← België

Arrest 205493 - Personeel van de griffies en parketten - 21/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.493 Rolnummer: A. 191749/IX-6258 Zaak: Arrest 205493 - Personeel van de griffies en parketten - 21/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-29 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-30 04:55 Fiche Arrest nr 205.493 van 21 juni 2010 Justitie - Personeel van de griffies en parketten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 205.493 van 21 juni 2010 in de zaak A. 191.749/IX-

  1. In zake : Thierry GILLIOEN wonend te Denderleeuw Hoogstraat 176A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe en Francis Chaffart kantoor houdend te Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 20 februari 2009, strekt tot de nietigver- klaring van het koninklijk besluit van 7 december 2008 waarbij Marie-Christine Sadzot wordt benoemd tot griffier bij het hof van beroep te Brussel. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juni
  4. IX-6258-1/9 Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Francis Chaffart, die loco advocaat Stefaan Verbouwe verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. In het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007 wordt een vacature bekendgemaakt voor de functie van griffier bij het hof van beroep te Brussel. 3.
  7. Op 9 januari 2008 stelt de verzoeker zich kandidaat voor die betrekking. 3.
  8. Met een brief van 10 april 2008 meldt M.-Chr. Sadzot aan de dienst Personeelszaken van het directoraat-generaal Rechterlijke Organisatie van de FOD Justitie (hierna: de personeelsdienst) dat zij naar aanleiding van de vacature voor de functie van griffier bij het hof van beroep te Brussel de betrokken dienst telefonisch gecontacteerd had om meer informatie te verkrijgen over de benoe- mingsvoorwaarden tot die functie. Er zou haar toen verkeerdelijk meegedeeld zijn dat zij niet over de vereiste vijf jaar anciënniteit beschikte, aangezien zij weliswaar sedert 10 december 2002 gedelegeerd adjunct-griffier was, maar pas op 23 september 2003 tot adjunct-griffier benoemd werd. Zij had zich bijgevolg geen kandidaat gesteld, maar later heeft zij van collega’s vernomen dat haar opdracht als adjunct-griffier wel degelijk in aanmerking zou komen voor de berekening van de anciënniteit, en dit was haar intussen door de personeelsdienst ook bevestigd. 3.
  9. Met een brief van 28 april 2008 deelt de personeelsdienst aan de verzoeker mee dat ingevolge een administratieve vergissing de vacature voor de IX-6258-2/9 plaats van griffier bij het hof van beroep te Brussel in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2008 opnieuw zal worden gepubliceerd. 3.
  10. In het Belgisch Staatsblad van 30 april 2008 wordt de vacature voor de functie van griffier bij het hof van beroep te Brussel opnieuw bekendge- maakt. Ingaande op dit nieuw bericht stelt M.-Chr. Sadzot zich kandidaat voor de vacante betrekking. De verzoeker stelt zich eveneens opnieuw kandidaat. 3.
  11. Met een brief van 11 juni 2008 vraagt de verzoeker aan de personeelsdienst uitleg over de “administratieve vergissing” waarvan sprake in de brief van 28 april
  12. Hij vraagt ook waarom in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2008 niet werd vermeld dat de publicatie van de vacante plaats in het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007 hierdoor vervallen is. 3.
  13. In het Belgisch Staatsblad van 25 juni 2008 wordt als “erratum” het volgend bericht bekendgemaakt: “In het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007, bladzijde 60764, regel 6, is de vacante plaats van griffier bij het hof van beroep te Brussel, met ingang van 1 september 2008, geannuleerd.” 3.
  14. Bij brief van 30 juni 2008 wordt de vraag van de verzoeker van 11 juni 2008 door de personeelsdienst als volgt beantwoord: “Volgens de heer eerste voorzitter bij het hof van beroep te Brussel zou er tegenstrijdige informatie over de benoemingsprocedure zijn vermeld door de dienst. Om de belangen van alle kandidaten te respecteren werd daarom beslist om de procedure te herbeginnen. De plaats gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007 zal in het Belgisch Staatsblad van 25 juni 2008 ingetrokken worden.” 3.
