id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.642 Rolnummer: A. 193919/IX-6506 Zaak: Arrest 205642 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-28 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Arrest nr 205.642 van 22 juni 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.642 van 22 juni 2010 in de zaak A. 193.919/IX-6506 In zake : Rudy BREYNAERT wonend te Denderleeuw Kapellestraat 124 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ingrid Martens kantoor houdend te Gent Gustaaf Callierlaan 291 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 10 september 2009, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 22 juni 2009 in zoverre dit de benoeming tot gewestelijk directeur inhoudt van Joseph Saelens, Benoît Thelen, Berlinde Bogaert, Yves Cappelier en Roland De Muyter. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari 2010, datum waarop de zaak voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. De partijen zijn opnieuw opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 juni
- IX-6506-1/6 Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoeker, en inspecteur Jan De Vleeschouwer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is sinds 1 maart 2003 directeur bij een fiscaal bestuur, eerst bij Brussel I-vennootschappen, en nadien op de Dienst voorafgaande beslissingen in fiscale zaken. 3.
- In juni 2007 worden verschillende betrekkingen van gewestelijk directeur vacant verklaard in de verschillende fiscale besturen. De gewenste eigenschappen voor de te begeven ambten luiden als volgt: “Rekening houdende met zijn opdracht dient de gewestelijk directeur over kwaliteiten inzake organisatie en coördinatie te beschikken. Hij moet openstaan voor veranderingen en in staat zijn zich aan te passen aan nieuwe structuren en aan de moderne beheerstechnieken. Hij moet een voorbeeldgedrag vertonen. Zijn houding en zijn manier van handelen moeten bezielend werken naar collega’s en medewerkers toe. Hij moet beschikken over de kwaliteiten die nodig zijn om een modern en flexibel management te voeren en gedreven zijn vanuit de waarden die onderschreven worden in het «management-credo» (korpsgeest en interne relaties, interne et externe klantgerichtheid, doelstellingen en resultaten). Hij moet in staat zijn om - zijn collega’s en medewerkers te betrekken, - groepswerk te stimuleren, - het partnership te organiseren met de gesprekspartners en de leiding- gevenden van de andere instanties, - initiatieven te stimuleren, - de controle op zijn medewerkers te organiseren en indien nodig, de vereiste maatregelen te nemen. Uit het hoofddoel van de functie volgt ook dat teneinde de reglementering correct toe te passen en de fiscale en andere dossiers te kunnen verdedigen, de gewestelijke directeur moet beschikken over - een ruime kennis op administratief en reglementair vlak, IX-6506-2/6 - een algemene en diepgaande kennis van de fiscaliteit, - een juridische kennis in verhouding tot de functie. De gewestelijk directeur BTW moet in staat zijn ten volle zijn opdracht te vervullen zowel wat de diensten van de sector taxatie als wat de diensten van de sector invordering betreft. De gewestelijk directeur bij de BBI moet in staat zijn om te werken in een multidisciplinaire fiscale omgeving.” De verzoeker postuleert voor elf betrekkingen, waaronder deze waarin de ambtenaren wier benoeming hij bestrijdt, zijn benoemd. 3.
- De selectieprocedure omvat een door Selor uitgevoerde beoordeling van de generieke en de technische competenties van de kandidaten die deels steunt op de resultaten van een computergestuurde test en deels op een analyse van de antwoorden die de kandidaten hebben gegeven op de vragenlijst die ze bij hun kandidatuur moesten voegen. Uit het rapport van Selor blijkt dat de verzoeker laag scoort op de competenties “organiseren”, en gemiddeld voor “numeriek redeneren” en “verbaal redeneren”, competenties die door een computergestuurde test werden gemeten, terwijl de competentie “communiceren” voldoende en de competenties “coachen/ontwikkelen”, “servicegericht handelen” en “doelstellingen behalen” middelmatig aanwezig worden geacht. De vereiste technische competenties worden door zijn hiër- archische oversten ver boven het gemiddelde beoordeeld. 3.
- In een nota van 17 december 2007 aan de directieraad worden de kandidaten vergeleken en wordt voor elke betrekking de naar het oordeel van de administratie meest geschikte kandidaat voorgesteld. De verzoeker wordt daarbij voor een aantal betrekkingen waarvoor hij kandideerde voorbijgegaan door andere kandidaten, in casu door diegenen, wier benoeming hij met de onderhavige vordering bestrijdt, omdat zij meer geschikt worden geacht dan de verzoeker. De redenen waarom hij minder geschikt wordt geacht voor een betrekking van gewestelijk directeur worden in die nota als volgt verwoord: “Betrokkene is op technisch vlak zeer goed en als hij een dossier behandelt gaat hij tot het uiterste. De keerzijde van de medaille is echter dat zijn vastberadenheid hem soms verhindert de dingen met het nodige onderscheid te bekijken. Zo heeft hij weinig aanleg voor ‘compromissen’. IX-6506-3/6 Ook al lijkt betrokkene uit de evaluatie van zijn generieke competenties zijn medewerkers te coachen, feedback te verlenen, en lijkt hij bij hen een positieve attitude te erkennen, toch blijkt hij op het terrein moeilijkheden te ondervinden met het werken in teamverband, en geeft hij slechts weinig feedback. Bovendien vertoont hij de neiging om slechts die medewerkers te begeleiden die zijn standpunten delen. Betrokkene wordt zonder twijfel voorgesteld als een zeer briljant dossier- expert, maar die niet weet te overtuigen als de vraag zich stelt of hij wel degelijk over de nodige generieke competenties beschikt om op een correcte manier de functie van gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur uit te oefenen en om de objectieven die verbonden zijn met dit ambt te kunnen realiseren.” 3.
