← België

Arrest 205696 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.696 Rolnummer: A. 183932/X-13325 Zaak: Arrest 205696 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-05 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Arrest nr 205.696 van 24 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 205.696 van 24 juni 2010 in de zaak A. 183.932/X-13.

  1. In zake: Marcel SCHMEING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joseph Peeters kantoor houdend te 3400 LANDEN Brugstraat 17 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de deputatie van de provincieraad van LIMBURG --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 11 juni 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 5 april 2007 van de deputatie van de provincieraad van Limburg waarbij het beroep van de verzoeker tegen het besluit van 5 januari 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren houdende weigering van de vergunning voor de wijziging van ramen, het aanbrengen van een terras en het plaatsen van afscheiding bij een woning gelegen aan de Planckstraat 12 te Voeren (Teuven), kadastraal bekend als perceel 2-A, nrs. 406/c en 408/b, niet wordt ingewilligd en geen stedenbouwkundige vergunning wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. X-13.325-1/13 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 maart
  4. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die loco advocaat Joseph Peeters verschijnt voor de verzoekende partij, en bestuurssecretaris Inge Willems, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Barbara Speybrouck heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 26 september 2006 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoeker bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Voeren een aanvraag in tot het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning voor de “wijziging ramen / aanbrengen terras / plaatsen afscheiding” aan een woonhuis gelegen aan de Planckstraat 12 te Voeren (Teuven), op percelen kadastraal bekend sectie A, nrs. 406/c en 408/b. De betrokken percelen zijn volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden - Tongeren gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Zij zijn niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, of van een vergunde verkaveling. 3.
  7. Op het aanvraagformulier kruist de verzoeker aan: “Ja, de werken of handelingen waarvoor ik nu een vergunning aanvraag zijn reeds begonnen. Er werd hierover geen proces-verbaal opgesteld”. In de beschrijvende nota wordt het volgende gesteld: “1 Verandering van raamindeling in achterbouw zoals aangegeven op tekening en zichtbaar op fotos. 2 Aan de achterzijde van de woning het plaatsen van een terras. Dit terras is middels afwateringsgoten aangesloten op het regenwaterreservoir. X-13.325-2/13 3 Het plaatsen van een houtenafsluiting aan de voorzijde van de woning. Vóór deze afsluiting wordt een meidoornhaag geplaatst zodat na ca 3 jaar de houtenafsluiting niet meer zichtbaar is”. 3.
  8. Op 3 oktober 2006 verleent het departement Landbouw en Visserij - Duurzame Landbouwontwikkeling Limburg een gunstig advies. 3.
  9. Tijdens het openbaar onderzoek dat over de aanvraag wordt gehouden, worden geen bezwaarschriften ingediend. 3.
  10. Het college van burgemeester en schepenen brengt een gunstig preadvies uit voor de afsluiting en het terras achter de vergunde woning met diepte van 8,50 m, maar ongunstig voor het terras linksachter de stal en de verbouwing en de functie- en gevelwijziging. 3.
  11. Op 24 november 2006 wordt een proces-verbaal van vaststelling van een stedenbouwkundig misdrijf opgesteld en een bevel tot staking van de werken uitgevaardigd. Dit bevel tot stopzetting wordt op 4 december 2006 door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur bekrachtigd. 3.
  12. Op 20 december 2006 brengt de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies uit. 3.
  13. Bij besluit van 5 januari 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. 3.
  14. Op 6 februari 2007 stelt de verzoeker beroep in tegen het voormelde weigeringsbesluit bij de deputatie van de provincieraad van Limburg. 3.
  15. Zowel de verzoeker als de gemachtigde ambtenaar en het college van burgemeester en schepenen van Voeren worden bij schrijven van 26 februari 2007 uitgenodigd op de hoorzitting op 20 maart
  16. 3.
  17. Op 13 maart 2007 verleent het agentschap R-O Vlaanderen, Onroerend Erfgoed Limburg, een gunstig advies. X-13.325-3/13 3.
  18. Op 19 maart 2007 wordt, na een plaatsbezoek door de architect van de sectie Ruimtelijke Ordening-Vergunningen van de provincie Limburg, een nota opgesteld waarin wordt voorgesteld om het beroep niet in te willigen. 3.