  15. Met een brief van 21 oktober 2008 reageert de verzoeker hierop als volgt: “Ter aanvulling van mijn kandidaatstelling voor het ambt van griffier bij het hof van beroep van Brussel ingevolge de oproep bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 april 2008, wens ik uw aandacht erop te vestigen dat de vorige beslissing tot het oproepen van kandidaten voor dezelfde plaats, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007, op onwettelijke want niet gemotiveerde wijze werd geannuleerd (bekendmaking Belgisch Staatsblad 25 juni 2008). Het is dus duidelijk dat enkel rekening mag worden gehouden met de kandidaten die zich ook tijdig gemeld hadden ingevolge de oproep bekendge- maakt op 10 december 2007.” IX-6258-3/9 3.
  16. Intussen werd over de kandidatuur van de verzoeker een “gunstig” advies uitgebracht door de hoofdgriffier en een “gunstig tot zeer gunstig” advies door de eerste voorzitter. De verzoeker stelde tegen beide adviezen beroep in bij de raad van beroep. Deze wijzigde het “gunstig” advies van de hoofdgriffier in “gunstig tot zeer gunstig”. Het advies van de eerste voorzitter werd bevestigd. Over de kandidatuur van M.-Chr. Sadzot werd een “zeer gunstig” advies uitgebracht door de hoofdgriffier. De eerste voorzitter beoordeelde haar kandidatuur met de eindvermelding : “Zeer gunstig. Buitengewone kandidate”. M.-Chr. Sadzot wordt door de eerste voorzitter en de hoofdgriffier als eerste kandidaat voorgedragen. De verzoeker wordt niet voorgedragen. 3.
  17. Bij koninklijk besluit van 7 december 2008 wordt M.-Chr. Sadzot benoemd tot griffier bij het hof van beroep te Brussel. Dit besluit wordt bekendge- maakt in het Belgisch Staatsblad van 23 december
  18. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Excepties van de verwerende partij
  19. De verwerende partij betoogt in een eerste exceptie dat het beroep niet ontvankelijk is omdat het verzoekschrift geen echt middel bevat dat kan leiden tot de nietigverklaring van de bestreden benoeming, maar slechts onduidelijke en vage verwijten, die door haarzelf moeten geduid worden. In een tweede exceptie stelt zij dat, in de mate de verzoeker aanvoert dat de annulatie van de vacantverklaring op 10 december 2007 niet gemotiveerd zou zijn, zulks betrekking heeft op een stap in het besluitvormingspro- ces die de verzoeker niet bestreden heeft, die niet tot het voorwerp van het beroep behoort en die de verzoeker in ieder geval niet geschaad heeft, aangezien het bestuur alle kandidaten verwittigd heeft van de nieuwe vacantverklaring. Beoordeling
  20. Een verzoekschrift moet een uiteenzetting van de feiten en de middelen bevatten die tot de nietigverklaring van het bestreden besluit kunnen IX-6258-4/9 leiden. Onder een middel wordt verstaan een voldoende en duidelijke omschrijving van de rechtsregel of van het beginsel dat de verzoeker geschonden acht en van de wijze waarop die aangewezen norm door de beslissing geschonden wordt. De beoordeling daarvan is aan geen formalisme onderworpen; het volstaat dat de verwerende partij, zonder het verzoekschrift te interpreteren, kan uitmaken welke grief de verzoeker daadwerkelijk aanvoert. In het verzoekschrift zet de verzoeker uiteen dat de verwerende partij geen motieven, minstens geen deugdelijke motieven, had om de vacature, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 10 december 2007, in te trekken; het was volgens hem de bedoeling om M.-Chr. Sadzot, die zich aanvankelijk geen kandidaat gesteld had, in de mogelijkheid te stellen alsnog haar kandidatuur in te dienen, hetgeen voor haar niet onbelangrijk was, aangezien de wet van 25 april 2007, op 1 december 2008 in werking trad, waarbij de loopbaan van de griffiers werd gewijzigd en elkeen die vóór die datum benoemd werd, alsnog een hogere wedde zou genieten. Had de verwerende partij alleen rekening gehouden met de kandidaten die na de eerste kandidaatstelling gesolliciteerd hadden, dan zou hij zeker benoemd geworden zijn, aangezien hij de kandidaat was met de grootste anciënniteit en ervaring, de volle steun genoot van de magistraten en er geen reden was om een kandidaat met minder anciënniteit te laten voorgaan. De verwijzing, in het verzoekschrift, naar het bestaan van onwettige motieven of de ontstentenis van motieven voor de annulatie van de vacantverklaring van 10 december 2007, vormt een voldoende duidelijke uiteenzet- ting van een rechtsmiddel, zoals vereist wordt door artikel 2, § 1, 3/, van het algemeen procedurereglement van de Raad van State. De eerste exceptie is niet gegrond.
