← België

Arrest 206331 - Milieuvergunningen - 01/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.331 Rolnummer: A. 196048/VII-37752 Zaak: Arrest 206331 - Milieuvergunningen - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-09 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-07-02 11:19 Fiche Arrest nr 206.331 van 1 juli 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 206.331 van 1 juli 2010 in de zaak A. 196.048/VII-37.

  1. In zake:
  2. Rita DECRAMER
  3. Philippe MINGELS
  4. de VZW VELT, VERENIGING VOOR ECOLOGISCHE LEEF- EN TEELTWIJZE
  5. Geert PUYPE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te Brugge Filips de Goedelaan 11 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te Dendermonde Noordlaan 82-84 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV GALLOOMETAL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen De Bock kantoor houdend te Eke Eedstraat 31 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  6. De vordering, ingesteld op 30 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 23 februari 2010, waarbij de beroepen aangetekend tegen de beslissing van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 9 juli 2009 houdende het verlenen van de vergunning aan de NV Galloometal voor het veranderen van een non-ferro metaalbedrijf, gelegen aan de Ropswalle z.n. te Menen, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd. VII-37.752-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  7. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
  8. Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marleen Ryelandt, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Patrick Vandendael, die loco advocaat Dirk Abbeloos verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Peter Gansbeke, die loco advocaat Koen De Bock verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. III. Feiten 3.
  10. De tussenkomende partij exploiteert een bedrijf voor recuperatie van non-ferro metalen en verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten. De lopende vergunning werd verleend op 2 oktober 1997, voor een termijn van twintig jaar. De inrichting ligt volgens het bij koninklijk besluit van 4 november 1977 vastgestelde gewestplan Kortrijk in een gebied voor milieubelastende industrie. Op 29 december 2008 dient de exploitant een milieuvergunnings- aanvraag in voor het veranderen van de inrichting. Ondermeer zou een lijn worden toegevoegd waar afgedankte LCD-schermen worden verwerkt, en zou er bijkomende opslag van zogenaamd "fluff" worden gerealiseerd. VII-37.752-2/7 Het college van burgemeester en schepenen van de stad Menen adviseert ongunstig. Op 9 juli 2009 verleent de deputatie van de provincie West-Vlaanderen de gevraagde vergunning, maar legt zij een aantal bijzondere vergunningsvoorwaarden op. Er worden administratieve beroepen ingediend. 3.
  11. Bij de bestreden beslissing worden de beroepen deels gegrond bevonden, en wordt een enigszins beperkte vergunning verleend, met gewijzigde bijzondere vergunningsvoorwaarden: - de opslag van "fluff" wordt beperkt tot 1.500 ton, in plaats van 3.000 ton; - de maximale hoogte van zelfde opslag wordt teruggebracht van zes meter tot vier meter; en er moet een muur van vier meter rond worden gebouwd, met daar bovenop nog een windscherm van twee meter hoog. IV. Tussenkomst
  12. Met een op 22 april 2010 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de NV Galloometal om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om dat verzoek in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. De voorwaarden van de vordering tot schorsing
  13. Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen terzake in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. VII-37.752-3/7 VI. Moeilijk te herstellen ernstig nadeel 6.
  14. De verzoekende partijen zetten uiteen dat de opslag van "fluff" en de LTRB-lijn een "ernstig gevaar" inhouden "voor verspreiding van stof en mede voor het verspreiden van dioxines en PCB's, die zich vasthechten aan het stof". De LCD-lijn houdt volgens hen gevaar in "voor verspreiding van kwik". Zij verwijzen naar een aantal passages uit adviezen, en vervolgen dan: "Derhalve is er een onmiskenbaar en onbetwistbaar gevaar op stofemissies, alsmede verspreiding van PCB’s en dioxines, verbonden aan de verspreiding van fijn stof in de overheersende windrichting. Zowel fijn stof, PCB’s als dioxines zijn schadelijk voor de gezondheid. Eerste verzoekster, tweede verzoeker en vierde verzoeker wonen op een afstand van NV GALLOOMETAL, dewelke dermate nabij is dat er stofhinder is, verspreiding van fijn stof, PCB’s en dioxines, wat een gevaar en aantasting betekent van hun gezondheid. Hetzelfde dient te worden opgemerkt mbt de kwikemissies, die verbonden zijn aan de LCD-lijn. Het gevaar voor kwikemissies wordt in het bestreden besluit zelf vooropgesteld, nl. Overwegende dat deze installatie een innovatieve techniek is waarbij de afscheiding van het kwik door middel van een mechanisch proces in plaats van een manuele ontmanteling van de gasontladingslampen gebeurt; dat het van het grootste belang is, gelet ook op de gevaarsrisico's van kwik, dat de nodige garanties kunnen worden gegeven dat alles op een milieuvriendelijke wijze gebeurt met aanvaardbare risico’s naar emissies toe; dat er slechts enkele recente beperkte luchtemissiemetingen werden uitgevoerd. Er kan geen twijfel over bestaan dat de nieuwe LCD-lijn aanleiding zal geven tot kwikemissies, die gevaarlijk zijn voor milieu en gezondheid en door het niet volledig kunnen inschatten van de emissies als gevolg van het feit dat het gaat om een innovatieve techniek, is het gevaar voor milieu en gezondheid, meer bepaald de gezondheid van eerste verzoekster, tweede verzoeker en vierde verzoeker, meer dan potentieel aanwezig. Het ernstig en onherstelbaar nadeel in hoofde van verzoekers is derhalve bewezen. Schade aan de gezondheid door fijn stof, PCB’s, dioxines en kwik kan niet ongedaan worden gemaakt, door een latere vernietiging van de vergunning". Wat de derde verzoekende partij betreft zetten zij het volgende uiteen : "De neerslag ervan, tast de plantengroei aan, derhalve is dit een gevaar voor het kweken van groenten, wat een schending betekent van de realisatie van het maatschappelijk doel van de VZW VELT, nl. bevordering van ecologische teeltwijzen. Ook in hoofde van derde verzoekster is er derhalve sprake van een ernstig en onherstelbaar nadeel". VII-37.752-4/7 6.
