id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.703 Rolnummer: A. 196117/VII-37755 Zaak: Arrest 205703 - Milieuvergunningen - 24/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-29 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Arrest nr 205.703 van 24 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 205.703 van 24 juni 2010 in de zaak A. 196.117/VII-37.
- In zake: Laurence BERTRAND, handelend in haar hoedanigheid van alleenstaande ouder en wettig beheerder over de persoon en de goederen van haar minderjarige zoon Jonathan BALCK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Smout kantoor houdend te Steenokkerzeel Anjelierenlaan 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Van Alsenoy kantoor houdend te Brussel Antoine Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA DE ZEVENSTER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim De Ketelaere kantoor houdend te Leuven Bondgenotenlaan 155 A bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 6 april 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams- Brabant van 28 januari 2010 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortenberg van 12 augustus 2009, houdende het verlenen aan de BVBA De Zevenster van de milieuvergunning voor het exploiteren van een inrichting voor het houden van 26 shetlandpony’s, gelegen aan de Vissegatstraat te Kortenberg, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd. VII-37.755-1/6 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juni
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marc Smout, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Tim De Ketelaere, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De BVBA De Zevenster dient op 6 april 2009 een milieu- vergunningsaanvraag in voor het houden van 26 shetlandpony’s op een perceel gelegen aan de Vissegatstraat te Kortenberg. De geplande inrichting is gesitueerd in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, onmiddellijk grenzend aan woongebied. De dieren zouden worden ondergebracht in een nog op te richten loods waarin ook een aantal landbouwmachi- nes zouden worden gestald en stro zou worden opgeslagen. Voor die loods wordt op 4 februari 2009 een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning ingediend. VII-37.755-2/6 Op een naastgelegen perceel, ook in agrarisch gebied, ligt een "vakantiewoning" die ingevolge erfopvolging eigendom is van de minderjarige zoon van de verzoekster. 3.
- Bij besluit van 12 augustus 2009 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortenberg de gevraagde milieuver- gunning. De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een aantal bijzondere voorwaarden. Artikel 4 van de opgelegde bijzondere voorwaarden bepaalt : "De exploitant dient in overleg met de plaatselijke brandweer alle nodige maatregelen te treffen ter preventie en bestrijding van brand. Daartoe zal het advies van de brandweer gevolgd moeten worden betreffende de inrichting van de loods en de paardenboxen. Het advies wordt toegevoegd als bijlage aan deze beslissing". Bedoeld advies, uitgebracht door de brandweer van Zaventem op 11 juni 2009, bevat de volgende instructies : "- Bij de indeling van de hal dienen de paardenboxen achteraan de hal te worden ondergebracht, dit om de evacuatie van de dieren te vergemakkelij- ken naar de achterliggende weide toe. - Een poort dient te worden voorzien aan de achterzijde van het gebouw. - Veiligheidsverlichting te voorzien boven de uitgangsdeuren. - 3 x 6 kg ABC poedersnelblussers te voorzien; deze (dienen) op een zichtbare plaats en binnen handbereik te worden opgesteld. - Gunstige keuringsverslagen van nutsvoorzieningen zijn steeds beschikbaar. - Twee muren met stabiliteit 1u dienen de opslagplaats stro, respectievelijk te scheiden van de paardenboxen en de opstelplaats landbouwmachines". 3.
- Voormeld besluit van 12 augustus 2009 maakt vervolgens het voorwerp uit van een administratieve beroepsprocedure bij de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant. 3.
- Op 28 januari 2010 neemt de deputatie van de provincie Vlaams- Brabant het thans bestreden besluit waarbij het ingestelde beroep niet wordt ingewilligd en de in eerste aanleg verleende milieuvergunning integraal wordt bevestigd, met inbegrip van de opgelegde bijzondere vergunningsvoorwaarden. IV. Tussenkomst
- Met een op 23 april 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de BVBA De Zevenster om in het geding te mogen tussenkomen. VII-37.755-3/6 Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Ontvankelijkheid van de vordering 5.
- De verwerende partij stelt dat de verzoekster geen "actueel" belang heeft nu zij met haar zoon woont te Grimbergen en dus niet in de onmiddel- lijke omgeving van de vergunde exploitatie verblijft. De tussenkomende partij voegt daaraan toe dat de woning die eertijds toebehoorde aan de vroegere echtgenoot van de verzoekster zonder stedenbouwkundige vergunning werd opgericht en bovendien zonevreemd is. 5.
