← België

Arrest 205000 - Politie - 10/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.000 Rolnummer: A. 141454/XII-3934 Zaak: Arrest 205000 - Politie - 10/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-17 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Arrest nr 205.000 van 10 juni 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 205.000 van 10 juni 2010 in de zaak A. 141.454/XII-3934 In zake: de STAD RONSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carlos De Wolf en Jozef Timmermans kantoor houdend te Maarkedal Etikhovestraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2003, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et Ministerieel Besluit d.d. 15 juli 2003 ‘tot vernietiging van het besluit van de gemeenteraad van Ronse van 26 augustus 2002 tot niet- intrekking van het gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2002 tot aankoop van het pand, eigendom nv Reseco voor de huisvesting van de politiediensten’”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 128.995 van 9 maart 2004 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XII-3934-1\7 Auditeur Patricia De Somere heeft een verslag opgesteld. Verzoekster en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 maart
  3. Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaten Carlos De Wolf en Jozef Timmermans, die verschijnen voor verzoekster, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Patricia De Somere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Op 18 februari 2002 keurt de gemeenteraad van Ronse, ten laste van de politiebegroting 2002, de aankoop goed van een gebouw te Ronse, Kasteelstraat 45/47, toebehorend aan de nv Reseco. Het gebouw is gelegen naast het terrein waarop de voormalige rijkswachtkazerne staat, die door de lokale politie wordt gebruikt. Met een brief van 26 juni 2002 “wil” verwerende partij jegens verzoekster “nogmaals bevestigen dat, na onderzoek van het volledig klachtenbundel tegen het [gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2002 tot aankoop gebouw Kasteelstraat 45/47 voor huisvesting politiediensten], door de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen, [zij] zich aangesloten heeft bij zijn conclusie dat de klachten niet gegrond waren en dus geoordeeld heeft dat er niet diende te worden opgetreden tegen bedoeld gemeenteraadsbesluit”. XII-3934-2\7 Tegen de gemeenteraadsbeslissing wordt door Koen Van Liefferinge het beroep gekend onder nr. A.119.929/XII-3.526 ingesteld. Terzake is bij arrest nr. 203.097 van 20 april 2010 de afstand van het geding vastgesteld.
  6. Op 26 augustus 2002 wordt door de gemeenteraad het door een gemeenteraadslid aangebracht punt “aankoop gebouw Reseco” behandeld. Het gemeenteraadslid vraagt het gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2002 in te trekken, in essentie omdat het niet door een ernstig onderzoek is voorafgegaan. De gemeenteraad stemt evenwel “voor het behoud van hogervermeld raadsbesluit”. Op 2 september 2002 wordt de notariële verkoopakte met betrekking tot het eigendom van de nv Reseco verleden. Op 28 februari 2003 schorst de gouverneur de uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 26 augustus
  7. Het besluit wordt finaal bij beslissing van 15 juli 2003 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken vernietigd omdat het dossier waarover de gemeenteraad op 18 februari 2002 heeft beslist niet voldoende bestudeerd was, de gemeenteraad niet met kennis van zaken heeft kunnen oordelen en niet kan worden ingestemd met de redenen voor het vasthouden aan de aankoopbeslissing. IV. Belang Standpunt van de partijen
  8. In de memorie van antwoord betwist verwerende partij verzoeksters belang. Volgens haar beoogt verzoekster met de nagestreefde nietigverklaring de onzekerheid weg te nemen omtrent de rechtsgeldigheid van de aankoop van de gebouwen aan de Kasteelstraat 45/
  9. Evenwel is die onzekerheid niet aan de bestreden beslissing te wijten, maar terug te brengen tot het feit dat tegen de oorspronkelijke aankoopbeslissing van 18 februari 2002 het beroep gekend onder nr. A. 119.929 is ingesteld. De nietigverklaring van de bestreden beslissing is zonder invloed ten aanzien van de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari
  10. In de memorie van wederantwoord plaatst verzoekster haar belang in het kader “van de mogelijke overdracht van de bestaande politiekazerne” aan haar en van de realisatie alsdan “van een eventuele uitbreiding van de huisvesting van de XII-3934-3\7 politiediensten op de Reseco-site”: zolang er geen volledige klaarheid wordt geschapen omtrent de wettigheid en de draagkracht van de motieven van de bestreden beslissing zal verwerende partij zich op die motieven kunnen blijven beroepen “teneinde op te treden tegen elke toekomstige beslissing van Verzoekende Partij die betrekking heeft op het infrastructuurproject voor de huisvesting van de politiediensten”. In de laatste memorie benadrukt verzoekster dat het nagestreefde voordeel erin bestaat “dat rechtszekerheid wordt gecreëerd over de rechtsgevolgen die kunnen/mogen verbonden worden aan de aankoopbeslissing d.d. 18 februari 2002 van de gemeenteraad van Verzoekende Partij”. In een brief van 16 maart 2010, ten slotte, herhaalt verzoekster dat het haar erom gaat “elke onzekerheid te doen wegnemen omtrent de door haar besliste aankoop van het Pand, met het oog op de huisvesting van de politiediensten”. Bovendien, aldus verzoekster, beschikt zij over een gekwalificeerd moreel belang bij de gevorderde nietigverklaring, inzonderheid in zoverre zij in het tweede middel de schending van de gemeentelijke autonomie doet gelden. Beoordeling
  11. Nadat eerder de verwerende partij zich -op weloverwogen wijze- ervan onthouden heeft om op te treden tegen de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2002 tot aankoop van het nv Reseco-gebouw, gaat zij daarna wel over tot de vernietiging van de weigering van 26 augustus 2002 om die beslissing in te trekken. Als dan verzoekster in haar verzoekschrift tegen die vernietiging -in een tweede middel- aanvoert dat ze op een ontoelaatbare wijze de bevoegdheid van de stad inperkt en de gemeentelijke autonomie schendt, door namelijk de facto de verplichting op te leggen de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2002 in te trekken, antwoordt verwerende partij dat de aangevochten vernietigingsbeslissing niét tot die intrekking verplicht, dat dit ontegensprekelijk uit de stukken van het dossier blijkt en “voor zoveel als nodig” uitdrukkelijk wordt bevestigd, en dat de bestreden beslissing “op geen enkele wijze de juridische situatie van de oorspronkelijke gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2002 [wijzigt]”. XII-3934-4\7 De Raad van State neemt van dit standpunt, dat verwerende partij ook al tijdens de schorsingsprocedure deed gelden, akte, maar kan begrijpen dat verzoekster het “een uitermate merkwaardig gegeven” vindt.
