id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.500 Rolnummer: A. 187968/IX-5906 Zaak: Arrest 205500 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 21/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-28 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:55 Fiche Arrest nr 205.500 van 21 juni 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 205.500 van 21 juni 2010 in de zaak A. 187.968/IX-5906 In zake : Marc ARYS wonend te Sint-Pieters-Woluwe Felix Poelstraat 5 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstaat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 24 april 2008, strekt tot de nietigverkla- ring van de aanwijzing bij mobiliteit van commissaris David Sannen voor de betrekking van commissaris - adjunct-diensthoofd DGA/DAFA met ingang van 1 maart
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld. De partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 mei
- Staatsraad Pierre Barra heeft verslag uitgebracht. IX-5906-1/14 De verzoeker, en adviseur Els Van Rossem, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is commissaris van politie bij de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de Lokale Politie. 3.
- Op 9 augustus 2007 maakt de directie van de mobiliteit en het personeelsbeheer, deel van de algemene directie van de ondersteuning en het beheer (hierna: DGS), bekend dat er een vacature is voor de betrekking van commissaris - adjunct-diensthoofd DGA-DST DAFA (dienst luchtsteun gevestigd te Melsbroeck). 3.
- De verzoeker stelt zich samen met 17 anderen personeelsleden waaronder D. Sannen, kandidaat voor deze vacature. 3.
- In een interne nota van 15 januari 2008 van Herman Perdu, dienstchef DAFA en voorzitter van de selectiecommissie, aan de Algemene Directie Bestuurlijke Politie (hierna: DGA) en aan DGS wordt meegedeeld dat D. Sannen eerste geklasseerd werd en medisch geschikt is; hij vraagt de mutatie te laten doorgaan. 3.
- In een interne nota van 22 januari 2008 van H. Perdu aan DGA en DGS wordt toelichting gegeven omtrent de selectieprocedure. Vooreerst wordt erin opgemerkt dat de selectieproef, afgenomen door een selectiecommissie die een advies moet uitbrengen, in twee gedeelten, op 23 november 2007 en 6 december 2007, verlopen is. Na het tweede gedeelte werden zes kandidaten gerangschikt. IX-5906-2/14 Als eerste werd D. Sannen (164,3/200) en als derde de verzoeker (138,5/200) gerangschikt. Voorts wordt erin vermeld: “
- Met de kandidaten werd afgesproken dat zij in afdalende volgorde naar de medische proeven voor Tijdelijk Varend Personeel zouden worden gestuurd. Indien de eerste kandidaat medisch ongeschikt zou verklaard worden, dan werd automatisch kandidaat nr. 2 opgeroepen, enz.
- Op 11/01/2007 (lees: 2008) heeft DAFA de bevestiging gekregen dat de kandidaat die eerst gerangschikt was, ook in de medische testen geslaagd is.
- Gelieve dan ook CP Sannen, 44 23583 92 ASAP mutatie te laten maken, rekening houdend dat er een opleiding tot operationeel coördinator is voorzien.” 3.
- Uit e-mailverkeer tussen de verzoeker en H. Perdu blijkt voorts het volgende: Daags na de tweede proef, met name op 7 december 2007, informeert de verzoeker per mail bij H. Perdu naar de stand van zaken. Deze antwoordt hem dat hij derde geklasseerd is, dat er een duidelijke eerste is en dat in principe de eerste drie opgeroepen worden voor de medische testen. Op 7 januari 2008 stuurt de verzoeker een nieuwe mail naar H. Perdu met de vraag of er al nieuws is met betrekking tot het medisch onderzoek. Deze antwoordt dat D. Sannen zelf een afspraak heeft kunnen regelen met het Centrum voor Medische Expertise (CMA) voor 11 januari 2008, dat de uitslag snel bekend zou moeten zijn “en dan gaan we verder”. Na nog twee mails van diezelfde dag over de aard van het medisch onderzoek stuurt de verzoeker op 14 februari 2008 de volgende mail naar H. Perdu: “Herman, Ben op 12 februari ll. op het CMA geweest. Keuringsonderzoek VMC2 bijna afgerond. Nog bij tandarts (mag gebeuren bij eigen tandarts - onderzoek kon niet in CMA) en drukkamer (Caisson) voorzien op 11 maart 2008.” H. Perdu antwoordt hierop als volgt: “Ok Marc. Weet ook dat kandidaat nr. 1 geslaagd is in zijn medische testen.” IX-5906-3/14 3.