  19. Op 20 maart 2007 vindt de hoorzitting plaats waarop de verzoeker en zijn raadsman evenals afgevaardigde Sylvain Sleypen aanwezig zijn. 3.
  20. In zitting van 21 maart 2007 heeft de deputatie “kennisgenomen van en in principe niet goedgekeurd het beroep tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning dd. 2007-01-05 voor het verbouwen/uitbreiden van een ééngezinswoning te Voeren”. 3.
  21. Bij het thans bestreden besluit van 5 april 2007 willigt de deputatie van de provincieraad van Limburg het beroep van de verzoeker niet in en weigert zij de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  22. In een eerste middel voert de verzoeker de schending aan van artikel 53, § 1 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur. Hij zet dit middel uiteen als volgt: “Verzoekende partij verzocht aan de Bestendige Deputatie om gehoord te worden en werd ook, samen met zijn Raadsman, gehoord door de heer S. SLEYPEN, Bestendig Afgevaardigde, op de hoorzitting van 20 maart 2007; Van de opmerkingen, toelichtingen en krachtlijnen van het project, uitééngezet door verzoekende partij en zijn Raadsman ter hoorzitting aan de heer S. SLEYPEN, werd geen verslag uitgebracht aan de Bestendige Deputatie; Luidens de bestreden beslissing werd door Mevrouw Hilde CLAES, lid van het College, ‘..... verslag uitgebracht...’ en blijkens de samenstelling van de Bestendige Deputatie nam de heer S. SLEYPEN, Bestendig Afgevaardigde aan wie verzoekende partij zijn opmerkingen, toelichtingen en observaties ter kennis bracht, niet deel aan de besluitvorming; Aangezien de doelstelling en het oogmerk van de hoorzitting niet alleen ertoe strekt tegemoet te komen aan de belangen en de rechten van verdediging van de vergunningaanvrager maar imperatief is als toepassing van het algemeen rechtsbeginsel van zorgvuldigheid in besluitvorming; Dat de Bestendige Deputatie slechts op adekwate, pertinente, dienstige en nuttige wijze de verdiensten en merites van het ingediende project kan beoordelen en als zodanig bij de besluitvorming toepassing doet van het X-13.325-4/13 zorgvuldigheidsbeginsel wanneer van de opmerkingen, toelichtingen en observaties van verzoekende partij en zijn Raadsman, toevertrouwd aan de Bestendig Afgevaardigde welke daartoe gemandateerd werd, verslag wordt gedaan aan de voltallige Bestendige Deputatie door de daartoe gemandateerde Bestendig Afgevaardigde; Dat de heer S. SLEYPEN geen verslag uitbracht aan de Bestendige Deputatie van de hoorzitting en zelfs geen deel had aan de besluitvorming; Dat Mevrouw Hilde CLAES geen verslag over de hoorzitting kon uitbrengen gezien zij hierbij niet aanwezig was; Aangezien het beroep van verzoekende partij dan ook beoordeeld werd op 05 april 2007 door een College dat niet eens in kennis werd gesteld van de opmerkingen, toelichtingen en observaties van verzoekende partij en zijn Raadsman, toevertrouwd aan de Bestendig Afgevaardigde, welke daartoe gemandateerd werd, tijdens de hoorzitting van 20 maart 2007; Dat het beroep beoordeeld en afgehandeld werd alsof niet eens een hoorzitting plaats greep”.
