id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.407 Rolnummer: A. 183902/X-13324 Zaak: Arrest 205407 - Plannen van aanleg - 17/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-25 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:54 Fiche Arrest nr 205.407 van 17 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 205.407 van 17 juni 2010 in de zaak A. 183.902/X-13.
- In zake: Bruno LAERMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sonja De Pooter kantoor houdend te 2520 RANST Broechemsesteenweg 83 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
- de gemeente STEENOKKERZEEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Meys kantoor houdend te 1820 STEENOKKERZEEL Boektsestraat 50
- het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Bever kantoor houdend te 1850 GRIMBERGEN Pastoor Woutersstraat 32, bus 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
- Nazih KABBANI
- Meriem MAAZOUZI bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jean Van den Bergh kantoor houdend te 1700 DILBEEK Kaudenaardestraat 13 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 8 juni 2007, strekt tot de nietigverklaring van : “
- de beslissing dd. 07.03.2007 uitgaande van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar nopens een voorstel tot afwijking van de voorschriften van een door de Minister op datum van 05.04.2002 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg Hertblock en van de verkavelingsvergunning dd. 14.12.1966 (...); X-13.324-1/10
- Het besluit dd. 26.03.2007 van het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente STEENOKKERZEEL houdende de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning aan de heer en mevrouw KABBANI Nazih - MAAZOUZI Meriem, Anjelierenlaan 9, 1820 Steenokkerzeel voor het plaatsen van een metalen poort + afsluiting op het perceel gelegen te Anjelierenlaan 9, gekadastreerd (afd. 1) sectie A nr. 19S2 (...)”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 17 oktober
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
- Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Sonja De Pooter verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Luc Meys, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Matthias Valkeniers, die loco advocaat Marc Van Bever verschijnt voor de tweede verwerende partij, en advocaat Michael Tanghe, die loco advocaat Jean Van den Bergh verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-13.324-2/10 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 19 oktober 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dienen KABBANI Nazih en MAAZOUZI Meriem bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel een aanvraag in tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor het plaatsen van een metalen poort en afsluiting op een perceel gelegen te Steenokkerzeel, Anjelierenlaan 9, kadastraal bekend sectie A nr. 19/s
- Op dezelfde dag dienen zij tevens, in functie van voormelde stedenbouwkundige vergunningsaanvraag, een aanvraag in tot afwijking van de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg “nr. 3bis - Hertblock” en van de verkaveling nr. “290.GL.26 dd. 14 december 1966”. 3.
- Volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse is het betrokken perceel gelegen in woonpark. Het perceel ligt tevens binnen het gebied van het bijzonder plan van aanleg nr. 3bis “Hertblock”, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 augustus 1963, en gewijzigd bij besluit van de gemeenteraad van de gemeente Steenokkerzeel van 27 juni 2001, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 5 april
- Het betrokken perceel is tevens het lot 94 van een verkaveling waarvoor op 14 december 1966 de vergunning werd verleend, en die niet is vervallen. De verkavelingsvergunning bepaalt dat de stedenbouwkundige voorschriften van het B.P.A. nr. 3bis, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 augustus 1963, van toepassing zijn. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek wordt namens de verzoeker een bezwaarschrift ingediend, waarin hij onder meer aanvoert dat de aanvraag tot afwijking “geenszins strookt met de basisvisie van (het) BPA”, en dat “de plaatsing van een metalen poort volledig in(druist) tegen de plaatselijke goede ruimtelijke ordening”. X-13.324-3/10 3.
- In zitting van 5 februari 2007 verklaart het college van burgemeester en schepenen het ingediende bezwaarschrift ongegrond, en verleent het een gunstig preadvies over de vergunningsaanvraag. De hiervoor vernoemde bezwaren worden als volgt besproken: “(...) 3) De basisvisie van het B.P.A wordt niet gevolgd met motivatie dat het gewenst karakter niet wordt gerealiseerd: Een afwijking qua materiaalkeuze kan niet, wanneer een uitdrukkelijk gewenst karakter niet gerealiseerd kan worden. Kwestie van afsluiting wordt er in dit BPA geen uitdrukkelijk karakter opgelegd, daar hier een keuze mogelijk is tussen een tuinmuurtje en een levende haag. 4) Strijdig met de goede ruimtelijke ordening met als motivatie dat het straatbeeld wordt verstoord: Door de grotere hoogte kan een afsluiting het straatbeeld verstoren, indien het een volledig dichte afsluiting betreft. Door de open struktuur van het traliewerk, is dit minder het geval. (...)”. Tijdens dezelfde vergadering adviseert het college van burgemeester en schepenen de aanvraag tot afwijking gunstig, en stelt zij “de gemachtigde ambtenaar” voor om de gevraagde afwijking toe te staan. 3.
