← België

Arrest 205133 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 14/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.133 Rolnummer: A. 162580/IX-4901 Zaak: Arrest 205133 - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan - 14/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:53 Fiche Arrest nr 205.133 van 14 juni 2010 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korps - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.133 van 14 juni 2010 in de zaak A. 162.580/IX-4901 In zake : Tatiana ROGIER wonend te Oosterzele-Balegem Lijsterstraat 12 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 mei 2005, strekt tot de nietigverklaring van de benoemingen tot adjudant-chef en van het besluit van het bevorderingscomité waarbij Tatiana Rogier niet batig wordt gerangschikt voor de bevordering tot adjudant-chef
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 154.242 van 30 januari 2006 worden de debatten heropend en wordt de zaak volgens de gewone procedure voortgezet. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekster ter kennis gebracht op 5 november
  4. Op 11 maart 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. IX-4901-1/3 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juni
  5. Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht. Verzoekster en kapitein Valéry De Saedeleer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Beoordeling
  7. Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. Dat verslag is aan de raadsman, bij wie de verzoekster oorspronkelijk woonplaats gekozen had, betekend op 5 november
  8. Uit de door de verzoekster overgelegde gegevens blijkt dat de betrokken raadsman haar op 10 november 2009 heeft laten weten dat hij in de zaak niet meer voor haar optrad en dat zij de mogelijkheid had om een laatste memorie in te dienen. De verzoekster heeft met een op 4 december 2009 niet-aangetekend verzonden brief aan de griffie medegedeeld dat zij niet verwittigd werd van de stopzetting, door haar raadsman, van zijn mandaat. IX-4901-2/3 Daargelaten de vraag of die brief als een laatste memorie bedoeld is, wordt te dezen vastgesteld dat de brief van 4 december 2009 niet voldoet aan de vereiste van artikel 84, eerste lid, van het procedurereglement, dat de partijen verplicht om de procedurestukken met een aangetekende brief aan de Raad van State te bezorgen. De hoofdgriffier heeft de verzoekster medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
  9. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  10. De verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-4901-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.133 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.154.242 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.