- Op 25 januari 2008 verklaart de DGA zich akkoord met de voorgestelde kandidaat CP D. Sannen. Op 8 februari 2008 verklaart DGS zich akkoord. Dit is de bestreden beslissing. In het bulletin van het personeel nr. 287 van 26 februari 2008 wordt de bestreden beslissing onder de rubriek “uitgevoerde mobiliteit”, ingangs- datum 1 maart 2008, bekendgemaakt. 3.
- Met een brief van 7 maart 2008 aan de directeur-generaal DGS deelt de verzoeker mee dat hij zich, zoals de eerste kandidaat voordien deed, heeft laten inschrijven voor de medische keuringsproeven en dat deze momenteel nog niet voleindigd zijn. Tevens stelt hij het volgende: “Groot was mijn verbazing in het bulletin van het personeel van 26.02.2008 onder de rubriek ‘uitgevoerde mobiliteit’ te lezen dat de beoogde plaats reeds werd toegewezen aan commissaris David Sannen met ingang van 1 maart
- Graag had ik even toelichting terzake, daar, mijns inziens, de procedure in de huidige stand van zaken nog niet volledig afgerond is.” Bij brief van 18 maart 2008 deelt de verzoeker aan de directeur- generaal DGS mee dat hij intussen medisch geschikt is bevonden en in aansluiting op het vorig schrijven stelt hij nog het volgende : “Aangezien ik aldus geschikt blijk te zijn voor het invullen van de functie van commissaris van politie, adjunct diensthoofd - DAFA, veroorloof ik mij uw aandacht te vestigen op de voorrangsregeling die de leden van de Algemene Inspectie van de Federale Politie en van de Lokale Politie genieten bij een kandidatuur voor een betrekking bij een politiedienst. Gezien wat voorafgaat, ben ik eveneens zo vrij u te vragen in deze zaak nazicht te willen doen en desnoods de nodige schikkingen te willen treffen om een oplossing te bieden aan dit probleem. In voorkomend geval word ik eveneens graag in het bezit gesteld van een duidelijke motivering tot het niet weerhouden van mijn kandidatuur voor de functie van commissaris van politie, adjunct diensthoofd - DAFA. Graag had ik spoedig een antwoord teneinde mijn nadere rechten te kunnen vrijwaren.” 3.
- Blijkbaar om een repliek verzocht op deze bezwaren van de verzoeker antwoordt H. Perdu als voorzitter van de selectiecommissie bij nota van 4 april 2008 aan DGS en DGA het volgende: IX-5906-4/14 “1 Navolgend aan mijn nota's in Ref, wens ik DGS, te melden dat ik kandidaat CP ARYS op heden, 01-04-2008, rekening houdend met de elementen, die mij na het beëindigen van de selectieprocedure, ter kennis zijn gebracht, ongeschikt verklaar voor de functie van Adjunct Diensthoofd. 2 Elementen ter ondersteuning 2.1 CP ARYS, heeft op eigen initiatief de medische keuring gevolgd hoewel niemand hem dat gevraagd heeft. Op 12 FeB 08 wordt hij ‘Tijdelijk Ongeschikt’ verklaard (zie Bijl 1). Op zichzelf was dit een voldoende reden om de procedure als afgehandeld te beschouwen. Na de 2e testdag is expliciet aan iedere kandidaat gezegd dat de eerst gerangschikte die de medische keuring slaagde, zou voorgesteld worden om de plaats te bezetten. 2.2 Niettemin laat CP ARYS, zich op 13 maart herkeuren en wordt hij geschikt verklaard (zie Bijl 2). 2.3 Zowel in zijn eerste als in zijn tweede brief aan U gericht (07 en 18 maart 2008), spreekt CP ARYS, over een medische keuring in 2 ‘delen’. Hij ‘vergeet’ daarbij te vermelden dat hij reeds voor het eerste deel ‘ongeschikt’ is verklaard. 2.4 In zijn tweede brief (18 maart) spreekt CP ARYS over het feit dat hij ‘aldus geschikt blijkt te zijn voor het invullen van de functie van Commissaris van Politie, adjunct diensthoofd DAFA’. Dit is een eigen interpretatie want op geen enkel moment (zie Ref 1 en 2, zie ook mails hieromtrent) wordt er gesteld dat CP ARYS ‘geschikt’ is voor de functie. 