id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.334 Rolnummer: A. 142028/XII-3947 Zaak: Arrest 205334 - Wapens - 17/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-25 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Arrest nr 205.334 van 17 juni 2010 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 205.334 van 17 juni 2010 in de zaak A. 142.028/XII-3947 In zake: Roger KEIRSBILCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Tailly kantoor houdend te Lichtervelde Europalaan 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de Provincie West-Vlaanderen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het verzoekschrift, op 26 september 2003 per taxipost aan de Raad van State toegezonden, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 1 juli 2003 van de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen waarbij aan Roger Keirsbilck de vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen wordt geweigerd en waarbij drie vergunningen tot het voorhanden hebben van verweervuurwapens worden ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
- XII-3947-1\4 Staatsraad Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Attaché Karen De Jonckheere, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid Standpunt van partijen
- In de memorie van antwoord betwist verwerende partij de tijdigheid van het beroep. Zij zet uiteen dat de bestreden beslissing met een brief van 3 juli 2003 aangetekend, tegen ontvangstbewijst, aan verzoeker is toegestuurd, maar dat de brief niet werd afgehaald en op 24 juli 2003 terug werd ontvangen. Aangezien de brief geacht wordt op 4 juli 2003 aan verzoeker te zijn aangeboden, begon de termijn om beroep in te stellen te lopen op 5 juli 2003 en was 2 september 2003 de laatste dag. Het feit dat de beslissing nog eens via de korpschef van de politiezone aan verzoeker op 30 juli 2003 betekend werd, is zonder invloed.
- Verzoeker repliceert in de memorie van wederantwoord dat de aangetekende zending hem “niet per gewone zending [heeft] bereikt om redenen, die los staan van zijn wil”. Uiteindelijk werd de beslissing door de politiecommissaris overhandigd, waarbij verzoeker tekende voor ontvangst. Op die dag werd kennis genomen van de beslissing van de gouverneur. Het beroep moet overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 worden ingediend binnen zestig dagen nadat de bestreden akte werd bekendgemaakt of betekend. De betekening is het ogenblik waarop een partij effectief kennis heeft gehad van een beslissing. XII-3947-2\4 Beoordeling
- De bestreden beslissing bepaalt op individuele wijze een element van verzoekers juridische positie. Ze moet hem bijgevolg betekend worden opdat de beroepstermijn ertegen gaat lopen.
- De betekening is de individuele aanzegging van de beslissing aan de betrokkene. Het is voor een geldige betekening in principe niet noodzakelijk dat de beslissing in de handen zelf van de betrokkene, of diens gemachtigde, gebeurt, laat staan nog dat hij daartoe voor ontvangst dient te tekenen. Een kennisgeving aan de woonplaats voldoet evengoed. In zoverre verzoeker benadrukt dat hij pas naar aanleiding van de tweede betekening, op 30 juli 2003, van de bestreden beslissing kennis nam, verwart hij kennisgeving met kennisneming. Het is de (eerste) kennisgeving of betekening die de beroepstermijn doet lopen. Een tweede betekening vermag niet een nieuwe beroepstermijn te verschaffen.
- Verwerende partij betekende het aangevochten besluit aan verzoeker bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs. Het wordt niet betwist dat ervan moet worden uitgegaan dat die brief op 4 juli 2003 aan verzoekers woonplaats is aangeboden. Bijgevolg begon de beroepstermijn te lopen op 5 juli 2003 om te eindigen op (dinsdag) 2 september
- De omstandigheid dat verzoeker de brief bij de aanbieding op zijn adres niet in ontvangst nam en nadien evenmin op het postkantoor ging afhalen, zodat het schrijven aan verwerende partij geretourneerd werd, is daar in de regel geen beletsel voor. Het zou weliswaar anders zijn mocht verzoeker overmacht aannemelijk maken, maar zulks is te dezen niet het geval. Weliswaar voert verzoeker “redenen, die los staan van zijn wil” aan, maar hij verduidelijkt niet welke - ook niet nadat in het auditoraatsverslag juist vanwege dit gebrek aan opheldering werd vastgesteld dat geen overmacht wordt aangetoond. In de laatste memorie zegt verzoeker van oordeel te zijn “niets meer te XII-3947-3\4 moeten toevoegen” aan de memorie van wederantwoord; ter terechtzitting is hij aanwezig noch vertegenwoordigd.
- Het verzoekschrift dat verzoeker pas op 26 september 2003 aan de Raad van State heeft toegestuurd -en dan nog niet, zoals door artikel 84 van het algemeen procedurereglement voorgeschreven, bij ter post aangetekende brief, maar per taxipost- is laattijdig. De exceptie is gegrond. Het beroep is onontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietig- verklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 juni 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-3947-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.334 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div