- Tijdens zijn vergaderingen van 18 december 2007 en 1 augustus 2008 neemt het directiecomité van de FOD Financiën de voorstellen van de Administratie van de directe belastingen en de motivering ervan ongewijzigd over. Zij worden bij brieven van 10 september 2008 aan de kandidaten betekend. 3.
- Op 18 september 2008 dient de verzoeker een bezwaarschrift in tegen de benoemingsvoorstellen. Hij gaat uitgebreid en concreet in op de zwakke punten die hij volgens de beoordeling van het directiecomité zou vertonen, waarbij hij niet alleen zijn technische kennis, maar ook de competenties waarin hij zwak zou scoren, behandelt. Hij verwijst verder naar voorgaande recente assessments waarin bijvoorbeeld zijn vaardigheden om in teamverband te functioneren uitgebreid aan bod kwamen en legt uit dat het verslag van Sonck en Prévost, waarop de beoorde- ling door het directiecomité in belangrijke mate steunt, teruggaat op informatie van Van Duerm en Delecluyse, waarmee hij tijdens zijn affectatie bij de BBI hevig in aanvaring was gekomen, terwijl de derde persoon die als informatiebron wordt vernoemd, De Geyndt, de levensgezel is van Van Duerm. Hij meent dan ook dat er vragen kunnen worden gesteld betreffende de objectiviteit van de door deze personen gegeven informatie. Hij begrijpt ook niet waarom er geen aandacht werd besteed aan zijn sollicitatiebrief zelf waarin hij zijn generieke competenties uitgebreid had toegelicht. Ook wijst hij erop dat de competenties die voorwerp zijn van kritiek in zijn beoordeling door Selor toch als middelmatig aanwezig werden beoordeeld. Hij wordt op zijn verzoek gehoord door het directiecomité op 12 december
- Naar aanleiding daarvan legt hij een uitvoerige nota neer waarin hij op concrete wijze zijn technische onderlegdheid maar ook zijn generieke competenties tracht aan te tonen. Hij gaat nogmaals zeer uitvoerig in op de moeilijkheden die hij heeft ondervonden met Van Duerm in een poging om aan te IX-6506-4/6 tonen dat haar veronderstelde verklaring dat hij weinig zin heeft voor consensus en voor het werken in team-verband niet strookt met de werkelijkheid. Hij wijst er ook op dat volgens hem de nota van 30 november 2007 (zijnde de beoordeling opgemaakt door Sonck en Prévost) tegenstrijdigheden bevat en geenszins concreet is onderbouwd. Daarbij is de nota volgens hem ook tegenstrijdig met de bevindingen van Selor. 3.
- In een nota van 16 december 2008 aan het directiecomité argumenteert de Administratie der directe belastingen dat verzoekers bezwaarschrift geen elementen bevat die van aard zijn om de benoemingsvoorstellen te herzien, wat door het directiecomité op 19 december 2008 wordt gevolgd. De beslissing van het directiecomité over het bezwaarschrift wordt aan de verzoeker meegedeeld bij brief van 22 januari
- 3.
- Bij koninklijk besluit van 22 juni 2009 worden Joseph Saelens, Benoît Thelen, Berlinde Bogaert, Yves Cappelier en Roland De Muyter dan bevorderd tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur. Dit is het bestreden besluit. 3.
- Sedert voornoemd koninklijk besluit hebben er zich in deze zaak een aantal ontwikkelingen voorgedaan, die hierna worden weergegeven. Vooreerst werden de benoemingen tot gewestelijk directeur bij een fiscaal bestuur van Benoît Thelen en Yves Cappelier vernietigd door het arrest Delescolle nr. 201.412 van 1 maart
- Deze benoemingen kunnen niet meer worden geschorst, vermits zij geacht worden nooit te hebben bestaan. 3.
- Vervolgens is Roland De Muyter met ingang van 1 februari 2010 met pensioen gegaan. Dit brengt mee dat de verzoeker niet langer doet blijken van het rechtens vereiste belang bij de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, in de mate dat zij betrekking heeft op de benoeming van Roland De Muyter. 3.
- Bijgevolg blijven nog slechts de benoemingen van Joseph Saelens en Berlinde Bogaert over, waarvan de verzoeker de schorsing van de tenuitvoerleg- IX-6506-5/6 ging vordert. Voornoemde twee benoemingen zijn evenwel geschorst door het arrest Herremerre, nr. 198.861 van 11 december
- IV. Beoordeling
- Gelet op wat in randnummers 3.9 - 3.11 werd uiteengezet, heeft de vordering tot schorsing geen voorwerp meer.
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6506-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.642 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.106 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div