2.5 In zijn eerste brief van 07 maart verwijst CP ARYS naar gevoerde mails. Buiten het feit dat het ongepast is om zowel vóór/tijdens als kort na de selectie (in totaal een l0-tal) E-mails te schrijven naar het diensthoofd voor wie men postuleert, zijn deze snel geschreven en hebben ze geen officieel karakter. Hij ‘gebruikt’ deze mails wel als officiële stukken in bijlage aan zijn 2e brief. Wat deze E-mails betreft kan gesteld dat: - betrokkene vele vragen stelt maar nergens melding maakt van zijn intentie om gebruik te maken van zijn prioriteit en wel integendeel. - E-mail van 07 Dec 2007: de laatste testdag was op 06 Dec; reeds de dag nadien vraagt CP ARYS al naar de eindresultaten. Als antwoord wordt gezegd dat hij derde is en dat in principe de eerste 3 zullen opgeroepen worden voor medische keuring. - E-mail van 12 Dec 2007: betrokkene vraagt datum voor medische keuring CMA; antwoord is dat er onderhandeld wordt. - E-mail van 07 Jan 2008: 14.43: betrokkene vraagt naar verder nieuws over zijn medische keuring. Het antwoord is duidelijk dat kandidaat CP SANNEN op 11 Jan zou gekeurd worden en dat pas daarna er verder zal gegaan worden. - E-mail van 07 Jan 2008:15.15: betrokkene vraagt of hijzelf een afspraak moet maken. Antwoord is duidelijk: gezien 11 Jan (datum keuring CP SANNEN), zullen we pas oproepen nadien (hier wordt gesuggereerd indien SANNEN mislukt). - E-mail van 14 Jan 2008:0917: vraag + antwoord over het juiste medisch profiel; - E-mail van 14 Feb 200815.35: hierin stelt CP ARYS dat hij (op eigen initiatief) naar het CMA getrokken is en dat hij terug moet op 11 maart. IX-5906-5/14 Opmerking: betrokkene wist toen al dat hij tijdelijk ongeschikt was verklaard! Het betrof immers een probleem van te hoog BMI (Body Mass Index) en dat wordt ter plaatse medegedeeld!! Als antwoord stel ik expliciet dat kandidaat 1 (SANNEN) geslaagd is en suggereer ik dat het 2e onderzoek van CP ARYS, voor DAFA nutteloos is. 3 Besluit Gezien de aangehaalde elementen die aantonen dat CP ARYS hetzij de volledige waarheid verzwijgt of zelfs verdraait en gezien betrokkene informele mails, a posteriori ‘gebruikt’ in officiële documenten, meen ik dat het vertrouwen ernstig geschaad is en verklaar hem op basis hiervan ongeschikt voor de functie van 2 Comd. Deze beslissing wordt versterkt door informatie dat betrokkene een ordemaatregel zou hebben opgelopen in het kader van zijn stage voor hoger officier naar aanleiding van handelingen die eveneens betrekking hebben op loyaliteit en vertrouwen. Ik laat het aan de wijsheid van DGS over deze informatie te controle- ren. HCP Herman PERDU DstChef DSAS” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- De verzoeker heeft, na een regelmatige laatste memorie te hebben ingediend, nog een toelichting op de laatste memorie van de verwerende partij aan de griffie van de Raad van State laten geworden. Dergelijke “toelichting” is geen door het procedurereglement voorzien stuk. Om die reden wordt het uit de debatten geweerd. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert in een eerste middel de schending aan van het gelijkheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en de formele motiveringsplicht. Hij betoogt dat in het kader van een gelijke toegang tot het openbaar ambt de overheid ertoe gehouden is de titels en verdiensten van de kandidaten te vergelijken op basis van objectieve en pertinente criteria en dat de benoeming moet steunen op wettige motieven. Uit de bekendmaking van de vacature blijkt niet, aldus de verzoeker, dat er een concrete beslissing werd genomen IX-5906-6/14 omtrent de te volgen selectieprocedure. Hieruit kan afgeleid worden dat het een benoeming naar keuze betreft met een ruime appreciatiebevoegdheid. Aangezien de overheid het algemeen belang moet