  23. De verwerende partij beantwoordt dit middel als volgt: “Overwegende dat de verzoekende partij in het eerste middel tot nietigverklaring van het bestreden besluit d.d. 5 april 2007 van ons college de schending van artikel 53, §1 van het gecoördineerd decreet van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening (hierna coördinatiedecreet genoemd) en van het zorgvuldigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur opwerpt; dat de verzoekende partij meer bepaald beweert dat de bestreden beslissing zou zijn genomen zonder rekening te houden met de opmerkingen, toelichtingen en observaties van de verzoekende partij en zijn raadsman aangezien gedeputeerde Sylvain Sleypen, die aanwezig was tijdens de hoorzitting op 20 maart 2007, niet deelnam aan de vergadering van ons college op 5 april 2007; Overwegende dat ons college niet wenst te ontkennen dat gedeputeerde Sylvain Sleypen niet heeft deelgenomen aan de vergadering van ons college op 5 april 2007, doch dat het meteen wenst te beklemtonen dat de deductie die de verzoekende partij hieruit maakt naar de feiten toe volledig onjuist en bijgevolg ongegrond is; dat uit artikel 53, §1 van het coördinatiedecreet blijkt dat de deputatie het horen van de betrokken partijen kan delegeren aan een gemachtigde; dat in casu de hoorzitting op 20 maart 2007 werd geleid door gedeputeerde Sylvain Sleypen, die daartoe werd gemachtigd door de deputatie; dat het dossier vervolgens een eerste maal ten gronde werd behandeld door ons college tijdens zijn vergadering van 21 maart 2007; dat gedeputeerde Sleypen, die de opmerkingen en toelichtingen van meester Peeters en zijn cliënt Marcel Schmeing heeft gehoord, aanwezig was op deze vergadering en het college uitvoerig op de hoogte heeft gebracht van de feitelijke situatie, de opmerkingen die tijdens de hoorzitting werden geformuleerd en het advies van de 3de Directie van het provinciebestuur, sectie Ruimtelijke Ordening - Vergunningen; dat ons college, na uitgebreide bespreking, principieel besloot in te stemmen met het voorstel van de 3de Directie van het provinciebestuur, sectie Ruimtelijke Ordening - Vergunningen, namelijk het weigeren van de gevraagde stedenbouwkundige vergunning; dat gedeputeerde Sleypen persoonlijk deze princiepsbeslissing noteerde door het voorstel van de 3de Directie van het provinciebestuur, sectie Ruimtelijke Ordening - Vergunningen te paraferen en te voorzien van de woorden ‘akkoord met voorstel’ (...); dat bij het nemen van deze principiële beslissing gedeputeerde Sleypen dus wel deelnam aan de X-13.325-5/13 besluitvorming en er eveneens rekening werd gehouden met de opmerkingen die tijdens de hoorzitting naar voor werden gebracht; dat tijdens de zitting van 5 april 2007, waar gedeputeerde Sylvain Sleypen inderdaad niet aanwezig was -hetgeen ook niet door de wet wordt vereist-, enkel het formele weigeringsbesluit werd genomen aangezien, zoals reeds vermeld, de eigenlijke beslissing dateert van 21 maart 2007; dat hieruit op toereikende wijze blijkt dat ons college in casu op correcte wijze in kennis werd gesteld van de opmerkingen en observaties die door meester Peeters en zijn cliënt Marcel Schmeing tijdens de hoorzitting werden geformuleerd en dat het bestreden besluit weldegelijk rekening houdt met deze gegevens; Overwegende dat het daarenboven niet aan de gemachtigde, in casu gedeputeerde Sylvain Sleypen, toekomt om te oordelen over het beroep, maar dat de deputatie als college een beslissing moet nemen; dat het voldoende is dat de deputatie correct werd voorgelicht; dat uit het voorgaande blijkt dat dit in casu gebeurde; Overwegende dat ons college bovendien wenst aan te tekenen dat er in casu geen enkel voorschrift bestaat dat zou opleggen dat de leden van de deputatie die deelnemen aan de uiteindelijke besluitvorming, de volledige procedure moeten hebben gevolgd; dat ons college immers bij de kennisneming en de uitspraak over het beroepschrift van de verzoekende partij is opgetreden als orgaan van actief bestuur en niet als administratief rechtscollege; dat het voorschrift van artikel 54, 3de lid van het provinciedecreet in casu dan ook geen toepassing vond; dat het eerste middel om de bovenvermelde redenen als ongegrond moet worden verworpen”.
