← België

Arrest 205196 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.196 Rolnummer: A. 191364/X-14073 Zaak: Arrest 205196 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 15/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-24 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 04:53 Fiche Arrest nr 205.196 van 15 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 205.196 van 15 juni 2010 in de zaak A. 191.364/X-14.

  1. In zake: Marc VERSTRAETE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jo Goethals en Antoon Lust kantoor houdend te 8310 BRUGGE Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 GENT Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 6 februari 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 21 november 2008 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 december 2008, “meer bepaald voor wat betreft ‘artikel 38 - gebied voor overslag’ van ‘het deelgebied 11 - watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselaere’”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. X-14.073-1/11 De verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 mei
  4. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Paul Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest gedeeltelijk eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoeker is eigenaar van een aantal percelen gelegen te Roeselare, kadastraal bekend sectie A, nrs. 79/d, 81/a, 82, 83/a, waarop twee kantoorgebouwen staan. De voormelde percelen zijn volgens het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgestelde gewestplan Roeselare-Tielt gelegen in gebied voor watergebonden bedrijventerrein. 3.
  7. Het voorontwerp van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” wordt in september 2006 voor een eerste keer besproken in plenaire vergadering. Na een herwerking wordt het voorontwerp van GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” voor een tweede keer besproken in plenaire vergadering van 8 juni
  8. 3.
  9. Bij besluit van 26 oktober 2007 stelt de Vlaamse regering het ontwerp GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” voorlopig vast. X-14.073-2/11 Het ontwerp GRUP omvat 21 deelgebieden : - Deelgebied 1 : afbakeningslijn - Deelgebied 2 : regionaal bedrijventerrein Deceuninck - Deelgebied 3 : stedelijk woongebied Gitsestraat Roeselare - Deelgebied 4 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Mandelvallei-West - Deelgebied 5 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied stationsomgeving Roeselare - Deelgebied 6 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Roeselare-Oost - Deelgebied 7 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Roeselare-Noord - Deelgebied 8 : stedelijke groenpool Sterrebos-Kleiputten - Deelgebied 9 : stedelijk woongebied Maria’s Linde Roeselare - Deelgebied 10 : specifiek stedelijk voorzieningsgebied Oekene - Deelgebied 11 : watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselare - Deelgebied 12 : regionaal bedrijventerrein Sasbrug Izegem - Deelgebied 13 : regionaal bedrijventerrein Top/Aurora Izegem - Deelgebied 14 : stedelijk woongebied Hazelaarstraat Izegem - Deelgebied 15 : stedelijk woongebied Hondekensmolenstraat Izegem - Deelgebied 16 : regionaal bedrijventerrein Zandberg - Deelgebied 17 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Monument Ingelmunster - Deelgebied 18 : regionaal bedrijventerrein Deefakker - Deelgebied 19 : primaire weg II N36 Roeselare-Zuid - Deelgebied 20 : gemengd stedelijk ontwikkelingsgebied Roeselare-West - Deelgebied 21 : op te heffen reservatiestrook De voormelde percelen van de verzoeker maken deel uit van het deelgebied 11 “watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselare” (deelplan 03). Meer bepaald krijgen de percelen met het ontwerp GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” de bestemming ‘specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter’ en de bestemming ‘gebied voor overslag’. 3.
  10. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek, georganiseerd van 3 december 2007 tot en met 31 januari 2008, wordt onder meer door de verzoeker een bezwaarschrift ingediend. De verzoeker uit daarin zijn bezwaren tegen beide bestemmingen. X-14.073-3/11 3.
  11. Er worden adviezen verleend door verschillende gemeenten en door de provincieraad van West-Vlaanderen. 3.
  12. Bij ministerieel besluit van 20 februari 2008 wordt de adviestermijn van de Vlaamse commissie voor Ruimtelijke Ordening (hierna: Vlacoro) inzake het ontwerp GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” verlengd met 30 dagen. Op 10 juni 2008 verleent de Vlacoro een gunstig advies “mits rekening wordt gehouden met de gestelde opmerkingen en voorwaarden”. 3.
  13. Op 10 juli 2008 wordt door de Vlaamse regering beslist de termijn voor de definitieve vaststelling van het GRUP te verlengen met 60 dagen. 3.
