id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.345 Rolnummer: A. 194908/IX-6635 Zaak: Arrest 206345 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 11:24 Fiche Arrest nr 206.345 van 1 juli 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 206.345 van 1 juli 2010 in de zaak A. 194.908/IX-6635 In zake : Wesley BRUGGEMAN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGS/DSJ gevestigd te Brussel Fritz Toussaintstraat 8 --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 december 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 20 oktober 2009 van de selectiecommissie basiskader operationeel personeel van de federale politie waarbij deze haar beslissing van 2 maart 2009 om Wesley Bruggeman ongeschikt te verklaren voor het basiskader van het operationeel kader van de politie bevestigt. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld overeenkom- stig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. IX-6635-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 juni
- Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoekster, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoeker is als agent van politie tewerkgesteld bij de lokale politie Assenede-Evergem. 3.
- De verzoeker neemt deel aan het vergelijkend examen voor bevordering door overgang naar een hoger kader -basiskader-, sessie
- De selectiecommissie beslist op 2 maart 2009 tot de ongeschikt- heid van de verzoeker om bevorderd te worden. De verzoeker dient tegen die beslissing een annulatieberoep in bij de Raad van State. Nadat de selectiecommissie haar beslissing van 2 maart 2009 op 2 oktober 2009 heeft ingetrokken, beslist zij op 20 oktober 2009 opnieuw tot de ongeschiktheid van de verzoeker, dit keer met een onder woorden gebrachte verantwoording van de per competentie toegekende scores. Dit is de bestreden beslissing. IX-6635-2/6 IX-6635-3/6 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- De verzoeker voert aan dat op het ogenblik van de bestreden beslissing de selectiecommissie niet meer bevoegd was om over de geschiktheid van de verzoeker te oordelen, omdat dit -ingevolge een koninklijk besluit van 7 juni 2009- toekwam aan de deliberatiecommissie. Aldus heeft de selectiecommissie artikel IV.I.17 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: RPPol) geschonden.
- De verwerende partij erkent in haar memorie van antwoord dat artikel IV.I.17 RPPol werd gewijzigd door het koninklijk besluit van 7 juni 2009 tot wijziging van verschillende teksten betreffende de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, zodat het thans aan de deliberatiecommissie -en niet meer aan de selectiecommissie- toekomt om te beslissen of een kandidaat wel of niet geschikt is om de opleiding te starten. Zij wijst er evenwel op dat het selectiegesprek met de verzoeker plaatsvond op 2 maart 2009, zodat de oude regeling toen nog in voege was en het toen de selectiecommissie toekwam om te oordelen over de algemene geschiktheid van de verzoeker. Volgens haar is het dan ook “niet meer dan logisch” dat deze selectiecommissie ook na de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving toch nog zelf beslist, aangezien zij de enige commissie is die in staat is om een globaal oordeel over de verzoeker te vellen.
- In zijn memorie van wederantwoord repliceert de verzoeker daarop, dat na de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving het niet langer de selectiecommissie toekwam, maar wel de deliberatiecommissie om te oordelen over zijn geschiktheid en dat het niet relevant is wanneer het selectiegesprek plaatsvond, nu de regelgever niet in overgangsmaatregelen heeft voorzien. Beoordeling
- De verzoeker heeft deelgenomen aan de selectieproeven voor bevordering door overgang naar een hoger kader, in zijn geval het basiskader van het operationeel personeel van de geïntegreerde politie. Die selectieproeven vonden plaats vóór de wijziging van het RPPol door het koninklijk besluit van 7 juni 2009 tot wijziging van verschillende teksten betreffende de rechtspositie van het IX-6635-4/6 personeel van de politiediensten (hierna: koninklijk besluit van 7 juni 2009), dat - wat de voor deze zaak relevante bepalingen betreft- in werking trad tien dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 2009, dit is op 6 juli
- De eerste beslissing over de selectieproeven van de verzoeker -genomen door de selectiecommissie- dateert van 2 maart 2009, dit is vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 7 juni
- De beslissing van 2 maart 2009 is evenwel ingetrokken en de selectiecommissie heeft op 20 oktober 2009 een nieuwe beslissing genomen. Op die dag was de reglementering gewijzigd en deze nieuwe reglementering was ter zake van toepassing, nu er niet in overgangsbepalingen was voorzien. Aangezien sinds 6 juli 2009 nog alleen de deliberatiecommissie bevoegd was om over de geschiktheid van de kandidaten te oordelen, heeft de selectiecommissie met het bestreden besluit haar bevoegdheid overschreden en artikel VII.II.20 RPPol miskend. Het middel is gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van 20 oktober 2009 van de selectiecommissie basiskader operationeel personeel van de federale politie waarbij deze haar beslissing van 2 maart 2009 om Wesley Bruggeman ongeschikt te verklaren voor het basiskader van het operationeel kader van de politie bevestigt.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. IX-6635-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6635-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.345 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div