  24. In zijn memorie van wederantwoord dupliceert de verzoeker: “Aangezien een bouwberoep bij de Bestendige Deputatie geen administratiefrechtsprekend, maar een administratief karakter heeft en hieruit volgt dat de Bestendige Deputatie niet oordeelt als rechter over subjectieve rechten maar wel als orgaan van actief bestuur, geroepen om te oordelen of een bepaalde wijze van bouwen verenigbaar is met de openbare belangen, in casu de belangen van een goede ruimtelijke ordening; Een appelant bij een bouwberoep geniet, in deze kontekst, helaas geen enkele bescherming van artikel 6 § 1 E.V.RM (...) en heeft zelfs geen rechten van verdediging (...); Het enige recht dat een appelant inzake bouwberoep heeft, is het recht om gehoord te worden over zijn bouwproject en dit door de beroepsinstantie; De uitoefening van bedoeld recht om gehoord te worden in het kader van de tegensprekelijke instructie van de afhandeling van het bouwberoep vormt wel, indien de indiener van een afgewezen bouwvergunningsaanvraag dit tenminste uitdrukkelijk vraagt, een substantiële formaliteit waaraan niet kan voorbij gegaan worden en aan dewelke dient voldaan te zijn (...); In casu heeft verzoekende partij expressis verbis gevraagd om zijn recht om gehoord te worden uit te oefenen en werd hij ook te HASSELT gehoord op 20 maart 2007 door de Gedeputeerde Sylvain SLEYPEN; Naar aanleiding van deze hoorzitting op 20 maart 2007 heeft verzoekende partij en zijn Raadsman aan de gevolmachtigde van de Bestendige Deputatie zijn beroep toegelicht in al haar facetten en deelaspecten, de verdiensten en de oogmerken van zijn oorspronkelijk bouwproject uitééngezet, eveneens uitééngezet hoe zijn project volgens hem bestaanbaar is met het D.R.O.- decreet en haar uitvoeringsbepalingen, zijn opmerkingen bij de nota van de administratie geformuleerd en niet in het minst zijn ergernis te kennen gegeven X-13.325-6/13 wegens het feit dat de provinciale administratie in haar onderzoek acht heeft geslagen op en in haar voorstel de inhoud van proces-verbalen heeft betrokken waarvan de aanwezigheid in het administratief dossier in strijd was met artikel 28 quinquies § 1 van het Wetboek van Strafvordering; Aangezien het provinciale dossier inderdaad proces-verbalen bevat waarvan bij de besluitvorming een oneigenlijk gebruik werd gemaakt, minstens waarvan gebruik werd gemaakt zonder voorafgaandelijke toelating van Mevrouw de Prokureur-Generaal bij het Hof van Beroep te ANTWERPEN en/of, middels delegatie, zonder voorafgaandelijke toelating van de heer Prokureur des Konings bij de Rechtbank van 1/ Aanleg te TONGEREN (...); Aangezien het hoorrecht slechts enig nut heeft indien het op een dienstige, adekwate, nuttige en doelgerichte wijze wordt uitgeoefend en in zoverre datgene wat tijdens de hoorzitting onverkort uitééngezet wordt en ook ter kennis wordt gebracht aan de instantie welke tot besluitvorming is gehouden, in casu de BESTENDIGE DEPUTATIE; Aangezien uit geen enkel stuk uit het administratief dossier blijkt dat de gevolmachtigde van de Bestendige Deputatie aan deze instantie onverkort heeft uitééngezet wat hem op 20 maart 2007 door verzoekende partij ter kennis werd gebracht; Aangezien uit de stukken van het administratief dossier enkel kan afgeleid worden dat op 05 april 2007 de gevolmachtigde Gedeputeerde Sylvain SLEYPEN niet aanwezig was bij de besluitvorming van de BESTENDIGE DEPUTATIE en dat op 05 april 2007, betreffende het dossier van verzoekende partij, aan de BESTENDIGE DEPUTATIE verslag werd uitgebracht door de Gedeputeerde Hilde CLAES; Aangezien op de voorlaatste bladzijde van het bestreden besluit uitdrukkelijk wordt gesteld : ‘....Gehoord het verslag van Hilde Claes, lid van het college....’ Aangezien het bestreden verslag ook verwijst naar de Gedeputeerde Mevrouw Hilde CLAES in haar hoedanigheid van verslaggever; Aangezien geen enkel stuk uit het administratief dossier daarenboven het bewijs insluit dat de beslissing tot niet-inwilliging van het beroep van de heer Marcel SCHMEING zou genomen zijn geweest door de BESTENDIGE DEPUTATIE op 21 maart 2007; Aangezien stuk 8 van het ter Griffie neergelegde administratief dossier een ongunstig advies en een voorstel inhoudt geformuleerd door de heer LABAT tot niet-inwilliging van het beroep en waarbij gepreciseerd wordt dat het behoort aan de BESTENDIGE DEPUTATIE om uiterlijk in zitting van 05 april 2007 een definitieve beslissing te nemen; Aangezien de bewoordingen ‘akkoord met voorstel’ en de verwijzing naar ‘21 maart 2007’ geen enkele steun vindt in enig stuk uit het administratief dossier; Aangezien geen enkel stuk in het administratief dossier aanwezig is waaruit het bewijs volgt dat de heer Gedeputeerde Sylvain SLEYPEN de BESTENDIGE DEPUTATIE op 21 maart 2007 ‘.....uitvoerig op de hoogte heeft gebracht van de feitelijke situatie, de opmerkingen die tijdens de hoorzitting werden geformuleerd en het advies van de 3/ Directie van het Provinciebestuur, sectie Ruimtelijke Ordening - Vergunningen.... ’, Aangezien evenmin enig stuk in het administratief dossier berust waaruit zou kunnen blijken dat op 21 maart 2007 ‘...na uitgebreide bespreking , ( de BESTENDIGE DEPUTATIE) principieel besloot in te stemmen met het voorstel van de 3/ Directie ... namelijk het weigeren van de gevraagde stedenbouwkundige vergunning ...’ Dat, indien de BESTENDIGE DEPUTATIE het dossier van verzoekende partij ‘.....uitgebreid ....’ besproken heeft op 21 maart 2007 er vanzelfsprekend X-13.325-7/13 notulen zijn van de zitting van 21 maart 2007 van de BESTENDIGE DEPUTATIE; Aangezien in het administratief geen notulen van de zitting van 21 maart 2007 worden bijgebracht; Aangezien het relaas in de memorie van antwoord ongeloofwaardig voorkomt; Aangezien in de bestreden beslissing van 05 april 2007, zijnde een authentieke akte, uitdrukkelijk wordt gesteld dat de BESTENDIGE DEPUTATIE gehoord heeft naar het verslag van Mevrouw Hilde CLAES, lid van het college; Aangezien het vanzelfsprekend overbodig was voor de BESTENDIGE DEPUTATIE om op 05 april 2007 nog naar een verslag te horen van Gedeputeerde Mevr. Hilde CLAES wanneer Gedeputeerde Sylvain SLEYPEN op 21 maart 2007 aan de Bestendige Deputatie reeds verslag zou uitgebracht hebben van de opmerkingen van verzoekende partij op de hoorzitting van 20 maart 2007; Aangezien hoe dan ook dient vastgesteld te worden dat geen enkel stuk in het administratief dossier aannemelijk maakt en bewijst dat door de gevolmachtigde van de Bestendige Deputatie - dhr. Sylvain SLEYPEN - aan de BESTENDIGE DEPUTATIE verslag werd uitgebracht over de hoorzitting van 20 maart 2007 en meer bepaald dat verslag werd uitgebracht hoe verzoekende partij zijn beroep heeft toegelicht in al haar facetten en deelaspecten, hoe verzoekende partij de verdiensten en de oogmerken van zijn oorspronkelijk bouwproject heeft uitééngezet, hoe verzoekende partij heeft uitgelegd waarom zijn project volgens hem bestaanbaar is met het D.R.O.- decreet en haar uitvoeringsbepalingen en welke opmerkingen hij maakte bij de nota van de administratie en bij het onaanvaardbaar feit dat de provinciale administratie in haar onderzoek acht sloeg op proces-verbalen aanwezig in het administratief dossier in strijd met de geheimhoudingsplicht zoals bepaald in artikel 28 quinquies § 1 van het Wetboek van Strafvordering; Aangezien uit dit alles dient afgeleid te worden dat verzoekende partij zijn recht om gehoord te worden vormelijk heeft uitgeoefend op 20 maart 2007 door fysisch op de hoorzitting aanwezig te zijn doch dat inhoudelijk nooit aan de BESTENDIGE DEPUTATIE verslag werd uitgebracht door de gevolmachtigde Gedeputeerde SLEYPEN van hetgeen hem ter kennis werd gebracht op de hoorzitting van 20 maart 2007, onder andere hoe verzoekende partij zijn beroep heeft toegelicht in al haar facetten en deelaspecten, hoe verzoekende partij de verdiensten en de oogmerken van zijn oorspronkelijk bouwproject heeft uitééngezet, hoe verzoekende partij heeft uitgelegd waarom zijn project volgens hem bestaanbaar is met het D.R.O.