← België

Arrest 206347 - Bijdragen sociale zekerheid - 01/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.347 Rolnummer: A. 192747/IX-6374 Zaak: Arrest 206347 - Bijdragen sociale zekerheid - 01/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-08 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 11:25 Fiche Arrest nr 206.347 van 1 juli 2010 Sociale zaken en volksgezondheid - Bijdragen sociale zekerheid Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 206.347 van 1 juli 2010 in de zaak A. 192.747/IX-6374 In zake : de NV BAROLI PRODUCTION gevestigd te Ham Speelstraat 34 A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 mei 2009, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissing van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van 18 maart 2009 waarbij aan de NV Baroli Production ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt verleend voor de driemaandelijkse voorlopige sociale bijdrage voor zelfstandigen in hoofde van Bart Van Innis voor het eerste en het tweede kwartaal van 2008 en waarbij de ontheffing wordt geweigerd voor het derde en het vierde kwartaal van
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct- auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij ter kennis gebracht op 16 februari
  4. Op 13 april 2010 heeft de hoofdgriffier aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit IX-6374-1/3 van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. Naar luid van artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt in een versnelde rechtspleging voorzien indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld. In het auditoraatsverslag is te dezen de vernietiging van de bestreden handeling voorgesteld in de mate de ontheffing wordt geweigerd voor het derde en vierde kwartaal van
  7. Voor het overige werd vastgesteld dat de verzoeker het rechtens vereiste belang ontbeerde. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Ook de verzoekende partij heeft, wat betreft de vastgestelde onontvankelijkheid van het beroep, geen verzoek tot voortzetting van de rechtsple- ging ingediend. Het is voor de Raad van State gans duidelijk waarom zij dit niet gedaan heeft: zij heeft geen enkel belang om de beslissing waarmee het bestuur haar genoegdoening gegeven heeft, te bestrijden. Een vraag tot voortzetting van harentwege was derhalve zinloos. Even zinloos zou het zijn de verzoekster nu uit te nodigen uitleg te geven over de ontstentenis van een verzoek tot voortzetting. Op grond van die vaststelling kan thans zonder verdere plichtpleging uitspraak worden gedaan over het beroep. De hoofdgriffier heeft de verwerende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quinquies van het genoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948, dat de kamer uitspraak zou doen over het beroep tot nietigverkla- IX-6374-2/3 ring, tenzij de verwerende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verwerende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat te dezen aanleiding om de bestreden handeling te vernietigen, zoals in het auditoraatsverslag aangegeven. BESLISSING
  8. De Raad van State vernietigt het besluit van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen van 18 maart 2009 waarbij aan de NV Baroli Production geen ontheffing van hoofdelijke aansprakelijkheid wordt verleend voor de driemaandelijkse voorlopige sociale bijdrage voor zelfstandigen in hoofde van Bart Van Innis voor het derde en het vierde kwartaal van
  9. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-6374-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.347 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.