← België

Arrest 206427 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 06/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.427 Rolnummer: A. 195105/IX-6657 Zaak: Arrest 206427 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 06/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-14 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 11:43 Fiche Arrest nr 206.427 van 6 juli 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 206.427 van 6 juli 2010 in de zaak A. 195.105/IX-6657 In zake: Remi ZEEUWS wonend te Huldenberg Nijvelsebaan 31 A alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GE WE ST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Peeters kantoor houdend te Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingediend op 4 januari 2010, strekt ertoe “de verwerende partij een dwangsom op te leggen van 10.000 euro per dag dat zij voort in gebreke blijft uitvoering te geven aan het vernietigingsarrest nr. 196.015 van 14 september 2009 en deze dwangsom verbeurd te verklaren met ingang van de dertigste kalenderdag te rekenen vanaf de dag waarop het te dezen tussen te komen arrest aan verwerende partij zal betekend worden en dit tot op de dag dat het benoemingsbesluit bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april
  3. IX-6657-1/9 Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. De verzoeker en advocaat Patrick Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoeker is attaché (rang A1) bij het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 3.
  6. Bij ordonnantie van 10 februari 2000 wordt een “Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest” (hierna: Raad voor het Wetenschapsbeleid) opgericht. Artikel 10, tweede lid, van deze ordonnantie bepaalt aanvankelijk dat de Raad “een beroep [kan] doen op een wetenschappelijke en administratieve cel die rechtstreeks verbonden is aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”. In de loop van januari 2002 wordt een vacature bekendgemaakt voor de functie van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Deze functie is van het niveau “eerste attaché” (rang A2). Onder meer de verzoeker en Paul Van Snick stellen zich kandidaat. Slechts drie kandidaten nemen deel aan de selectieproef. Na afloop daarvan verklaart de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, die instond voor de organisatie van deze proef, de verzoeker en Paul Van Snick geschikt voor de functie. IX-6657-2/9 Beiden worden vervolgens uitgenodigd voor een gesprek met een jury. Op basis van de resultaten van de selectieproef en de bevindingen van het gesprek met de kandidaten, besluit de jury op 21 maart 2002 om Paul Van Snick voor te dragen voor de functie. Op 30 mei 2002 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke Regering om Paul Van Snick aan te wijzen tot secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De voornoemde kandidaat wordt bij arbeidsovereenkomst van 28 juni 2002 aangeworven. 3.
  7. Op 26 juni 2003 wordt de ordonnantie houdende oprichting van het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (hierna: het IWOIB) afgekondigd. Artikel 4, § 1, van deze ordonnantie belast het IWOIB onder meer met de waarneming van het secretariaat en de steun aan de werkzaamheden van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Krachtens artikel 11 van de ordonnantie worden de personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van rechtswege naar het IWOIB overgeplaatst, rekening houdend met de taken die ze binnen het ministerie uitoefenen. Bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 tot regeling van de overgang van personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het IWOIB worden een aantal met name genoemde statutaire en contractuele personeelsleden overgeheveld van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het genoemde Instituut. Artikel 2 heeft betrekking op twee contractuele personeelsleden, waaronder Paul Van Snick. Het genoemde besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 augustus
  8. 3.
  9. De verzoeker dient op 18 oktober 2002 en 18 oktober 2004 bij de Raad van State beroepen tot nietigverklaring in, respectievelijk tegen de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2002 waarbij Paul Van Snick wordt aangewezen als eerste attaché voor een expertbetrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid (zaak A. 128.228/IX-3532), en tegen artikel 2 IX-6657-3/9 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 tot regeling van de overgang van personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het IWOIB, in zoverre Paul Van Snick daarbij wordt overgeheveld van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het genoemde Instituut (zaak A. 156.612/IX-4681). Bij arrest nr. 196.015 van 14 september 2009 vernietigt de Raad van State de voormelde beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2002 waarbij Paul Van Snick wordt aangewezen als eerste attaché voor een expertbetrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Het middel waarin de verzoeker aanvoert dat de betrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid niet kan worden gekwalificeerd als een “bijkomende of specifieke opdracht” die contractueel kan worden toegewezen overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen (hierna: het APKB), wordt gegrond bevonden. Het genoemde arrest vernietigt, als gevolgakte, tevens artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 tot regeling van de overgang van personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het IWOIB, in zoverre dit artikel bepaalt dat Paul Van Snick wordt overgeheveld naar het genoemde Instituut. 3.
