id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.078 Rolnummer: A. 196699/XIV-33512 Zaak: Arrest 205078 - Penitentiair recht - 10/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-11 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Arrest nr 205.078 van 10 juni 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.078 van 10 juni 2010 in de zaak A. 196.699/IX-6833 In zake : Timothy VANDAMME bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Leenknecht kantoor houdend te Diksmuide Fabriekstraat 4, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 7 juni 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 2 juni 2010 van de directeur van de gevangenis te Brugge waarbij Timothy Vandamme met onmiddellijke ingang de volgende tuchtstraf wordt opgelegd: vier maanden geen vertrouwensjobs, geen tewerkstelling meer in werkplaats 6bis en mag na één maand ander werk aanvragen voor een andere werkplaats. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 juni 2010, om 14.00 uur. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. IX-6833-1/5 Advocaat Els Leenknecht, die verschijnt voor de verzoeker, en attaché Eva De Cock, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is opgesloten in de gevangenis te Brugge. 3.
- Op 1 juni 2010 wordt tegen hem een rapport aan de directeur opgemaakt over het aantreffen onderaan zijn bed van een paar blauwe sportschoenen die bleken ontvreemd te zijn uit de werkplaats. De verzoeker heeft aan de bewaker bevestigd dat de schoenen daar hingen. Bij voorlopige maatregel wordt hij onmiddellijk uitgesloten van werk. 3.
- Het tuchtverhoor heeft plaats op 2 juni
- De verzoeker verklaart dat de schoenen van zijn broer zijn en dat hij van de diefstal afwist. 3.
- Dezelfde dag legt de directeur van de gevangenis te Brugge aan de verzoeker de bestreden tuchtstraf op. De voorlopige maatregel wordt opgeheven en er wordt aan herinnerd dat de verzoeker nog een sanctie lopend heeft tot 28 juni
- Er wordt vastgesteld dat de verzoeker nog in het strikt regime verkeert tot 28 juni
- De bestreden beslissing bevat volgende motieven: “Betrokkene kreeg een ‘Rapport aan Directeur’ voor onrechtmatig bezit Nike sportschoenen van de werkplaats Betrokkene ontkent dat hij de diefstal zelf pleegde, hij bekende wel dat hij op de hoogte was van het feit dat zijn broer de diefstal had gepleegd en hij heeft meegeholpen om de goederen te verbergen. Betrokkene is verplicht het personeel op de hoogte te brengen van deze feiten. Betrokkene dient het reglement te respecteren en alle instructies van het personeel op te volgen. Ook hij diende te weten dat diefstal vanuit de werkplaatsen niet getolereerd kan worden door zijn stilzwijgen kon zijn celgenoot de diefstallen verder plegen en draagt hij ook op zijn minst enige verantwoordelijkheid hiervoor.” IX-6833-2/5 Met een afzonderlijke “mededeling” wordt aan de verzoeker ook ter kennis gebracht dat hij gemuteerd wordt naar een andere afdeling binnen hetzelfde regime. IV. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerleg- ging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat de zaak hoogdringend is. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel Uiteenzetting
- De verzoeker zet uiteen dat hij gedurende een maand zijn werk kwijt is, dat hij vier maanden geen vertrouwensjob mag uitoefenen en dat hij niet meer mag werken in werkplaats 6bis. Hij kan op korte termijn zijn plaats bovenaan de wachtlijst voor gevangenisarbeid niet terug innemen. Nochtans is een tewerkstel- ling belangrijk voor een gevangene omdat het een zinvolle tijdsbesteding mogelijk maakt en een inkomen genereert dat voor hem noodzakelijk is om zijn leven in de gevangenis normaal te laten verlopen, nu hij van buitenuit geen financiële hulp krijgt om de nodige zaken aan te kopen. De onmogelijkheid om vier maanden geen vertrouwensfunctie te mogen uitoefenen belet dat hij door de uitoefening van een mooie functie een zeker krediet bij de directie verkrijgt en heeft een invloed op zijn dossier voorwaardelijke invrijheidstelling. Beoordeling
- Met de bestreden tuchtstraf wordt de verzoeker een aantal gunsten ontnomen. Aangezien het precies de bedoeling van een tuchtstraf is om de betrokkene te straffen voor zijn gedrag is het nadeel dat met het afnemen van de gunsten verbonden is op zich niet als een ernstig nadeel te beschouwen. IX-6833-3/5 Om een schorsing te rechtvaardigen moet de verzoeker aantonen dat het nadeel dat hij ondergaat dermate ernstig is dat hij niet kan wachten op een arrest ten gronde omdat op dat ogenblik het nadeel dat hij aanvoert zich definitief gerealiseerd zal hebben, de vernietiging daar niets meer aan kan veranderen en het nadeel hem derhalve blijvend achtervolgt. Het hier aangevoerd nadeel is niet van die aard: dat de verzoeker geen persoonlijke aankopen kan verrichten heeft niet tot gevolg dat hem het gewoon onderhoud in de gevangenis afgenomen wordt; dat hij zich daarmee niet tevreden wil stellen en meer comfort wenst kan, gelet op het voormeld uitgangspunt, niet als een ernstig nadeel in rekening genomen worden; het teloorgaan van het krediet bij de directie kan hij onmiddellijk weer opbouwen en het uitzicht op werk en zelfs op een plaats waar de gevangene een zeker vertrouwen van de verantwoordelijken moet genieten, is hem niet definitief afgenomen; niets belet de verzoeker bij het onderzoek van de mogelijkheid om hem voorwaardelijk in vrijheid te stellen, de betrokken instanties die met de bestreden tuchtmaatregel rekening zouden willen houden, te wijzen op de onwettigheid die volgens hem aan de bestreden beslissing kleeft en op de omstandigheid dat hij de wettigheid daarvan voor de Raad van State betwist.
- Het bestaan van een ernstig nadeel is niet aangetoond. Die vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzake- lijkheid af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. IX-6833-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6833-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.078 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.215.527 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div