respecteren, impliceert dit dat de benoeming pas kan geschieden na de vergelijking van titels en verdiensten, waarna de meest bekwame kandidaat moet benoemd worden. Luidens artikel VI.II.35, § 3 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politie- diensten (hierna: RPPol) geschiedt de vergelijking van titels en verdiensten van de in aanmerking komende kandidaten voor een bij mobiliteit te begeven betrekking op basis van 1/ hun kandidaatstelling; 2/ hun mobiliteitsdossier; 3/ de resultaten van de overeenkomstig artikel VI.II.21 gekozen selectiemodaliteiten. Luidens artikel VI.II.36 RPPol maakt de federale selectiecommissie na vergelijking van de aanspraken en verdiensten een gemotiveerd voorstel op dat enerzijds de kandidaten bevat die zij geschikt heeft bevonden, en anderzijds de kandidaturen die onont- vankelijk zijn of die zij niet geschikt heeft bevonden. Luidens dezelfde bepaling deelt de commissie aan de niet geschikte kandidaten de redenen van hun ongeschikt- heid mee. Te dezen werd aan de verzoeker meegedeeld dat hij bij de eerste drie kandidaten “weerhouden” was ingevolge zijn deelname aan de schriftelijke selectietesten, waarna hij de nodige stappen deed om zich te onderwerpen aan de medische selectie voor de beoogde functie. Nog vóór de verzoeker zich aan het laatste deel van het medisch onderzoek diende te onderwerpen, stelde hij vast dat de beoogde functie intussen was toegekend aan een andere kandidaat. De overheid heeft aldus nagelaten de aanspraken en verdiensten te vergelijken. De aanspraken en verdiensten die de verzoeker kon doen gelden werden bijgevolg niet vergeleken en afgewogen ten aanzien van de andere in aanmerking komende kandidaten. De overheid heeft CP Sannen benoemd vooraleer de selectieprocedure beëindigd was, hetgeen alle redelijkheid tart. Dergelijke handelwijze beknot de gelijke toegang tot het openbaar ambt en houdt tevens een schending van het adagium “patere legem quam ipse fecisti”. De overheid moet na vergelijking van de titels en verdiensten die kandidaat benoemen met de direct zichtbare grotere aanspraken op de benoeming, en dit op straffe van schending van het redelijkheidsbeginsel. Met verwijzing naar artikel VI.II.36 RPPol stelt de verzoeker dat uit niets blijkt waarom de voorkeur IX-5906-7/14 werd gegeven aan de benoemde en dat de overheid de titels en verdiensten van de kandidaten heeft vergeleken en welke de objectieve elementen zijn aan de hand waarvan zij haar keuze gemaakt heeft. De overheid laat na op afdoende wijze haar keuze voor de benoemde te motiveren waardoor zij de formele motiveringsplicht schendt. Zij heeft bovendien nagelaten aan de verzoeker de redenen van zijn ongeschiktheid mee te delen, ondanks het feit dat de verzoeker de overheid daartoe twee maal heeft aangeschreven op 7 maart 2008 en 18 maart
- De verwerende partij antwoordt dat de selectiecommissie wel degelijk de aanspraken en de verdiensten van de kandidaten heeft vergeleken op basis van hun kandidaatstelling, het mobiliteitsdossier en de resultaten van de selectie en dat zij tot een duidelijke rangschikking is gekomen, overzichtelijk weergegeven in een scoretabel. Er werden verschillende geschiktheidsproeven gehouden met een afzonderlijke score voor elk van de individuele kandidaten. De selectiecommissie is dan ook tot een gemotiveerde rangschikking gekomen. Dat de aanspraken en verdiensten van de kandidaten niet vergeleken werden, kan dan ook niet aange- nomen worden: CP Sannen behaalde een score van 164,3 en werd als eerste gerangschikt; de verzoeker behaalde een score van 138,5 en werd als derde gerangschikt. Eigen aan de te begeven functie is dat de kandidaat ook moet slagen voor een medische geschiktheidsproef die afgelegd moet