id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.643 Rolnummer: A. 191505/IX-6230 Zaak: Arrest 205643 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 22/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-28 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Arrest nr 205.643 van 22 juni 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 205.643 van 22 juni 2010 in de zaak A. 191.505/IX-6230 In zake : Herbert JEGERS woonplaats kiezend te Melsele A. Van Puymbroecklaan 94 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Ambenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 19 februari 2009, strekt tot de nietigverklaring van “een beslissing, (aan Herbert Jegers) medegedeeld per brief van 19/12/2008 van het Opleidingsinstituut van de Federale Overheid (OFO), volgens dewelke hij niet is geslaagd in de test d.d. 15/05/2008 van de gecertificeerde opleiding ‘Bevolking- bevoegdheden-beleid, BV06 NL’ met referentie CACERBVO6ANE”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoeker op 10 juni 2009 ter kennis werd gebracht. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Op 23 september 2009, heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. IX-6230-1/5 Met een aangetekende brief van 1 oktober 2009 vraagt de verzoekende partij om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 februari 2010, datum waarop de zaak voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. De partijen zijn opnieuw opgeroepen voor de openbare terecht- zitting van 14 juni
- Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord op 10 juni 2009 heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, en van artikel 84, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: het algemeen procedurereglement). De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd waarvan de draagwijdte hierna wordt besproken. IX-6230-2/5 In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. Ter zitting voert de verzoeker in essentie aan dat de post verantwoordelijk is voor het niet versturen van zijn memorie van wederantwoord per aangetekend schrijven.
- In zijn brief van 30 september 2009 erkent de verzoeker dat zijn memorie van wederantwoord door middel van “Taxipost secur” aan de Raad van State is verstuurd. Luidens artikel 84, § 1, eerste lid, van het algemeen procedurere- glement moeten alle processtukken aan de Raad van State worden toegezonden bij ter post aangetekende brief. Het is de wil van de ontwerpers van de procedurerege- ling geweest dat enkel en alleen door middel van de aantekening ervan ter post, aan de verzending van een processtuk aan de Raad van State vaste datum kan worden gegeven. De verzoeker legt het bewijs voor van zijn verzending door middel van “Taxipost secur”, dat hem door de post werd afgeleverd. Reeds op het ogenblik dat hem dit bewijs door de post werd overhandigd, wist verzoeker -of behoorde hij althans te weten- dat zijn memorie van wederantwoord niet door middel van een aangetekende zending zou worden verstuurd. Er werd hem immers geen ontvangst-bewijs van aangetekende zending overhandigd, doch een bewijs met de uitdrukke-lijke vermelding dat het ging om een zending door middel van “Taxipost secur”. De verzending per “Taxipost secur” kan dan ook niet als een vergissing van de post worden beschouwd. Door het feit dat hem geen ontvangstbe- wijs van aangetekende zending werd overhandigd, doch enkel een bewijs van verzending door middel van “Taxipost secur”, heeft de verzoeker ingestemd met laatstgenoemde wijze van verzending om zijn memorie van wederantwoord aan de Raad van State te versturen. De verzoeker heeft het bijgevolg aan zichzelf te wijten dat zijn memorie van wederantwoord op die wijze is verstuurd. IX-6230-3/5
- Bovendien schrijft de verzoeker in zijn e-mail van 28 september 2009 (zijnde zijn initiële klacht bij de post) dat hij “meer dan voldoende ervaring (heeft) om te weten dat alle briefwisseling met de Raad van State aangetekend gebeurt”, en wijst hij erop in zijn aangetekende brief van 30 september 2009, gericht aan de Raad van State, dat hij zijn inleidend verzoekschrift wel aangetekend heeft verstuurd. Er mag dan ook vanuit worden gegaan dat de verzoeker wist dat hem ingeval van een aangetekende zending een ontvangstbewijs van een dergelijke aangetekende zending door de post wordt overhandigd en dat het bewijs van verzending door “Taxipost secur” dat hem effectief overhandigd werd door de postbediende, niet overeenstemt met een ontvangstbewijs van aangetekende zending. Bijgevolg wist de verzoeker van bij de afgifte van het bewijs van de wijze van de verzending, of behoorde hij althans te weten, dat zijn memorie van wederantwoord niet door middel van een aangetekende zending zou worden verzonden, doch door “Taxipost secur”. Dit wordt bevestigd door de brief van 23 februari 2010 van de post waarin verzoekers klacht wordt beantwoord. De post schrijft namelijk dat de verzoeker als afzender van de zending steeds verantwoordelijk is voor de keuze van de verzendingswijze en dat hij tevens het pakket verzendklaar, met de nodige door hem ingevulde documenten, dient af te geven aan de loketbediende.
- De verzoeker heeft aldus niet op regelmatige wijze een memorie van wederantwoord ingediend binnen de termijn van 60 dagen, voorgeschreven door artikel 7 in samenlezing met artikel 84 van het procedurereglement, zodat de Raad van State het ontbreken van het rechtens vereiste belang op grond van artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vaststelt. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6230-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 22 juni 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier. De griffier De voorzitter Wim Geurts Daniël Moons IX-6230-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.643 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div