id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.202 Rolnummer: A. 185487/IX-5774 Zaak: Arrest 205202 - Penitentiair recht - 15/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:53 Fiche Arrest nr 205.202 van 15 juni 2010 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.202 van 15 juni 2010 in de zaak A. 185.487/IX-5774 In zake : Marc COYMANS wonende te Brasschaat Bredabaan 372 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carl Raymaekers kantoor houdend te Antwerpen Deken de winterstraat 26 ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 15 oktober 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 4 september 2007 van de FOD Justitie, directoraat-generaal penitentiaire inrichtingen, strafinrichting Hoogstraeten, waarbij alle uitgangsmodaliteiten van Marc Coymans voor een periode van drie maanden worden opgeschort. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 9 september
- IX-5774-1/3 Op 5 mei 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast. IX-5774-2/3
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Pierre Barra, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Pierre Barra IX-5774-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.202 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div