  14. Op 30 oktober 2008 brengt de Raad van State, afdeling wetgeving, advies uit. 3.
  15. Bij het bestreden besluit van de Vlaamse regering van 21 november 2008 wordt het GRUP “Afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare” definitief vastgesteld. De percelen van de verzoeker krijgen met het voormelde besluit de bestemming zoals voorzien in het voormelde ontwerp GRUP. IV. Ontvankelijkheid
  16. De verwerende partij werpt de volgende, eerste exceptie op : “De eigendom van verzoekende partij is volgens (...) het gewestplan (...) gelegen in een gebied voor watergebonden bedrijventerrein. De kantoorgebouwen van verzoekende partij zijn derhalve reeds zonevreemd. De bestemmingsvoorschriften van het deelgebied 11 (...) vormen dan ook voor het eigendom van verzoekende partij in se geen wijziging aan de gewestplanbestemming. Verzoekende partij heeft dan ook geen nadeel door het bestreden GRUP. Een eventuele vernietiging kan haar dan ook niet tot voordeel strekken”.
  17. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de percelen van de verzoeker gelegen zijn binnen het deelgebied 11 van het bestreden besluit dat het voormelde gewestplanvoorschrift “gebied voor watergebonden bedrijven” opheft. X-14.073-4/11 Het bestreden besluit wijzigt aldus de rechtstoestand van de eigendom van de verzoeker die hieruit alleen reeds doet blijken van het naar het recht vereiste belang. De exceptie wordt verworpen.
  18. De verwerende partij werpt de volgende, tweede exceptie op: “Verzoekende partij beschikt (...) niet over het rechtstreeks persoonlijk belang om het volledig Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (...) met een vordering tot nietigverklaring aan te vechten. (...) Verzoekende partij beschikt hoogstens slechts over een belang met betrekking tot deelgebied 11 (...) zodat het verzoekschrift alleszins tot dit deelgebied dient beperkt te worden”.
  19. Een GRUP is in beginsel één en ondeelbaar. Een gedeeltelijke nietigverklaring is bijgevolg enkel mogelijk indien vaststaat dat het betreffende gebiedsdeel afgesplitst kan worden van de rest van het plan en dat de overheid ook afgezien van het afgesplitste gedeelte voor het overige dezelfde beslissing zou hebben genomen. Er anders over oordelen zou tot gevolg hebben dat de Raad van State zich op het domein van de beleidsuitoefening van de betrokken overheid zou begeven en zou overgaan tot hervorming, en niet nietigverklaring, van de beslissing waarvan het betreffende gebiedsdeel een onlosmakelijk onderdeel is, vermits het plan voor het overige hoe dan ook zou blijven bestaan.
  20. Gelet op de opdeling van het GRUP in verschillende deelplannen en -gebieden, gelet op het feit dat de verzoeker zelf zijn belang beperkt tot zijn percelen, die deel uitmaken van het deelgebied 11 - “watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselare” en gelet op het standpunt van de verwerende partij die vraagt de nietigverklaring te beperken tot het betrokken deelgebied, dient te worden vastgesteld dat de verzoeker slechts belang heeft bij een partiële nietigverklaring, beperkt tot het desbetreffende deelgebied, en dat dergelijke vernietiging mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de algemene economie van het plan. De exceptie is gegrond. V. Bespreking van het enig middel Standpunt van de partijen X-14.073-5/11
  21. In een enig middel voert de verzoeker de schending aan van “art. 1 van het eerste aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens 20 maart 1952 juncto art. 16 G.W.; het gelijkheidsbeginsel zoals neergelegd in art. 10 en 11 G.W.; art. 3 en 38, § 1, eerste lid, 1/ en 2/ juncto tweede lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (...); het grondbeginsel van de rechtszekerheid; (...) het materieel motiveringsbeginsel juncto art. 42, § 2, § 3 en § 5 decreet van 18 mei 1999 (...), het redelijkheids- beginsel, het evenredigheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel”. De verzoeker betoogt in een eerste onderdeel wat volgt: “1.
  22. In het bezwaarschrift dat aan de Vlacoro is toegestuurd heeft verzoeker, samengevat, gesteld dat door de toen bestreden bepalingen de voortzetting van de activiteit in de twee kantoorgebouwen onwettig zou worden. Daarop heeft de Vlacoro, voor wat betreft het artikel 37, specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter, geadviseerd dat een overgangsmaatregel kan voorzien worden voor huidige bedrijven die niet watergebonden zijn. De Vlaamse regering is op deze suggestie ingegaan waar zij aan het artikel 37 een alinea heeft toegevoegd: ‘Daarnaast kunnen de bestaande niet-watergebonden activiteiten behouden blijven en eventueel uitbreiden voor zover ze de goede inrichting en exploitatie van het watergebonden bedrijventerrein niet in het gedrang brengen.’ 1.
