id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.205.992 Rolnummer: A. 186575/X-13600 Zaak: Arrest 205992 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-07 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-07-02 10:46 Fiche Arrest nr 205.992 van 29 juni 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 205.992 van 29 juni 2010 in de zaak A. 186.575/X-13.600. In zake: de n.v. SADEL ENERCO INDUSTRIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Robrecht Bauwens kantoor houdend te 8500 KORTRIJK President Rooseveltplein 1 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan Lietaer kantoor houdend te 8500 KORTRIJK President Rooseveltplein 1 tegen: de deputatie van de provincieraad van OOST-VLAANDEREN --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 21 december 2007, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 25 oktober 2007 van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij aan de verzoekende partij de stedenbouwkundige vergunning geweigerd wordt tot regularisatie van de inbuizing van de Ouwe Hauwbeek op een perceel te Nazareth (Eke), Rozenstraat 9a, kadastraal bekend sectie A, nr. 12/d. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. X-13.600-1/14 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 mei 2010. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ivan Lietaer, die verschijnt voor de verzoekende partij, en bestuurssecretaris Marie-Anne De Geest, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Frans De Buel heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. Op 28 september 2006 (datum van het ontvangstbewijs) vraagt de verzoekende partij bij het gemeentebestuur van Nazareth een stedenbouwkundige vergunning aan voor de regularisatie van “inbuizen van de Ouwe Hauwbeek” op een perceel te Nazareth (Eke), Rozenstraat 9a, kadastraal bekend sectie A, nr. 12/d. In de bij de aanvraag gevoegde “beschrijvende nota” wordt onder meer het volgende gesteld: “De bouwaanvraag heeft betrekking tot het inbuizen van de Ouwe Hauwbeek op de bestaande site van SE INDUSTRIES.” 4. Het voormelde perceel is overeenkomstig het op 24 februari 1977 vastgestelde gewestplan Oudenaarde gelegen in een gebied voor ambachtelijke bedrijven en een gebied voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het is niet gelegen binnen het gebied van een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of vergunde verkaveling. Het is gelegen binnen het op 10 augustus 2006 goedgekeurde gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: RUP) “Weefstraat-Heerweg”. De stedenbouwkundige voorschriften van dit RUP stellen over het gebied waarin de beek gelegen is onder meer het volgende: “2.2 Artikel 2: Groenbuffer type 2 2.2.1 Bestemming X-13.600-2/14 §1. Dit gebied is bestemd als groenbuffer tussen de bedrijvigheid van het ambachtelijke bedrijventerrein Eke en de omliggende bebouwing van de Weefstraat en Heerweg. §2. De buffering gebeurt door het behoud, de aanleg en het beheer van streekeigen opgaande groenelementen met als functie visuele afscherming. §3. In het gebied zijn enkel volgende werken en handelingen toegelaten: • het aanleggen en onderhouden van de buffer; • het uitvoeren van instandhoudings- of afbraakwerken aan bestaande, vergunde gebouwen en infrastructuur. • het plaatsen van een afsluiting onder de vorm van draad met palen of hekwerk met een maximale hoogte van 2,50m. 2.2.2 Inrichtingsaspecten Het groenscherm dient op die wijze gerealiseerd te worden dat een maximale visuele afscherming verzekerd wordt. De buffer draagt in volle uitgroei een hoogte van minimum 2,50 m. Het type beplanting dient inheems te zijn. 2.2.3 Beheersaspecten §1. De aanleg van de groenbuffer wordt inherent verbonden met het bekomen van vergunningen voor bedrijfsactiviteiten in de zone grenzend aan de groenbuffer. Bij de eerste vergunningsaanvraag, volgend op de vaststelling van dit ruimtelijke uitvoeringsplan, dient