id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.127 Rolnummer: A. 187427/IX-5863 Zaak: Arrest 205127 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 14/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Arrest nr 205.127 van 14 juni 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 205.127 van 14 juni 2010 in de zaak A. 187.427/IX-5863 In zake : Ingrid BAECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te Antwerpen Oudeleeuwenrui 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : 1. de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging 2. het SELECTIEBUREAU VAN DE FEDERALE OVERHEID (SELOR) vertegenwoordigd door de afgevaardigd bestuurder bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 11 maart 2008, strekt tot de nietigverkla- ring enerzijds van de “beslissing van 12 november 2007” waarbij Ingrid Baeck niet geslaagd verklaard wordt voor de laatste mondelinge proef voor de selectie van commissarissen-analist bij het ministerie van Defensie en anderzijds van de beslissing(
- en)van ongekende datum om de geslaagden in de betrokken vergelijken- de proef toe te laten tot de stage voor de functie van commissaris-analist. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 185.279 van 10 juli 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. IX-5863-1/13 De verzoekster heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De tweede verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 mei 2010. Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Reglementering en feiten 3.1. Volgens de verklaring van de verzoekster is zij tot 1992 beroepsofficier in het Belgisch leger, werkt zij nadien in de privé-sector, wordt zij in 2000 op het stafdepartement Inlichting en Veiligheid van het ministerie van Defensie aangenomen als contractueel analist en is zij, met behoud van haar contractueel statuut, sedert begin 2006 woordvoerster van het ministerie van Defensie. IX-5863-2/13 3.2. In het Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2003 wordt het koninklijk besluit van 7 juli 2003 houdende het statuut van bepaalde burgerlijke ambtenaren van het stafdepartement Inlichting en Veiligheid bekendgemaakt. Dat besluit is onder meer van toepassing op de commissarissen-analist van de divisie inlichting (artikel 1). Naar luid van artikel 12, moet een gegadigde, om benoemd te worden in de betrekking van commissaris-analist, onder meer batig gerangschikt worden na een vergelijkende selectie. Afdeling II van hoofdstuk V (“De aanwerving”) bepaalt met betrekking tot de vergelijkende selecties wat volgt: “Afdeling II. - De vergelijkende selecties Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 13. De programma's en nadere regelen inzake de vergelijkende selecties worden door de minister van Landsverdediging vastgesteld met de instemming van de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid. Art. 14. De proeven worden georganiseerd door de onderstafchef inlichtin- gen en veiligheid. De Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid houdt toezicht op het verloop ervan. Art. 15. De kandidaten die geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie behouden het voordeel van hun uitslag gedurende drie jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal van afsluiting van die vergelijkende selectie. Op voorstel van de hoofdcommissaris kan de Minister van Landsverdedi- ging de duur van de geldigheid van de reserve van geslaagden met één jaar verlengen. Deze verlenging is hernieuwbaar. Onderafdeling II - De selectiecommissie Art 16. Voor de vergelijkende selecties tot de graden van inspecteur, commissaris-analist en commissaris, wordt een selectiecommissie ingesteld bestaande uit een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling. De leden van deze afdelingen behoren tot het taalstelsel van de kandidaten die ze evalueren. Art. 17. De selectiecommissie bestaat uit : 1/ de directeur-generaal human resources van het Ministerie van Landsver- dediging of zijn gemachtigde; 2/ de onderstafchef inlichtingen en veiligheid of zijn gemachtigde die een personeelslid in actieve dienst moet zijn; 3/ een gemachtigde van de Afgevaardigd bestuurder van het Selectiebureau van de Federale Overheid; 4/ de hoofdcommissaris of de adjunct-hoofdcommissaris of bij hun ontstentenis een ambtenaar van de divisie inlichting of van de divisie veilig- heidsinlichting - naargelang de selectie betrekking heeft op de divisie inlichting of op de divisie veiligheidsinlichting - die ten minste de graad van afdelings- commissaris of