id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.212 Rolnummer: A. 189470/XII-5532 Zaak: Arrest 206212 - Toerisme - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-12 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 11:13 Fiche Arrest nr 206.212 van 1 juli 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Toerisme Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 206.212 van 1 juli 2010 in de zaak A. 189.470/XII-5532 In zake: BVBA MULTI CONSTRUCTION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Ghysels kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Lindemans kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 augustus 2008, strekt tot de nietigverklaring van het ministerieel besluit van 17 juli 2008 van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme houdende toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 27 januari 1988 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan de logiesverstrek- kende bedrijven moeten voldoen voor het annex hotel gelegen Drabstraat 32 te Gent. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. XII-5532-1\5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni
- Staatsraad Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jim Deridder, die loco advocaat Jan Ghysels verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Bert Van Herreweghe, die loco advocaat Dirk Lindemans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 27 mei 2008 wordt voor verzoekende partij een aanvraag ingediend tot afwijking van het attest brandveiligheid voor een logiesverstrekkend bedrijf, gelegen Drabstraat 22 te Gent. Met het thans bestreden besluit wordt die aanvraag geweigerd. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Verwerende partij werpt op dat het verzoekschrift een reeks beschouwingen bevat over de opportuniteit om het voorgenomen project te realiseren, maar geen middelen zodat het beroep als onontvankelijk moet worden verworpen. Het auditoraatsverslag valt deze exceptie bij, waarna verzoekende partij enkel nog om de voortzetting van het geding verzoekt.
- Het inleidend verzoekschrift maakt in zes volzinnen melding van de bestreden beslissing waartegen “wij beroep aantekenen”, van de bouwaanvraag die ondertussen is ingediend, van de inhoud en het doel van het hotelproject en verwijst ten slotte naar “de argumenten” in bijlage. Die bijlage geeft dan vooreerst XII-5532-2\5 een veel uitvoeriger beschrijving van het project, geheel met schetsen en foto’s, en onder de hoofding “Beroep” wordt uiteindelijk het volgende gesteld: “Tegen het besluit van de Minister van Toerisme willen wij beroep aantekenen. 2.
- Inleiding: wetgeving en probleemstelling De basisregelgeving voor de brandveiligheid voor logiesverstrekkende bedrijven vindt men in het ‘Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan de logiesverstrekkende bedrijven moeten voldoen (27.01.1988)’. Artikel 1.2 stelt hetvolgende: ‘De inrichting is te allen tijde bereikbaar voor de brandweervoertuigen. In de nabijheid van de inrichting is de opstelling en de bediening van het materieel voor brandbestrijding en redding gemakkelijk uitvoerbaar.’ De doorrit van het beschermde voorgebouw waarover wij beschikken om tot de koer en bijgevolg de achterbouw te geraken heeft een breedte van 283 cm en een hoogte van 330 cm. Dit voldoet niet aan de eisen van de brandweer voor doorrijden van een autoladder. Gezien dit voorgebouw beschermd is, is het niet mogelijk de inrit te vergroten. Hiertoe zouden immers aanpassingen moeten gebeuren die de gevel wijzigen, en de indeling waaronder ook de beschermde trap, hetgeen monumentenzorg niet toestaat. Met andere woorden er kan niet tot bij de achterbouw gereden worden met een autoladder. Voor het overige is het mogelijk om te voldoen aan het Besluit van 27.01.