- Ten aanzien van de tijdigheid van de vordering formuleren zowel de verwerende als de tussenkomende partij een voorbehoud. Beoordeling
- Het onderzoek van voormelde excepties dringt zich in de huidige stand van het geding niet op omdat, zoals hierna zal blijken, de grondvoorwaarden voor de schorsing te dezen niet zijn vervuld. VI. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Ter adstructie van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zet de verzoekster in haar verzoekschrift het volgende uiteen : "
- Zoals de zaken er thans voorstaan bestaat het reële gevaar dat er gedurende lange tijd geen sprake zal zijn van de brandpreventieve maatregelen aanbevolen door de brandweer, minstens niet van de poort aan de achterzijde van de loods langs waar de dieren zouden kunnen ontsnappen bij uitbrekende brand. De brandvrije muren doen optrekken zal nog wel lukken maar een metershoge muur zomaar vervangen door een poort is zeer de vraag. VII-37.755-4/6
- Eerder dient zich de mogelijkheid aan dat, ondanks alle mogelijke bezwaren, de bestuurlijke overheden opnieuw zullen overgaan tot het uitreiken thans van een stedenbouwkundige vergunning : opnieuw kan men perfect alle mogelijke bezwaren terzijde schuiven.
- Waar de milieuvergunning wel werd afgegeven (in bestuurlijke eerste aanleg en in graad van bestuurlijk beroep) niettegenstaande er voor het brandgevaar geen oplossingen werden aangereikt, tenzij nietszeggende formules: • Interleuven heeft het op 23 juli 2009 over maatregelen om tegemoet te komen aan de gestelde opmerkingen van de brandweer • Het college van burgemeester en schepenen heeft het op 12 oogst 2009 over alle nodige maatregelen ter preventie en bestrijding van brand • Het bestreden besluit van de deputatie heeft het over de nodige maatregelen om de buurt te beschermen door o.a. de nodige preventiemiddelen te voorzien.
- Het zijn allemaal zeer vage toezeggingen waar men zowat alle kanten mee uitkan maar die een door de brandweer gedetecteerd en BESTAAND probleem niet oplossen.
- Daartegenover staat het rapport van de brandweer van 11 juni 2009 dat wel concrete en allicht afdoende maatregelen bevat die echter een structurele wijziging van de stedenbouwkundige aanvraag met zich brengen hetgeen met zich brengt dat men een nieuw openbaar onderzoek aanvat, wat toch niet zo evident is : veel evidenter is dat de verschillende bestuurlijke Overheden enige lippendienst bewijzen aan brandbeveiliging en brandpreventie zodat het veiligheidprobleem, dat én door Interleuven én door het college én door de deputatie onderkend en erkend wordt, blijft wat het is : onopgelost én acuut.
- Dit probleem is ernstig, er valt moeilijk aan te remediëren indien niets wordt ondernomen om de tenuitvoerlegging van vergunningen te beletten (er bestaat wel een koppelingmechanisme maar dat wordt onwerkzaam als er twee vergunningen zijn [de milieuvergunning is er al, als nu nog de stedenbouwkun- dige vergunning er komt, dan is de cirkel rond en kan de aanvrager beginnen bouwen - de milieuvergunning is er gekomen op minder dan een jaar, beroep inbegrepen])". Beoordeling
- Met haar uiteenzetting negeert de verzoekster dat de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant met het thans bestreden besluit de in eerste aanleg genomen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortenberg heeft bevestigd, dat krachtens de bijzondere voorwaarden van laatstgenoemd besluit de exploitant bij de inrichting van de loods en de paarden- boxen uitvoering moet geven aan de maatregelen die de brandweer van Zaventem heeft voorgesteld in haar brandadvies van 11 juni 2009, advies dat ten andere als bijlage werd gehecht aan de verleende milieuvergunning en er zodoende integraal deel van uitmaakt. De bevestiging in beroep van de in eerste aanleg verleende milieuvergunning houdt te dezen ook de bevestiging in van de door het college van burgemeester en schepenen opgelegde bijzondere vergunningsvoorwaarden. Bijgevolg is de tussenkomende partij, wil zij de haar verleende milieuvergunning VII-37.755-5/6 wettig ten uitvoer brengen, ertoe gehouden daadwerkelijk gevolg te geven aan de opgelegde maatregelen inzake brandpreventie en -bestrijding. Blijkens de uitdrukkelijke bewoordingen van de verzoekster in het enig verzoekschrift acht zij de door de brandweer voorgestelde maatregelen "allicht afdoende". Voor het overige wordt vastgesteld dat de uiteenzetting van de verzoekster stoelt op allerhande veronderstellingen die geen rechtstreeks verband vertonen met de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
- Het verzoek van de BVBA De Zevenster tot tussenkomst in het administra- tief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.755-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.703 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.827 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div