een inrichtings- en beheersplan voor de bufferzone te worden gevoegd, met aanduiding en verantwoording van de aard van de beplanting. Het inrichtings- en beheersplan is een informatief document voor de vergunningverlenende overheid met het oog op het beoordelen of de vergunningsaanvraag voldoet aan de vereisten van de goede ruimtelijke ordening en in het bijzonder aan de doelstellingen van integratie van de bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Ten laatste in het plantseizoen volgend op het voltooien van de bouwwerken, moet de groene buffer type 11 volledig beplant zijn. §2. Ter garantie van de goede uitvoering van de aanleg wordt binnen de 90 dagen na kennisgeving van de vergunning een financiële waarborg gestort in handen van de gemeenteontvanger of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling verleend. De waarborg komt pas vrij op voorlegging van een conformiteitattest van de gemeentelijke technische dienst ten vroegste 3 jaar na de aanleg van het beplantingsscherm. Hierbij wordt verwezen naar de gemeentelijke verordening hieromtrent. §3. Bij iedere volgende aanvraag van een vergunning voor bedrijfsactiviteiten in de zone grenzend aan de groenbuffer wordt de feitelijke bestaande toestand van de bufferzone bij het aanvraagdossier gevoegd. §4. De beplanting wordt vakkundig beheer(d). Bij afsterven van beplantingen gebeurt vervanging in het eerste daaropvolgende plantseizoen. Beplanting mag slechts gekapt worden volgens het goedgekeurde beheersplan, bij gevaar, bij ziekte die leidt tot afsterven of bij ernstige beschadiging. Herbeplanting binnen 1 jaar met standplaatsgeschikte, streekeigen soorten is verplicht”. 5. Tijdens het openbaar onderzoek over de aanvraag, dat loopt van 8 oktober 2007 tot 7 november 2007, wordt één bezwaarschrift ingediend. 6. Op 12 maart 2007 weigert het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Nazareth de gevraagde vergunning te verlenen. In dit besluit wordt onder meer het volgende gesteld: X-13.600-3/14 “Er werd één bezwaarschrift ingediend. Het college stelt vast dat dit bezwaarschrift, samengevat, handelt over: • de ingediende bouwplannen geven een onjuiste eigendomssituatie weer en vermelden niet de gedempte waterpoel/vijver; • de inbuizing van de waterloop, eenzijdig uitgevoerd en zonder overleg met de aangelanden, is een ingreep met tal van schadelijke effecten (verlies van het waterzuiverend vermogen en verlies van het waterdoorlatend vermogen voor hemelwater, verdwijnen van ecologische functies, verlies van visuele belevingswaarde die een beek heeft); • een open waterafvoer is in overeenstemming met het goedgekeurd gemeentelijk RUP Weefstraat-Heerweg alwaar de aanleg, inrichting en beheer van taluds, poelen, sloten en greppels zijn toegelaten; • er is in tegenstelling tot wat wordt beweerd door de aanvrager wel een PV opgemaakt; • door tal van ophogingen en verhardingen van SE-Industries en het gemiddeld 1 m hoger liggen van de bedrijfsterreinen + door het dichtgooien van de waterloop ondervindt de grond van de bezwaarindiener waterschade. Het college van burgemeester en schepenen neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in: het college kan zich aansluiten bij het feit dat volgens het in bijlage ingediend gerechtelijk afpalingsplan, een onjuiste eigendomssituatie is getekend op de bouwplannen + de aanvraag vermeldt niet de gedempte waterpoel/vijver. Alvorens een accurate inschatting kan worden gemaakt, moet de aanvraag eerst de juiste eigendomssituatie + de ligging van de waterpoel/vijver weergeven en moet aldus de betwisting omtrent de eigendomssituatie zijn weggewerkt. Pas dan kan ook worden uitgemaakt of de aanvraag valt binnen het gemeentelijk RUP Weefstraat-Heerweg of niet. Het college van burgemeester en schepenen is ook van mening dat de aanvraag onvoldoende gegevens bevat waaruit blijkt dat door de inbuizing van de Ouwe Hauwbeek geen schadelijk effect wordt veroorzaakt ten aanzien van de waterhuishouding en wateroverlast met betrekking tot het perceel van de bezwaarindiener. (...) Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening: De aanvraag is niet aanvaardbaar om volgende redenen: • het bouwplan bevat een onjuiste eigendomssituatie (zie gerechtelijk afpalingsplan van 4 november 2006); • de aanvraag vermeldt niet de gedempte waterpoel/vijver waarvan sprake in het bezwaarschrift; • gezien de onjuiste eigendomssituatie is het onduidelijk of de aanvraag valt binnen het goedgekeurd gemeentelijk RUP Weefstraat-Heerweg of niet; • de aanvraag maakt deel uit van een risicozone voor overstromingsgebieden. De aanvraag bevat onvoldoende gegevens waaruit blijkt dat de inbuizing van de waterloop, geen negatieve invloed op de waterhuishouding in de directe omgeving tot gevolg heeft. Algemene conclusie: De aanvraag tot regularisatie kan om bovenstaande redenen niet worden aanvaard”. 7. Op 3 april 2007 tekent de verzoekende partij om de volgende redenen administratief beroep aan tegen de weigeringsbeslissing van het college: X-13.600-4/14 “1. Er dient te worden gewezen op het feit dat afwatering ook tot de goede plaatselijke ruimtelijke ordening behoort, zodat het niet verstaanbaar is waarom de bestreden weigeringsbeslissing werd genomen. Er werden alleen al aan de cliënte door dit gemeentebestuur tussen 1986 en 2004 liefst tien stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd omtrent haar aldaar gelegen bedrijf, dat bovendien deel uitmaakt van een gerealiseerde KMO-zone. Verder volgt het precies uit het feit dat het in casu een regularisatie van een reeds lang bestaande toestand betreft dat proefondervindelijk in het verleden kon worden vastgesteld of er een mogelijk negatieve invloed op de plaatselijke waterhuishouding zou geweest zijn. De rechtbank van eerste aanleg te Gent heeft daaromtrent in het eindvonnis van 12 december 2006 reeds vastgesteld dat ook de gerechtsdeskundige De Hondt ‘nooit effectief’ wateroverlast heeft vastgesteld. De rechtbank voegt er aan toe: ‘In casu stelde de gerechtsdeskundige in de door hem gecontroleerde periodes van regen geen hinder vast. Bij diverse plaatsbezoeken ook bij regenweer en zelfs lange en hevige regenneerslag werd geen effectieve wateroverlast vastgesteld (...).’ De rechtbank stelt ook vast dat alle andere aangelanden van de plaats waar de Oude Hauwbeek werd ingebuisd indertijd hun akkoord hiermee hebben gegeven en geen klachten of bezwaren hebben ingediend. De rechtbank heeft dan ook de vordering van de aangelande R. Van Nuffel tot herstel in de vorige toestand van de Oude hauwbeek en de poel afgewezen als ongegrond (en zelfs gekwalificeerd als rechtsmisbruik in hoofde van deze heer R. Van Nuffel), en heeft ook beslist dat de grenzen van de normale burenhinder niet zijn overschreden. Hieruit volgt dat de regels omtrent de watertoetsing (decreet van 2003) en de goede plaatselijke ruimtelijke ordening geen beletsel vormen voor het verlenen in casu van de stedenbouwkundige vergunning ter regularisatie. 2. De beslissingen inzake stedenbouwkundige vergunningen moeten zowel in eerste aanleg als in beroep uitdrukkelijk in feite en in rechte afdoende worden gemotiveerd (art. 53 § 3 van het op 22 oktober 1996 gecoördineerde decreet en de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen). In casu stelt men vast dat de auteurs van de bestreden beslissing afwijken van het gunstig advies van de intercommunale V.C. Veneco. Dit is aldus een niet voor de hand liggende beslissing, die niet (afdoende) in feite en in rechte gemotiveerd is en dus om die reden onwettig is. 3. Voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent was sinds 2003 een procedure ten gronde hangende, waarbij mijn cliënte en de gemeente Nazareth werden gedagvaard ten verzoeke van de heer Romain Van Huffel, gepensioneerde, wonende te 9810 Nazareth, Weefstraat 59. Deze hiervoor sub 1 