  15. De verwerende partij merkt op dat het aangevoerde nadeel niet wordt gepreciseerd en niet concreet wordt aangetoond. Evenmin wordt volgens de verwerende partij precies aangegeven in welke mate het aangevoerde nadeel het rechtstreeks gevolg zou zijn van de betwiste verandering, en niet van de eerder verleende vergunning. Zij stelt "alle mogelijke maatregelen" genomen te hebben "om de hinder minstens grotendeels te laten verdwijnen en in ieder geval te beperken tot een aanvaardbaar niveau". Zij citeert de opgelegde bijzondere vergunnings-voorwaarden en verwijst ook naar deskundigenverslagen. 6.
  16. De tussenkomende partij herhaalt dat de eerste, de tweede en de vierde verzoekende partij beduidend verder van de inrichting wonen dan zij zelf zeggen. Zij betoogt dat de verzoekende partijen in hun verzoekschrift niet duidelijk maken in hoeverre zij op een dergelijke ruime afstand zulke nadelen zouden kunnen ondervinden als daarin beschreven. Het is volgens de tussenkomende partij ondenkbaar dat bijvoorbeeld stofhinder veroorzaakt door rondrijdende vrachtwagens op haar site op te merken zou zijn tot op de percelen van de verzoekende partijen. Zij stelt dat van de derde verzoekende partij, een VZW, in het verzoekschrift zelfs niet wordt aangegeven in welke mate deze over eigen gronden zou beschikken waarop koeien grazen of groenten worden geteeld. In hoofde van deze partij kan er van een persoonlijk nadeel hoe dan ook geen sprake zijn. Zij benadrukt het beperkte voorwerp van de verleende vergunning voor de verandering van de exploitatie, evenals de aanwezigheid van verschillende andere industriële bedrijven in de omgeving. Zij wijst er ook op dat in de bestreden vergunning "voldoende voorwaarden" werden opgelegd, strenger dan deze die reeds in eerste aanleg waren opgelegd; bovendien werd de opslagcapaciteit beperkt, waren alle adviezen in beroep gunstig of voorwaardelijk gunstig, en zijn de beperking van de vergunning en de bijkomende voorwaarden precies ingegeven als tegemoetkoming aan de adviezen in eerste aanleg. VII-37.752-5/7 Beoordeling Uit het door de eerste auditeur verrichte onderzoek blijkt dat de eerste, de tweede en de vierde verzoekende partij op zowat twee kilometer afstand van de te veranderen inrichting wonen. Het is dus niet evident dat de vergunde verandering als gevolg kan hebben dat er kwik, PCB's of dioxines zullen worden gedeponeerd rond hun woningen, en wel in zodanige hoeveelheden dat zij een ernstig gezondheidsrisico zullen lopen. Zij maken dit niet op concrete wijze aannemelijk. De derde verzoekende partij laat na enige concrete indicatie te geven van de te verwachten depositie van PCB's, dioxines of kwik in de omgeving, ze geeft ook niet aan welke gronden in die omgeving thans gebruikt worden of minstens geschikt zijn voor de door haar beoogde ecologische teeltwijze, en die ingevolge de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing onbruikbaar zouden worden. De verzoekende partijen maken niet aannemelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigt te berokkenen. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  17. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken. BESLISSING
  18. Het verzoek van de NV Galloometal tot tussenkomst in het administratief kort geding wordt ingewilligd.
  19. De Raad van State verwerpt de vordering.
  20. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst in het administratief kort geding, begroot op 125 euro. VII-37.752-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juli tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-37.752-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.331 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.017 ECLI:BE:RVSCE:2014:ARR.225.971 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.