  23. Verzoeker tekende ook expliciet bezwaar aan tegen het toenmalige: artikel 41, gebied voor overslag: ‘
  24. Bovendien ligt een groot deel van de kwestieuze percelen (met inbegrip van de twee recent gebouwde kantoorgebouwen) in een gebied art. 41 ‘Gebied voor overslag’. Deze is expliciet voorzien als zone voor overslag, ‘met name een gebied voor de uitwisseling tussen de weg en water voor goederenvervoer’. Hetgeen hierboven uiteengezet onder
  25. geldt ontegensprekelijk ook voor wat betreft het gebied voor overslag. Concreet kan ‘Vatenhandel Verstraete’ na de inwerkingtreding van het voorliggende plan onmogelijk nog haar activiteiten op de kwestieuze percelen uitvoeren.’ Verzoeker tekende dus expliciet bezwaar aan tegen het feit dat voor de zone voor overslag niet is voorzien in een overgangsbepaling. 1.
  26. De Vlacoro, evenals de Vlaamse regering lijken evenwel een essentieel onderdeel van het bezwaar van de verzoeker over het hoofd te hebben gezien De Vlacoro behandelt immers onder artikel 41 geen bezwaar van ‘

(201)’. Ook de Vlaamse regering gaat in haar besluit van 21 november 2008 voorbij aan het bezwaar dat verzoeker heeft geuit met betrekking tot de zone ‘Gebied voor overslag’. 1.
  1. Nochtans hebben de bepalingen van art. 38 ‘Gebied voor overslag’ verre consequenties voor verzoeker. Het is immers zo dat één van de aanwezige kantoorgebouwen die op de eigendom van verzoeker staat onmiddellijk zonevreemd is door de inwerkingtreding van de bestreden bepaling, gezien dit gebouw binnen het ‘gebied voor overslag’ valt en de kantoorfunctie geen van de functies is die toegelaten wordt door art.
  2. X-14.073-6/11 Bovendien heeft art. 38 ook als gevolg van het plan van verzoeker, om net naast het gebouw dat nu reeds in ‘gebied voor overslag’ is gelegen nog een derde kantoorgebouw te plaatsen niet kan uitgevoerd worden. 1.
  3. Daarbij komt dat art. 38.4 naar luid waarvan ‘de delen van dit gebied die na de inrichting en ingebruikname van dit gebied niet nodig zijn voor de overslag van goederen, (...) de nabestemming specifiek regionaal bedrijventerrein voor watergebonden activiteiten conform artikel 37 (krijgen).’ Wanneer, hoe en door wie de ingebruikname en inrichting van dit gebied moet gebeuren is niet duidelijk.
  4. Eerste onderdeel : Schending van de motiveringsverplichting 2.
  5. Zoals hierboven reeds aangetoond heeft de Vlaamse regering, noch de Vlacoro een antwoord geformuleerd op het bezwaar dat verzoeker heeft geuit met betrekking tot het 41 (nu 38). (...) Noch de VLACORO, noch de Vlaamse regering heeft ook maar een woord gespendeerd aan de beoordeling van het bezwaar dat verzoeker heeft geuit met betrekking tot het art. 41 (nu 38) zodat de materiële motiveringsplicht, in samenhang gelezen met art. 42, § 2, § 3 en § 5 DORO waarmee het openbaar onderzoek met betrekking tot het voorlopig vastgestelde plan wordt vastgelegd en de VLACORO ertoe verplicht de bezwaren te bundelen en te coördineren. Ook de zorgvuldigheidsplicht is als beginsel van behoorlijk bestuur daardoor geschonden”.