  21. De bekendmaking van de vacante betrekking en de annulatie daarvan zijn voorbereidende beslissingen die kaderen in een complexe rechtshande- ling die beëindigd wordt met de benoeming van een griffier. Onregelmatigheden die kleven aan dergelijke voorbereidende beslissingen kunnen als middel aangevoerd worden in een annulatieberoep tegen het eindbesluit. En over het belang van de verzoeker bij het aanvoeren van dergelijk middel kan te dezen geen twijfel bestaan: wanneer wordt vastgesteld dat de vacantverklaring van 10 december 2007 ten onrechte geannuleerd werd en de benoeming van M.-Chr. Sadzot op die grond vernietigd wordt, zal de verwerende partij, tenzij zij deugdelijke gronden aanvoert IX-6258-5/9 om anders te besluiten, de benoemingsprocedure moeten overdoen met inachtne- ming van de kandidaturen die na de bekendmaking van 10 december 2007 werden ingediend. De tweede exceptie is niet gegrond. V. Onderzoek van het enig middel Standpunt van de partijen
  22. Het standpunt van de verzoeker werd in randnummer 5 weerge- geven.
  23. De verwerende partij antwoordt dat de nieuwe publicatie van de vacature er enkel toe strekte de benoemingsprocedure te regulariseren en dat het niet de bedoeling was een financieel voordeel aan M.-Chr. Sadzot te verlenen, hetgeen blijkt uit het feit dat zij slechts na 1 december 2008 benoemd is. Zij voegt daaraan toe dat het enkele feit dat de verzoeker de grootste ervaring en anciënniteit heeft hem nog geen absolute voorsprong verleent op de andere kandidaten; zijn kandidatuur vertoonde ook zwakke punten terwijl M.-Chr. Sadzot op bijzonder positieve wijze beoordeeld werd en zij dan ook terecht als meest geschikte en bekwame kandidaat benoemd werd.
  24. De verzoeker repliceert dat het bewijs niet voorligt dat M.-Chr. Sadzot verkeerd geïnformeerd werd, dat zij haar statuut moest kennen en dat zij derhalve zelf verantwoordelijk is voor het niet-indienen van haar kandidatuur. Hijzelf heeft de meeste ervaring en anciënniteit, hetgeen hem weliswaar geen recht op benoeming verleende maar hetgeen de overheid toch verplichtte tot het opgeven van de objectieve criteria die haar toelieten aan zijn kandidatuur voorbij te gaan. De voornaamste verdienste van M.-Chr. Sadzot was dat zij de secretaresse was van de eerste voorzitter, die in deze zaak een advies gegeven heeft. Er is geen correcte vergelijking van titels en verdiensten geweest. In zijn laatste memorie stelt de verzoeker nog dat de verwerende partij zijn belangen “onnodig geschonden (heeft)”. Hij herhaalt dat geen enkel bewijs wordt voorgelegd van een verkeerde informatie aan M.-Chr. Sadzot -er is hem medegedeeld dat er tegenstrijdige informatie over de benoemingsprocedure “zou” verstrekt zijn- en dat zij zelf toch moest weten of zij aan de benoemingsvoor- waarden voldeed. Hij wijst op een aantal wazigheden in het dossier, met name dat IX-6258-6/9 de nieuwe publicatie van de vacature gebeurde op verzoek van de eerste voorzitter van het hof van beroep die de rechtstreekse meerdere van M.-Chr. Sadzot is, dat de zogenaamd verkeerde informatie nu betrekking blijkt te hebben op de benoemings- voorwaarden en niet op de benoemingsprocedure zoals hem was gezegd, dat de nieuwe vacantverklaring uitsluitend de belangen van M-Chr. Sadzot dient en dat bij de nieuwe vacantverklaring niet gemeld is dat de bekendmaking van 10 december 2007 geannuleerd werd, terwijl de mededeling omtrent de annulatie niet klopt met de werkwijze die de verwerende partij daadwerkelijk gehanteerd heeft. Hij voegt daar opnieuw aan toe dat er in het dossier geen spoor is van een correcte vergelij- king van titels en verdiensten, terwijl hij toch de meeste ervaring en anciënniteit had en de verwerende partij daaromtrent geen uitleg geeft en besluit dat, ware de vacantverklaring niet ingetrokken, hij reeds lang benoemd zou zijn geweest en een gunstiger statuut zou hebben verkregen, terwijl de situatie hem ook emotioneel belast heeft. Beoordeling
  25. In de memorie van wederantwoord en de laatste memorie breidt de verzoeker zijn uiteenzetting uit het verzoekschrift uit, waar hij nu ook aanvoert dat hij over de grootste aanspraken beschikte om de bestreden benoeming te verkrijgen. Die uitbreiding van het enig in het verzoekschrift onderkend middel, waarin enkel betwist werd dat de betrekking niet opnieuw vacant verklaard mocht worden, is niet ontvankelijk.