afdelingscommissaris-analist voert; 5/ de chef van de divisie inlichting of de chef van de divisie veiligheidsin- lichting of hun gemachtigde, naargelang de selectie betrekking heeft op de divisie inlichting of op de divisie veiligheidsinlichting. De selectiecommissie wordt voorgezeten door de directeur-generaal human resources van het Ministerie van Landsverdediging. IX-5863-3/13 Het secretariaat van de selectiecommissie wordt toevertrouwd aan de chef van de divisie personeel van de algemene directie human resources die zich kan laten bijstaan door een ambtenaar van niveau 1 die hij aanwijst. Art. 18. De selectiecommissie keurt de criteria van beoordeling der selectiegedeelten goed, onderzoekt de uitslagen van elk selectiegedeelte en beraadslaagt erover bij meerderheid van stemmen. De selectiecommissie stelt haar inwendig reglement op en legt het voor aan de goedkeuring van de Minister van Landsverdediging. Onderafdeling III - De psychotechnische tests Art. 19. Behalve de proeven bedoeld in artikel 13 omvat de vergelijkende selectie voor werving psychotechnische tests, die uit een gestandaardiseerd gedeelte en een mondeling gedeelte bestaan. Er wordt een selectiecommissie ingesteld voor het mondeling gedeelte van de psychotechnische tests. Deze commissie bestaat uit een selectieadviseur van het Selectiebureau van de Federale Overheid, twee burgerlijke ambtenaren van het stafdepartement inlichtingen en veiligheid bekleder van ten minste de graad van commissaris, of commissaris-analist, aangewezen door de hoofdcommissa- ris, en van een hoofdofficier aangewezen door de onderstafchef inlichtingen en veiligheid. De leden van deze selectiecommissie behoren tot het taalstelsel van de kandidaten die ze evalueren. De uitslag behaald voor de psychotechnische tests wordt door het Selectie- bureau van de Federale Overheid na elk gedeelte aan de kandidaat medege- deeld. Deze uitslag wordt in aanmerking genomen voor de rangschikking van de kandidaten, die ten minste 12 punten op 20 moeten halen op(
- m)te slagen.” Artikel 17 is gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juni 2007, maar die wijzigingen zijn niet relevant voor de onderhavige zaak. 3.3. Met het ministerieel besluit van 8 juli 2005 betreffende de vergelijkende selecties voor werving en voor overgang naar het hogere niveau van bepaalde burgerlijke ambtenaren van het stafdepartement Inlichting en Veiligheid (hierna: het ministerieel besluit van 8 juli 2005) wordt het koninklijk besluit van 7 juli 2003 uitgevoerd. Luidens artikel 1 bevatten de vergelijkende selecties voor werving schriftelijke en mondelinge beroepsproeven. Luidens artikel 3, derde lid, zijn de inhoud, het doel, de duur en het maximale cijfer van elke proef voor de vergelijkende selectie voor werving van commissarissen-analist bepaald in bijlage D bij het besluit. Die bijlage luidt: “PROEVEN VOOR DE VERGELIJKENDE SELECTIE VOOR WERVING VAN COMMISSARIS-ANALISTEN IX-5863-4/13 Inhoud Duur Maximaal Doel cijfer Proef over de Maximum 20 De elementaire taalkennis van het Frans evalueren aan taalkennis van 2 uur de hand van het taalexamen, bedoeld in artikel 8 van het de tweede koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van landstaal de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966. Proef over de Maximum 80 De geschiktheid evalueren inzake synthese, analyse en algemene 4 1/2 uur kritische beoordeling van een in de vorm van een uit- vorming eenzetting voorgesteld(...) onderwerp van algemene aard. Analyseproef Maximum 20 De geschiktheid evalueren inzake organisatie, 3 uur analyse en integratie van de informatie, op basis van een testcase. Voor deze proef werken de kandidaten op basis van tijdens de proef geleverde schriftelijke informatie. Mondelinge 45 minuten 40 De motivatie voor de functie en de vaardigheden speci- proef fiek voor de functie evalueren, op basis van : - de bespreking van een testcase*; - een onderhoud met het doel om de functionele taalkennis van het Engels te testen. * de schriftelijke voorbereiding van de testcase gebeurt tegelijkertijd met de analyseproef en duurt maximum 1 uur. Rangschikking In geval van gelijkheid van de punten worden de ex aequo geslaagden gerangschikt op basis van de behaalde resultaten bij de mondelinge proef. Indien de gelijkheid van de punten voortduurt, worden de ex aequo geslaagden gerangschikt op basis van de behaalde resultaten bij de proef over de algemene vorming. Indien de gelijkheid van de punten voortduurt, worden de ex aequo geslaagden gerangschikt op basis van de behaalde resultaten bij