- decreet en haar uitvoeringsbepalingen en welke opmerkingen hij maakte bij de nota van de administratie en bij het onaanvaardbaar feit dat de provinciale administratie in haar onderzoek acht sloeg op proces-verbalen aanwezig in het administratief dossier in strijd met de geheimhoudingsplicht zoals bepaald in artikel 28 quinquies § 1 van het Wetboek van Strafvordering; Op deze wijze werd het hoorrecht van de heer Marcel SCHMEING volledig uitgehold en werden de doelstelling van het Decreet niet bereikt; Dat de uitoefening van het recht om gehoord te worden slechts dienstig, pertinent en nuttig is wanneer met zekerheid uit het administratief dossier kan afgeleid worden dat de gevolmachtigde Gedeputeerde waarheidsgetrouw en volledig verslag heeft uitgebracht van hetgeen hem door verzoekende partij en zijn Raadsman tijdens de hoorzitting werd toevertrouwd in casu hoe verzoekende partij de verdiensten en de oogmerken van zijn oorspronkelijk bouwproject heeft uitééngezet, hoe verzoekende partij heeft uitgelegd waarom zijn project volgens hem bestaanbaar is met het D.R.O.- decreet en haar uitvoeringsbepalingen en welke opmerkingen hij maakte bij de nota van de X-13.325-8/13 administratie en bij het onaanvaardbaar feit dat de provinciale administratie in haar onderzoek acht sloeg op proces-verbalen aanwezig in het administratief dossier in strijd met de geheimhoudingsplicht zoals bepaald in artikel 28 quinquies § 1 van het Wetboek van Strafvordering In bovenstaande zaak gebeurde dit totaal niet en kan onmogelijk volgehouden worden dat bij de totstandkoming van de beslissing aan de substantiële formaliteit van de uitoefening van het hoorrecht door de bouwvergunningsaanvrager - appelant werd voldaan”.
  25. In haar laatste memorie laat de verwerende partij nog gelden wat volgt: “dat op inventarisstuk nr. 8 inderdaad de handgeschreven tekst van gedeputeerde Sylvain Sleypen niet zichtbaar is; dat dit het gevolg is van het feit dat van de beslissing d.d. 21 maart 2007 van ons college een voor eensluidend afschrift is gemaakt; dat immers bij het maken van het voor eensluidend afschrift van deze beslissing, de beslissing van ons college op de nota van 19 maart 2007 werd getypt samen met de formule ‘voor eensluidend afschrift’ en daarna getekend werd door de provinciegriffier; dat echter op deze manier de handgeschreven tekst van gedeputeerde Sylvain Sleypen op het inventarisstuk nr. 8 niet meer zichtbaar was; dat daarom samen met deze laatste memorie een voor eensluidende fotokopie wordt neergelegd van de originele nota van 19 maart 2007 van de heer Valère Cornelis, inspecteur-generaal bij de 3de Directie van het provinciebestuur, aan de deputatie van de provincie Limburg, waarbij een ongunstig advies wordt verleend betreffende het beroepschrift van meester Joseph Peeters waarop gedeputeerde Sylvain Sleypen namens de deputatie de beslissing d.d. 21 maart 2007 heeft genoteerd om in principe in te stemmen met het voorstel het beroep niet in te willigen (...); dat bovendien ook een voor eensluidende fotokopie van een uittreksel uit het verslag van de bespreekpunten zonder definitieve rechtsgevolgen van de vergadering d.d. 21 maart 2007 van de deputatie van de provincie Limburg wordt neergelegd (...); dat daarnaast ook volledigheidshalve een voor eensluidende fotokopie van een uittreksel uit de notulen van de vergadering van 5 april 2007 van de deputatie van de provincie Limburg wordt neergelegd waarin de formele weigeringsbeslissing van ons college is opgenomen (...); Overwegende dat uit inventarisstukken (...) duidelijk blijkt dat ons college het beroep dat door meester Joseph Peeters namens de heer Marcel Schmeing werd ingediend tegen de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van Voeren met betrekking tot het wijzigen van ramen, het aanbrengen van een terras en het plaatsen van een afscheiding, heeft besproken tijdens de zitting van 21 maart 2007; dat op basis van inventarisstuk (...) ondubbelzinnig vaststaat dat gedeputeerde Sylvain Sleypen