worden bij het Centrum voor Medische Expertise. Gelet op de kostprijs van de test en op het feit dat het slagen voor deze test een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de beoogde functie, zonder echter een rangschikking te beogen, werd dan ook door de selectiecommissie mondeling aan de kandidaten meegedeeld dat de eerst gerang- schikte kandidaat zich aan deze test zou onderwerpen, en dat bij het niet slagen van de eerste kandidaat de volgende kandidaat zou opgeroepen worden. De verzoeker was hiervan dus op de hoogte. Desondanks heeft de verzoeker zelf een afspraak gemaakt met het Centrum voor Medische Expertise. De selectiecommissie heeft op 15 januari 2008, bevestigd met het schrijven van 22 januari 2008, kandidaat Sannen voorgedragen voor de functie aangezien hij als eerste gerangschikt was en geschikt bevonden was. IX-5906-8/14 Dit was dan ook het normale einde van de procedure aangezien het niet de bedoeling was alle kandidaten aan de medische proef te onderwerpen. De verzoeker laat ten onrechte doorschemeren dat de voorzitter van de commissie heeft bevestigd dat de verzoeker “weerhouden” was bij de eerste drie kandidaten, wat zou laten uitschijnen dat hij als geschikt zou zijn beoordeeld door de selectiecommissie. De voorzitter deelde enkel mee dat de verzoeker als derde geklasseerd is en de voorzitter bevestigt dan ook niet dat de verzoeker geschikt is voor de functie. Uit de scoretabel van de geschiktheidsproeven blijkt immers dat de verzoeker voor het onderdeel “praktijk” een ruim onvoldoende score van 6/20 behaald heeft. Het was dan ook nooit de intentie van de selectiecommissie om de verzoeker geschikt te verklaren voor de functie. Niet slagen voor een onderdeel van deze testen duidt immers op het ontberen van bepaalde kennis of vaardigheden die vereist zijn voor de beoogde functie. Zoals ook expliciet aan de verzoeker is bevestigd is het verschil tussen de score van de eerste kandidaat en de score van hemzelf niet onbeduidend (164,3 - 138,5). Hieruit blijkt dat het nooit de bedoeling kan geweest zijn van de selectiecommissie om de verzoeker geschikt te verklaren. Na het vernemen van bijkomende informatie, zo vervolgt de verwerende partij, heeft de voorzitter van de selectiecommissie dit bevestigd en hem expliciet ongeschikt verklaard wegens het vernemen dat de verzoeker het voorwerp heeft uitgemaakt van een ordemaatregel. Uit de motivering van die beslissing blijkt dat het vertrouwen ernstig geschonden is zodat toekomstige samenwerking onmogelijk is geworden. De verzoeker heeft blijkbaar nooit eerlijk gecommuniceerd over de eerste medische test die hij op 12 februari 2008 heeft ondergaan waarbij hij tijdelijk ongeschikt werd verklaard voor de functie, terwijl de verzoeker steeds heeft voorgehouden dat de test in twee delen gebeurde. De verwerende partij kan dan ook niet anders dan vaststellen dat er een “de facto ongeschiktheid is van de kandidatuur”, enerzijds door het behalen van een onvoldoende op het onderdeel praktijktest, en anderzijds door de argumenten aangehaald in het schrijven van de voorzitter van de selectie- commissie van 4 april 2008 die wijzen op een vertrouwensbreuk. Ten slotte beklemtoont de verwerende partij dat de beslissing tot benoeming van CP Sannen die is verschenen in het personeelsbulletin, duidelijk haar motivering vermeldt, zowel in rechte als in feite. De overheid sluit zich immers expliciet aan bij het proces-verbaal van de selectiecommissie en de bijlagen, zijnde de scoretabel. De motivering is dan ook afdoende voor het schragen van de IX-5906-9/14 bestreden beslissing. Ze omvat een duidelijke weergave van de individuele scores van elke kandidaat en dit met een algemene rangschikking van de kandidaten.
