← België

Arrest 206335 - Milieuvergunningen - 01/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.335 Rolnummer: A. 195989/VII-37723 Zaak: Arrest 206335 - Milieuvergunningen - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-09 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 11:21 Fiche Arrest nr 206.335 van 1 juli 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 206.335 van 1 juli 2010 in de zaak A. 195.989/VII-37.

  1. In zake: Marc LAMBERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Lindemans en Thomas Eyskens kantoor houdend te Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Abbeloos kantoor houdend te Dendermonde Noordlaan 82-84 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  2. de BVBA VAN MEERVENNE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koen Van Wynsberge kantoor houdend te Leuven Diestsevest 113 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de GEMEENTE MERCHTEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Flamey en Gregory Verhelst kantoor houdend te Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  4. De vordering, ingesteld op 22 maart 2010, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 19 januari 2010 "houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen de beslissing nr. D/PMVC/09B02/12721 van 9 juli 2009 van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende het verlenen van de milieuvergunning, aan de BVBA Van Meervenne, Molenbaan 22, 1785 Merchtem, VII-37.723-1/8 om een vleeskippenhouderij, gelegen 1785 Merchtem, Middelstraat 117, verder te exploiteren en te veranderen door wijziging en uitbreiding". II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 juni
  6. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Eyskens, die verschijnt voor de verzoeker, advocaat Patrick Vandendael, die loco advocaat Dirk Abbeloos verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Koen Van Wynsberge, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. Sinds 1969 wordt aan de Middelstraat 117 te Merchtem een pluimveehouderij geëxploiteerd, bestaande uit acht stallen voor in totaal 130.000 vleeskippen. De inrichting is gelegen in agrarisch gebied. De verzoeker woont vlak naast het kippenbedrijf. 3.
  9. De exploitant wenst zijn bedrijf grondig te moderniseren. VII-37.723-2/8 3.
  10. Op 17 december 2008 heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Merchtem een stedenbouwkundige vergunning verleend voor het slopen van de bestaande stallen en de vervanging ervan door het bouwen van drie nieuwe stallen met voedersilo’s en andere toebehoren. In de stedenbouwkundige vergunning is voorzien dat de verluchting gebeurt via ventilatoren in de gevels die het verst verwijderd zijn van verzoekers' woning. Deze ventilatoren monden uit in wat de eerste tussenkomende partij omschrijft als "grote kubus-vormige kolommen die tegen de noordwestelijke gevel van de stallen worden gebouwd, en die dienen als 'opvangbak' voor de geëmitteerde stallucht. Eens de stallucht in deze (zogenaamde) windbreak wall is terecht gekomen, wordt de stallucht verticaal geëmitteerd in de omgevingslucht". De stedenbouwkundige vergunning werd blijkbaar niet aange- vochten. 3.
  11. Op 29 januari 2009 wordt een milieuvergunningsaanvraag ingediend voor het verder exploiteren van de inrichting en de verandering ervan door wijziging en uitbreiding. De maximale capaciteit voor het houden van 130.000 kippen blijft evenwel ongewijzigd. 3.
  12. Tijdens het openbaar onderzoek worden zes bezwaarschriften ingediend, waaronder een petitie. 3.
  13. Bij besluit van 9 juli 2009 verleent de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant de gevraagde milieuvergunning. 3.
  14. Daarop stellen 81 buurtbewoners, waaronder de verzoeker, administratief beroep in bij de Vlaamse regering. 3.
  15. In het kader van de beroepsprocedure worden de volgende adviezen verleend : - de Vlaamse Milieumaatschappij adviseert om de gevraagde uitbreiding van het debiet van de grondwaterwinning te weigeren; - de afdeling Milieuvergunningen brengt een voorwaardelijk gunstig advies uit; met uitzondering van de beoogde uitbreiding van de grondwaterwinning, zou de vergunningsaanvraag ingewilligd kunnen worden mits toevoeging van een aantal VII-37.723-3/8 bijkomende bijzondere vergunningsvoorwaarden en onder voorbehoud van een gunstig subadvies van het Agentschap voor Natuur en Bos; - de afdeling Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid adviseert gunstig over de aanvraag; - de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie sluit zich in haar voorwaardelijk gunstig advies aan bij het advies van de afdeling Milieuvergunningen. 3.