  10. Nog vóór het genoemde arrest van de Raad van State, is de arbeidsovereenkomst tussen de verwerende partij en Paul Van Snick beëindigd. Een nieuwe arbeidsovereenkomst werd op 30 juni 2004 gesloten tussen het IWOIB en Paul Van Snick, andermaal voor een functie van eerste attaché-expert. Volgens de verwerende partij is Paul Van Snick evenwel niet langer aangewezen als secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid en is de desbetreffende betrekking sedert het vernietigingsarrest niet meer begeven. IX-6657-4/9 3.
  11. Met een aangetekende brief van 22 november 2009 richt de verzoeker de volgende aanmaning tot de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid heeft: “[...] Op 14 september 2009 heeft de Raad van State bij arrest 196.015 vernietigd: - de beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2002 waarbij de heer Paul Van Snick wordt aangewezen als eerste attaché (rang A2) voor een exportbetrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; - artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 juni 2004 tot regeling van de overgang van personeelsleden van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, in zoverre dit artikel bepaalt dat Paul Van Snick wordt overgeheveld naar het genoemde Instituut. Ik voldoe aan de statutaire benoemingsvereisten en ben geslaagd in de selectieproeven voor de functie van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Bijgevolg verzoek ik u en maan ik u, indien nodig, aan de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten door de twee vernietigde beslissingen door nieuwe te vervangen. Deze brief moet beschouwd worden als een aanmaning overeenkomstig artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. [...]” 3.
  12. Wegens het stilzwijgen van de verwerende partij stelt de verzoeker op 4 januari 2010 de voorliggende vordering tot het opleggen van een dwangsom in. 3.
  13. Met een aangetekende brief van 14 april 2010 deelt de genoemde staatssecretaris aan de verzoeker mede: “[...] Zoals reeds werd opgemerkt [...], werd ingevolge artikel 4, § 1, van de ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (in werking getreden op 1 januari 2004), het IWOIB belast met de opdracht van waarneming van het secretariaat van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Overeenkomstig artikel 10 van de ordonnantie van 10 februari 2000 houdende oprichting van een Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij voormelde ordonnantie van 26 juni 2003, staat het IWOIB in voor het secretariaat en de ondersteuning van de werkzaamheden van de Raad. Hieruit blijkt dat sinds de inwerkingtreding van de ordonnantie van 26 juni 2003 de functie van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid gesitueerd is binnen het IWOIB en dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest IX-6657-5/9 geen bevoegdheid heeft om uitvoering te geven aan het arrest nr. 196.015 van de Raad van State. [...]” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging Vraag van de verzoeker
  14. Ter terechtzitting voert de verzoeker aan dat de brief van 14 april 2010 die hij vanwege de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevoegd voor het Openbaar Ambt, heeft ontvangen, voor zover deze brief door de verwerende partij aan de Raad van State is voorgelegd, geen processtuk is. Hij vraagt om de brief uit de debatten te weren. Beoordeling
  15. De desbetreffende brief dateert van 14 april 2010 en een afschrift ervan werd dezelfde dag nog door de verwerende partij aan de Raad van State gezonden. De verwerende partij kon die brief vanzelfsprekend niet vroeger neerleggen. Bovendien heeft de verzoeker kennis van de inhoud van die brief, aangezien de brief aan hem was gericht en hij niet betwist die brief te hebben ontvangen, zodat zijn rechten van verdediging niet zijn geschaad. Het valt dan ook niet in te zien waarom de Raad van State bij de beoordeling van de gegrondheid van verzoekers vordering geen rekening zou mogen houden met die brief als een feitelijk gegeven. Er is dienvolgens geen aanleiding om in te gaan op de vraag van de verzoeker om die brief uit de debatten te weren. V. Onderzoek van de vordering Standpunt van de verzoeker
  16. De verzoeker voert aan dat zijn aanmaning om het arrest nr. 196.015 van 14 september 2009 uit te voeren en de twee vernietigde besluiten te vervangen, er niet toe heeft geleid dat de verwerende partij een besluit heeft genomen, zodat voldaan is aan de vereisten van artikel 36 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State voor het opleggen van een dwangsom. Beoordeling IX-6657-6/9
  17. Artikel 36, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat, wanneer het herstel van de wettigheid inhoudt dat de vernietiging van een rechtshandeling als bedoeld in artikel 14 moet worden gevolgd door een nieuwe overheidsbeslissing of overheidshandeling, de persoon op wiens verzoek de nietigverklaring is uitgesproken, bij in gebreke blijven van de overheid de Raad van State kan verzoeken aan de betrokken overheid een dwangsom op te leggen. Het opleggen van een dergelijke dwangsom is bedoeld om de overheid onder druk te zetten om het vernietigingsarrest uit te voeren, nadat gebleken is dat zij weigert een nieuwe beslissing te nemen.
