← België

Arrest 205991 - Wegenwezen - 29/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.991 Rolnummer: A. 163455/X-12357 Zaak: Arrest 205991 - Wegenwezen - 29/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-07 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 10:46 Fiche Arrest nr 205.991 van 29 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 205.991 van 29 juni 2010 in de zaak A. 163.455/X-12.

  1. In zake: Hubert VAN DE KERCKHOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te 9000 GENT Sint-Annaplein 34 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:
  2. de stad NINOVE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefan Van Der Jeught kantoor houdend te 9400 NINOVE Stationsstraat 48
  3. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Henry Van Burm kantoor houdend te 9000 GENT Cyriel Buyssestraat 12 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 20 juni 2005, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 5 april 2005 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het rooilijnplan voor de buurtweg nr. 46 “Denderhoutembaan” van de stad Ninove, “enkel wat de oostelijke straatzijde betreft”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-12.357-1/12 Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 januari
  6. Staatsraad Jeroen Van Nieuwenhove heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Jan Van Der Jeught, die loco advocaat Stefan Van Der Jeught verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Steve De Cauwer, die loco advocaat Henry Van Burm verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten
  8. De verzoeker is eigenaar en bewoner van een woning aan de Denderhoutembaan 31 te Ninove, kadastraal bekend sectie A, nr. 311/t
  9. Het betrokken perceel is gelegen aan de oostzijde van de Denderhoutembaan, in een gebied dat werd uitgesloten van het bij ministerieel besluit van 16 oktober 1967 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. 8 “Groeneweg”. Dit plan regelt de ordening van een gebied ten oosten van de Denderhoutembaan. Het gebied ten westen van de Denderhoutembaan valt onder het toepassingsgebied van het bij ministerieel besluit van 10 juli 1970 goedgekeurd bijzonder plan van aanleg “Denderhoutembaan”. Bij ministerieel besluit van 31 juli 1998 wordt een wijziging van dit bijzonder plan van aanleg goedgekeurd. X-12.357-2/12 Het betrokken perceel valt onder het bij ministerieel besluit van 8 juli 1983 vastgestelde rooilijnplan van de Denderhoutembaan.
  10. Op 26 september 2002 beslist de gemeenteraad van de stad Ninove het voormelde rooilijnplan als volgt te wijzigen: “- het deel van de rooilijn Denderhoutem te behouden begrepen vanaf de Aalstersesteenweg tot en met de percelen sectie A nrs. 322s12 en 311r6; - het deel van de rooilijn dat vervat zit in het uitgesloten deel BPA Groeneweg te herzien en vast te leggen op de huidige gevellijn alsook om het overige deel van het rooilijnplan te laten vervallen aangezien de rooilijn aldaar geregeld wordt via de BPA’s ‘Denderhoutembaan’ en ‘Groeneweg’”. Deze beslissing wordt als volgt gemotiveerd: “Overwegende dat bij Ministerieel Besluit dd. 8 juli 1983 het rooilijnplan van de Denderhoutembaan te Ninove werd goedgekeurd; Overwegende dat de BPA’s Denderhoutembaan en Groeneweg afgebakend zijn tot het midden van de Denderhoutembaan en dat een deel tussen de Aalstersesteenweg en perceel 345/w5 uit het BPA Groeneweg werd uitgesloten; Overwegende dat in het deel vanaf de Aalstersesteenweg tot en met perceel 345/w5 alle bestaande