op deze zitting aanwezig was en dat ons college tijdens deze zitting in principe besliste het beroep tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning d.d. 5 januari 2007 niet goed te keuren; dat in tegenstelling tot wat door mevrouw de auditeur wordt voorgehouden op 21 maart 2007 het gehele administratief dossier aan ons college werd voorgelegd, met inbegrip van het verslag van de hoorzitting d.d. 20 maart 2007 (...); dat gedeputeerde Sleypen daags na de hoorzitting dit dossier op de zitting van 21 maart 2007 heeft toegelicht; dat hij ons college eveneens heeft ingelicht over de opmerkingen die tijdens de hoorzitting naar voor werden gebracht; dat dit de gangbare praktijk is bij de behandeling van stedenbouwkundige dossiers; dat ons college vervolgens het beroep dat door meester Joseph Peeters namens de heer Marcel Schmeing werd ingediend, volledig geïnformeerd en met kennis X-13.325-9/13 van zaken grondig heeft besproken op de zitting van 21 maart 2007 en tot het principieel besluit is gekomen het beroep niet in te willigen; dat gedeputeerde Sleypen persoonlijk deze princiepsbeslissing van ons college op de nota van de heer Valère Cornelis heeft genoteerd door er de woorden ‘akkoord met voorstel’ op te schrijven en het document te paraferen; dat op deze nota onder de princiepsbeslissing van ons college ook een stempel werd gezet die de datum van de zitting weergeeft, namelijk 21 maart 2007 (...); dat tijdens de zitting van 5 april 2007 het formele weigeringsbesluit nog werd genomen gebaseerd op de princiepsbeslissing van 21 maart 2007; dat het verslag van gedeputeerde Hilde Claes, waarnaar in deze beslissing van 5 april 2007 wordt verwezen, voornamelijk een verwijzing betreft naar de princiepsbeslissing d.d. 21 maart 2007 aangezien de deputatie op de zitting van 21 maart 2007 het dossier reeds grondig inhoudelijk heeft besproken en toen een weloverwogen principiële beslissing heeft genomen; Overwegende dat ons college bovendien wenst te benadrukken dat decretaal niet vereist wordt dat van de volledige zitting van de deputatie een woordelijk verslag wordt opgesteld; dat het zorgvuldigheidsbeginsel evenmin een dergelijke verplichting kan inhouden; dat artikel 177, §2 van het provinciedecreet enkel de verplichting oplegt om de beslissingen van de deputatie te vermelden in de notulen van de vergaderingen van de deputatie; dat artikel 51 van het provinciedecreet in dit verband eveneens bepaalt dat alleen de beslissingen worden opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen, en alleen die beslissingen rechtsgevolgen kunnen hebben; dat ons college daarom na de princiepsbeslissing d.d. 21 maart 2007 tijdens de zitting van 5 april 2007 nog een formele weigeringsbeslissing heeft genomen die ook werd opgenomen in de notulen van deze vergadering (...); dat het bijgevolg gelet op het feit dat enkel de beslissingen in de notulen moeten worden opgenomen, onmogelijk is om op onweerlegbare wijze aan te tonen wat er woordelijk gezegd werd tijdens de vergadering van 21 maart 2007; dat echter op basis van de bijgebrachte stukken op afdoende wijze wordt aangetoond dat de deputatie werd ingelicht over de bemerkingen die tijdens de hoorzitting werden geformuleerd en dat de rechten van de heer Marcel Schmeing niet geschonden werden; Overwegende dat ons college bijgevolg op afdoende wijze in kennis is gesteld van de opmerkingen van de heer Marcel Schmeing en meester Joseph Peeters, zoals uiteengezet tijdens de hoorzitting van 20 maart 2007; dat ons college met volledige kennis van zaken op 21 maart 2007 een principiële beslissing heeft genomen over het beroepschrift en dat vervolgens op 5 april 2007 het formele weigeringsbesluit werd genomen; Overwegende dat de door artikel 53, §1 van het gecoördineerd decreet van 22 oktober 1996 betreffende de ruimtelijke ordening opgelegde hoorplicht dus niet werd geschonden; dat ons college dan ook meent dat het eerste middel geen aanleiding kan geven tot de nietigverklaring van de bestreden beslissing”.
