haar masten zijn geheven. Beoordeling
  13. In principe is het de bekendmaking van het belastingreglement dat de beroepstermijn ertegen doet ingaan. XII-5357-3\7 Terzake schrijft artikel 186 van het gemeentedecreet voor wat volgt: “De reglementen en verordeningen van de gemeenteraad, het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester worden door laatstgenoem- de bekendgemaakt door middel van een aanplakbrief die het onderwerp van het reglement of de verordening vermeldt, de datum van de beslissing waarbij het reglement of de verordening werd aangenomen en, in voorkomend geval, de beslissing van de toezichthoudende overheid. De aanplakbrief wordt opgehang- en op een aanplakbord aan het gemeentehuis en blijft minstens twintig dagen aangeplakt. De reglementen en verordeningen kunnen worden bekend gemaakt zodra de beslissing is genomen. De aanplakbrief vermeldt de plaats of plaatsen waar de tekst van het reglement of de verordening ter inzage ligt van het publiek”. Zoals in de artikelsgewijze toelichting bij het ontwerp van gemeentedecreet wordt uiteengezet, herneemt het artikel 186 zodoende integraal artikel 112 van de nieuwe gemeentewet, weze het dat, om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de afdeling Wetgeving van de Raad van State, bijkomend is bepaald “waar de aanplakbrief dient te worden aangeplakt, vanaf wanneer hij mag worden aangebracht en hoelang hij aangeplakt moet blijven” (Parl.St. Vl.Parl., 2004-2005, nr. 347/1, 95). Er is door de afdeling Wetgeving niet aanbevolen dat de bekendmaking zou bestaan uit de aanplakking gedurende een welbepaalde termijn, noch is daarin door de decreetgever voorzien. Het voorschrift van artikel 186 dat de aanplakbrief “minstens twintig dagen aangeplakt [blijft]”, houdt niet in of brengt niet mee dat er -anders dan voorheen, onder vigeur van artikel 112 van de nieuwe gemeentewet- slechts van een bekendmaking sprake kan zijn op het eind van de aanplakkingsduur van twintig dagen of meer. Samengevat, gebeurt de bekendmaking door de aanplakking.
  14. Wat verwerende partij, gelet op artikel 187 van het gemeentede- creet, in dat verband moet aantekenen in een speciaal register, is de bekendmaking en de datum van bekendmaking. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 14 oktober 1991 betreffende de aantekeningen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden en, vanaf 8 februari 2008, het besluit van 18 januari 2008 van de Vlaamse regering betreffende de aantekenin- XII-5357-4\7 gen in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen van de gemeenteoverheden, vindt de aantekening in het register plaats op de dag van de bekendmaking van het reglement of van de verordening. Die “dag van bekendmaking” respectievelijk 21 december 2007 en 21 maart 2008 zijnde, blijkt de aantekening telkens daags voordien gebeurd te zijn, namelijk op 20 december 2007 en 20 maart
  15. Zoals de Raad van State ook al in het arrest inzake nv Elia Asset, nr. 192.140 van 2 april 2009, oordeelde, heeft de omstandigheid dat bij de aantekening in het register de voorgeschreven vormvereisten eventueel niet strikt zijn nageleefd, niet tot gevolg dat de aantekening van de weeromstuit alle bewijskracht verliest. Uit geen enkele bepaling volgt dat de regel volgens welke de aantekening in het register voor de bekendmaking van de reglementen en verordeningen plaatsheeft op de eerste dag van de bekendmaking, is voorgeschreven op straffe van nietigheid van de aantekening of dat een aantekening op de vooravond van de bekendmaking belet dat uit het speciaal bijgehouden register het feit en de datum van de bekendmaking wordt vastgesteld. Te dezen blijkt uit niets, en wordt zelfs niet beweerd, dat de op 20 december 2007 en 20 maart 2008 voorgenomen bekendmakingen niet effectief, zoals het register vermeldt, ’s anderendaags zijn uitgevoerd.