woningen bezwaard zijn met de rooilijn hetgeen betekent dat bij bouwen of verbouwen de rooilijn de nieuwe bouwlijn vormt; Overwegende dat naar aanleiding van een ingediende bouwaanvraag, dossier 480/2000, m.b.t. het perceel Sie A nr. 315/e2 en 320/l de vraag dient gesteld of het goedgekeurde rooilijnplan dient aangehouden; Overwegende dat op basis van voormeld rooilijnplan deze eigendom bezwaard is met een rooilijn zodanig dat naar gelang bouwen en verbouwen een strook grond dient onteigend; Gelet op de kadasterplannen in het dossier waarop de reeds gerealiseerde rooilijngedeelten in gele kleur en de thans bezwaarde eigendommen in rode stippellijn werden aangeduid; Overwegende dat de bebouwing, bestaande uit één- en méérgezinswoningen, recent is en degelijk onderhouden, zodat spoedige realisatie van de rooilijn door grondige renovatie van de panden niet te verwachten is; Gelet op het voorstel van de Stadsarchitect, om het deel van de rooilijn dat vervat zit in het uitgesloten deel van het BPA Groeneweg te herzien en vast te leggen op de huidige gevellijn en om het overige deel van het rooilijnplan te laten vervallen aangezien de rooilijn aldaar geregeld wordt via de BPA’s ‘Denderhoutembaan’ en ‘Groeneweg’. Overwegende dat een aanpassing van de rooilijn effectief aangewezen is doch dat dient rekening gehouden te worden enerzijds met de aansluiting van de Denderhoutembaan en de Aalsterseteenweg en anderzijds met de toekomstige ontwikkelingen binnen het BPA Denderhoutembaan, aanleg van wegenis en het bouwen van woningen; Overwegende dat het aanpassen van de rooilijn er niet mag toe leiden dat deze belangrijke knooppunten in de toekomst gehypothekeerd worden; Overwegende dat het derhalve opportuun lijkt om de rooilijn te behouden vanaf de Aalstersesteenweg tot en met de percelen sectie A nrs. 322s12 en 311r6; X-12.357-3/12 Overwegende dat vervolgens voor het overige deel van de rooilijn vervat in het uitgesloten deel van het BPA Groeneweg wordt voorgesteld deze vast te leggen op de gevellijn”.
  11. Op 21 januari 2004 keurt de gemeenteraad het gewijzigde rooilijnplan voorlopig goed.
  12. Tijdens het van 16 februari 2004 tot 3 maart 2004 gehouden openbaar onderzoek dient de verzoeker een bezwaarschrift in, dat als volgt is geformuleerd: “(...) Operatie uitdoving rooilijn Denderhoutembaan, zijnde de onpare nummers: Sinds de vigerende rooilijn werd de Denderhoutembaan van na het huisnummer 53 (S. A 311p4) richting Groeneweg stelselmatig dichtgebouwd. Zoals bijvoorbeeld huisnr. 55 (ééngezinswoning/eerste bouwaanvraag 1998), huisnummer 73 Residentie Manet (7 app.), huisnr. 75 (3 app.) en 77 (4 app.) samen opgetrokken (...), huisnr. 79 (6 app.). Dit gebeurde ook na de Groeneweg, richting Denderhoutem, met als sluitstuk nr. 117 (S. A nr. 345w7), een ééngezinswoning dewelke zelfs nog niet lang bewoond blijkt te zijn en tot waar het voorstel tot wijziging van de rooilijn gaat (lees: in feite afschaffing). Telkens liet de Stad deze gebouwen optrekken op de perceelsgrens, met miskenning van haar eigen, destijds voorgesteld en goedgekeurd rooilijnplan, uitgesloten deel van het BPA Groeneweg. Op 6.12.2000 werd voor het eveneens dichtbouwen op de perceelsgrens Denderhoutembaan nrs. 11-21 (Sectie A 320L en 315E2) een bouwaanvraag ingediend. Het betrof hier een meergezinswoning (of gebouw van 7 appartementen), tevens zonder enige verwijzing naar het vigerende rooilijnplan. Hiertegen heb ik op 10.01.2001 aangetekend bezwaar ingediend bij het College - zoniet was de Denderhoutembaan vanaf de Aastersesteenweg