id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.705 Rolnummer: A. 195900/VII-37715 Zaak: Arrest 205705 - Milieuvergunningen - 24/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-29 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Arrest nr 205.705 van 24 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 205.705 van 24 juni 2010 in de zaak A. 195.900/VII-37.
- In zake:
- Sabine GEBRUERS
- Gerry MOLS
- Jan TORMANS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Cauwenberghs kantoor houdend te Geel Diestseweg 155 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de CVBA BIO-KEMPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te Leuven Diestsevest 113 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 18 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 18 januari 2010 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 juli 2009, houdende het verlenen aan de CVBA Bio-Kempen van de milieuvergunning voor het exploiteren van een mestverwerkingsinstallatie, gelegen aan de Blokstraat 10 te Geel, slechts gedeeltelijk gegrond worden verklaard. VII-37.715-1/8 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juni
- Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sofie Cauwenberghs, die verschijnt voor de verzoeken- de partijen, advocaat Clive Rommelaere, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 13 maart 2009 dient de CVBA Bio-Kempen, die een coöperatieve is van verschillende varkenshouders, een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een mestverwerkingsinstallatie op een perceel gelegen aan de Blokstraat 10 te Geel. 3.
- Tijdens het openbaar onderzoek worden vijf schriftelijke bezwaren ingediend, ondertekend door in totaal 275 omwonenden. 3.
- Met een besluit van 9 juli 2009 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde vergunning en neemt zij akte van de in klasse 3 ingedeelde onderdelen van de inrichting. De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een reeks bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden. VII-37.715-2/8 3.
- Tegen voormeld deputatiebesluit van 9 juli 2009 worden een aantal administratieve beroepen ingesteld, met name door : de stad Geel, John en Christine Bols - Vandenbergh, Paul Helsen, Jan Tormans, Jozef Boonen en Veerle Sterckx, Gie Kempen, Gerry Mols en Twiggy Hufkens, Franck Peeters en Sabine Gebruers. 3.
- In het kader van de beroepsprocedure worden verschillende adviezen verleend. De afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbe- leid adviseert op 3 november 2009 in eerste instantie ongunstig. Later, op 27 november 2009, brengt deze afdeling evenwel een gunstig advies uit. In dit laatste advies staat te lezen dat uit de stedenbouwkundige vergunning die op 7 mei 2009 door de deputatie van de provincie Antwerpen werd verleend - vergunning die inmiddels definitief is geworden - de planologische en stedenbouwkundige verenigbaarheid van de inrichting blijkt. De afdeling Milieuvergunningen verleent op 3 november 2009 een ongunstig advies. De Gewestelijke Milieuvergunningscommissie stelt op 10 november 2009 voor om de beroepen gedeeltelijk gegrond te verklaren. 3.
- Op 18 januari 2010 wordt de thans bestreden beslissing genomen; de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur verklaart de ingestelde beroepen deels gegrond en wijzigt de beroepen beslissing in dier voege dat aan de milieuvergunning een bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd waarbij de aan- en afvoer via de smalle rijbaan tussen de Blokstraat 10 en de Blokstraat 15 wordt verboden. IV. Tussenkomst
- Met een op 7 april 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de CVBA Bio-Kempen om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. VII-37.715-3/8 V. Onderzoek van de vordering
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Aangaande het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zetten de verzoekende partijen het volgende uiteen : "Verzoekende partijen wonen in de onmiddellijke nabijheid van de geplande mestverwerkingsinstallatie. Verzoekende partijen Gebruers en Mols wonen op slechts enkele tientallen meters van de geplande installatie. (...) De mestverwerkingsbekkens zullen zich niet beperken tot de bestaande stallen, doch verder opschuiven naar de woning van verzoekster Gebruers toe, tot op 30 meter van haar woning. Nu deze bekkens 6 meter hoog zijn en minstens 4,5 meter boven het maaiveld uitsteken, zal het geplande groenscherm geenszins volstaan om de visuele hinder tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen in agrarisch gebied. (...) Gelet op de onmiddellijke nabijheid van de woningen van verzoekster Gebruers en verzoeker Mols gaan zij onmiskenbaar een onaanvaardbare geur- en geluidshinder ondervinden, zoals hierboven reeds werd uiteengezet. Een mestverwerkingsinstallatie van dergelijke omvang (30.000,00 m³ per jaar) brengt onmiskenbaar een zeer aanzienlijke hinder met zich mee, reden waarom ze werd ingedeeld als een klasse 1 inrichting. Dit alles maakt alleszins een ernstig nadeel uit dat moeilijk te herstellen is. Het is vaste rechtspraak van uw Raad dat zowel visuele hinder, als geurhinder, als geluidshinder een moeilijk te herstellen nadeel uitmaakt. 