id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.326 Rolnummer: A. 193182/VII-37384 Zaak: Arrest 206326 - Milieuvergunningen - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-09 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 11:17 Fiche Arrest nr 206.326 van 1 juli 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 206.326 van 1 juli 2010 in de zaak A. 193.182/VII-37.
- In zake: de STAD BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Kris Wauters kantoor houdend te Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: Jozef DETERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ilse Cuypers en Bart De Becker kantoor houdend te Antwerpen Frankrijklei 146 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- -- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 juni 2009, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 28 april 2009 waarbij het beroep ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 23 mei 2001, houdende het weigeren van de vergunning aan Jozef Deters voor de exploitatie van een inrichting voor het bewerken van slachtproducten, gelegen aan de Opitterkiezel 38 te Bree, gegrond wordt verklaard, waarbij de beroepen beslissing wordt opgeheven en waarbij de gevraagde milieuvergunning wordt verleend. VII-37.384-1/4 . II. Verloop van de rechtspleging
- De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 15 september
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 19 november
- Op 11 maart 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij vraagt om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
- Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koen Geelen, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Wouter Declerck, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bart De Becker, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Eric Lancksweerdt heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-37.384-2/4 VII-37.384-3/4 III. Beoordeling
- Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- De verzoekende partij heeft binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, zou moeten worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De verzoekende partij maakt in haar verzoekschrift om te worden gehoord evenwel aannemelijk dat zij haar memorie van wederantwoord één dag te laat heeft ingediend ingevolge omstandigheden die met overmacht moeten worden gelijkgesteld. BESLISSING
- De Raad van State heropent de debatten.
- De zaak wordt volgens de gewone procedure voortgezet. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juli tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.384-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.326 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.217.108 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div