t/m de Groeneweg, toen reeds dichtgebouwd op de perceelsgrens! (...) In hetzelfde bezwaar meldde ik het College dat sinds begin 1999 de horecazaak ‘Idefix’ (vroegere café Den Ezel), gelegen Aalstersesteenweg 2 te 9400 Ninove en zijdelings grenzend aan het begin van de Denderhoutembaan, uitgebreid en grondig verbouwd werd, zonder uithanging van enige vergunning, dit ten aanschouwe van eenieder, aan het drukke kruispunt Den Ezel! Tevens meldde ik in het bezwaar, dat de eigenaar van het perceel, gelegen Denderhoutembaan 3-5 (Sectie A nr. 319t), palend aan voormelde horecazaak destijds ± 2 meter achteruit diende te bouwen, gelet op de aanwezige rooilijn. Diezelfde eigenaar verwierf achteraf ook de panden, nu Aalstersesteenweg 6 & 8, toentertijd gekend ten kadaster: Sie A nrs. 318b en c, vroeger deel uitmakend van eenzelfde en eerder bouwvallige huizenrij nrs 2 t/m 8 als gewezen café Den Ezel, en moest mutatis mutandis op de Aalstersesteenweg (Gewestweg N405) meer dan 4 meter achteruit bouwen na onteigening en vergoeding door de bevoegde overheid! Aldus werd naast deze horecazaak Aalstersesteenweg 2 en bijhorend nr. 4, vanaf nrs. 6 en 8 de rooilijn (=bouwlijn) m. b. t. deze steenweg (pare nrs) verder gerealiseerd. Zie kopie algemeen situatieplan dd. 28.10.1983, bestaande uit 3 blz. van eigenaar wijlen dhr. De Vos (NV) in bijlage 3 m. b. t. deze inplanting. Momenteel bevindt zich aldaar een videotheek. X-12.357-4/12 Het is een evidentie dat de rooilijn Denderhoutembaan, onpare nrs. -hoe ook- op termijn diende over te gaan in voornoemde gerealiseerde bouwlijn/rooilijn Aalstersesteenweg, waardoor een eventueel voorstel tot onteigening van o.m. gewezen café Den Ezel, toen reeds een alternatief was, m.b.t. de realisatie van een belangrijk deel van beide rooilijnen, aan en i.v.m. onder meer het kruispunt Den Ezel. (...) Niettegenstaande hetgeen voormeld, verkregen de eigenaars van bedoelde handelszaak, na zomaar uit te breiden en grondig te verbouwen, naar het schijnt, van de Stad, alsnog een bevrijdende vergunning! De kers op de taart, alvast voor wat betreft de eigenaars van kwestieus handelspand, is het feit dat de rooilijn m. b. t. dit pand op voorliggend ontwerprooilijnplanquasi blijkt verdwenen. (...) Dit staat in schril contrast -zoals voorheen uiteengezet- met o .m. het nog vigerende rooilijnplan (M. B. 8 juli 1983), hetgeen vast te stellen is in bijlage 4, alsook
  13. Aldus werd de Gemeenteraad onder meer voorgelogen, als zou het deel van de bestaande rooilijn behouden blijven rechts vanaf de Albertlaan (lees Aalstersesteenweg) tot en met perceel nr. 311r
  14. Welke kwalificatie deze verkeerdelijke voorstelling van zaken dient te krijgen laat ik vanzelfsprekend over aan ter zake bevoegde instanties. Is het louter toeval dat de eigenaars van kwestieus handelspand, dichte familie zijn van diegenen die op 6.12.2000 een bouwaanvraag indienden voor een gebouw van 7 appartementen. (...) Deze bouwaanvraag werd nog tweemaal ingediend, evenwel in licht gewijzigde versie (bijvoorbeeld uiteindelijk een gebouw van 6 app.). Evenwel in totaal tot drie maal toe, zonder enige verwijzing naar het vigerende rooilijnplan - dit moet kunnen! Ik diende dan ook drie verschillende bezwaarschriften in. (...) Bedoelde bouwaanvragen werden dan ook blijkbaar drie keer geweigerd. Het hoeft geen verder betoog dat, na het jarenlange uitdovingsbeleid der Stad m. b. t. bedoelde rooilijn (onpare nrs.), vooral ikzelf, en met mij een deel mijner aanpalende buren, nu de rekening gepresenteerd krijgen (rooilijn zou voor zover