id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.341 Rolnummer: A. 195523/VII-37680 Zaak: Arrest 205341 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 17/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-25 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Arrest nr 205.341 van 17 juni 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 205.341 van 17 juni 2010 in de zaak A. 195.523/VII-37.
- In zake: Hendrikus SLECHTEN die woonplaats kiest te Bilzen Brabantsestraat 1 tegen: het VLAAMS ZORGFONDS --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 februari 2010, strekt tot de nietigver- klaring van de beslissing van het Vlaams Zorgfonds van 14 december 2009, in de mate de uitvoering van de tenlastenemingen met vier maanden wordt opgeschort. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag overeen- komstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 juni
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-37.680-1/3 III. Gegevens van de zaak Het verzoekschrift luidt als volgt : "Ik ontving een aangetekende brief van (het) Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Vlaamse Zorgverzekering Vlaams Zorgfonds. Die meldt dat mijn bezwaarschrift ingediend op 13 juli 2009 ontvankelijk, doch ongegrond werd verklaard op de bezwaarcommissie Zorgverzekering van 30 november 2009 en van 7 december
- Ik dien nu een beroep in bij uw afdeling omdat ik niet akkoord ga met die beslissing. Als ik die 10 euro bijdrage van 2007 niet betaald had, kreeg hij geen opschorting van 4 maanden. Dan kon ik zeggen dat ik de brief niet gekregen had. Nu was ik nog zo goed om die in 2008 te betalen op 5 december omdat ik die brief toen vond. De enige reden dat mijn vader de bijdrage voor de zorgkas nl. 10 euro van 2007 te laat heeft betaald nl. in 2008, is dat hij toen al dementerend was en deze rekening van 10 euro heeft kwijtgespeeld en hij zijn administratie toen nog zelf deed. Zijn medisch dossier heb ik als bijlage bij de aangetekende brief gestuurd naar ZG op 13.07.2009 Maar Caroline... , Jan Dubois en zelfs de juriste van deze dienst gaven me de raad om een andere reden (die wel zou aanvaard worden) in te dienen. Ze beweerden dat het niet kunnen betalen van de 10 euro een betere reden was (...voor een zelfstandig gepensioneerde ... die kan dat toch wel???). Dit meldde ik in de aangetekende brief naar de ZG van 20/10/
- Dit meld ik erbij, niet omdat ik een negatieve beslissing kreeg, maar omdat ik hoop dat de volgende bellers correct worden geïnformeerd door deze mensen". In de navolgende brieven -die nog steeds binnen de termijn van zestig dagen werden ingediend- wordt gesteld dat de reden voor het te laat betalen geen wanbetaling betreft, maar het kwijtraken van de brief omwille van dementie. IV. Beoordeling Artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat het verzoekschrift tot nietigverklaring onder meer een "uiteenzetting van de feiten en middelen" dient te bevatten. Die uiteenzetting is een substantiële vereiste en het ontbreken ervan maakt het verzoekschrift niet ontvankelijk. Een verzoekschrift dat geen middelen of een feitenuiteenzetting bevat, is niet-ontvankelijk. Onder "middel" moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door VII-37.680-2/3 de bestreden beslissing wordt geschonden. De uiteenzetting ervan waarborgt de rechten van verdediging van de verwerende en eventueel de tussenkomende partij. Te dezen blijkt dat het ingediende verzoekschrift geen middel, als hierboven omschreven, bevat. Het enige wat in het verzoekschrift te lezen staat, is een verantwoording voor het niet tijdig betalen van de bijdrage van tien euro. Een dergelijke uiteenzetting voldoet niet aan de voorwaarden opgelegd door het algemeen procedurereglement. Er wordt geen enkele rechtsnorm aangeduid die zou zijn geschonden, noch wordt uiteengezet waarin die schending dan wel zou bestaan. Het beroep is dan ook niet ontvankelijk. Het beroep tot nietigverklaring moet dan ook worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.680-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.341 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.