de analyse- proef.” Luidens artikel 5 is elke proef “uitsluitend” en is de kandidaat “die een cijfer van ten minste zestig procent heeft behaald voor de mondelinge proef geslaagd”. De artikelen 11 en 12 luiden als volgt : “Art. 11. § 1. Rekening houdend met de bijzondere bevoegdheden van haar leden wijst de voorzitter van de selectiecommissie twee leden van de commissie aan die een of meerdere schriftelijke proeven corrigeren. De in het eerste lid bedoelde leden van de commissie geven individueel een cijfer aan elke kandidaat. § 2. Alle leden van de commissie wonen de mondelinge proeven bij en geven individueel een cijfer aan elke kandidaat. § 3. Na afloop van de mondelinge proef delibereert de commissie op basis van de cijfers bedoeld in de §§ 1 en 2. IX-5863-5/13 De commissie kan slechts op geldige wijze delibereren in aanwezigheid van de voorzitter en van de meerderheid van de leden. De aanwezigheid van de leden die de schriftelijke proeven hebben gecorrigeerd is evenwel vereist. De beslissingen worden genomen met meerderheid van stemmen. In geval van gelijkheid van stemmen, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Art. 12. De voorzitter van de commissie deelt de beslissingen mee aan de onderstafchef inlichtingen en veiligheid. De onderstafchef inlichtingen en veiligheid betekent aan de kandidaten, bij een ter post aangetekende brief : l/ hun eindresultaat en hun plaats in de rangschikking; 2/ hun al dan niet aanvaarding voor de stage.” 3.4. In het Belgisch Staatsblad van 22 december 2006 wordt de samenstelling van een wervingsreserve voor de werving van Nederlandstalige commissarissen-analist bekendgemaakt. De verzoekster schrijft zich in om deel te nemen aan de selectieproeven. 3.5. Met een brief van 22 augustus 2007 wordt de verzoekster uitgenodigd om op 3 september 2007 deel te nemen aan het mondelinge gedeelte van de psychotechnische test. Blijkens die brief legde zij het gestandaardiseerd gedeelte reeds af op 28 juni 2007. 3.6. Met een brief van 24 september 2007 wordt aan de verzoekster meegedeeld dat zij met succes het mondelinge gedeelte van de psychotechnische test heeft afgelegd en dat zij 16 punten op 20 behaalde. In bijlage wordt een brief van dezelfde datum gevoegd, waarmee zij wordt uitgenodigd om op 17 oktober 2007 deel te nemen aan de mondelinge proef (evaluatie van de motivatie en de specifieke vaardigheden voor de functie op basis van
(1)de bespreking van een testcase en
(2)een onderhoud met het doel de functionele taalkennis van het Engels te testen). 3.
- Blijkens de “motivatiefiche mondeling” met betrekking tot de verzoekster : - behaalt zij voor “motivatie” een score van 3 op
- Die score wordt gemotiveerd als volgt: “wil communicatie-experte worden, solliciteert voor een functie die nog niet bestaat, wil vooral statutair worden. Statutair worden is ingangspoort. De betrokkene solliciteert niet voor deze functie, wel omwille van de gemiste carrièremogelijkheden”; - behaalt zij voor “functionele taalkennis van het Engels” een score van 1,5 op
- Die score wordt gemotiveerd als volgt: “verschillende fouten”; IX-5863-6/13 - is de rubriek “voorstelling van het dossier - analyseproef (generieke competen- ties)” onderverdeeld in de rubrieken “resultaatgerichtheid”, “zichzelf ontwikke- len” en “contacten leggen”; - behaalt zij voor “resultaatgerichtheid” een score van 2,5 op
- Die score is gemotiveerd als volgt: “de kandidate is snel tevreden; het resultaat (presentatie) was slechts een opsomming van punten; de kandidaat gaat gedetailleerd te werk en zou nog gedetailleerder te werk gaan”; - behaalt zij voor “zichzelf ontwikkelen” een score van 2 op
- Die score wordt gemotiveerd als volgt: “de kandidaat toont veel frustratie door de ‘misstap’ die ze heeft genomen; ze wil vooral meer macht en de schade inhalen die haar carrière geleden heeft; ze zou ‘deputee’ willen worden, de functie bestaat nog niet”; - behaalt zij voor “contacten leggen” een score van 3,5 op
- Die score wordt gemotiveerd als volgt: “de kandidaat spreekt experts aan bij acute problemen; ze is de spreekbuis van Defensie; ze kan geen vertrouwen wekken; de kandidate gebruikt contacten, kan ze gebruiken door de macht verbonden aan haar rol”; - is de eindconclusie dat zij met 12,5 punten op 25 (20 op 40), niet geslaagd is. Die eindconclusie wordt gemotiveerd als volgt: “solliciteert niet voor deze func- tie(-inhoud); de kandidate is niet sterk resultaatgericht en scoort zwak op de competentie ‘zichzelf ontwikkelen’; de competentie ‘contacten leggen’ is sterker ontwikkeld.” 3.