ons betreft eventueel behouden blijven!) Dit omwille van een zekere rechtlijnigheid van mijnentwege? Blijkbaar dienen burgers-klokkenluiders als ikzelf een lesje geleerd (...). Wat met de meldingsplicht van burgers, ambtenaren en politici? De Stad ligt blijkbaar niet wakker van klokkenluiders! Wat indien ikzelf binnenkort een stedenbouwkundige vergunning zou aanvragen, bijvoorbeeld tot het vestigen van een handelszaak? Het weze duidelijk gesteld, dat ikzelf niets heb of ook maar hoef te hebben tegen zekere prerogatieven, en binnen de wet toegestane uitzonderingen, t. o. v. de burgers / wie ook! Wel mag ik als burger -in een rechtsstaat, waar iedereen gelijk is voor de wet- mijn bezwaar formuleren, zeker waar mijn belang op het spel staat! Gelet op hetgeen voorafgaat, stel ik het College, een voor mij, en welzeker een groot deel mijner aanpalende buren, aanvaardbaar alternatief voor, namelijk: Dat de ontworpen rooilijn in voorliggend plan, zoals mutatis mutandis voor de percelen nrs. 311p4 (huisnr. 53) t/m nr. 345 w7 (recente huisnr. 117), de bestaande voorgevels rechts verder zou volgen, echter richting kruispunt Den Ezel! Dit dus vanaf voornoemde percelen nrs. 311p4 (nr. 53) t/m perceel 315f2 (huisnr. 21 (...)) en vandaar geleidelijk zou ombuigen tot ze samenvalt met de voorgevel van perceel nr. 319t (reeds gerealiseerde rooilijn/huisnrs. 3-5, eigendom van wijlen De Vos (NV). Vandaar dient de rooilijn vanzelfsprekend even verder door te lopen richting Aalstersesteenweg om dan normaliter over te vloeien in de reeds gerealiseerde rooilijn/bouwlijn Aalstersesteenweg (pare nrs.)”. X-12.357-5/12
  15. Op 29 april 2004 bespreekt en verwerpt de gemeenteraad het door de verzoeker ingediende bezwaarschrift en beslist hij het rooilijnplan definitief goed te keuren. De bespreking van het bezwaarschrift luidt als volgt: “Het ingediende bezwaarschrift dd. 27 februari 2004 op naam van de Heer Hubert van de Kerckhove, Denderhoutembaan 31 te 9400 Ninove, wordt ontvankelijk doch ongegrond verklaard om volgende redenen. - Dhr. Hubert Van de Kerckhove spreekt over de bouwaanvraag dd. 6 december 2000 van Van Der Smissen, Denderhoutembaan 11/21, waarvan de procedure werd stopgezet. In 2002 diende Van Der Smissen een nieuwe aanvraag in, welke echter werd geweigerd omdat er geen rekening werd gehouden met de toen bestaande rooilijn. Men wilde namelijk op de perceelsgrens bouwen. Op 14 juli 2003 werd een derde aanvraag ingediend waarbij men het gebouw wel achteruit heeft ingeplant, volgens de rooilijn. Deze aanvraag werd goedgekeurd op 8 januari
  16. Aangezien dit gedeelte van de rooilijn van de Denderhoutembaan niet wijzigt, werd de aanvraag dus conform de huidige rooilijn goedgekeurd. - Dhr. Hubert Van de Kerckhove spreekt over de uitbreiding en verbouwing van handelszaak ‘Idefix’, gelegen Aalstersesteenweg
  17. Indien afstand wordt gedaan van meerwaarde kan men zonder problemen verbouwen binnen het bestaande bouwvolume. - Betreffende de recente woningen nrs. 73, 75, 77 en 79 wordt vastgesteld dat de bouwlijn (sic.) samenvalt met de gevellijn van de bestaande woningen. - Het aanpassen van de rooilijn mag er niet toe leiden dat het belangrijke knooppunt Aalstersesteenweg met Denderhoutembaan in de toekomst gehypothekeerd zou worden. Het lijkt derhalve opportuun om de rooilijn te behouden vanaf de Aalstersesteenweg tot en met de percelen Sectie A nrs. 322/s12 en 311 r6 en vervolgens de rooilijn vast te stellen op de gevellijn, rekening houdende met de bestaande bebouwing en uit stedenbouwkundig oogpunt”.