  6. De verwerende partij repliceert wat volgt: “Met betrekking tot het deelgebied 11 - watergebonden regionaal bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselare is in het definitief vaststellingsbesluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2008 volgende motivering te lezen : ‘Overwegende dat in navolging van verschillende opmerkingen, bezwaren en adviezen en in het advies van VLACORO volgende wijzigingen zijn doorgevoerd aan het verordenend deel van het ruimtelijk uitvoeringsplan : - aanvulling van de stedenbouwkundige voorschriften voor ‘specifiek bedrijventerrein met watergebonden bedrijvigheid’ voor logistiek complementaire en logistiek ondersteunende activiteiten met ‘inclusief exploitatie van intermodale en laad- en losinfrastructuur’; - aanvulling van de stedenbouwkundige voorschriften voor ‘specifiek bedrijventerrein met watergebonden karakter’ met een overgangsmaatregel waarbij bestaande niet-watergebonden bedrijven behouden kunnen blijven en eventueel uitbreiden voor zover ze de goede inrichting en exploitatie van het watergebonden bedrijventerrein niet in het gedrang brengen; Overwegende dat VLACORO adviseert om in de voorschriften voor het specifiek bedrijventerrein met watergebonden bedrijvigheid een verfijning door te voeren zodat voorrang wordt gegeven aan bedrijven die gericht zijn op transport over water en om de voorschriften over toegelaten activiteiten aan te vullen met een verwerking/bewerking van biomassa; dat de eerste gevraagde bepaling niet voorzien is in de typevoorschriften en bedrijven die de waterweg nodig hebben voor het productieproces evenzeer terecht moeten kunnen op de voorziene bedrijventerreinen; dat het tweede gevraagde aanvulling zonder voorwerp is vermits verwerking van biomassa reeds mogelijk is in de mate dat deze afkomstig is uit afval en dit in de andere gevallen valt onder de X-14.073-7/11 verwerking en productie van goederen ; dat bijgevolg niet wordt ingegaan op het advies van VLACORO; Overwegende dat VLACORO adviseert om na te gaan of er voldoende garanties zijn voor het compatibel zijn van de jaagpadrecreatie en de overslagactiviteiten; dat het door VLACORO geciteerde stedenbouwkundige voorschrift voldoende aantoont dat de veiligheid van de aan te leggen fietsverbinding in relatie tot de overslagactiviteiten een belangrijkst aandachtspunt is; dat het voorschrift tevens voorziet in een alternatief mocht de veiligheid hierom vragen; dat bijgevolg niet wordt ingegaan op het advies van VLACORO; Overwegende dat VLACORO vraagt of een ontsluiting van het spoor tevens mogelijk is; dat een aantakking met de spoorlijn stedenbouwkundig vergunbaar is vermits ze de zone tussen het betreffende deelgebied ‘watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselare’ en de spoorlijn als bedrijventerrein is bestemd; Dienvolgens werd in artikel 38 (voorheen 41) van de stedenbouwkundige voorschriften, specifiek onder artikel 37.1, toegevoegd dat ‘daarnaast de bestaande niet-watergebonden activiteiten kunnen behouden blijven en eventuele uitbreiding voor zover ze de goede inrichting en exploitatie van het watergebonden bedrijventerrein niet in het gedrang brengen’. Onder artikel 38 (voorheen 41) wordt een gebied bestemd voor een overslagplaats, met name een gebied voor de uitwisseling tussen weg en water voor goederenvervoer. In dit gebied zijn alle werken, alle handelingen en wijzigingen toegelaten voor de aanleg, het functioneren of aanpassing van de overslagplaats en bijhorende technische voorzieningen, gebouwen, evenals voor ecologische verbindingen, kruisende infrastructuren, leidingen en telecommunicatie-infrastructuur. Complementaire voorzieningen ondersteunend voor het functioneren van de overslagplaats zijn toegelaten. Op de opmerking van de stad Roeselare dat in de voorschriften geen onderscheid mag gemaakt worden tussen een specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter en een gebied voor overslag, werd door VLACORO (pag. 142) geantwoord dat het aanduiden van overslaggebieden op Vlaams niveau dient te gebeuren en dat watergebonden bedrijvigheid een Gewestelijk aangelegenheid is. Artikel 38 van de stedenbouwkundige voorschriften houdt dan ook een specifieke bestemmingsbepaling in. Een rechtstreekse overgangsbepaling, zoals gevraagd door verzoekende partij met betrekking tot het voorschrift van artikel 38 zou het nut van het gebied voor overslag in gevaar brengen en is in deze dan ook niet mogelijk. Wel wordt onder artikel 38 punt 4 van hetzelfde voorschrift voorzien dat ‘de delen van dit gebied, die na de inrichting en ingebruikname van dit gebied niet nodig zijn voor de overslag van goederen, de nabestemming krijgen specifiek regionaal bedrijventerrein voor watergebonden activiteiten conform artikel 37.’ Dit heeft tot gevolg dat de bestaande niet-watergebonden activiteiten binnen de delen van het gebied voor overslag, die na de inrichting en ingebruikname van dit gebied niet nodig zijn voor de overslag van goederen, behouden kunnen blijven en eventueel kunnen uitbreiden voor zover ze de goede werking en exploitatie van het watergebonden bedrijventerrein niet in gedrang brengen. Het is niet omdat dit niet letterlijk in de motivering is terug te vinden, dat het bezwaar van verzoekende partij niet afdoende zou zijn behandeld”.
