id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.346 Rolnummer: A. 195123/VII-37754 Zaak: Arrest 205346 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 17/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-25 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Arrest nr 205.346 van 17 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 205.346 van 17 juni 2010 in de zaak A. 195.123/VII-37.
- In zake: de KERKFABRIEK OLV HEMELVAART bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te Oostakker Harlekijnstraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het enig verzoekschrift, ingesteld op 24 december 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand van 8 december 2009, waarbij aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (hierna : OCMW) van de gemeente Evergem machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure, van een onroerend goed gelegen in Evergem, voor de aanleg van de uitgang van het nieuwe woonzorgcentrum. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag overeenkom- stig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en VII-37.754-1/4 overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 mei
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Schreurs, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekende partij is eigenaar van een perceel gelegen te Evergem, kadastraal bekend onder afdeling 4, sectie F, nr. 16 K. Op 14 mei 2009 beslist de OCMW-raad van de gemeente Evergem met het oog op de realisatie van de aanleg van de uitgang van het nieuwe woonzorgcentrum om principieel in te stemmen met een procedure voor onteigening ten algemenen nutte en het onteigeningsplan vast te stellen. Op 13 augustus 2009 beslist de OCMW-raad van de gemeente Evergem aan de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur een machtiging tot onteigening te vragen. Op 8 december 2009 neemt de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur het besluit waarbij aan het OCMW van de gemeente Evergem machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure van het VII-37.754-2/4 perceel afdeling 4, sectie F, nr. 16 K voor de aanleg van de uitgang van het nieuwe woonzorgcentrum. IV. Bevoegdheid van de Raad van State
- Uit de stukken die de raadsman van de verwerende partij bij brief van 19 maart 2010 aan de Raad van State heeft bezorgd, blijkt dat het OCMW van de gemeente Evergem op 9 februari 2010 een verzoekschrift tot onteigening voor openbaar nut heeft ingediend bij de vrederechter van het derde kanton te Gent. Bij dagvaarding van 4 maart 2010 werd de thans verzoekende partij opgeroepen aanwezig te zijn op de zitting van 18 maart
- De dagvaarding heeft betrekking op het perceel gelegen te Evergem, kadastraal bekend afdeling 4, sectie F, nr. 16K. Krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, heeft de vrederechter, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij hem heeft ingeleid, als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, indien dat beroep is ingesteld door de onteigende. Deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben. Zij geldt ook voor het beroep tot nietigverklaring dat bij de Raad van State is ingesteld vooraleer de vrederechter werd geadieerd. Uit voormelde niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat het OCMW van de gemeente Evergem een vordering tot onteigening van het voormelde perceel bij de vrederechter heeft ingeleid. Het beroep is derhalve niet ontvankelijk. Het beroep tot nietigverklaring moet worden verworpen. Dienvolgens moet de vordering tot schorsing, als accessorium van het annulatiebe- roep, eveneens worden verworpen. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen. VII-37.754-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Peter Sourbron VII-37.754-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.346 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div