  18. Op 28 oktober 2004 geeft de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een gunstig advies over het rooilijnplan.
  19. Op 5 april 2005 wordt de thans bestreden beslissing genomen, die gemotiveerd is als volgt: “Overwegende dat uit de vermelde beslissing van de gemeenteraad van Ninove blijkt dat er één bezwaarschrift werd ingediend, dat behoorlijk gemotiveerd werd verworpen; Overwegende dat de bestaande rooilijn een niet onaanzienlijk aantal woningen treft terwijl de gehanteerde rooilijnbreedte achterhaald is; Overwegende dat de bestaande woningen geen beletsel vormen voor een verantwoorde inrichting van het openbaar domein, zodat het aangewezen is de rooilijn te laten samenvallen met de bestaande voorgevels; Overwegende dat de westzijde van de straat evenwel gelegen is in het bij ministerieel besluit van 31 juli 1998 goedgekeurd BPA Denderhoutembaan zodat de rooilijn die dateert van voor dit BPA opgeheven is en vervangen door de rooilijn voorzien in het BPA terwijl een wijziging van de rooilijn dient te X-12.357-6/12 gebeuren via een wijziging van het BPA; dat bijgevolg nu enkel de nieuwe rooilijn voor de oostelijke straatzijde goedgekeurd kan worden”. IV. Ontvankelijkheid A. Belang van de verzoeker Uiteenzetting van de exceptie
  20. De eerste en de tweede verwerende partij betwisten het belang van de verzoeker. Zij argumenteren dat het bestreden rooilijnplan voor de verzoeker niets verandert, aangezien de bestaande rooilijn voor het perceel van de verzoeker niet wordt gewijzigd en de verzoeker niet aantoont op welke wijze hij concreet wordt getroffen door het bestreden besluit. Beoordeling
  21. De verzoeker betoogt in zijn verzoekschrift onder meer dat de bestaande rooilijn voor zijn perceel behouden blijft, terwijl voor andere woningen in de straat de rooilijn wordt aangepast op een voor de betrokken eigenaars voordelige wijze. Hij voert in een derde middel ook de schending aan van het gelijkheidsbeginsel om die reden. In de mate dat de verzoeker argumenteert dat het bestreden besluit aan anderen een voordeel toekent dat hem in een vergelijkbare situatie niet wordt verleend, beschikt hij over het vereiste belang bij het beroep tot nietigverklaring. De exceptie is niet gegrond. B. Tijdigheid van het beroep Uiteenzetting van de exceptie
  22. De tweede verwerende partij betwist de tijdigheid van het beroep. Zij stelt dat het besluit aan de verzoeker ter kennis werd gebracht met een brief van 19 april 2005 en dat het verzoekschrift eerst werd neergelegd op 21 juni
  23. X-12.357-7/12 Beoordeling
  24. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat het verzoekschrift met een ter post aangetekende brief werd verzonden op 20 juni 2005 en niet op 21 juni
  25. Aangezien de termijn van zestig dagen, te rekenen vanaf de datum van kennisname van het bestreden besluit (op 19 april 2005), verstreken is op 20 juni 2005, werd het verzoekschrift tijdig ingediend. De exceptie is niet gegrond. V. Onderzoek van de middelen A. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  26. In een tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 49, 76-77 en 109 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO). De verzoeker argumenteert in een eerste middelonderdeel dat het openbaar onderzoek slechts gedurende vijftien dagen werd gehouden in plaats van zestig dagen. In een tweede middelonderdeel stelt de verzoeker dat het bestreden besluit is gesteund op een ander plan dan het plan dat ter inzage lag op het gemeentehuis. Op het plan dat ter inzage lag was geen rooilijn te zien ter hoogte van de horecazaak “Idefix”, zodat de verzoeker er van uitging dat de rooilijn daar zou worden opgeheven. Uiteindelijk bleek het om een materiële vergissing te gaan en werd dit aangepast, maar met als gevolg dat het openbaar onderzoek werd gehouden over een foutief plan. In een derde middelonderdeel voert de verzoeker aan dat het bestreden besluit enkel het gedeelte van het rooilijnplan goedkeurt dat betrekking heeft op de oostelijke zijde van de straat. Indien de verzoeker dit tijdens het openbaar onderzoek had geweten, had hij een aantal bezwaren en opmerkingen kunnen formuleren, wat nu niet is gebeurd. Beoordeling
  27. Vooreerst blijkt niet dat het bestreden besluit werd opgemaakt samen met of in uitvoering van een ruimtelijk uitvoeringsplan en dat het bijgevolg X-12.357-8/12 werd vastgesteld op grond van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen en niet op grond van de artikelen 76 en 77 DRO. Aangezien het geen ruimtelijk uitvoeringsplan of een vergunning betreft, zijn de artikel 49 en 109 DRO te dezen evenmin toepasselijk. Ook al voorziet de voormelde wet van 10 april 1841 eveneens in een termijn van zestig dagen voor het openbaar onderzoek, moet worden vastgesteld dat de miskenning van deze termijn te dezen de verzoeker niet heeft gehinderd in de uitoefening van zijn recht om een bezwaarschrift in te dienen en dat hij bijgevolg geen belang heeft bij het eerste middelonderdeel.
