← België

Arrest 205311 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 16/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.311 Rolnummer: A. 188096/IX-5914 Zaak: Arrest 205311 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 16/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-23 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Arrest nr 205.311 van 16 juni 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand van geding Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.311 van 16 juni 2010 in de zaak A. 188.096/IX-5914 In zake : XXXX die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA) Groep Financiën gevestigd te Brussel Centrumgalerij -blok II- 4e verdieping Kleerkoperstraat 17 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 6 mei 2008, strekt tot de nietigverklaring van: - de expliciete of impliciete weigering om het door de directieraad op 4 november 2004 geformuleerde bevorderingsvoorstel voor te leggen aan de minister van Financiën en aan de Koning; - de beslissing van het directiecomité meegedeeld bij brieven van 1 februari en 21 maart 2008 waarbij enerzijds met ingang van 1 april 2008 een einde wordt gesteld aan de door XXXX uitgeoefende functie van directeur bij Gent- Invordering- district Brugge en anderzijds XXXX met ingang van dezelfde datum wordt belast met een opdracht bij de gewestelijke directie Brussel-invordering; - de impliciete weigering om XXXX in dienst te houden in het voornoemde hoger ambt van directeur. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 186.505 van 25 september 2008 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. IX-5914-1/4 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 19 februari
  3. Op 28 april 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is deels de onontvankelijkheid, deels de ongegrondheid van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. IX-5914-2/4 De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Anonimisering
  6. De verzoekende partij vraagt de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan. Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State kan iedere partij bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig wordt gemaakt op elk moment van de rechtspleging en totdat de debatten gesloten zijn, eisen dat bij de publicatie van het arrest of de beschikking de identiteit van de natuurlijke personen niet zou worden bekendgemaakt. De vraag wordt ingewilligd. BESLISSING
  7. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-5914-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 16 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-5914-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.311 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.