- 2.2 Extra maatregelen om de veiligheid te verbeteren en het uitslaan van de brand te verminderen Het gebouw bestaat uit een betonstructuur met ribbenvloeren. Voor de verbouwing zal voldaan worden aan de eisen in verband met brandweerstand van de bouwelementen (Rf). Zoals vereist zal elke kamer op twee vluchtwegen hebben: via de centrale traphal en via de noodtrap. Daarnaast wordt er een automatische brandmeldinstallatie geplaatst. Eveneens wordt er geopteerd voor een sprinklersysteem. Dit laatste moet het uitslaan van de brand verhinderen, zodat een eventuele brand zich minder snel verspreid. Het is mogelijk om een voertuig in de straat op te stellen, en een hydrant aan te sluiten die tot in de binnenkoer geraakt. De afstand van de achterbouw tot aan de straat bedraagt 24 meter (van aan de noodtrap) tot 36 meter (van aan de toegang). 2.3 Besluit Het blijvend probleem bestaat uit de hulp bij evacuatie door de brandweer, die doordat er geen autoladder kan binnengereden worden, bemoeilijkt wordt. Er kan wel manueel een ladder tot bij het gebouw gebracht worden. De schaal van het gebouw laat dit toe: het bestaat slechts uit een gelijkvloers en twee verdiepingen. Er kan ook binnengereden worden met bepaalde types autoladder, namelijk deze met verlaagde ophanging. Deze zijn minder hoog en kunnen onder de bestaande doorrit rijden. Ook in de breedte is dit mogelijk. De bouwheer staat ook open voor extra maatregelen in de mate van het mogelijke en indien de brandweer dit vraagt. Het kan niet zijn dat een belangrijk stadsvernieuwingsproject een halt toegeroepen wordt, enkel en alleen door de onmogelijkheid van binnenrijden van bepaalde types autoladder. XII-5532-3\5 Een initiatief van deze schaal op deze plek geeft een positieve impuls aan de stad en de buurt. De bouwheer neemt hierbij de volledige en moeilijke renovatie van het beschermd gebouw op zich en toont zich bereid om het aan te passen aan de huidige normen van brandveiligheid en comfort. Hierdoor krijgt de stad en het publiek een historisch pand terug, dat momenteel in staat van verval verkeert. Het initiatief wordt echter volledig geblokkeerd doordat men juist met een beschermd gebouw zit. De herinrichting van de achterbouw zou een grote verbetering voor de buurt betekenen. Momenteel bevindt het pand zich in zeer slechte staat. De gevel wordt volledig aangepakt tot een tijdloos nieuw ontwerp, dat een mooi geheel creëert tussen oud en nieuw. De binnenkoer wordt voor het grootste gedeelte groen voorzien, wat de leef- en woonkwaliteit van de plek ten goede komt. Alle inspanningen, maatregelen en argumenten in acht genomen, menen wij dat het mogelijk is om dit project tot een goed einde te brengen, en een gunstig advies uit te brengen”.
- Duidelijk is verzoekende partij het niet eens met de weigering van haar aanvraag tot afwijking. Een beslissing daarover valt echter alleen de verwerende partij toe en mag niet in haar plaats door de Raad van State worden genomen. Evenmin vermag de Raad van State, zoals verzoekende partij het vraagt, een “gunstig advies” te geven over haar aanvraag. Wat de Raad van State als annulatierechter wel te doen staat, is de bestreden beslissing te vernietigen, ingeval voor hem wordt aangetoond dat de verwerende partij de wettigheid heeft geschonden. In dit verband vereist dan wel het artikel 2, § 1, 3/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het verzoekschrift tot nietigverklaring een uiteenzetting van de middelen inhoudt. Onder een middel is te verstaan de voldoende en duidelijke omschrijving van een overtreden rechtsregel of rechtsbeginsel en van de wijze waarop die regel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. In het hiervoor aangehaalde betoog van verzoekende partij kan geen dergelijk middel worden onderkend. Met verwerende partij en het auditoraat stelt ook de Raad van State vast dat de door verzoekende partij geformuleerde kritiek niets meer is dan opportuniteitskritiek, waarin het vergeefs zoeken is naar een precieze rechtsregel die verzoekende partij geschonden acht of hoe de XII-5532-4\5 verwerende partij, door zo te handelen als zij concreet gedaan heeft, die rechtsregel overtreden zou hebben. Ten overvloede merkt de Raad van State op dat dit euvel niet meer in latere processtukken, zoals de memorie van wederantwoord, kan worden hersteld. De exceptie is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 juli 2010, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Lust, staatsraad, Geert Van Haegendoren, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Dierk Verbiest XII-5532-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.212 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div