  28. De door de verzoeker bekritiseerde afwijking tussen het ter inzage gelegde plan en het goedgekeurde plan betreft een materiële vergissing, zoals hij zelf vermeldt. Het feit dat de verzoeker een maatregel bekritiseert die achteraf beschouwd op een materiële vergissing berust, heeft enkel tot gevolg dat zijn bezwaarschrift op dat punt zonder voorwerp blijkt te zijn. De verzoeker zet niet uiteen op welke concrete wijze hij daardoor in de uitoefening van zijn bezwaarrecht verschalkt zou zijn. Aangezien de verzoeker elk onderdeel van het ontwerpplan in zijn bezwaarschrift kan bekritiseren, kan het enkele feit dat een plan gedeeltelijk wordt goedgekeurd, geen miskenning inhouden van het bezwaarrecht. Het louter onthouden van de goedkeuring van het bestreden plan kan immers niet gelijkgesteld worden met een wijziging in de zin van artikel 9, tweede lid van de voormelde wet van 10 april
  29. Het tweede middel is niet gegrond. B. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  30. In een eerste middel wordt de schending aangevoerd van de formele motiveringsplicht en de materiële motiveringsplicht als algemeen rechtsbeginsel en als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. De verzoeker stelt dat zijn bezwaarschrift door de gemeenteraad niet op behoorlijk gemotiveerde wijze werd verworpen. Op het einde van het bezwaarschrift werd een concreet alternatief voorgesteld, waaraan de gemeenteraad geen aandacht heeft besteed. Voorts wordt op zijn bezwaarschrift geantwoord dat “het aanpassen van de rooilijn er niet toe mag leiden dat het belangrijke knooppunt X-12.357-9/12 Aalstersesteenweg met Denderhoutenbaan in de toekomst gehypothekeerd zou worden”. Hieruit blijkt echter niet waarom het voorgestelde alternatief deze toekomst hypothekeert en waarom het bestreden rooilijnplan dat niet zou doen. De toekomst van het kruispunt wordt niet uiteengezet. Waarom de scheiding van de rooilijn wordt gemaakt ter hoogte van het perceel nr. 311/r6 wordt niet uiteengezet. Ten slotte wordt niet geantwoord waarom de horecazaak “Idefix” volledig buiten de rooilijn valt. De weerlegging van het bezwaar is aldus een opeenvolging van vaagheden die vele belangrijke zaken onbeantwoord laat. In zijn laatste memorie voert de verzoeker nog aan dat de eerste verwerende partij nooit haar doel heeft gemotiveerd en heeft aangegeven waarom het rooilijnplan werd gewijzigd. Aangezien de verzoeker zelf een alternatief heeft voorgesteld, moet de motiveringsplicht in dit geval strenger worden opgevat, derwijze dat de overheid niet alleen haar eigen keuze moet verantwoorden, maar ook moet uiteenzetten waarom het alternatief niet kon worden aanvaard. Beoordeling
  31. Gelet op het suppletoir karakter van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, wordt de schending ervan geacht te zijn afgeleid uit de schending van het toentertijd geldende artikel 53, § 3, eerste lid van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, dat aan de minister, wanneer hij uitspraak doet over een bouwaanvraag, een motiveringsverplichting oplegt die niet minder streng is dan deze die is opgelegd in de eerstgenoemde wet.
