id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.129 Rolnummer: A. 192186/IX-6317 Zaak: Arrest 205129 - Varia (justitie) - 14/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:52 Fiche Arrest nr 205.129 van 14 juni 2010 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 205.129 van 14 juni 2010 in de zaak A. 192.186/IX-6317 In zake : Piotr CIOK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wendy Decherf kantoor houdend te Kessel-Lo Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te Kortenberg Veldstraat 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 10 april 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van het besluit van de minister van Justitie van 23 februari 2009 aangaande de overbrenging van Piotr Ciok naar Polen met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. IX-6317-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juni
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wendy Decherf, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Het bestreden besluit van de minister van Justitie van 23 februari 2009 luidt als volgt: “[...] Gelet op het arrest dd. 09.03.2007 van het Hof van Assisen te Antwerpen, waarbij de Poolse onderdaan Piotr CIOK, geboren op 12.07.1973 en momenteel gedetineerd in de gevangenis van Leuven-Centraal, veroordeeld werd tot een levenslange gevangenisstraf wegens moord; Gelet op het feit dat Piotr CIOK geen recht heeft op verblijf in België en niet valt onder een van de categorieën bedoeld in artikel 21 van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op het positief advies van de heer Procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Brussel; Gelet op het proces-verbaal betreffende het advies van de betrokkene dd. 27.03.2008; Gelet op het schrijven dd. 22 januari 2009 waarmee de Poolse autoriteiten hun akkoord meedelen aangaande de overbrenging van betrokkene; Gelet op het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen, gesloten te Straatsburg op 18 december 1997 en in werking getreden op 01.06.2000 voor wat Polen betreft; IX-6317-2/6 Gelet op de wet van 26 mei 2005 tot wijziging van de wet van 23 mei 1990 inzake de tussenstaatse overbrenging van gevonniste personen; BESLUIT Enig artikel : De Poolse onderdaan Piotr CIOK, zal overgebracht worden naar Polen met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf uitgesproken bij bovengenoemd arrest. [...]” 3.
- Op 3 maart 2009 wordt het bestreden besluit ter kennis gebracht van de verzoeker. 3.
- Bij dagvaarding van 25 maart 2009 stelt de verzoeker een burgerlijk kort geding in bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel. Diezelfde dag was de verzoeker reeds aan de Poolse autoriteiten overgedra- gen. 3.
- Bij beschikking van 14 april 2009 verklaart de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zich zonder rechtsmacht om van de vordering kennis te nemen. IV. Rechtsmacht van de Raad van State Standpunt van de partijen
- De verwerende partij laat gelden dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen tegen beslissingen van de uitvoerende macht waarbij deze rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de strafrechter. Sommige beslissingen van de minister van Justitie, zoals die inzake voorlopige invrijheidstelling, de weigering van penitentiair verlof en beslissingen inzake internering, zijn regeringsdaden die omwille van hun specifiek beleidsmatig karakter en het grondwettelijk principe van de scheiding der machten aan het rechterlijk toezicht onttrokken zijn. Een beslissing in verband met de uitvoering van een gevangenisstraf is een dergelijke beleidsmatige beslissing. Te dezen wordt een beslissing genomen in verband met de plaats van uitvoering van het arrest van het Hof van Assisen te Antwerpen. IX-6317-3/6 Krachtens artikel 40, tweede lid, van de Grondwet, en onverlet artikel 157, vierde lid, ervan, behoort de bevoegdheid om de straffen uitgesproken door de hoven en rechtbanken ten uitvoer te leggen aan de uitvoerende macht, zodat de tussenkomst van de rechterlijke macht in de strafuitvoering uitgesloten is. Het gaat te dezen om de loutere strafuitvoering en de wijze waarop deze dient te geschieden. Dergelijke beslissing is door de Grondwet aan de rechterlijke macht onttrokken en behoort tot de soevereine beoordeling van de uitvoerende macht. De verwerende partij besluit dat in zoverre zij rechtstreeks meewerkt aan de uitvoering van vonnissen en arresten van de justitiële rechter, zulks als een regeringsdaad moet worden aangezien en de beslissing terzake niet vatbaar is voor beroep bij de Raad van State.
- De verzoeker antwoordt in zijn memorie van wederantwoord en zijn laatste memorie hierop dat bij de betekening van de bestreden beslissing expliciet melding is gemaakt van de wetsbepalingen die in de mogelijkheid voorzien om bij de Raad van State tegen die beslissing beroep tot nietigverklaring in te stellen. Het zou derhalve manifest in strijd zijn met die wetsbepalingen en een flagrante miskenning van het recht van verdediging wanneer de Raad van State geen kennis zou kunnen nemen van het beroep. Beoordeling
- Krachtens artikel 40, tweede lid, van de Grondwet, en onverlet artikel 157, vierde lid, ervan, behoort de bevoegdheid om de straffen uitgesproken door de hoven en rechtbanken ten uitvoer te leggen aan de uitvoerende macht. De wijze waarop de uitvoerende macht een gevangenisstraf ten uitvoer legt, kadert in de rechtstreekse medewerking van het bestuur aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf waartoe de gedetineerde door de justitiële rechter veroordeeld werd en waarop, zoals de Raad van State heeft aangenomen in het arrest nr. 150.550 van 24 oktober 2005 inzake Remysen en in het arrest nr. 201.053 van 18 februari 2010 inzake Snauwaert, de rechterlijke macht toezicht houdt. De beslissingen van de uitvoerende macht daaromtrent vallen alzo buiten de rechtsmacht van de Raad van State. De omstandigheid dat dergelijke beslissingen regeringsdaden zouden zijn zoals de verwerende partij beweert, is te dezen dan ook niet de reden van het gebrek aan rechtsmacht van de Raad van State. IX-6317-4/6
- De wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen maakt het mogelijk dat vreemdelingen die in België tot een gevangenisstraf werden veroordeeld, onder bepaalde voorwaarden hun straf in het land van herkomst ondergaan. De overbrenging naar het buitenland vormt aldus een modaliteit van de vrijheidsstraf waartoe de betrokkene veroordeeld werd. Te dezen houdt de overbrenging van de verzoeker naar Polen met het oog op de verdere uitvoering van zijn straf aldus een rechtstreekse medewerking in aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf waartoe hij door het Hof van Assisen te Antwerpen veroordeeld werd. Uit de aard van de bestreden beslissing volgt derhalve dat de Raad van State geen rechtsmacht heeft om van het vernieti- gingsberoep kennis te nemen.
- De omstandigheid dat bij de betekening van de bestreden beslissing verkeerdelijk melding werd gemaakt van de mogelijkheid om tegen die beslissing beroep tot nietigverklaring in te stellen, heeft niet tot gevolg dat de Raad van State van de vordering kennis kan nemen. Aangezien de verzoeker door die mededeling in dwaling kan zijn gebracht, dienen de kosten van het geding evenwel ten laste van de verwerende partij te worden gelegd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6317-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6317-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.129 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div