← België

Arrest 205706 - Milieuvergunningen - 24/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.706 Rolnummer: A. 195912/VII-37717 Zaak: Arrest 205706 - Milieuvergunningen - 24/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-06-29 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-30 04:57 Fiche Arrest nr 205.706 van 24 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 205.706 van 24 juni 2010 in de zaak A. 195.912/VII-37.

  1. In zake: de STAD GEEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sofie Cauwenberghs kantoor houdend te Geel Diestseweg 155 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de CVBA BIO-KEMPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te Leuven Diestsevest 113 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 19 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 18 januari 2010 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 juli 2009, houdende het verlenen aan de CVBA Bio-Kempen van de milieuvergunning voor het exploiteren van een mestverwerkingsinstallatie, gelegen aan de Blokstraat 10 te Geel, slechts gedeeltelijk gegrond worden verklaard. VII-37.717-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juni
  4. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sofie Cauwenberghs, die verschijnt voor de verzoe- kende partij, advocaat Clive Rommelaere, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 13 maart 2009 dient de CVBA Bio-Kempen, die een coöperatieve is van verschillende varkenshouders, een milieuvergunningsaanvraag in voor het exploiteren van een mestverwerkingsinstallatie op een perceel gelegen aan de Blokstraat 10 te Geel. 3.
  7. Tijdens het openbaar onderzoek worden vijf schriftelijke bezwaren ingediend, ondertekend door in totaal 275 omwonenden. 3.
  8. Met een besluit van 9 juli 2009 verleent de deputatie van de provincie Antwerpen de gevraagde vergunning en neemt zij akte van de in klasse 3 ingedeelde onderdelen van de inrichting. De vergunning wordt afhankelijk gesteld van de naleving van een reeks bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden. VII-37.717-2/5 3.
  9. Tegen voormeld deputatiebesluit van 9 juli 2009 worden een aantal administratieve beroepen ingesteld bij de Vlaamse regering, onder meer door de verzoekende partij. 3.
  10. Op 18 januari 2010 wordt de thans bestreden beslissing genomen; de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur verklaart de ingestelde beroepen deels gegrond en wijzigt de beroepen beslissing in dier voege dat aan de milieuvergunning een bijzondere voorwaarde wordt toegevoegd waarbij de aan- en afvoer via de smalle rijbaan tussen de Blokstraat 10 en de Blokstraat 15 wordt verboden. IV. Tussenkomst
  11. Met een op 7 april 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de CVBA Bio-Kempen om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Onderzoek van de vordering
  12. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  13. Ter adstructie van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoekende partij het volgende aan : "De onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing dreigt in hoofde van de verzoekende partij een ernstig nadeel te veroorzaken dat moeilijk te herstellen is omdat de installatie bijzonder veel hinder zal veroorzaken voor de ruime omgeving, niet alleen door de visuele hinder, de geur en de geluids- hinder, maar door de grote mobiliteitsproblemen die zullen ontstaan én het risico op de verspreiding van ziektes. Dit ernstig nadeel is bovendien moeilijk te herstellen omdat de installatie zeer talrijk zwaar verkeer zal veroorzaken, dat door de bepaling in de bestreden beslissing dat verkeer in Blokstraat 10-15 uitgesloten is en de technische onmogelijkheid van vrachtwagens om de bocht tussen de Aardseweg en de VII-37.717-3/5 Blokstraat te nemen, de facto allemaal langs de Aardseweg door het centrum van Ten Aard, langsheen de school over zeer smalle landwegen zal verlopen. Dit creëert een zeer gevaarlijke situatie, die tot ernstige verkeersproblemen en ongevallen zal lijden. Dit nadeel is naast ernstig ook moeilijk te herstellen. Ook de potentiële verspreiding van ziektekiemen, een risico dat door de exploitant zelf wordt aangehaald, maakt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit. Zulks geldt te meer daar er diverse varkensziekten zijn die niet alleen varkens aantasten maar ook mensen. Deze ziektes zijn wetenschappelijk gekend onder de benaming Zoönosen. Onder andere de griep van het type Mexicaanse varkensgriep is hier een voorbeeld van. Voor de omwonenden vormt de mest van telkens wisselende varkensbedrijven een bron van besmettingsgevaar waartegen door het feit dat het van steeds wisselende bedrijven afkomstig is, moeilijk weerstand kan worden opgebouwd. Bovendien wordt in het mestverwerkingsproces Methanol gebruikt, hetgeen als een gevaarlijke stof beschouwd wordt in de ADR reglementering ingedeeld onder klasse
  14. Methanol is immers licht ontvlambaar. Iedereen zal zich het ongeval van een aantal jaren geleden in het dorpje Stavelot wel herinneren, waarbij het eveneens ging over een vrachtwagen geladen met Methanol. Het ernstige risico op zware ongevallen maakt eveneens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel uit". Beoordeling
  15. De aangevoerde nadelen die de omwonenden van de vergunde inrichting zouden kunnen ondervinden, zoals visuele hinder, geur- en geluidshinder en het risico op de verspreiding van varkensziektes, kunnen niet als een persoonlijk nadeel in hoofde van de verzoekende partij worden beschouwd omdat dergelijke nadelen het plaatselijk bestuur immers niet zelf kunnen treffen. In de mate dat mobiliteitsproblemen en het tegengaan van verkeersonveiligheid binnen haar bevoegdheden zorg zijn van de verzoekende partij, wordt op grond van de gegevens van het dossier aangenomen dat het vrachtverkeer verspreid kan worden over twee invalswegen en dat bijgevolg niet alle verkeer langs de Aardseweg en de dorpskom van Ten Aard moet verlopen. De beweerde "technische onmogelijkheid" voor vrachtwagens om de scherpe bocht van de Aardseweg naar de Blokstraat te nemen, blijkt immers geen onoverkomelijkheid. Bovendien betwist de verzoekende partij niet dat, zoals in het bestreden besluit wordt overwogen, wekelijks tussen de 22 en 29 transporten zullen plaatsvinden. Dergelijke frequentie van transporten laat toe het mobiliteitsprobleem te relativeren. Het beweerd risico van een accidentele gebeurtenis door het gebruik van de licht ontvlambare stof Methanol, is te algemeen en te onzeker om als een ernstig nadeel te worden beschouwd. De verzoekende partij maakt immers niet aannemelijk dat de voorwaarden die gebruikelijk in acht moeten worden genomen VII-37.717-4/5 bij het vervoer en de opslag van dergelijke stof, niet volstaan om het veiligheidsrisi- co binnen het aanvaardbare te houden.
  16. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  17. Het verzoek van de CVBA Bio-Kempen tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
  18. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.717-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.706 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.314 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.