← België

Arrest 205678 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.678 Rolnummer: A. 182876/VII-36975 Zaak: Arrest 205678 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 24/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-30 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-30 04:56 Fiche Arrest nr 205.678 van 24 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 205.678 van 24 juni 2010 in de zaak A. 182.876/VII-36.

  1. In zake: Louis DE VRY wonende te Malle Leegstede 19 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Harry Hendrickx tegen: de VZW HET BELGISCH FJORDENPAARDENSTAMBOEK gevestigd te Korbeek-Lo Nieuwstraat 28 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Luc Dupont --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 30 april 2007, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de fokcommissie van de VZW Het Belgisch Fjordenpaardenstamboek van 2 november 2002 waarbij de hengst van Louis De Vry, "Almglimt" genaamd, niet langer wordt toegelaten tot de fokkerij. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 175.111 van 27 september 2007 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-36.975-1/5 Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 mei
  4. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Geert Vrints, die loco advocaat Harry Hendrickx verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Luc Dupont, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten
  6. De verzoeker is eigenaar van een hengst, genaamd "Almglimt", behorend tot het ras van de Fjordenpaarden. Deze hengst werd als fokhengst erkend.
  7. De betwisting kadert in wat voorgeschreven is door het koninklijk besluit van 10 december 1992 betreffende de verbetering van paard- achtigen. Volgens de bepalingen, die van toepassing waren ten tijde van de bestreden akte moet iedere erkende fokkersvereniging elk jaar een keuringsessie organiseren (artikel 10, § 1), mogen in beginsel alleen de hengsten die aldus toegelaten zijn tot de voortplanting merries dekken die toebehoren aan derden (artikel 11) en geldt deze toelating slechts voor één dekseizoen en kan ze hernieuwd worden (artikel 12). VII-36.975-2/5
  8. Op 2 november 2002 beoordeelt de "fokcommissie" tijdens een hengstenkeuring te Bilzen de litigieuze hengst als volgt : "- De hengst geeft afstammelingen van een vrij goed type met redelijk correcte voorhand, de bespiering is goed tot de achterhand en een goede lichaamsbouw. - Er werd echter vastgesteld dat bij de dit jaar voortgebrachte paarden, met inbegrip van 3-jarigen, er 80% slechts een 6 of minder haalden als beoordeling voor de beenstanden en kwaliteit. De meeste opmerkingen waren: beenstanden achter; minder zuivere sprongen; weinig stuwing achter; zwakke bespiering achter. - Tevens werd bij de voortgebrachte paarden een minder rastypische beweging vastgesteld in de achterhand".
  9. De verzoeker dagvaardt op 16 april 2003 de verwerende partij voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen om haar te horen veroordelen om het paard, "Almglimt", vooralsnog op te nemen op de lijst van voor het leven vrijgestelde fokhengsten en om deze opname te vermelden in haar driemaandelijks tijdschrift.
  10. In haar vonnis van 6 mei 2005 oordeelt de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dat zij geen rechtsmacht heeft om over het eerste onderdeel van de hoofdvordering te oordelen, omdat de Raad van State terzake bevoegd is.
  11. Bij arrest van 7 maart 2007 van het hof van beroep te Antwerpen wordt het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen op dit punt, in graad van beroep, bevestigd.
  12. Hierop stelt de verzoeker het voorliggende beroep in bij de Raad van State tegen "de beslissing" van de fokcommissie van 2 november 2002 waarbij de litigieuze hengst niet langer wordt toegelaten tot de fokkerij. IV. De ontvankelijkheid Artikel 15 van het koninklijk besluit van 10 december 1992 betreffende de verbetering van paardachtigen bepaalde, ten tijde van de bestreden akte : "Art.
  13. Behalve de afwijkingen die werden toegestaan door de Minister of door de Dienst, worden de hengsten slechts toegelaten tot deelname aan de keuringen indien zij tenminste aan de volgende voorwaarden voldoen : (...) VII-36.975-3/5 3/ voor de keuring ingeschreven zijn overeenkomstig de voorgeschreven vorm en termijn; (...) 5/ aangeboden zijn voor de jury die bevoegd is voor het ras waartoe zij behoren". De verzoeker erkent dat hij zijn hengst niet voor de in dit artikel bedoelde keuring heeft ingeschreven, en dat hij het paard enkel heeft aangeboden overeenkomstig artikel 15, 5/. Hij beweert dat "een hengst die door de fokcommissie op afstammelingen is afgekeurd, niet tot de keuring mag worden toegelaten". Het doel dat de verzoeker nastreeft bestaat er in dat zijn hengst de keuring ondergaat bedoeld in artikel 15, 3/ van voormeld koninklijk besluit van 10 december
  14. Los van de vraag of de bestreden akte wel kan worden beschouwd als een overeenkomstig artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, vernietigbare administratieve rechtshandeling, stelt de Raad ambtshalve vast dat een mogelijke vernietiging van de bestreden akte niet kan leiden tot het door de verzoeker beoogde voordeel, aangezien hij ervoor gekozen heeft het paard niet in te schrijven voor de keuring, bedoeld in voormeld artikel 15, 3/, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor de keuring. De nagestreefde nietigverklaring kan dus voor de verzoeker geen nut opleveren. De verzoeker toont dus niet aan welk belang hij heeft bij het beroep. Het beroep is niet ontvankelijk. VII-36.975-4/5 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Luc Hellin, kamervoorzitter, Eric Brewaeys, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Luc Hellin VII-36.975-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.678 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.175.111 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.