  7. De verzoeker dupliceert wat volgt: X-14.073-8/11 “2.1.
  8. Verwerende partij lijkt toe te geven dat de VLACORO met geen woord heeft gerept omtrent het kwestieuze bezwaar. Voorts parafraseert verwerende partij in haar memorie van antwoord de motivering van het definitief vaststellingsbesluit, waar overigens al evenmin wordt gezegd waarom niet in een overgangsbepaling wordt voorzien voor het ‘gebied voor overslag’, terwijl dat nochtans wel is gebeurd voor het ‘specifiek bedrijven terrein met watergebonden bedrijvigheid’. Eigenaardig genoeg trekt verwerende partij daaruit het volgende besluit: ‘Artikel 38 van de stedenbouwkundige voorschriften houdt dan ook een specifieke bestemmingsbepaling in. Een rechtstreekse overgangsbepaling, zoals gevraagd door verzoekende partij met betrekking tot het voorschrift van artikel 38 zou het nut van het gebied voor overslag in gevaar brengen en is in deze dan ook niet mogelijk.’ Dit standpunt valt onmogelijk af te leiden uit het advies van de VLACORO dan wel uit de definitieve goedkeuringsbeslissing. Overigens de vraag blijft waarom een rechtstreekse overgangsbepaling het nut van het ‘gebied voor overslag’ zou hypothekeren terwijl dit blijkbaar geen bezwaar is voor het ‘specifiek bedrijventerrein met watergebonden bedrijvigheid.’ Verwerende partij kan overigens, volgens de vaste rechtspraak van uw Raad, het manco in de motivering niet naderhand, tijdens de procedure, recht zetten. 2.1.
  9. De door verwerende partij geformuleerde repliek faalt dus. Het eerste onderdeel van het middel is wel degelijk gegrond”. Beoordeling
  10. Uit het advies van de Vlacoro of uit het besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het GRUP dient voor de bezwaarindiener op begrijpelijke wijze te blijken waarom zijn bezwaar niet gegrond werd bevonden, waarbij de bezwaarindiener in de tekst zelf van het advies van de Vlacoro -of van het besluit van de Vlaamse regering- een afdoend antwoord op zijn bezwaarschrift moet kunnen vinden, hetzij in een individuele stellingname, hetzij in een algemene richtlijn van de Vlacoro die op zijn bezwaar begrijpelijk toepasselijk is, hetzij in het antwoord op een bezwaar of opmerking van een ander particulier, of op een advies van een overheidsinstantie.
  11. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat de verzoeker in zijn bezwaarschrift niet enkel kritiek leverde op de bestemming “specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter”, maar ook op de bestemming het “Gebied voor overslag”. De verzoeker benadrukt ondermeer in dit bezwaar dat hij met deze bestemming ‘gebied voor overslag’ onmogelijk nog zijn activiteiten op de kwestieuze percelen kan uitvoeren. Voorts blijkt uit het advies van de Vlacoro en het bestreden besluit dat het bezwaarschrift van de verzoeker
(201)onderzocht en beantwoord werd in de mate het betrekking had op het specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter. X-14.073-9/11 Met de verzoeker moet echter worden vastgesteld dat het onderdeel van zijn bezwaarschrift dat betrekking had op het “Gebied voor overslag” daarentegen noch door de Vlacoro noch in het bestreden besluit onderzocht, laat staan beantwoord werd. In het advies van de Vlacoro met betrekking tot “artikel
  1. Gebied voor overslag” (in het GRUP: “artikel
  2. Gebied voor overslag”) wordt op geen enkele manier ingegaan op dat aspect van het bezwaarschrift van de verzoeker. Noch uit de overwegingen in het bestreden besluit zoals weergegeven door de verwerende partij noch uit het antwoord van de Vlacoro op het bezwaar van de stad Roeselare, noch uit de bepaling van art. 38.4, bepaling die overigens ook al bij het ontwerp ingeschreven stond, waarnaar de verwerende partij verwijst, kan een voor de verzoeker begrijpelijk antwoord worden afgeleid waarom dat aspect van zijn bezwaar als niet gegrond werd afgedaan. Het eerste onderdeel van het enig middel is gegrond. BESLISSING
  3. De Raad van State vernietigt het besluit van 21 november 2008 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, afbakening regionaalstedelijk gebied Roeselare, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 12 december 2008, in zoverre het betrekking heeft op het deelgebied 11 - watergebonden bedrijventerrein en overslaggebied Schaapbrug Roeselaere.
  4. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
  5. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. X-14.073-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien juni 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Roger Stevens X-14.073-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.196 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.