  26. Bij brief van 30 juni 2008 heeft de waarnemend adviseur-generaal van het directoraat-generaal rechterlijke organisatie van de FOD Justitie -de dienst die de benoemingen in de rechterlijke orde afhandelt- namens de minister aan de verzoeker medegedeeld dat er, volgens de eerste voorzitter van het hof van beroep, door zijn dienst “tegenstrijdige informatie over de benoemingsprocedure” gegeven zou geweest zijn en dat “om de belangen van alle kandidaten te respecteren” besloten was de procedure te herbeginnen en de vacantverklaring van 10 december 2007 in te trekken. Uit de stukken die de verwerende partij overlegt blijkt dat M.-Chr. Sadzot op 10 april 2008 aan de adviseur-generaal geschreven heeft dat haar telefonisch medegedeeld was dat haar opdracht als adjunct-griffier niet als anciënniteit gerekend kon worden en dat zij zich daarom geen kandidaat had gesteld IX-6258-7/9 maar dat nadien, op 7 april 2008, gebleken is dat andere ambtenaren van het bevoegde bestuur een andere mening waren toegedaan zodat zij die anciënniteit wel degelijk in rekening kon brengen.
  27. De verwerende partij heeft geen moeite gedaan om de juistheid van de stelling van M.-Chr. Sadzot te verifiëren. In ieder geval legt zij daarvan geen enkel bewijs voor. Daar tegenover staat dat de verantwoordelijke voor het betrokken bestuur de fout van zijn aangestelden erkend heeft en dat mag aangenomen worden dat hij dit niet lichtzinnig heeft gedaan. De verzoeker verwijst wel naar een machinatie die zou opgezet zijn om M.-Chr. Sadzot in de mogelijkheid te stellen om vóór 1 december 2008 tot griffier benoemd te worden en aldus een hogere wedde te genieten, maar hij brengt geen enkel concreet gegeven aan dat op een beoogde bevoordeliging van M.-Chr. Sadzot wijst, zeker nu zelfs vastgesteld moet worden dat M.-Chr. Sadzot uiteindelijk slechts op 8 december 2008 benoemd werd. Een en ander laat de Raad van State toe te besluiten dat de verwerende partij inderdaad vastgesteld heeft dat er, naar aanleiding van de vacature van 10 december 2008, verkeerde inlichtingen verstrekt zijn.
  28. Gewis stelt de verzoeker terecht dat M.-Chr. Sadzot uiterst onzorgvuldig gehandeld heeft door het niet-indienen van haar kandidatuur te laten afhangen van een telefonische mededeling vanwege een ambtenaar die ter zake geen enkel beslissingsrecht heeft en kon M.-Chr. Sadzot op grond daarvan geen enkele aanspraak op de benoeming laten gelden. Dat neemt evenwel niet weg dat de verwerende partij, binnen de discretionaire beoordelingsbevoegdheid die zij ter zake heeft, geoordeeld heeft dat de mededeling van haar aangestelde een reden was om de procedure te herbeginnen. De Raad van State kan zich bij het beoordelen van de vraag of de verwerende partij wettig de vacantverklaring van 10 december 2007 kon annuleren, niet in de plaats van het bestuur stellen; zijn bevoegdheid is beperkt tot het onderzoek van de kennelijke onredelijkheid van de beslissing. Te dezen is de vacantverklaring van 10 december 2007 geannuleerd wegens een vergissing van het bestuur. Dergelijke beslissing is niet kennelijk onredelijk.
  29. Het middel is niet gegrond. IX-6258-8/9 BESLISSING
  30. De Raad van State verwerpt het beroep.
  31. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverkla- ring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6258-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.493 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.