- De verzoeker antwoordt dat de voorzitter van de selectiecommis- sie per mail van 7 december 2007 hem meegedeeld heeft dat in principe de drie eerste van de selectieproef opgeroepen worden voor de medische testen, en dat de voorzitter in zijn mail van 7 januari 2008 stelt dat kandidaat Sannen blijkbaar zelf een afspraak heeft gemaakt met het Centrum voor Medische Expertise. In die context kan de verzoeker moeilijk verweten worden dat hij zelf een afspraak regelde met het centrum. Wat de rangschikking en de scoretabel betreft wijst de verzoeker er op dat CP Sannen reeds geruime tijd samenwerkte met de dienst DAFA, als coördinator luchtsteun voor de PZ Antwerpen, zodat hij op praktijkvlak een voorsprong had op de andere kandidaten. Bovendien was nog een vorming voorzien om operationeel te worden verklaard. Had de verzoeker deze vorming kunnen volgen, mag men aannemen dat hij ook operationeel was verklaard. In de mate dat de verwerende partij laat verstaan dat de verzoeker ten onrechte heeft laten doorschemeren dat hij “weerhouden” was bij de eerste drie kandidaten, wijst de verzoeker er op dat hij pas met de brief van 4 april 2008 van de voorzitter, na het afsluiten van de selectieprocedure en nadat CP Sannen reeds vanaf 1 maart 2008 was benoemd, expliciet ongeschikt is verklaard. Wat de nieuwe bijkomende informatie, waarvan sprake in die brief van 4 april 2008, betreft stelt de verzoeker dat dit document een intern document betreft dat geenszins een orde- of tuchtmaatregel inhoudt. Dit document werd ten onrechte en op latere datum overgemaakt met het inzicht om de verzoeker alsnog in een slecht daglicht te plaatsen. Mochten de feiten in dit document zo waarheids- getrouw zijn, dan moet men zich de vraag stellen hoe het komt dat de verzoeker sinds juni 2004 tot op heden nog altijd deel uitmaakt van de Algemene Inspectie, waarvan de leden verondersteld worden dat zij integer en te vertrouwen zijn. Wat de medische selectie betreft, bevestigt de verzoeker dat deze wel degelijk in twee tijden plaatsvond en dit niet op vraag van de verzoeker. De medische test bevat onder meer een test in de drukkamer (caisson) en bij het medisch onderzoek van 12 februari 2008 werd aan de verzoeker meegedeeld dat IX-5906-10/14 deze drukkamer nog niet in gebruik was en dat er op een latere datum een afspraak moest gemaakt worden. Die werd vastgelegd op 11 maart 2008, maar naderhand op initiatief van het centrum verplaatst naar 13 maart
- Na deze test werd de verzoeker geschikt verklaard op 17 maart
- Het document van tijdelijke ongeschiktheid van 21 maart 2008 refereert naar het onderzoek van 12 februari 2008 en dient enkel om de medische toestand van de verzoeker tussen de twee delen van de medische test vast te stellen. Op geen enkel ogenblik heeft de verzoeker enige dubieuze communicatie gevoerd over de medische onderzoeken. De opsplitsing in twee delen gebeurde op initiatief van het centrum zelf zodat de verzoeker hiervoor niet verantwoordelijk gesteld kan worden. Bovendien rijst in het kader van de problematiek van de drukkamer de vraag hoe kandidaat Sannen aan de medische selectie heeft kunnen voldoen, tenzij hij reeds een eerdere keuring bezat. De verzoeker concludeert dat de selectiecommissie de aanspraken en verdiensten van de kandidaten niet heeft kunnen vergelijken aangezien de procedure voor verzoeker pas op 13 maart 2008 werd voltooid.