'De exploitatie van een varkenshouderij zal aanleiding geven tot een toename van geluidshinder, onder meer door het aan- en afrijden van vrachtwegen. De ernst van die hinder kan voor verzoeker bezwaarlijk worden ontkend, nu de transporten zullen gebeuren via een toegangsweg vlak naast zijn woning, die nu nog niet blijkt te zijn uitgerust en dus nog niet voor een dergelijk transport wordt gebruikt. Verder is ingevolge de overheersende windrichting geurhinder onvermijdelijk en het bestreden besluit voorziet geen maatregelen ter beperking van die geurhinder. Gelet op de grootschaligheid van de exploitatie zal verzoeker vooral tijdens de zomermaanden ernstige geurhinder door het varkensbedrijf ondergaan'. Ook de potentiële verspreiding van ziektekiemen, een risico dat door de exploitant zelf wordt aangehaald, maakt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit. Zulks geldt te meer daar er diverse varkensziekten zijn die niet alleen varkens aantasten maar ook mensen. Deze ziektes zijn wetenschappelijk gekend onder de benaming Zoönosen. Onder andere de griep van het type Mexicaanse varkensgriep is hier een voorbeeld van. Voor de omwonenden vormt de mest van telkens wisselende varkensbedrijven een bron van VII-37.715-4/8 besmettingsgevaar waartegen door het feit dat het van steeds wisselende bedrijven afkomstig is, moeilijk weerstand kan worden opgebouwd. Verzoekers zullen bovendien een ernstig nadeel ondervinden aan de mobiliteitsproblemen die de installatie zal veroorzaken. Verzoekende partij Tormans zijn kinderen gaan met de fiets naar school, maar maken ook buiten de schooluren gebruik van de wegen in de onmiddel- lijke omgeving van de geplande installatie, om zich naar de voetbal training te begeven, om naar vrienden te rijden en dergelijke meer. (...) Dit was tot op heden zonder veel problemen mogelijk gelet op het landelijk karakter van de wegen. Door de inplanting van de geplande situatie en het talrijke zware vervoer dat deze met zich meebrengt wordt een zeer gevaarlijke situatie gecreëerd voor de talrijke zwakke weggebruikers uit de buurt. Naast de ongeveer 375 leerlingen van de plaatselijke lagere school, fietsen ook leerlingen die naar de middelbare scholen in Geel-centrum rijden op deze wegen. De speruren zijn opgesteld louter met het oog op de leerlingen van de basisschool terwijl de leerlingen van de middelbare scholen buiten deze uren zich met de fiets in het verkeer begeven. Bovendien wordt in het mestverwerkingsproces Methanol gebruikt, hetgeen als een gevaarlijke stof beschouwd wordt in de ADR reglementering ingedeeld onder klasse
- Methanol is immers licht ontvlambaar. Iedereen zal zich het ongeval van een aantal jaren geleden in het dorpje Stavelot wel herinneren, waarbij het eveneens ging over een vrachtwagen geladen met Methanol. Het ernstige risico op zware ongevallen maakt eveneens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit". Beoordeling
- Luidens artikel 8, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State moet het enig verzoekschrift houdende een vordering tot schorsing een uiteenzetting bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De verzoekende partij mag zich niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar moet integendeel zeer concrete gegevens overleggen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of kan ondergaan, zodat de Raad van State met voldoende precisie kan nagaan of er al dan niet een dergelijk nadeel voorhanden is en het voor de tegenpartij mogelijk is om zich met kennis van zaken tegen de door de verzoekende partij aangehaalde feiten en argumenten te verdedigen. Dit houdt in dat de verzoekende partij concrete en precieze aanduidingen moet verschaffen omtrent de aard en de omvang van het nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten beslissing veroorzaakt. VII-37.715-5/8 Blijkens de aanhef van het bestreden besluit is de vergunde inrichting gelegen in agrarisch gebied. In de nabije omgeving komen blijkbaar geen andere bestemmingsgebieden voor. De verzoekende partijen geven aan in de onmiddellijke omgeving van de inrichting te wonen. Bijgevolg zijn zij