  12. Geheel in dezelfde lijn komt de auditeur ertoe, in haar verslag, om de bestreden beslissing een “zinledige vernietiging” te noemen. In haar reactie daarop in de laatste memorie, laat verwerende partij uitschijnen dat een vernietiging onvermijdelijk was en zich meer bepaald, gelet op de strijdigheid van de gemeenteraadsbeslissing van 26 augustus 2002 met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en het algemeen belang, “heeft opgedrongen”. Dit overtuigt niet. De bestreden beslissing is immers genomen in de uitoefening van het algemeen toezicht, welk algemeen toezicht essentieel facultatief van aard is.
  13. Hoe dan ook kan er, precies vanwege de bijzonder klare taal van verwerende partij zelf, geen enkele onduidelijkheid over bestaan dat de bestreden beslissing zonder gevolgen is voor de aankoopbeslissing van 18 februari 2002 en dat verwerende partij zich niet op grond van de bestreden beslissing of haar motieven zal verzetten tegen de realisering van een “infrastructuurproject voor de huisvesting van de politiediensten” in de Kasteelstraat 45/
  14. In zoverre is verzoekster dan ook zonder belang. Ten andere is op vandaag de realisering van een dergelijk infrastructuurproject niet meer dan een zuiver theoretische mogelijkheid, een loutere hypothese. Waar het aanvankelijk de bedoeling van verzoekster was om de bestaande politiekazerne te verwerven bij toepassing van het koninklijk besluit van 9 november 2003 tot regeling van de voorwaarden en de modaliteiten van de eigendomsoverdracht van administratieve en logistieke gebouwen van de staat naar de gemeente of meergemeentepolitiezones, en om van daar de huisvesting van de politiediensten uit te breiden naar het aangekochte goed aan de Kasteelstraat 45/47, is van die beoogde overdracht van de politiekazerne niets terecht gekomen en heeft sindsdien verzoekster ervoor gekozen de politiediensten te verhuizen naar het voormalige Belgacomgebouw in de Politieke Gevangenenstraat. In die omstandigheden is de vrees van verzoekster als zou de bestreden beslissing de XII-3934-5\7 realisering van een infrastructuurproject voor de huisvesting van de politiediensten op de Reseco-site kunnen belemmeren, des te minder van aard haar gebleven belang bij het ingestelde beroep te verantwoorden.
  15. Teneinde zich niettemin toch nog het rechtens vereiste belang te zien toegemeten worden, beroept verzoekster zich voor het eerst in een brief van 16 maart 2010 op een gekwalificeerd moreel belang, inzonderheid vanwege de morele schade die de bestreden beslissing beweerdelijk heeft toegebracht doordat ze, zoals in het tweede middel beargumenteerd, afbreuk doet aan de gemeentelijke autonomie. Deze nieuwe invulling van haar belang brengt verzoekster niets bij. Waar immers verzoekster de schending van de gemeentelijke autonomie in het verzoekschrift hierin ziet dat de bestreden beslissing haar “geen andere keuze [laat] dan voormelde beslissing d.d. 18 februari 2002 in te trekken” is reeds hiervoor vastgesteld dat, zoals verwerende partij met grote stelligheid bevestigt, dit kennelijk onjuist is.
  16. De conclusie is dat het beroep moet worden verworpen. Gelet op wat sub 7 en 8 wordt gezegd, is er evenwel reden om de kosten ten laste van verwerende partij te leggen. Volledigheidshalve wijst de Raad van State erop dat ook een verwerpingsarrest gezag van gewijsde heeft, tussen de partijen. Dit gezag van gewijsde strekt zich uit tot de onverbrekelijk met het dictum verbonden motieven. Aldus zal het gezag van gewijsde te dezen verbieden dat verwerende partij, in strijd met de vaststellingen gedaan in de verwerpingsgrond, op enigerlei wijze steun zoekt in de bestreden beslissing, inbegrepen haar motieven, om zich te verzetten tegen toekomstige besluiten van verzoekster met betrekking tot een infrastructuurproject voor de huisvesting van haar politiediensten op het goed aan de Kasteelstraat 45/
  17. XII-3934-6\7 BESLISSING
  18. De Raad van State verwerpt het beroep.
  19. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 juni 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-3934-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.000 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.128.995 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.