  16. Op 19 januari 2010 wordt de thans bestreden beslissing genomen : de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur bevestigt de milieuvergun- ning, met uitzondering van de gevraagde uitbreiding van de grondwaterwinning waarvoor de vergunning wordt geweigerd. Tevens worden aan de vergunning een aantal bijzondere voorwaarden toegevoegd. Een van die voorwaarden luidt als volgt : "op de nieuwe stallen worden lengteventilatoren geplaatst in de noordwestelijke gevels; dwars op de ventilatoren, wordt een verticale wand geplaatst volgens het windbreak wall-concept, doorlopende langs de drie stallen; aan beide uiteinden van deze muur wordt een poort of dichte afsluiting voorzien tussen de muur en stallen; deze muur wordt uitgevoerd in een geluidsdempende structuur of materiaal; bijkomend wordt een groenscherm aangelegd op een strook van minstens vijf meter breed tussen de verticale wand en de perceels- grens, dat bestaat uit berk en (zomer- of winter-)eik, met lijsterbes en spork of eenstijlige meidoorn als struiklaag". IV. Tussenkomsten
  17. Met respectievelijk op 14 april 2010 en 22 april 2010 ter post aangetekende verzoekschriften vragen de BVBA Van Meervenne en de gemeente Merchtem om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om die verzoeken in te willigen, wat betreft het administratief kort geding. V. Onderzoek van de vordering
  18. Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de VII-37.723-4/8 onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  19. Ter adstructie van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zet de verzoeker in zijn verzoekschrift het volgende uiteen : "(...) Verzoekende partij woont met echtgenote en jonge kinderen vlak aan de bedrijfssite. De vergunde bedrijfssite genereert een hinder die de normale 'hinder', zeg maar de normale kenmerken, van een landbouwex- ploitatie kennelijk te boven gaat. Dit blijkt ook uit het breed gedragen protest waartoe de aanvraag van VAN MEERVENNE aanleiding heeft gegeven. Verzoeker is de persoon die wegens de nabijheid van het bedrijf het meeste van al deze personen last heeft van de uitbating. (...) Het moet daarbij worden opgemerkt dat in de bestreden beslissing geen enkele aandacht uitgaat naar het feit dat de uitbating gevoelig zal worden geïntensifieerd, nl. met 36 %. Dit betekent dat ook alle intrinsieke bronnen van hinder in belangrijke mate worden geïntensifieerd resp. verhoogd. Dit geldt in het bijzonder voor de geur-, stof- en ammoniakhinder. Het is weliswaar correct dat de vergunning hiervoor aandacht heeft, nl. door het opleggen van de maatregel van de windbreak wall en de vegetative screen. Maar eigenlijk zijn deze maatregelen niets meer dan wat natte vingerwerk, zonder dat de deugdelijkheid of de effectiviteit van de concreet opgelegde milderende maatregelen ook maar enigszins zijn aangetoond, en zeker niet zijn bewezen. Er bestaat niet het minste wetenschappelijk bewijs dat de opgelegde voorwaarden de door de minister toegeschreven milderende effecten hebben. Zelfs de door VAN MEERVENNE aangestelde BODEMDESKUNDIGE DIENST VAN BELGIË wijst op het totaal gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing om de genoemde milderende maatregelen in aanmerking te nemen. De windbreak wall en de vegetative screens zijn niet genormeerd noch gecertifieerd. Er is dus geen enkele garantie op de effectiviteit van de hinderbeperkte capaciteiten van deze installaties. Het is met andere woorden perfect mogelijk dat de maatregelen nauwelijks effectief zijn, en dat de uitbating op die plaats inderdaad 'onaanvaardbaar' is, zoals bij herhaling in het MER wordt gesteld. Een onaanvaardbare uitbating genereert een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Nochtans zou de beperking van de emissie aan de bron evident hinderbeperkingen met zich kunnen meebrengen (bij voorbeeld door de bezettingsgraad te beperken (in de plaats van een stijging van 36 % toe te laten) en aantal kippen te beperken tot een niveau dat aan de bron een aanvaardbare hinder genereert. Dit alles is echter niet overwogen, met het vermelde risico op een maximaal hinderlijke blootstelling als gevolg. Uit het MER blijkt nochtans dat de hindergenererende gevolgen, in het bijzonder voor verzoekende partij en haar gezin, bijzonder ernstig zijn. Uit hun aard zijn deze gevolgen ook onherstelbaar. (...) Verzoekende partij woont in de Middelstraat te Merchtem. De Middelstraat is, vanaf huisnummer 62 (zowat 500 m vóór het bedrijf) tot achter het bedrijf aan huisnummer 176 een straatje met een breedte van om en bij de 3 meter (met een verkeersbord 'uitgezonderd plaatselijk verkeer'). VII-37.723-5/8 Op dit gedeelte van de straat is de Middelstraat dus niet geschikt voor het zware verkeer dat de exploitatie van VAN MEERVENNE met zich meebrengt. De exploitatie is daarenboven tijdens de weekdagen 24 op 24 uur mogelijk, ook wat betreft de transportbewegingen. Dit vormt een kennelijk storend element in de normale belevingswaarde die men kan verwachten in een verkeer(s)luwe straat zoals de Middelstraat. Enkel de bedrijfssite van VAN MEERVENNE zorgt ervoor dat de Middelstraat door zwaar transportverkeer wordt gebruikt. Vooral de nachtelijke transporten hebben als gevolg dat verzoekende partij in het midden van de nacht wordt gewekt. Dit is een onaanvaard- baar nadeel. (...) De exploitatie van VAN MEERVENNE maakt elk(e) normaal gebruik van de tuin voor verzoekende partij en haar gezinsleden onmogelijk. Visueel is de hinder erg groot. De bestaande buffer is flinterdun en zal de drie grote kippenstallen niet aan het zicht ont(t)rekken. Verzoekende partij ziet van uit zijn tuin uit op de drie kopgevels van de stallen, met een nokhoogte van 6,71 m. De afstand van de stallen ten opzichte van de eigendomsgrens bedraagt minder dan 4 meter. Zelfs indien men de stallen zou wegbufferen, is de visuele hinder niet van de baan. Want dit zou betekenen dat de eigendom van verzoekende partij reeds tijdens de namiddag in de schaduwzone van zo'n (hoge) buffer komt te liggen. Algemeen is de vergunde exploitatie kennelijk slecht gebufferd. Het vergunde project gaat eigenlijk uit van een totaal archaïsche bebouwings- wijze, nl. een maximale terreinbebouwing (met, in het westen van het terrein, zelfs een bezetting tot buiten de eigendomsgrenzen), waarbij elke vorm van buffering stiefmoederlijk wordt behandeld. Het is duidelijk dat ook de minister de uitbater - tevens bestuurder in de vzw VLAAMSE BEDRIJFSPLUIMVEE- EN KONIJNENHOUDERS - volledig volgt in zijn wens om geen kosten te maken inzake buffering. Het gevolg is dat (het) bedrijf een grootschalig bouwwerk betreft dat plaatselijk gebufferd is, maar dat vanuit elke gezichtpunt in de onmiddel- lijke omgeving als visueel storend voorkomt, en zeker in de onmiddellij- ke nabijheid van het habitatgebied. (...) Verzoekende partij maakt samen met zijn gezin veelvuldig gebruik van het Buggenhouts bos voor ontspanning en rust. Het behoeft geen toelichting dat de wandeling naar het Buggenhouts bos in de stankhinder van de kippenkwekerij van VAN MEERVENNE een zeer ernstige aanslag vormt op de ecologische kwaliteiten die men mag verwacht(en) pal aan een habitatgebied zoals het Buggenhouts bos. Daarbij komt dat de geurhinder en het risico op verzuring aan de zuidelijke rand van het Buggenhouts bos reëel zijn. Het is precies langs deze zijde dat verzoekende partij het Buggenhouts bos op één van zijn regelmatige wandelingen betreedt en verlaat. Waar verzuring eerder een schade aan het leefmilieu genereert die zich weliswaar onmiddellijk realiseert, doch pas na verloop van tijd ook zichtbaar wordt, is de geurhinder een kennelijk onmiddellijk waarneem- bare storende factor in de beleveniswaarde van een habitatgebied. (...) De kwestie van het gebrek aan