  26. In zijn laatste memorie beperkt de verzoeker zich tot het letterlijk herhalen van het middel zoals uiteengezet in het verzoekschrift tot nietigverklaring. Beoordeling
  27. Het toentertijd geldende artikel 53, §1, tweede lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 (hierna: het gecoördineerde decreet), bepaalt wat volgt: X-13.325-10/13 “De aanvrager of zijn raadsman, het college van burgmeester en schepenen of zijn gemachtigde, alsook de gemachtigde ambtenaar worden op hun verzoek door de bestendige deputatie of diens gemachtigde gehoord. Wanneer een partij vraagt te worden gehoord, worden ook de andere partijen opgeroepen”.
  28. Het doel van de hoorplicht, zoals vastgelegd in voormeld artikel 53, §1, tweede lid van het gecoördineerde decreet, is enerzijds aan de aanvrager of diens raadsman, alsook aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemachtigde ambtenaar, de mogelijkheid te bieden hun opmerkingen te doen kennen met betrekking tot de zaak en anderzijds de deputatie in staat te stellen met volledige kennis van zaken over het beroep een beslissing te nemen. Om te voldoen aan de hoorplicht is het dan ook vereist dat de deputatie in kennis wordt gesteld van de bevindingen van de hoorzitting vooraleer een beslissing wordt genomen.
  29. Het wordt niet betwist dat afgevaardigde Sylvain Sleypen, belast met het horen van de betrokken partijen, op de hoorzitting van 20 maart 2007 aanwezig was en dat de verzoeker naar eigen zeggen aan hem “zijn opmerkingen, toelichtingen en observaties ter kennis (heeft gebracht)”. Uit de door de verwerende partij neergelegde notulen van de vergadering van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 21 maart 2007 blijkt dat de deputatie alsdan heeft “kennisgenomen van en in principe niet goedgekeurd het beroep tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning dd. 2007-01-05 voor het verbouwen/uitbreiden van een ééngezinswoning te Voeren”, en dat “Aanwezig (waren): Steve Stevaert, gouverneur-voorzitter; Marc Vandeput, Sylvain Sleypen, Gilbert Van Baelen, Frank Smeets, Hilde Claes, Erika Thys, leden; Marc Martens, provinciegriffier”. Uit deze notulen blijkt dat afgevaardigde Sylvain Sleypen, die aanwezig was op de hoorzitting, eveneens aanwezig was op de vergadering van de deputatie van 21 maart 2007 waarop kennis werd genomen van het beroep van de verzoeker en de princiepsbeslissing werd genomen het beroep niet in te willigen. Er moet dan ook worden aangenomen dat de leden van de deputatie die aan die vergadering hebben deelgenomen, door afgevaardigde Sylvain Sleypen eveneens in kennis werden gesteld van de resultaten van de hoorzitting. Uit de notulen van de vergadering van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 5 april 2007 blijkt dat de deputatie alsdan heeft “besloten tot de niet-inwilliging van het beroep tegen de weigering van de stedenbouwkundige vergunning dd. 2007-01-05 voor het verbouwen en uitbreiden van een ééngezinswoning te Voeren”, en dat op deze vergadering “Aanwezig X-13.325-11/13 (waren): Steve Stevaert, gouverneur-voorzittter; Marc Vandeput, Gilbert Van Baelen, Frank Smeets, Hilde Claes, Erika Thijs, leden; Marc Martens, provinciegriffier”. De beslissing tot niet-inwilliging van het beroep van de verzoeker werd dan ook genomen door de deputatie die was samengesteld uit dezelfde leden als deze welke in de vergadering van 21 maart 2007, waarop afgevaardigde Sylvain Sleypen ook aanwezig was, kennis hebben genomen van het beroep van de verzoeker en van de resultaten van de hoorzitting. De afwezigheid van afgevaardigde Sylvain Sleypen op de vergadering van 5 april 2007 en het feit dat afgevaardigde Hilde Claes verslag heeft uitgebracht, kan de bestreden beslissing dan ook niet vitiëren.
  30. Het eerste middel is niet gegrond.
  31. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat heeft haar op grond van artikel 12 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgemaakte verslag over de zaak met toepassing van artikel 24, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt tot het onderzoek van dit middel. Het is noodzakelijk voor de oplossing van het geschil dat ook de overige middelen door een lid van het auditoraat worden onderzocht en dat daarover verslag wordt uitgebracht. BESLISSING
  32. De Raad van State heropent de debatten.
  33. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. X-13.325-12/13 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jan Clement, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Roger Stevens X-13.325-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.696 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.647 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.