← België

Arrest 206044 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/06/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.044 Rolnummer: A. 193153/XIV-31216 Zaak: Arrest 206044 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 29/06/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-08-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 10:47 Fiche Arrest nr 206.044 van 29 juni 2010 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 206.044 van 29 juni 2010 in de zaak A. 193.153/XIV-31.

  1. In zake : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Antwerpsesteenweg 59 B tegen : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat M.-C. FRERE, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Regentschapsstraat 23 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Migratie- en Asielbeleid, thans de staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, op 26 juni 2009 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 27.665 van 26 mei 2009 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 4702 van 10 juli 2009 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 22 maart 2010 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 mei 2010, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 19 mei 2010; XIV-31.216-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat F. LANDUYT, die loco advocaat M.-C. FRERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de huidige verwerende partij zich op 31 oktober 2008 vluchteling verklaart; dat België aan Griekenland vraagt om de betrokkene terug te nemen wanneer blijkt dat reeds op 17 oktober 2003 vingerafdrukken van de betrokkene op Rhodos (Griekenland) werden genomen; dat Griekenland aanvankelijk niet antwoordt en dat België op 3 maart 2009 aan Griekenland meedeelt dat er sprake is van een stilzwijgend akkoord van terugname; dat de minister van Migratie- en Asielbeleid dezelfde dag een beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten neemt; Overwegende dat de huidige verwerende partij op 16 maart 2009 tegen die weigeringsbeslissing een beroep tot nietigverklaring bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voormelde beslissing van 3 maart 2009 met een arrest van 26 mei 2009 vernietigt; dat dit het bestreden arrest is;
  3. Overwegende, wat de ontvankelijkheid betreft, dat de raadsman van de verzoekende partij op de terechtzitting van 5 mei 2010 een oproeping van het commissariaat- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 31 maart 2010 voor een gehoor van de verwerende partij op 21 april 2010 overlegt; dat de raadsman van de verzoekende partij tevens de “bijlage 26” van de verwerende partij overlegt waarop vermeld staat “dossier overgemaakt aan het cgvs”; dat de verwerende partij blijkbaar een nieuwe asielaanvraag heeft ingediend die wel in België wordt onderzocht en waardoor de verwerende partij in het Rijk mag verblijven gedurende de behandeling van die nieuwe asielaanvraag; dat de zaak in voortzetting werd gesteld op de terechtzitting van 19 mei 2010 om de partijen te laten nagaan of de verzoekende partij in die omstandigheden nog belang bij het huidige beroep heeft; XIV-31.216-2/3 Overwegende dat de raadsman van de verzoekende partij met een brief van 18 mei 2010 aan de Raad van State bevestigt dat de verwerende partij inmiddels inderdaad een bijlage 26 heeft ontvangen, dat het asieldossier aan de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen werd overgemaakt met het oog op het nemen van een beslissing inzake de asielaanvraag en dat de Belgische Staat dus geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen een arrest waarbij een eerdere beslissing tot weigering van verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten werd vernietigd, zodat niet valt in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarbij een aanvraag om machtiging tot verblijf van diezelfde verwerende partij voordien niet- ontvankelijk was verklaard; dat de verzoekende partij op de terechtzitting bij monde van haar raadsman nogmaals bevestigt geen belang meer te hebben; dat het huidige cassatieberoep in die omstandigheden niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang is, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni tweeduizend en tien, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-31.216-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.044 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.