- Bij het eerste bestreden besluit van 7 maart 2007 beslist de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar het voorstel tot afwijking te aanvaarden. Bij het tweede bestreden besluit van 26 maart 2007 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen 4.
- In het verzoekschrift stelt de verzoeker met betrekking tot de ontvankelijkheid ratione temporis van het beroep, wat volgt: “Verzoeker nam voor het eerst kennis van de tweede bestreden beslissing ingevolge het faxbericht dat op datum van 12.04.2007 werd overgemaakt door verwerende partij. Er dient te worden benadrukt dat verzoekende partij op diligente wijze het nodige heeft gedaan om kennis te nemen van de inhoud van de bestreden beslissingen. X-13.324-4/10 Hij heeft zich zo snel als mogelijk en bijgevolg onmiskenbaar binnen redelijke termijn (...) gemeld bij het gemeentehuis teneinde een afschrift te bekomen van de tweede bestreden beslissing, met name op 28.03.
- Na meerdere aanmaningen wordt de tweede bestreden beslissing overgemaakt door verwerende partij per faxbericht dd. 12.04.
- Het is pas op dat ogenblik dat verzoeker -kennis krijgt van de inhoud en draagwijdte van de bestreden beslissingen. Verzoeker heeft zich binnen een meer dan redelijke termijn geïnformeerd teneinde de correcte motieven van beide beslissingen te kennen, met het oog op het instellen van een zinvol beroep. Na dossierinzage door de raadsman van verzoekende partij wordt een kopie van de eerste bestreden beslissing overgemaakt bij schrijven dd. 25.04.2007, door verzoeker ten vroegste ontvangen op 02.05.
- Dat verzoeker bijgevolg beschikt over een éénmalige en niet verlengbare termijn van zestig dagen na kennisname van de beslissingen, waarbinnen hij zijn verzoekschrift tot annulatie dient toe te sturen. Huidig verzoekschrift tot annulatie werd dan ook binnen de voorziene termijn overgemaakt”. 4.
- De eerste verwerende partij werpt een exceptie van niet- ontvankelijkheid ratione temporis op, welke zij uiteenzet als volgt: “Dat de eiser beschikt over een termijn van 60 dagen teneinde een vernietiging te vorderen voor de Raad van State; Dat in casu dient nagezien te worden wanneer eiser op de hoogte was van de beslissing van concluante dd 26/03/2007; Dat vooreerst dient opgemerkt te worden dat eiser deze zaak nauwlettend in het oog hield gezien hij bezwaar had aangetekend tijdens het openbaar onderzoek; Dat eiser zelfs in deze stand van het geding, een raadsman had ingeschakeld en dat dit blijkt uit het administratief dossier; Dat dus onmiddellijk gebleken is dat eiser zeer kort op bal speelde; Dat deze raadsman van eiser op 28 maart 2007 zelf schrijft dat: ‘Heden (dus 28/03/2007) mochten wij vernemen dat door uw bestuur een ‘vergunningsbeslissing werd genomen’. Eiser is DUS IN KENNIS op 28/03/2007 dat er een beslissing van concluante is, gezien zijn raadsman dit zelf schrijft; De termijn van 60 dagen begint te lopen op 28/03/2007: dit staat vast! Het verzoek tot vernietiging van de beslissing diende dus te zijn ingesteld bij de Raad van State uiterlijk op 28 mei 2007; Dit is NIET gebeurd! Inderdaad het verzoek tot vernietiging wordt pas neergelegd op 11 juni 2007; Dit is ruimschoots te laat; Het verzoekschrift tot vernietiging is dus onontvankelijk”. 4.
- De tweede verwerende partij werpt eenzelfde exceptie op, welke zij uiteenzet als volgt: “*Luidens artikel 4 van het besluit van de Regent van 23.08.1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, verjaren de beroepen tot nietigverklaring 60 dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend. Indien deze noch bekendgemaakt noch betekend dienen te worden gaat de termijn in met de dag waarop verzoeker er kennis van heeft gehad. X-13.324-5/10 Vanaf het ogenblik dat verzoeker op de hoogte is van het bestaan van de beslissing, dient hij binnen een redelijke termijn stappen te ondernemen om kennis te krijgen van de inhoud van die beslissing. *Het verzoekschrift is pas op 11.06.2007 afgestempeld op de griffie van de Raad van State. De beslissing van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar dateert nochtans reeds van 07.03.