van dit beroepsschrift reeds genoemde persoon is de enige omwonende van de KMO-zone die bij weten van mijn cliënte ooit bezwaren heeft geuit, en hij is ook de enige persoon die in het kader van deze aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning bezwaar heeft ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Hij diende strafklachten in bij het parket van de procureur des Konings te Gent, die echter steeds werden geseponeerd, en de beroepen die hij instelde tegen de milieuvergunningen klasse I van de cliënte werden afgewezen. Er werd ook een kortgedingprocedure ingesteld door deze omwonende. Bij eindvonnis van 12 december 2006 werden de vorderingen tot herstel van deze omwonende door de rechtbank van eerste aanleg te Gent afgewezen (na plaatsbezoek door de rechtbank op 11 oktober 2005 en na heropening van de debatten bij vonnissen van 24 mei 2005 en 9 mei 2006). Met het gezag van gewijsde van deze rechterlijke einduitspraak moet rekening worden gehouden. X-13.600-5/14 4. Dat het gemeentelijk RUP ‘Weefstraat-Heerweg’ van 2006 - gesteld dat het rationie loci toepasselijk zou zijn, wat niet bewezen is noch bewezen wordt geacht door de stellers van de bestreden beslissing, en waaromtrent mijn cliënte alle voorbehoud maakt - een open waterafvoer aanziet als conform hiermee, impliceert niet dat een inbuizing niet vergunbaar zou zijn volgens dit GRUP. En bovendien werden de werken waarvoor in casu de regularisatievergunning werd aangevraagd uitgevoerd meer dan een decennium voordien, en moet of mag het actief bestuur rekening houden met de stedenbouwkundige regels die toepasselijk waren op het ogenblik van de uitvoering van deze werken. 5. Een actief bestuur kan en mag zich niet uitspreken over subjectieve rechten en verplichtingen, hetgeen tot de exclusieve bevoegdheid van de justitiële rechter behoort. Bovendien is het voor een actief bestuur dat moet oordelen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning irrelevant welke de privaatrechterlijke eigendomsstructuur of de eigendomsgrenzen zijn. Dit kan geen valabel weigeringsmotief opleveren, temeer daar in 1999 een afpaling gebeurde, en de rechtbank zich hierover niet heeft uitgesproken”. 8. Op 3 oktober 2007 vult de verzoekende partij haar beroepschrift nog aan als volgt: “a. Volgens het gemeentelijk RUP ‘Weefstraat-Heerweg’ van 2006 is het terrein waaronder de inbuizing is gelegen waarvoor thans de regularisatie wordt gevraagd bestemd tot groenbufferzone van type 2 in de zin van art. 2.2 van de stedenbouwkundige voorschriften van dit GRUP. Dit gebied is volgens art. 2.2.1. van de stedenbouwkundige voorschriften bestemd als groenbuffer tussen de bedrijvigheid van het ambachtelijk bedrijventerrein te Eke en de omliggende bebouwing van de Weefstraat en de Heerweg, en heeft als functie de visuele afscherming door streekeigen opgaande groenelementen van minimum 2,50 meter in volle uitgroei. Volgens art. 2.2.3. van deze stedenbouwkundige voorschriften van dit GRUP wordt de aanleg van de groenbuffer ‘inherent verbonden met het bekomen van vergunningen voor bedrijfactiviteiten in de zone grenzend aan de groenbuffer. Bij de eerste vergunningsaanvraag, volgend op de vaststelling van dit ruimtelijke uitvoeringsplan, dient een inrichtings- en beheersplan voor de bufferzone te worden gevoegd’. Dit betekent dat de realisatie van de groenbuffer niet verplicht is voor bedrijfsactiviteiten zoals deze van mijn cliënte omtrent dewelke reeds voordien stedenbouwkundige vergunningen en bouwvergunningen werden verleend. Sinds 1986 is het bedrijf van de cliënte, waarvoor sinds minstens 1996 diverse milieuvergunningen werden verleend, aldaar in exploitatie. De vergunningsaanvraag die door de bestreden beslissing werd geweigerd is inderdaad geen vergunningsaanvraag voor bedrijfsactiviteiten, en is ook geen eerste vergunningsaanvraag (volgend) op de vaststelling (in 2006) van dit GRUP. De bepalingen van