- Met een brief van 12 november 2007 deelt de Chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid aan de verzoekster mee dat zij niet geslaagd is voor de laatste mondelinge proef, dat zij 20 punten op 40 behaalde terwijl het vereiste minimum 24 punten op 40 was, dat haar kandidatuur dus niet wordt weerhouden en dat zij zich, indien zij bijkomende informatie wenst in verband met deze selectie, schriftelijk kan richten tot SELOR. 3.
- Met een e-mailbericht van 4 december 2007 richt de verzoekster zich tot SELOR met de vraag wie van de vijf juryleden, op het ogenblik van het afnemen van de proef om de functionele taalkennis van het Engels te evalueren, over de wettelijk erkende kennis van het Engels beschikte. Met een brief van 13 december 2007 antwoordt SELOR dat in België geen attesten “wettelijke erkende kennis Engels” worden afgeleverd en dat bijgevolg niemand van de jury over een dergelijk attest beschikte. IX-5863-7/13 Met een e-mailbericht van 4 februari 2008 deelt de verzoekster aan SELOR mee dat zij van mening is dat er, vermits de kennis van het Engels werd geëvalueerd en er hiervoor blijkbaar geen jurylid bevoegd was, een procedurefout werd gemaakt en dat zij derhalve een klacht zal indienen bij de Raad van State. IV. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
- De verzoekster duidt als eerste voorwerp van haar vordering de in randnummer 3.
- vermelde mededeling van 12 november 2007 van de Chef van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid aan. De beslissing waarbij zij niet geslaagd verklaard is voor de mondelinge proef is evenwel op 17 oktober 2007 genomen door de selectiecommissie. Het eerste voorwerp van de vordering wordt in die zin heromschreven. V. Ontvankelijkheid van het beroep
- Als tweede voorwerp van haar beroep duidt de verzoekster de beslissing aan om de geslaagden in de vergelijkende proef toe te laten tot de stage voor de functie van commissaris-analist. Daargelaten de vraag of er intussen geslaagden van de betrokken vergelijkende proef tot de stage toegelaten zijn, is het in ieder geval zo dat de verzoekster slechts belang heeft bij de vernietiging van deze (eventuele) beslissing in de mate dat de eerste bestreden beslissing van 17 oktober 2007 waarbij zij niet geslaagd verklaard wordt voor de laatste mondelinge proef, vernietigd wordt. Enkel in dat geval bestaat immers de mogelijkheid voor de verzoekster om, na het hernemen van de selectieprocedure, toegelaten te worden tot de bedoelde stage. VI. Onderzoek van de middelen A. Derde middel Standpunt van de partijen
- In een derde middel voert de verzoekster de schending aan van het zorgvuldigheids- en het redelijkheidsbeginsel, in samenhang met de schending van de formele en de materiële motiveringsplicht. Zij betoogt dat er, wat de mondelinge IX-5863-8/13 beroepsproef betreft, geen score opgegeven is voor de verschillende deelproeven en dat zij bijgevolg niet weet of zij een onvoldoende haalde voor het onderdeel “testcase” of voor het onderhoud in het Engels of voor beide. Voorts meent zij dat de selectiecommissie in redelijkheid haar geen 20 punten op 40 kon toekennen. Enerzijds gebruikte zij als woordvoerster en voorheen op haar dienst geregeld het Engels zodat het vreemd zou zijn indien haar verweten zou worden die taal onvoldoende te beheersen, en bovendien blijkt nergens uit dat de leden van de selectiecommissie zelf over de functionele kennis van het Engels beschikten om dit te beoordelen. Anderzijds is het evenzeer onwaarschijnlijk dat zij op de testcase - spreken in het openbaar- een onvoldoende zou behaald hebben, omdat zij woordvoerster is van Defensie en daarover zelfs onderwezen heeft. Los van die twee gegevens kan een onvoldoende volgens de verzoekster enkel steunen op haar beoordeling voor de factor “motivatie”. Evenwel, een ondervraging in dat kader is geen kennisproef, zodat het resultaat niet gezocht kan worden in de toegekende punten alleen, en er is te dien aanzien geen bijkomende motivering gegeven, voegt zij daaraan toe.