- De stedenbouwkundige vergunning dateert van 26.03.
- *Verzoeker stelt zélf dat hij zich op datum van 28.03.2007 reeds persoonlijk heeft gemeld bij de bevoegde gemeentedienst, en dat hem aldaar werd medegedeeld dat er een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd, en aldus tevens een afwijking van het BPA en de verkavelingsvergunning. Minstens sedert 28.03.07 was verzoeker aldus op de hoogte van de tussenkomst van de beslissingen, waarbij afwijking evenals bouwvergunning werd verleend! Vanaf dat ogenblik kon verzoeker dan ook inzage krijgen in het dossier, en had hij aldus kennis van de inhoud van de thans bestreden beslissingen! Zelfs indien hij op datum van 28.03.2007 geen inzage zou hebben gekregen in het dossier zélf (hetgeen niet wordt aangetoond!), dan nog was hij toen reeds op de hoogte van het feit dat afwijking én vergunning verleend waren; daarenboven belette niets hem om enige dagen later alsnog inzage te nemen van de beslissingen!!! Het is niet omdat verzoeker pas op respectievelijk 02.05.2007 en 12.04.2007 afschrift zou hebben gekregen van voormelde beslissingen, dat hij niet voorheen reeds kennis had / kon hebben van (de inhoud van) deze beslissingen... Huidig beroep is dan ook onontvankelijk wegens laattijdigheid”. 4.
- Ook de tussenkomende partij werpt een exceptie van niet ontvankelijkheid ratione temporis op: “Overeenkomstig artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 maart (sic) 1948 houdende de regeling van de rechtspleging voor de Raad van State, verjaren de beroepen tot nietigverklaring 60 dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekend gemaakt of betekend. Indien de beslissing noch werd bekend gemaakt, noch werd betekend, gaat de termijn van 60 dagen in op de dag dat de klager kennis heeft gekregen van de beslissing. Uit het administratief dossier kan worden afgeleid dat de datum van kennisname door eiser 28 maart 2007 was. Immers, de raadsman van eiser schrijft op 28 maart 2007 : ‘Heden (nl. 28 maart 2007) mochten wij vernemen dat door uw bestuur een vergunningsbeslissing werd genomen’. Eiser had dus kennis van de beslissingen op 28 maart
- Zijn beroep werd pas op 11 juni 2007 afgestempeld ter griffie, dit terwijl de termijn van 60 dagen reeds op 28 mei 2007 verstreek. Het is niet omdat eiser pas op respectievelijk 2 mei 2007 en 12 april 2007 afschrift zou hebben gekregen van de voormelde beslissingen, dat hij niet voorheen reeds kennis had van de inhoud van deze beslissingen. Het beroep is dan ook onontvankelijk wegens laattijdigheid”. X-13.324-6/10 4.
- In de memorie van wederantwoord dupliceert de verzoeker: “Verzoeker nam, na meermaals aandringen, voor het eerst kennis van de tweede bestreden beslissing ingevolge het faxbericht dat op datum van 12.04.2007 werd overgemaakt door verwerende partij. De eerste bestreden beslissing, waarvan de tweede bestreden beslissing een voortvloeisel is, werd echter niet gelijktijdig met deze laatste overgemaakt. Er dient te worden benadrukt dat verzoekende partij absoluut op diligente wijze het nodige heeft gedaan om kennis te nemen van de inhoud van beide bestreden beslissingen. Dit blijkt ook afdoende uit het reeds vermelde feitenrelaas. Verzoekende partij heeft zich vrijwel onmiddellijk en bijgevolg onmiskenbaar binnen een meer dan redelijke termijn (...) gemeld bij het gemeentehuis teneinde een afschrift te bekomen van de tweede bestreden beslissing, met name op 28.03.