  32. Het recht om bezwaar in te dienen brengt voor de overheid tot wie deze bezwaren zijn gericht, weliswaar de verplichting met zich de regelmatigheid en de gegrondheid van de ingediende bezwaren te onderzoeken en te evalueren, doch niet om deze noodzakelijkerwijze ook in te willigen.
  33. Bij het onderzoeken van het door de verzoeker ingediende bezwaarschrift stelde de gemeenteraad dat het aanpassen van de rooilijn er niet toe mag leiden dat het belangrijke knooppunt Aalstersesteenweg met Denderhoutembaan in de toekomst gehypothekeerd zou worden en dat het bijgevolg wenselijk is om de rooilijn te behouden vanaf de Aalstersesteenweg tot en met de percelen nrs. 322/s12 en 311/r6, om vervolgens de rooilijn vast te stellen op de gevellijn, rekening houdende met de bestaande bebouwing. Hieruit kan worden opgemaakt dat de gemeenteraad van oordeel was dat het bijkomend vaststellen van X-12.357-10/12 de rooilijn op de gevellijn voor wat betreft de door de verzoeker geviseerde percelen nrs. 315/f2 tot 311/r6 vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk was, teneinde de vlotte ontsluiting van het betrokken knooppunt in de toekomst te waarborgen. In de motivering van het bestreden besluit wordt daar nog aan toegevoegd dat de bestaande woningen op de percelen verderop de Denderhoutembaan geen beletsel vormen voor een verantwoorde inrichting van het openbaar domein, zodat het daar aangewezen is de rooilijn te laten samenvallen met de bestaande voorgevels. Niet alleen wordt daardoor wel degelijk aangegeven wat de doelstelling is van het ontwerpplan, maar wordt tevens verduidelijkt waarom het door de verzoeker voorgestelde alternatief voor de gemeenteraad niet verkieslijk was boven de ontworpen regeling, die uitging van een afwijking van de bestaande rooilijn vanaf het perceel nr. 311/r
  34. Uit de bespreking van het tweede middel is gebleken dat de afwezigheid van een rooilijn ter hoogte van de horecazaak “Idefix” berust op een materiële vergissing, zoals de verzoeker ook zelf opmerkt. Uit de beantwoording van het bezwaarschrift kan duidelijk worden opgemaakt dat de rooilijn vanaf de Aalstersesteenweg tot en met de percelen nrs. 322/s12 en 311/r6 wordt behouden en bijgevolg ook voor het perceel waarop de betrokken horecazaak is gevestigd. Die stellingname, alsook de latere aanpassing van het plan komen dan ook neer op een afdoende beantwoording van het bezwaar op dat punt. Het eerste middel is niet gegrond. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  35. In een derde middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. De verzoeker argumenteert dat nergens wordt toegelicht waarom de afscheiding van de rooilijn wordt gemaakt aan het perceel nr. 311/r
  36. Zo er al enig objectief element voorhanden is, blijkt dit niet uit het bestreden besluit. Beoordeling
  37. Uit de bespreking van het eerste middel is gebleken dat de verhouding van de bestaande bebouwing ten opzichte van de bestaande rooilijn de reden is om vanaf het perceel nr. 311/r6 af te wijken van de bestaande rooilijn. In tegenstelling tot wat de verzoeker voorhoudt, is deze maatregel bijgevolg gebaseerd X-12.357-11/12 op een objectieve en uitdrukkelijk verwoorde reden. Voor het overige zet de verzoeker niet nader uiteen waaruit de door hem aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel bestaat. Het derde middel is niet gegrond. BESLISSING
  38. De Raad van State verwerpt het beroep.
  39. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig juni 2010, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Roger Stevens, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad, bijgestaan door Astrid Truyens, griffier De griffier De voorzitter Astrid Truyens Roger Stevens X-12.357-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.991 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.