id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.135 Rolnummer: A. 193650/IX-6476 Zaak: Arrest 205135 - Bijdragen sociale zekerheid - 14/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:53 Fiche Arrest nr 205.135 van 14 juni 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Bijdragen sociale zekerheid Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.135 van 14 juni 2010 in de zaak A. 193.650/IX-6476 In zake : Hameeda SYED bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mario Vandevelde kantoor houdend te Merchtem Kouter 60 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 13 augustus 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van de Directie-generaal Zelfstandigen van de FOD Sociale Zekerheid van 10 juni 2009 in zoverre de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse voorlopige bijdragen voor 4/2005 tot en met 3/2007 onontvankelijk wordt verklaard, de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse voorlopige bijdragen van 4/2007 tot en met 1/2008-4/2008 wordt geweigerd, de aanvraag tot vrijstelling voor de driemaandelijkse bijdrage voor 1/2009 wordt geweigerd en de aanvraag voor de vrijstelling voor de driemaandelijkse regularisatiebijdrage van 3/2005 tot en met 4/2006 wordt geweigerd . II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 198.101 van 23 november 2009 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het genoemde arrest is op 5 december 2009 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. IX-6476-1/3 Op 22 februari 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. Met een brief van 8 maart 2010 vraagt de verzoekende partij om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juni
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Adjunct-auditeur Ines Martens, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft te dezen een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op woensdag 6 januari 2010, d.i. buiten de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing is verworpen. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van IX-6476-2/3 de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. Zij is niet ter zitting verschenen. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6476-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.135 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.101 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div