- Aldaar verstrekte de bevoegde dienst zeer onduidelijke communicatie, met name dat de tweede bestreden beslissing blijkbaar wel werd afgeleverd, maar dat de nodige handtekeningen daarop nog ontbraken. De aflevering van de vergunningsbeslissing was op dat ogenblik bijgevolg geenszins duidelijk, laat staan dat de inhoud van de beslissing afdoende kon worden ingeschat. Uiteraard zijn er immers handtekeningen nodig vooraleer een beslissing als officieel genomen kan worden beschouwd. Er was in hoofde van verzoekende partij bijgevolg enkel sprake van een vermoeden van aflevering van de vergunning, waarmee geenszins de voldoende kennis in hoofde van verzoekende partij wordt aangetoond (...). Beweren dat verzoekende partij op datum van 28.03.2007 reeds kennis had van de inhoud van de vergunningsbeslissing, meer nog, beweren dat hij geweten zou hebben op welke gronden de eerste bestreden beslissing werd genomen, raakt dan ook kant noch wal. Ook van enige dossierinzage was op dat ogenblik geen sprake. Via schrijven dd. 28.03.2007 verzoekt de raadsman van verzoekende partij aan eerste verwerende partij om van zodra het mogelijk is een afschrift van de voormelde beslissing over te maken evenals inzage in het administratief dossier te verlenen (...). Hierop komt echter geen enkele reactie van eerste verwerende partij. Na (meerdere) telefonische contacten door verzoeker, bij monde van zijn raadsman, met de verantwoordelijke van de Dienst Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw wordt gemeld dat ‘zo snel als mogelijk’ een reactie zou worden verstrekt op het door de gemeente in goede orde ontvangen schrijven dd. 28.03.
- Na tweede telefonische aanmaning gaat eerste verwerende partij pas op datum van 12.04.2007 over tot het bezorgen van een afschrift van de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning (...). De eerste bestreden beslissing, dewelke uiteraard ook van absoluut belang is in het kader van voorliggende vergunningsprocedure, werd op dat ogenblik niet medegedeeld, ondanks herhaaldelijk aandringen van verzoekende partij. Het is pas bij de ontvangst van de tweede bestreden beslissing, op 12.04.2007, dat verzoekende partij duidelijke kennis heeft van de precieze inhoud en draagwijdte van de beslissing, in het bijzonder van de voor hem belangrijke bepalingen, zoals het standpunt en de motieven vanwege de gewestelijke ambtenaar aangaande de vraag tot afwijking van het BPA Hertblock of de verkavelingsvergunning (...). Onmiddellijk na de ontvangst van de eerste bestreden beslissing heeft verzoekende partij onverwijld bij het gemeentebestuur aangedrongen op inzage X-13.324-7/10 in het volledig administratief dossier teneinde alle procedurevoorgaanden te kennen met het oog op het opstellen van een mogelijk beroep bij Uw Raad. De dag van de dossierinzage werd aan de raadsman van verzoekende partij geweigerd om onmiddellijk een kopie van de gevraagde dossierstukken mee te geven. De raadsman van tegenpartij heeft bijgevolg ter plaatse een schriftelijk verzoek opgesteld en overhandigd aan de betrokkene van de bevoegde dienst. Deze laatste verzekerde dat de stukken ‘dezelfde dag nog’ per fax zouden worden overgemaakt. Dit gebeurde echter niet... Pas per schrijven dd. 25.04.2007, ontvangen door verzoekende partij op 02.05.2007, werden de gevraagde stukken waaronder de eerste bestreden beslissing, overgemaakt. Verzoeker heeft zich binnen een meer dan redelijke termijn geïnformeerd teneinde de correcte inhoud en onderliggende motieven van beide beslissingen te kennen, met het oog op het instellen van een zinvol beroep. Na dossierinzage door de raadsman van verzoekende partij wordt een kopie van de eerste bestreden beslissing overgemaakt bij schrijven dd. 25.04.2007, door verzoeker ten vroegste ontvangen op 02.05.
- Dat verzoeker bijgevolg beschikt over een éénmalige en niet verlengbare termijn van zestig dagen na kennisname van de beslissingen, waarbinnen hij zijn verzoekschrift tot annulatie dient toe te sturen. Huidig verzoekschrift tot annulatie werd dan ook binnen de voorziene termijn overgemaakt”. Beoordeling 4.
- Aangezien een stedenbouwkundige vergunning noch bekendgemaakt, noch aan derden betekend dient te worden, gaat voor een belanghebbende derde de in artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalde beroepstermijn van zestig dagen in met de dag waarop hij kennis heeft van de vergunning. Opdat de termijn voor een belanghebbende derde zou beginnen te lopen vanaf het ogenblik dat hij feitelijk kennis heeft van een vergunning, is enkel vereist dat hij een voldoende kennis heeft van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de vergunning, niet dat hij op dat ogenblik kennis heeft van de precieze inhoud ervan, noch van het griefhoudend karakter ervan, noch van alle mogelijke onwettigheden die er zouden aan kleven. 4.