- De verwerende partij antwoordt dat de mondelinge proef niet uit deelproeven bestond, zodat er kon worden volstaan om aan de verzoekster één score toe te kennen. De proef bevatte wel een aantal onderdelen, maar het haar niet ter kennis brengen van de punten voor die onderdelen houdt geen onzorgvuldigheid in die de wettigheid van de eerste bestreden beslissing aantast. De verzoekster heeft volgens de verwerende partij overigens alleen om uitleg gevraagd over de wettelijke kennis van het Engels van de examinatoren en dus mocht het bestuur ervan uitgaan dat de beslissing voor haar voldoende duidelijk was. In ieder geval meent de verwerende partij dat de eerste bestreden beslissing terdege gemotiveerd is: er wordt vastgesteld dat om te slagen minstens 24 punten op 40 behaald moeten worden en dat de verzoekster 20/40 behaalde. Die motieven zijn juist, concreet en pertinent en laten de verzoekster toe de beslissing te begrijpen. De punten die de verzoekster behaalde zijn het resultaat van de optelling van de punten voor elk onderdeel van de proef en het bestuur is niet verplicht de motieven van de motieven kenbaar te maken. In verband met de redelijkheid van de toegekende punten, kan volgens de verwerende partij vastgesteld worden dat de verzoekster voor de kennis van het Engels 1,5 op 2 behaalde -de op één na maximumscore- en dat zij voor het tweede onderdeel -voorstelling van het dossier/analyseproef- met 8 punten op 15 eveneens een voldoende behaalde. Zij behaalde voor het onderdeel “motivatie” 3 punten op 8 omdat de selectiecommissie moest vaststellen dat zij geen bijzondere interesse had IX-5863-9/13 voor de functie, maar slechts solliciteerde om statutair ambtenaar te kunnen worden. Het geringe puntenaantal voor dit “fundamenteel onderdeel” van de proef kan volgens de verwerende partij om die reden niet onredelijk genoemd worden.
- De verzoekster repliceert, wat de schending van de formele motiveringsplicht betreft, dat de overheid in haar beslissing zelf, zoals meegedeeld aan de betrokkene, haar motieven kenbaar moet maken en dat deze dus niet achteraf uit het dossier of uit de procedurestukken mogen blijken, noch is het aan de betrokkene om er om te vragen. De verzoekster acht het onbegrijpelijk dat de verwerende partij geen kopie van de individuele motivatiefiche heeft meegezonden, nu zij die zelf als de eerste bestreden beslissing kwalificeert, daarmee toegevend dat de aan de verzoekster ter kennis gebrachte beslissing formeel niet gemotiveerd was. Na kennisname van het administratief dossier, bleek volgens de verzoekster uit de motivatiefiche dat de deelproef Engels op 2 werd gequoteerd en de testcase op 23 en dat zij respectievelijk 1,5/2 en 11/23 behaalde. De testcase was voorts onderverdeeld in een onderdeel motivatie op 8, een onderdeel resultaatsge- richtheid op 5, een onderdeel zelfontwikkeling op 5 en een onderdeel contacten leggen op
- Zij behaalde respectievelijk 3/8, 2,5/5, 2/5 en 3,5/
- Aldus behaalde zij 12,5 op 25 voor de mondelinge proef, zijnde 50% of 20/
- In haar laatste memorie voegt de verzoekster hier aan toe dat zij een beslissing heeft gekregen waarbij zij niet geslaagd werd verklaard omdat zij 20/40 heeft behaald terwijl dit 24/40 diende te zijn. Een verdere verduidelijking volgde er niet en dit terwijl de selectieprocedure duidelijk niet alleen uit kennisproe- ven bestond. Een verdere concretisering was volgens haar dan ook essentieel. Zij wijst er op dat slechts naar aanleiding van het indienen van haar verzoekschrift tot schorsing en nietigverklaring, zij via het administratief dossier kennis kon nemen van de motivatiefiche met betrekking tot haar mondelinge proef. Beoordeling
- De verzoekster roept de schending in van de formele motiverings- plicht. De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen verplichten de overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op een “afdoende” wijze. Het afdoende karakter van de IX-5863-10/13 motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de voormelde wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, derwijze dat blijkt, of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die gegevens correct heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden.