  18. De handeling waartoe de verzoeker met zijn aangetekende brief van 22 november 2009 de verwerende partij aanmaande, is “de aangevatte benoemingsprocedure af te sluiten door de twee vernietigde beslissingen door nieuwe te vervangen”. De verzoeker beoogt aldus te verkrijgen dat de verwerende partij de nodige stappen zet om de procedure voor het bezetten van de functie van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid te hernemen en die betrekking te begeven.
  19. Aangezien een dwangsom slechts kan worden opgelegd om de nakoming van de verplichtingen af te dwingen die voor het bestuur voortvloeien uit een vernietigingsarrest, moet vooreerst worden nagegaan welke te dezen de verplichtingen zijn die voor de verwerende partij volgen uit het vernietigingsarrest nr. 196.015 van 14 september
  20. Die verplichtingen blijken uit het dictum van het vernietigingsarrest en de onlosmakelijk daarmee verbonden motieven, dit zijn de dragende motieven die het dispositief ondersteunen.
  21. Het dictum van het genoemde arrest vernietigt de beslissing waarbij Paul Van Snick wordt aangewezen als eerste attaché (rang A2) voor een expertbetrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het onlosmakelijk daarmee verbonden motief is dat die betrekking niet kon worden gekwalificeerd als een “bijkomende of specifieke opdracht” in de zin van artikel 2, § 1, tweede lid, 3/, van het APKB, zodat een aanwerving bij arbeidsovereenkomst niet mogelijk was. Het dictum vernietigt tevens de overheveling van Paul Van Snick naar het IWOIB, als gevolgakte van de vernietigde aanwijzingsbeslissing. IX-6657-7/9 Ingevolge de voormelde vernietigingen is de verwerende partij teruggeplaatst in de situatie dat de procedure met het oog op het begeven van de betrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid niet is afgesloten, vermits de eindbeslissing is vernietigd en dus geacht moet worden nooit te zijn genomen. De procedure is derhalve opnieuw hangende bij de verwerende partij. Uit het gezag van gewijsde van het arrest nr. 196.015 van 14 september 2009 volgt niet dat de verwerende partij de procedure moet afsluiten met de aanwijzing van een secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid, doch wel dat zij die betrekking niet contractueel mag toewijzen. Het staat de verwerende partij voorts vrij om na het vernietigingsarrest en ter verwezenlijking van het rechtsherstel hetzij de procedure te hernemen vanaf het ogenblik waarop de door de Raad van State vastgestelde onregelmatigheid zich heeft voorgedaan, maar ook, althans indien zij daarvoor wettige redenen heeft, om de procedure van meet af aan te hernemen of zelfs ervan af te zien, maar dit neemt niet weg dat zij verplicht is om één van deze wegen te bewandelen.
  22. Met een brief van 14 april 2010 heeft de staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de verzoeker meegedeeld dat “sinds de inwerkingtreding van de ordonnantie van 26 juni 2003 [houdende oprichting van het IWOIB] de functie van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid gesitueerd is binnen het IWOIB en dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen bevoegdheid heeft om uitvoering te geven aan het arrest nr. 196.015 van de Raad van State”. De verwerende partij heeft aldus een eindbeslissing genomen over de in 2002 opgestarte procedure tot toewijzing van de betrekking van secretaris van de Raad voor het Wetenschapsbeleid. Deze eindbeslissing houdt in dat de verwerende partij zich onbevoegd acht om nog een beslissing te nemen over de toewijzing van de genoemde betrekking en dat zij om die reden van die toewijzing afziet. Daargelaten of deze eindbeslissing wettig is, wat door de verzoeker kan worden betwist met de middelen die het recht hem verschaft, moet hoe dan ook worden vastgesteld dat de verwerende partij inmiddels wel degelijk een beslissing heeft genomen met betrekking tot het rechtsherstel waartoe het arrest nr. 196.015 van 14 september 2009 van de Raad van State haar verplicht. IX-6657-8/9
  23. Te dezen is er dan ook geen aanleiding om aan de verwerende partij een dwangsom op te leggen wegens de niet-uitvoering van het genoemde arrest. De vordering is niet gegrond. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-6657-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.427 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.