- Met een brief van 28 maart 2007 deelt de raadsman van de verzoeker aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Steenokkerzeel mee wat volgt: “BETREFT: BRUNO LAEREMANS t./ STEENOKKERZEEL M./Ref.: RE-06-1019-CG U./Ref: 874.1-2006/S-131 X-13.324-8/10 Ik verwijs naar de zaak vermeld in referte waarin ik werd geraadpleegd door mijn cliënt, de heer Bruno LAEREMANS, wonende te 1820 STEENOKKERZEEL, Anjelierenlaan
- Ik verwijs naar uw referte en naar het bezwaarschrift van mijn cliënt dat in het kader van het openbaar onderzoek, dat afliep op donderdag 23.11.2006, werd ingediend. Heden mochten wij vernemen dat door Uw Bestuur een vergunningsbeslissing werd genomen. Hoewel mijn cliënt zich deze ochtend begaf naar uw kantoren werd hem blijkbaar geweigerd een afschrift van de betreffende beslissing te bekomen. Middels onderhavig schrijven verzoeken wij U dan ook met aandrang ons toelating te verlenen om, in toepassing van het Openbaarheidsdecreet dd. 26.03.2004, inzage te verkrijgen in het administratief dossier en een afschrift te bekomen van de vergunningsbeslissing dd. 26.03.2007”. In antwoord op voormelde brief heeft het college van burgemeester en schepenen van Steenokkerzeel aan de raadsman van de verzoeker met een schrijven van 12 april 2007 meegedeeld wat volgt: “Op 2 april 2007 (datum van inschrijving in het register van de gemeente Steenokkerzeel) ontvingen wij uw bovenvermelde brief. Optredend namens uw cliënt Bruno LAEREMANS, wonende Anjelierenlaan 11 te 1820 Steenokkerzeel, schrijft u dat onze diensten uw cliënt weigerden een afschrift van de vergunningsbeslissing dd. 26 maart 2007 te bezorgen. Dit strookt niet met de feiten, daar hem werd meegedeeld dat dit stuk nog niet klaar was, daar nog niet ondertekend door de gemachtigde personen. Daarenboven moet de gemeente op een louter mondeling verzoek niet ingaan, overeenkomstig omzendbrief VR 2004/26 van 4 juni
- In uw schrijven verzoekt u ons om inzage van betreffend administratief dossier en om afschrift van de vergunningsbeslissing dd. 26 maart
- In uw hoedanigheid als belanghebbende, stelt de gemeente tijdens de openingsuren (elke werkdag van 8u30 tot 11u30) het betreffend administratief dossier voor inzage te uwer beschikking en wordt bij deze brief een afschrift van de vergunningsbeslissing dd. 26 maart 2007 gevoegd. Beide dokumenten worden u per fax en per brief verzonden”. 4.
- Uit het voormelde schrijven blijkt dat de verzoeker alleszins reeds op 28 maart 2007 kennis had van het bestaan van de bestreden vergunning. Aangezien de verzoeker tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift heeft ingediend waaruit blijkt dat hij op de hoogte was van de vraag tot afwijking van de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg en van de verkaveling, moet hij ook worden geacht op dat ogenblik kennis te hebben gehad van de aard en de draagwijdte van de vergunning. De brief van 12 april 2007 van het college van burgemeester en schepenen aan de raadsman van de verzoeker bevat geen elementen waaruit kan blijken dat de verzoeker op 28 maart 2007 in het ongewisse werd gelaten over het feit dat de bestreden stedenbouwkundige vergunning was verleend, mede gelet op de bewoordingen van het hiervoor aangehaalde schrijven van 28 maart 2007 van X-13.324-9/10 zijn raadsman. Uit de gegevens van de zaak blijkt voorts dat het overwegende en beschikkende gedeelte van het eerste bestreden besluit, dat een louter voorbereidende handeling is die als zodanig niet met een afzonderlijk annulatieberoep kan worden bestreden, werd overgenomen in het tweede bestreden besluit, en er mede de noodzakelijke grondslag van vormt. Het beroep tot nietigverklaring is ingesteld op 8 juni 2007, dit is meer dan 60 dagen nadat de verzoeker kennis had van het bestaan, de aard en de draagwijdte van de bestreden besluiten, en is derhalve laattijdig. De opgeworpen excepties zijn gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 250 euro, ieder voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien juni 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.324-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.407 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div