- De verzoekster is niet geslaagd omdat zij 20/40 behaald heeft voor de mondelinge beroepsproef en dat is haar ook ter kennis gebracht. In casu blijkt uit het selectiereglement en de uitnodiging tot deelname aan de mondelinge proef dat dit mondeling gedeelte tot doel had de motivatie en de specifieke vaardigheden voor de functie te evalueren, op basis van de bespreking van een testcase en een onderhoud om de functionele taalkennis van het Engels te testen. Uit de individuele motivatiefiche blijkt dat van de 25 toe te kennen punten voor die proef (die nadien werd gebracht op 40 punten) het criterium “motivatie” gequoteerd wordt op 8 punten en de “generieke competenties” op 15 punten. Die “generieke competenties” bestaan uit de criteria “resultaatgerichtheid”, “zichzelf ontwikkelen” en “contacten leggen”, die elk op 5 punten worden gequoteerd. De mondelinge proef waaraan de verzoekster heeft deelgenomen, kan dan ook bezwaarlijk als kennisproef aang- emerkt worden. De selectiecommissie doet immers meer dan nagaan of de kandidaten een bepaalde technische kennis binnen hun vakgebied bezitten en zij beschikt bij de globale beoordeling over een ruime appreciatiebevoegdheid. In een dergelijk geval kan het puntenaantal op zich de examenuit- slag niet deugdelijk onderbouwen, maar moeten de punten nader verantwoord worden. Te dezen betekent dit dat de selectiecommissie een verantwoording van haar punten moet kunnen geven. Die verantwoording moet afdoende zijn. Opdat voldaan zou zijn aan de verplichtingen volgend uit de wet van 29 juli 1991 moest de verzoekster ook in kennis gesteld worden van die verantwoording. IX-5863-11/13 Uit geen enkel stuk van het administratief dossier blijkt echter dat de verzoekster ook maar enige toelichting zou hebben gekregen bij haar puntenaan- tal. De verwerende partij betwist dit ook niet. De formele motiveringsplicht is dan ook geschonden.
- De formele motiveringsplicht impliceert dat de motieven uit de beslissing zelf moeten blijken. Wel kan worden aangenomen dat aan de doelstelling van de formele motiveringsplicht is voldaan, om de betrokkene een zodanig inzicht te geven in de motieven van de beslissing dat zij met kennis van zaken kan uitmaken of het zinvol is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden, indien de betrokkene desgevallend langs enige andere weg kennis heeft gekregen van de motieven waarop de beslissing is gesteund, ook al worden die motieven dan niet in de beslissing zelf veruitwendigd. De betrokkene heeft er dan geen belang bij in een annulatieberoep dat hij tegen die beslissing bij de Raad van State instelt, de schending van de formele motiveringsplicht aan te voeren. Te dezen blijkt niet dat de verzoekster op het ogenblik dat zij het voorliggende beroep tot nietigverklaring indiende een voldoende duidelijke, precieze en zekere kennis had van de motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
- De omstandigheid dat de verwerende partij aan de verzoekster de mogelijkheid heeft geboden om meer inlichtingen te bekomen over de redenen waarom zij niet geslaagd is, doet aan de vastgestelde schending van de formele motiveringsplicht geen afbreuk. Deze mogelijkheid tot feedback, die wordt georganiseerd nadat de beslissing is genomen en aan de betrokkene is meegedeeld, kan niet eraan verhelpen dat geenszins is voldaan aan het vereiste dat de motieven uit de beslissing zelf blijken. De aanpak van het bestuur waarbij de mededeling van de motieven afhankelijk wordt gemaakt van het initiatief van de betrokkene is niet bestaanbaar met de formele motiveringsplicht.
- Het middel is gegrond. IX-5863-12/13 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt enerzijds “de beslissing van 12 november 2007” van de selectiecommissie waarbij Ingrid Baeck niet geslaagd verklaard wordt voor de laatste mondelinge proef voor de selectie van commissarissen- analist bij het ministerie van Defensie en anderzijds de beslissing(en) van ongekende datum om de geslaagden in de betrokken vergelijkende proef toe te laten tot de stage voor de functie van commissaris-analist.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5863-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.127 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.185.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div