voldoende vrije toegangswegen naar de kippenstallen toe in geval van brand is voor verzoekende partij en haar gezin een bijzonder ernstig nadeel. In geval van daadwerkelijke brand, is het uiteraard bijzonder moeilijk herstelbaar. Een kleine plaatselijke brandhaard in één enkele stal zet onmiddel- lijk(e) de volledige stal in lichterlaaie zodat vlak aan de woning van verzoekende partij een enorme brandhaard ontstaat. Deze brandhaard is VII-37.723-6/8 aan de zijde van de woning van verzoekende partij volledig onbereikbaar voor de brandweerdiensten. Bovendien moet worden opgemerkt dat, zelfs indien er een belangrijke buffer zou zijn, de buffer een gevaarlijke brandverspreidende functie heeft. VAN MEERVENNE plaatst zijn stallen immers zo dicht tegen de perceelsgrens dat de natuurlijke vrije ruimte ontbreekt die nodig is opdat een vuurhaard niet van het ene naar het andere perceel overgaat". Beoordeling
  20. Er bestaat geen betwisting over het feit dat het vergunde pluimveebedrijf van de eerste tussenkomende partij alsmede de woning van de verzoeker gelegen zijn in agrarisch gebied. Van bewoners van een agrarisch gebied mag een grotere tolerantie worden verwacht ten aanzien van geurhinder en andere ongemakken die typisch zijn voor intensieve veeteeltinrichtingen, vermits een agrarisch gebied het geëigende gebied is voor de exploitatie van dergelijke inrichtingen. De woonkwaliteit in agrarisch gebied kan ten opzichte van landbouw- gerelateerde activiteiten niet dezelfde bescherming krijgen als in woongebied. Te dezen wordt daarenboven mede rekening gehouden met het gegeven dat de door de eerste tussenkomende partij ingediende vergunningsaan- vraag strekt tot de vroegtijdige hernieuwing van een lopende milieuvergunning waarvan de geldigheidstermijn pas verstrijkt op 10 juni
  21. De hernieuwingsaan- vraag, die niet gepaard gaat met een vraag tot uitbreiding van het voorheen vergunde aantal plaatsen voor pluimvee, kadert bovendien in de grondige modernisering van het vergunde pluimveebedrijf. In dat verband overweegt het bestreden besluit bij wijze van slotbedenking : "Overwegende dat de huidige situatie negatieve milieueffecten kent naar de omgeving toe; dat uit bovenvermelde overwegingen is gebleken dat de toekomstige situatie een duidelijke verbetering is; dat het vooral belangrijk is dat de emissiepunten van de ventilatoren bijna 100 meter verder zullen liggen van de dichtste woning dan nu het geval is; dat door het nemen van alle milderende maatregelen die het MER voorstelt en die worden opgelegd in dit besluit, de hinder naar de omgeving toe aanvaardbaar zal zijn". De verzoeker weerlegt in zijn uiteenzetting niet dat de bestreden vergunning, mits naleving van de talrijk opgelegde bijzondere exploitatievoorwaar- den ter bestrijding van verkeersoverlast, zicht-, geur- en geluidshinder, op milieuhygiënisch vlak een verbetering betekent ten opzichte van de actueel bestaande toestand die op grond van de lopende vergunning wettig in stand gehouden kan worden tot 10 juni
  22. De verzoeker levert inzonderheid niet het VII-37.723-7/8 bewijs dat de beweerde intensivering van de veeteeltactiviteiten door een verhoging van de gemiddelde bezettingsgraad, zo daarvan al sprake zou zijn, leidt tot een navenante verhoging van alle intrinsieke bronnen van hinder.
  23. Hieruit volgt dat niet voldaan is aan één van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING
  24. De verzoeken van de BVBA Van Meervenne en de gemeente Merchtem tot tussenkomst in het administratief kort geding worden ingewilligd.
  25. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juli tweeduizend en tien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Peter Sourbron VII-37.723-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.335 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.483 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.