  16. Met verzoekster wordt aangenomen dat de bekendmaking van gemeentereglementen door ophanging van een aanplakbrief op een aanplakbord aan het gemeentehuis als archaïsch mag worden bestempeld. Het is in het hedendaagse internettijdperk, waarin zelfs het Belgisch Staatsblad quasi-uitsluitend via de internetsite van het betrokken bestuur ter beschikking van het publiek wordt gesteld, een onvervalst anachronisme. Het belet evenwel niet dat die wijze van bekendmaking de toets van het Grondwettelijk Hof heeft doorstaan, althans wat onder anderen degenen betreft die, zoals verzoekster, een belang op het grondgebied van de gemeente hebben (arresten 67/2001 en 71/2009 van het Grondwettelijk Hof). In dit licht is verzoeksters kritiek als zou de wijze van bekendma- king waarin artikel 186 van het gemeentedecreet voorziet niet aangepast zijn aan de XII-5357-5\7 noden en mogelijkheden van deze tijd, te beschouwen als kritiek op de opportuniteit van de wet. Als zodanig is die kritiek niet-ontvankelijk.
  17. Blijft nog verzoeksters verweer tegen de exceptie dat zij door verwerende partij misleid is geworden. Wat de belasting van 18 december 2007 betreft, voorwerp in de zaak A. 187.382, is uit stuk 1 bij verzoeksters laatste memorie op te maken dat verzoekster er in elk geval al sinds 25 januari 2008 van af weet. Blijkbaar heeft zij zich vervolgens ermee vergenoegd de toezending van een afschrift en van het bewijs van de bekendmaking af te wachten. De enkele omstandigheid evenwel dat mogelijk verwerende partij niet zo vlug als idealiter wenselijk ware geweest, gevolg heeft gegeven aan verzoeksters vraag tot toezending, is niet voldoende om van misleiding vanwege verwerende partij te kunnen gewagen. De keuze om, niettegenstaande het bestaande en bekende risico op verjaring van het beroep, de zending van verwerende partij te blijven afwachten, is die van verzoekster en komt voor haar eigen rekening. Zij doet geenszins aannemen dat de laattijdigheid van het beroep aan een onover- winnelijke dwaling te wijten is. Ook aan de laattijdigheid van het beroep in de zaak A. 188.382 is een misleiding of het geven van een onjuist dan wel vertekend beeld vanwege verwerende partij vreemd. Het feit dat als verwerende partij verzoekster eerder dan slechts via de bijlagen bij een brief van 3 juni 2008 van de nieuwe belasting van 18 maart 2008 had ingelicht, verzoekster dan mogelijk wel tijdig een beroep bij de Raad van State ertegen zou hebben ingediend, doet daar niets aan af. Overigens zouden de tijdigheid van het beroep in de zaak A. 188.382 en alle complicaties daaromtrent, zonder relevantie zijn indien verzoeksters beroep tegen de initiële belasting van 18 december 2007 tijdig ware geweest. Was dat het geval, dan kon immers dat beroep, na de vervanging van de belasting van 18 december 2007 door de belasting van 18 maart 2008, gewoon zijn voortgezet tegen die laatste belasting. Aangezien de nieuwe belasting nagenoeg identiek is aan de aanvankelijk bestreden belasting, kon immers zijn vastgesteld dat het initiële beroep, inhoudelijk bekeken -dit is: vanuit materieel, niet formeel, oogpunt-, zijn voorwerp behouden had, weze het dat voortaan de nieuwe belasting van 18 maart 2008 als dit voorwerp te identificeren was. XII-5357-6\7
  18. De exceptie van laattijdigheid is in de beide zaken gegrond. Ze leidt tot de verwerping van de beroepen. BESLISSING
  19. De zaken met nrs. A. 187.382 en A. 188.507 worden samengevoegd.
  20. De Raad van State verwerpt de beroepen.
  21. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de beroepen, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 juni 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5357-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.204.999 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.