- In haar laatste memorie merkt de verwerende partij op dat het feit dat de verzoeker geslaagd was voor de selectieproef, niets wil zeggen over de definitieve geschiktheid voor de te begeven functie. Om definitief geschikt te worden bevonden voor de functie, dienen de kandidaten immers aan een medisch onderzoek te worden onderworpen. De verzoeker werd op 12 februari 2008 aan de medische testen onderworpen en werd ongeschikt bevonden; hij werd hiervan in kennis gesteld en was dus wel degelijk op de hoogte van de redenen waarom hij ongeschikt werd bevinden voor de te begeven functie. Er was aldus, zo besluit de verwerende partij, wel degelijk de facto een vergelijking tussen de eerste gerang- schikte en de verzoeker. Beoordeling
- De vacature voor het ambt van adjunct-diensthoofd DGA-DST DAFA werd bij wijze van mobiliteit vacant verklaard. Luidens artikel VI.II.35 RPPol onderzoekt een federale selectiecommissie voor officieren van de federale politie de ontvankelijkheid van de kandidaturen en vergelijkt met het oog op het geschikt bevinden van de kandidaten, de aanspraken en verdiensten van de kandidaten. De vergelijking van IX-5906-11/14 de aanspraken en verdiensten van de in aanmerking komende kandidaten voor de bij mobiliteit te begeven betrekking, geschiedt op basis van: 1/ hun kandidaatstelling, 2/ hun mobiliteitsdossier en 3/ de resultaten van de overeenkomstig artikel VI.II.21 gekozen selectiemodaliteiten, te dezen het organiseren van testen of geschiktheids- proeven. Luidens artikel VI.II.36 RPPol maakt de selectiecommissie, na de vergelijking van de aanspraken en verdiensten van de in aanmerking komende kandidaten, een gemotiveerd voorstel op bevattende enerzijds de kandidaten die zij geschikt heeft bevonden voor de betrekking en anderzijds de kandidaatstellingen die niet ontvankelijk zijn of waarvan zij de kandidaten niet geschikt bevindt. Luidens artikel VI.II.37 RPPol deelt de selectiecommissie haar gemotiveerd voorstel, bevattende de door haar geschikt bevonden kandidaten, alsook alle kandidaturen en haar beoordeling hiervan, mee aan de commissaris-generaal of aan de door deze aangewezen directeur-generaal. Luidens artikel VI.II.38 RPPol vergelijkt de directeur-generaal van het personeel, in voorkomend geval, op eensluidend advies van de commissaris-generaal voor de in het commissariaat-generaal te begeven betrekkingen of de betrokken directeur-generaal voor de in zijn algemene directie te begeven betrekkingen, de respectieve aanspraken en verdiensten van de door de selectiecommissie geschikt bevonden kandidaten op grond van het voorstel van die selectiecommissie en de in artikel VI.II.35, derde lid, bepaalde gegevens, dit zijn hun kandidaatstelling, hun mobiliteitsdossier en de resultaten van de overeenkom- stig artikel VI.II.21 gekozen selectiemodaliteiten; daarna beslist hij welke de voor de bij mobiliteit te begeven betrekking meest geschikte kandidaat is.
- Uit de nota van de voorzitter van de selectiecommissie van 22 januari 2008 blijkt dat de selectiecommissie voor de vergelijking van de aanspraken en verdiensten van de kandidaten een selectieproef georganiseerd heeft bestaande uit twee gedeelten en dat van de 14 kandidaten die aan de proef hebben deelgenomen, er zes kandidaten gerangschikt werden; uit de puntentabel die de resultaten van de proeven van alle kandidaten weergeeft, blijkt dat er slechts zes kandidaten geslaagd waren. Nergens uit de stukken waarop de Raad van State acht kan slaan, blijkt dat de selectiecommissie bij haar werkzaamheden tot het formuleren van een voorstel van geschikt bevonden kandidaten naast het afnemen van de selectieproef ook de kandidaatstelling en het mobiliteitsdossier heeft betrokken. IX-5906-12/14 Hieruit dient dan ook afgeleid te worden dat de selectiecommissie niet is overgegaan tot een vergelijking van de aanspraken en verdiensten, minstens dat, mocht er al sprake zijn van een vergelijking, deze onvolkomen is gebeurd. Aldus schendt de selectiecommissie de artikelen VI.II.35 en 36 RPPol. De directeur-generaal van de Ondersteuning en het Beheer en de directeur-generaal Bestuurlijke Politie hebben D. Sannen zonder verder onderzoek aangewezen op basis van het voorstel van de selectiecommissie. Ze zijn zelf niet overgegaan tot een vergelijking van de aanspraken en verdiensten. Voorzover mocht aangenomen worden dat ze het voorstel van de selectiecommissie bijvallen, kleeft de onwettigheid van dit voorstel evenzeer aan hun beslissing.
- Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de aanwijzing bij mobiliteit van commissaris David Sannen voor de betrekking van commissaris - adjunct-diensthoofd DGA/DAFA met ingang van 1 maart
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de vernietigde beslissing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-5906-13/14 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 21 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Bert Thys, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts André Vandendriessche IX-5906-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.500 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div