dit GRUP zijn dan ook niet toepasselijk. b. Zelfs indien zou worden beslist dat deze stedenbouwkundige voorschriften van dit GRUP wel toepasselijk zijn - quod non : zie hiervoor sub a. - dan nog is het voorwerp van de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor regularisatie van de inbuizing ter hoogte van deze beek aan de perceelsgrens X-13.600-6/14 wel voor inwilliging vatbaar, en verzetten de bepalingen van dit GRUP zich daar niet tegen. Inderdaad, de inbuizing ging gepaard met het opvullen van de vroegere beek met aarde, zodat sindsdien en op heden zich aldaar thans gras bevindt (zie de vermelding ‘gras’ op het bouwplan nr. 20 A gevoegd bij de vergunningsaanvraag en de foto’s 2 tot 4 van het aanvraagdossier). Op dit bouwplan nr. 20 A wordt tevens in cirkelvorm aldus vermeld dat er opgaande groenelementen zullen worden aangeplant, en deze zijn begrepen in de vergunningsaanvraag. Het voorwerp van de vergunningsaanvraag heeft dus finaal wel degelijk betrekking op het aanleggen van de groenbuffer in de zin van art. 2.2.1. § 3, eerste punt, van de stedenbouwkundige bepalingen van dit GRUP. Of onder dit grasperk waarop het groenscherm zal worden geplaatst nu al dan niet een buis steekt is stedenbouwkundig zonder belang : Deze buffering heeft immers een functie van visuele afscherming (art. 2.2.1. § 2 van de bepalingen van dit GRUP). Het dempen van de beek, waarvoor nu ook een regularisatie wordt gevraagd, komt neer op een afbraak van deze voorheen bestaande (waterafvoer) infrastructuur (zie art. 2.2.1.3, tweede punt, van de stedenbouwkundige voorschriften), die na het dempen is vervangen door begroeiing met gras, en die nadien conform de bouwplannen zal beplant worden met opgaand groen. Dit dempen is ook noodzakelijk om de groenbuffer aan te leggen, zodat deze stedenbouwkundige handelingen waarvoor nu de regularisatie wordt gevraagd ook om die redenen wel degelijk toegelaten zijn in deze zone. c. Het is niet de taak van de overheid bij het beslissen over aanvragen tot het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning om te bepalen waar de eigendomsgrenzen (in casu van de vroegere gracht) liggen. d. De aanwezige gebouwen en verhardingen zijn vergund voor 2006 ingevolge diverse bouwvergunningen en stedenbouwkundige vergunningen die aan mijn cliënte werden verleend sinds 1986. Het GRUP van 2006 kan aan deze definitieve vergunningen, die constitutieve rechtshandelingen zijn, geen afbreuk doen. Uit de brief van de gemeente Nazareth van 12 mei 2006 waarvan kopie in bijlage hierbij (...) blijkt dat mijn cliënte de beplantingen aan de achterkant van haar bedrijfsterrein heeft uitgevoerd”. 9. Op 25 oktober 2007 verwerpt de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de verzoekende partij. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende gesteld wordt: “Overwegende dat in de weigeringsbeslissing ook sprake is van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Weefstraat - Heerweg’, goedgekeurd door de deputatie op 10 augustus 2006 en verschenen in het Belgisch Staatsblad van 6 september 2006, en waaromtrent het college van oordeel is dat er geen duidelijkheid bestaat of de aanvraag al dan niet binnen het plangebied van dit uitvoeringsplan gesitueerd is; dat hieromtrent nochtans geen twijfel kan bestaan; dat de aanvraag immers werken betreft die zich op de eigendomsgrens zelf situeren, terwijl het ruimtelijk uitvoeringsplan zowel aan de ene als aan de andere kant van deze eigendomsgrens specifieke zones heeft voorzien, met voor het eigendom van de appellanten een zone voorbehouden als groenbuffer type 2, breedte 5 meter; X-13.600-7/14 dat minstens een - niet te verwaarlozen - deel van de gevraagde te regulariseren werken binnen deze zone gelegen is; dat volgens de van kracht zijnde stedenbouwkundige voorschriften enkel de volgende werken en handelingen zijn toegelaten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.