bewoners van hetzelfde agrarisch gebied. Van bewoners van een agrarisch gebied mag een grotere tolerantie worden verwacht ten aanzien van geurhinder en andere ongemakken die typisch zijn voor agrarische of para-agrarische activiteiten, vermits een agrarisch gebied het geëigende gebied is voor dergelijke activiteiten. De woonkwaliteit in agrarisch gebied kan ten opzichte van landbouwgerelateerde activiteiten niet dezelfde bescherming krijgen als in woongebied. Voorts poneren de verzoekende partijen zonder concrete onderbouwing dat zij onaanvaardbare geur- en geluidshinder zullen ondervinden. Daartegenover staat dat in de motivering van de bestreden milieuvergunning uitvoerig wordt stilgestaan bij geur- en geluidshinder als mogelijke hinderfactoren voor de omwonenden. Op grond van een gedetailleerde beschrijving van de installaties, de gebruikte bedrijfsprocessen en technische procédés is de verwerende partij tot het besluit gekomen dat de geurhinder zeer beperkt zal zijn en dat de geluidshinder tot een aanvaarbaar niveau kan worden beperkt. De verzoekende partijen brengen geen concrete argumenten bij die het op de inrichting toegespitst onderzoek van de vergunningverlenende overheid op overtuigende wijze tegenspre- ken. Met het loutere gegeven dat de vergunde inrichting volgens de bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), gevoegde lijst van hinderlijke inrichtingen is ingedeeld in de eerste klasse, tonen de verzoekende partijen geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan. De visuele hinder van de bij de mestverwerkingsinstallatie horende bekkens die 4 à 4,5 meter boven het maaiveld zullen uitsteken, vloeit niet voort uit de bestreden milieuvergunning maar uit de op 7 mei 2009 verleende stedenbouwkundige vergunning die de verzoekende partijen blijkbaar niet hebben aangevochten. Wat betreft de beweerde mobiliteitsproblemen en verkeersonvei- ligheid, wordt op grond van de gegevens van het dossier aangenomen dat het vrachtverkeer verspreid kan worden over twee invalswegen en dat bijgevolg niet alle verkeer langs de Aardseweg en de dorpskom van Ten Aard moet verlopen. VII-37.715-6/8 Bovendien betwisten de verzoekende partijen niet dat, zoals in het bestreden besluit wordt overwogen, wekelijks tussen de 22 en 29 transporten zullen plaatsvinden. Dergelijke frequentie van transporten laat toe de ernst van het beweerde mobiliteits- probleem te relativeren. In elk geval kan in redelijkheid niet aangenomen worden dat de exploitatie van de vergunde inrichting van wezenlijk nadelige invloed is op het landelijk karakter van de wegen in de omgeving en op de veiligheid van de zwakke weggebruikers. Daar komt nog bij dat de bestreden milieuvergunning afhankelijk is gesteld van de naleving van een bijzondere voorwaarde waarbij de aanvoer van ruwe mest, melasse of methanol/structol en de afvoer van het effluent en de dikke fractie niet mag gebeuren via de smalle rijbaan gelegen tussen de Blokstraat 10 en de Blokstraat
- Tevens is in een andere bijzondere voorwaarde een strikte uurregeling uitgewerkt voor de aan- en afvoer van dierlijke mest en effluent ter hoogte van de school in de dorpskom van Ten Aard. Luidens de desbetreffende voorwaarde mogen dergelijke transporten niet plaatsvinden "van 8u t/m 8.45u en 11.40u t/m 12.15u en, uitgezonderd op woensdag, tussen 12.30u t/m 13.15u en 15.15u t/m 15.45u". Daarnaast wordt elk transport verboden tussen 21.00 uur en 7.00 uur. Het risico op de verspreiding van veeziektes op andere varkensbe- drijven vormt geen persoonlijk nadeel in hoofde van de verzoekende partijen. De kans op het ontstaan van een nieuwe variant van de Mexicaanse varkensgriep ten gevolge van de exploitatie van de vergunde mestverwerkingsinstallatie, komt als te hypothetisch voor om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen verantwoorden. Het beweerd risico van een accidentele gebeurtenis door het gebruik van de licht ontvlambare stof Methanol, is te algemeen en te onzeker om als een ernstig nadeel te worden beschouwd. De verzoekende partijen maken immers niet aannemelijk dat de voorwaarden die gebruikelijk in acht moeten worden genomen bij het vervoer en de opslag van dergelijke stof niet volstaan om het veiligheidsrisico binnen het aanvaardbare te houden.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. VII-37.715-7/8 BESLISSING
- Het verzoek van de CVBA Bio-Kempen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
- De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.715-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.705 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.505 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div