← België

Arrest 205653 - Onteigeningen - 23/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.653 Rolnummer: A. 195913/X-14538 Zaak: Arrest 205653 - Onteigeningen - 23/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-30 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Arrest nr 205.653 van 23 juni 2010 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 205.653 van 23 juni 2010 in de zaak A. 195.913/X-14.

  1. In zake: Lode VAN DE VYVER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gaëtan Faveers kantoor houdend te 1050 BRUSSEL Bosstraat 22/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 GENT Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 12 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van 11 december 2009 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand waarbij aan het gemeentebestuur van Grobbendonk machtiging tot onteigening wordt verleend met toepassing van de spoedprocedure van onroerende goederen gelegen in Grobbendonk voor de realisatie van het rooi- en onteigeningsplan Bosduifstraat. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 mei
  4. X-14.538-1/5 Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. De verzoeker, en advocaat Elsbeth De Vylder, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De verzoeker is mede-eigenaar van percelen aan Bosduifstraat te Grobbendonk. 3.
  7. Op 2 oktober 1998 verleent de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting aan het gemeentebestuur van Grobbendonk machtiging om tot de onteigening over te gaan van onroerende goederen met het oog op de heraanleg en de verbreding van de Bosduifstraat. De machtiging heeft onder meer betrekking op een deel van de percelen waarvan de verzoeker mede-eigenaar is. De voornoemde machtiging wordt bij de Raad van State aangevochten met een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging en een annulatieberoep. Deze vorderingen worden respectievelijk verworpen bij het arrest nr. 80.278 van 18 mei 1999 en het arrest nr. 189.855 van 28 januari
  8. 3.
  9. Nadat in vergadering van 9 september 2008 de gemeenteraad van Grobbendonk een rooilijn- en onteigeningsplan voorlopig goedgekeurd heeft, wordt een openbaar onderzoek gehouden. 3.
  10. Het tijdens dat openbaar onderzoek ingediende bezwaar van Jan Van De Vyver wordt door de gemeenteraad van Grobbendonk verworpen in de vergadering van 20 januari
  11. X-14.538-2/5 Op dezelfde datum wordt het rooilijn- en onteigeningsplan definitief vastgesteld en wordt het dossier voor machtiging aan de bevoegde overheid overgemaakt. 3.
  12. Op 11 december 2009 wordt het thans bestreden besluit genomen, waarbij onder meer voor een deel van de percelen waarvan de verzoeker mede- eigenaar is, de verwerving van openbaar nut wordt verklaard en de machtiging tot de onteigening wordt verleend met de mogelijke toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  13. De verwerende partij voert in haar nota excepties aan met betrekking tot de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Onderzoek van de vordering 5.
  14. Overeenkomstig artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 5.
  15. De verzoeker voert als moeilijk te herstellen ernstig nadeel het volgende aan: “De aanleg op de Bosduifstraat van een brede weg zou de onteigening van een aanzienlijke strook grond van verzoeker met zich mee brengen. De rooiing dreigt van ten minste 15 hoogstammige bomen, meerdere met een stamomtrek van 2 meter 30 en een eeuw oud, alswel een oude haag met veertig laagstammigen zou moeten verdwijnen. Het groen karakter van de omgeving zou door het verdwijnen van de grote bomen en het groenscherm dat ze uitmaken verdwijnen. X-14.538-3/5 De onmiddellijke leefomgeving van verzoeker en zijn naasten zal aldus drastisch en definitief worden aangetast, en dus onherroepelijk voor het gehele perceel en de woning van verzoeker een onverantwoorde minwaarde uitmaken, terwijl een financieel herstel voor het verdwijnen van honderdjarige bomen onmogelijk is. De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing berokkent onvermijdelijk ernstige nadelen, die elk afzonderlijk, minstens samen genomen niet alleszins moeilijk te herstellen en ernstig zijn. Enkel de gevorderde schorsing door de Raad van State kan deze niet of moeilijk te herstellen ernstige nadelen beletten. Een reeds onmogelijk te herstellen ernstig nadeel zou ontstaan bij de rooiing of zelfs maar beschadiging van de oude maar gezonde bomen die in de paden staan waarvan de gemeente de onteigening voorziet. Tenslotte zal de tussen te komen schorsing, de bevoegde overheid ertoe aanzetten een voor het algemeen nut en het milieu ook veel goedkopere regeling te treffen zonder overbodige en dure onteigeningen. Enkel de gevraagde schorsing kan beletten dat de gemeente de gerechtelijke onteigeningsprocedure op grond van het bestreden besluit voor de vrederechter aanhangig maakt. Het aanvangen van deze procedure is op zich reeds een nadeel. Het risico om ten gevolge van deze procedure het recht te verliezen om van een domein het genot te hebben en erover te beschikken op de meest volstrekte wijze in de zin van artikel 544 B.W., minstens voor de duur van de procedure voor de gewone rechter, is een ernstig nadeel. Een billijke schadeloosstelling kan dat nadeel in geen geval volkomen herstellen (...)”. 5.
  16. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dient persoonlijk te zijn en dient zijn rechtstreekse oorzaak te vinden in de aangevochten akte. 5.
  17. Het valt niet in te zien hoe de verstoring van de “onmiddellijke leefomgeving” in de Bosduifstraat te Grobbendonk een persoonlijk nadeel voor de verzoeker uitmaakt, nu hij in de Borrensstraat 15 te Elsene blijkt te wonen. 5.
  18. Het thans aangevochten besluit heeft enkel de verklaring van openbaar nut van de verwerving van de betrokken gronden en de machtiging tot de onteigening met de mogelijke toepassing van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte tot voorwerp. De door de verzoeker aangevoerde nadelen vinden derhalve hun rechtstreekse oorzaak, niet in het aangevochten besluit, maar in de onteigening van de betrokken innemingen. De verzoeker zal evenwel pas uit zijn eigendom worden ontzet wanneer de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan. De vrederechter kan die onteigening pas uitspreken en de provisionele vergoeding slechts bepalen nadat hij het aangevochten besluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst. De verzoeker zal de wettigheidsbezwaren die hij thans aanvoert, nog kunnen doen gelden voor de vrederechter. Deze zal er uitspraak moeten over doen en, indien zij gegrond worden X-14.538-4/5 bevonden, zal het risico van het verlies van zijn eigendom alsnog afgewend kunnen worden. Zonder te moeten nagaan of het aanvangen van de onteigeningsprocedure voor de vrederechter een ernstig nadeel betekent voor de verzoeker, dient alleszins te worden vastgesteld dat de dreiging van het verlies van de betrokken eigendom geen moeilijk te herstellen ernstig karakter heeft in de zin van artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. 5.
  19. De conclusie is dat de verzoeker niet aannemelijk maakt dat hij door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel zal ondergaan. Er is niet voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig juni 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier. De griffier De voorzitter Astrid Truyens Jan Clement X-14.538-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.653 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.