id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.433 Rolnummer: A. 195883/IX-6763 Zaak: Arrest 206433 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 06/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-14 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 11:45 Fiche Arrest nr 206.433 van 6 juli 2010 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 206.433 van 6 juli 2010 in de zaak A. 195.883/IX-6763 In zake: Monica HENDRICKX wonend te Arendonk Hovestraat 48 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het verzoekschrift
- Het verzoekschrift, ingediend op 17 maart 2010, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van onbekende datum door een onbekend orgaan om de door verzoekster recent aangevatte proeftijd met het oog op een statutaire benoeming als consulent te beëindigen wegens medische ongeschiktheid in de zin van artikel III.I § 1, 4/ van het besluit van de Vlaamse regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring, met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, alsook een verslag over de vordering tot schorsing, met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van IX-6763-1/9 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 mei
- Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ingrid Martens, die verschijnt voor de verzoekster, en advocaat Tom De Sutter, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marc Lefever heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekster is sinds 21 februari 2005 als contractueel consulent in dienst bij de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, afdeling Bijzondere Jeugdbijstand, van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, later het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn van de Vlaamse overheid. 3.
- Eind 2006 slaagt de verzoekster voor de selectie van consulenten- hulpverleners ten behoeve van het genoemde agentschap. 3.
- Van 12 januari 2009 tot 30 november 2009 is zij afwezig wegens ziekte. 3.
- Op 1 december 2009 vat de verzoekster haar statutaire proeftijd aan als consulent-hulpverlener. 3.
- Op 3 december 2009 ondergaat de verzoekster een medisch onderzoek bij IDEWE, de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. IX-6763-2/9 De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer vult het “formulier voor de gezondheidsbeoordeling” als volgt in: “[…] HENDRICKX Monica […] Werkpost: Consulent […] A Indien het een voorafgaande gezondheidsbeoordeling betreft. De ondergetekende preventieadviseur-arbeidsgeneesheer verklaart dat de bovengenoemde persoon voor bovenvermelde werkpost of activiteit: 9 voldoende geschikt is 9 voorgoed ongeschikt is 9 voor een duur van: .......... ongeschikt is [...] C Indien het enig ander onderzoek betreft. De ondergetekende preventieadviseur-arbeidsgeneesheer: X verklaart dat de bovengenoemde persoon voldoende geschikt is voor de bovenvermelde werkpost of activiteit zie F 9 oordeelt het aangewezen: 9 voorgoed 9 voor een duur van: .......... de bovengenoemde persoon over te plaatsen naar een werkpost of activiteit die beantwoordt aan de in F hieronder bepaalde aanbeve- lingen. 9 verklaart dat de bovengenoemde persoon met ziekteverlof moet worden gezonden 9 verklaart dat de bovengenoemde persoon definitief ongeschikt is […] F Aanbevelingen en voorstellen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in verband met de tewerkstellingsvoorwaarden, de aanpassingen en preventiemaatregelen met betrekking tot de werkpost of activiteit. Stresserende opdrachten, deadlines zijn te vermijden. Voorstel: via interne arbeidsmarkt zoeken naar minder stresserende werkomgeving […]” 3.
- Op 17 december 2009 beslist het afdelingshoofd van de afdeling Preventie- en Verwijzersbeleid van het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn om verzoeksters proeftijd te beëindigen en haar te ontslaan wegens medische ongeschiktheid voor de functie van consulent. Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt met een aangetekende brief van dezelfde datum in de volgende bewoordingen aan de verzoekster ter kennis gebracht: “[…] Op 3 december 2009 onderging u een gezondheidsbeoordeling bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij deze opmerkingen formuleerde IX-6763-3/9 m.b.t. uw medische geschiktheid die het onmogelijk maken de functie als consulent verder uit te oefenen. De medische geschiktheid bezitten die vereist is voor de uit te oefenen functie is een algemene voorwaarde voor toegang tot een functie van consulent. Hieruit volgt dat wij uw recent aangevatte proeftijd met het oog op een statutaire benoeming als consulent moeten beëindigen. Bijgevolg wordt aan u ontslag betekend wegens medische ongeschiktheid in de zin van artikel III, I § 1, 4/[lees: artikel III 1, § 1, 4/,] van het VPS. Ipso facto betekent dit de beëindiging van uw contractuele arbeidsovereenkomst. De verbreking gaat in op 21.12.
- Bijgevolg bent u vrijgesteld van alle prestaties. […]” 3.
- Met een aangetekende brief van 23 december 2009 vraagt de vakorganisatie van de verzoekster om het ontslag in te trekken, omdat “[het] onterecht is en een schending inhoudt van de materiële motiveringsplicht”. 3.
- Met een brief van 23 februari 2010 antwoordt de administrateur- generaal: “[…] In antwoord op uw brief van 23 december 2009, kunnen wij u het volgende antwoorden: Psychosociale belasting is een risico dat is opgenomen in het risicoprofiel van een consulente. Op 3 december 2009 onderging mevrouw Hendrickx een gezondheidsbeoordeling bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij deze opmerkingen formuleerde m.b.t. haar medische geschiktheid. In de opmerkingen werd gesteld ‘dat mevrouw Hendrickx stresserende opdrachten en deadlines moet vermijden en dat via de interne arbeidsmarkt naar een minder stresserende werkomgeving moet worden gezocht’. In het personeelsplan van het agentschap Jongerenwelzijn is echter geen passende functie op dergelijk niveau voorzien. Wij hebben bovenstaande opmerkingen -gelet op het risicoprofiel van de consulent en in overeenstemming met het KB van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht- als een goede huisvader in die zin geïnterpreteerd dat betrokkene niet langer geschikt was voor de functie van consulente. Wij hebben intussen tevens overleg gehad met de arbeidsgeneeskundige dienst IDEWE. Hun standpunt bevestigt dat mevrouw Hendrickx niet langer geschikt was om de functie van consulente uit te oefenen. Het agentschap Jongerenwelzijn handhaaft bijgevolg zijn beslissing om mevrouw Hendrickx te ontslaan. […]” IX-6763-4/9 IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Standpunt van de partijen
- De verzoekster voert in het middel de schending van de materiële motiveringsplicht aan. Zij betoogt vooreerst dat de bestreden beslissing gesteund is op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat door de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer werd ingevuld op 3 december 2009, en dat deze beslissing uit het genoemde formulier afleidt dat zij medisch ongeschikt is voor de functie van consulent, hoewel het formulier zulks niet vermeldt. Integendeel is op het formulier aangekruist dat zij “voldoende geschikt is voor de bovenvermelde post of activiteit”. Voorts laat de verzoekster gelden dat de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer het formulier voor de gezondheidsbeoordeling foutief heeft ingevuld en zelfs geen aanbevelingen of voorstellen kon doen, aangezien het ging om een voorafgaand medisch onderzoek teneinde na te gaan of zij voldoende geschikt was voor de werkpost, zodat vak A en niet vak C van het formulier had moeten worden ingevuld. In vak A zijn geen aanbevelingen mogelijk. Gelet op hetgeen werd ingevuld in vak C enerzijds en de vermeldingen die kunnen worden aangekruist in vak A anderzijds, zou volgens de verzoekster normalerwijs in vak A moeten zijn aangekruist dat zij medisch geschikt is. Voor het geval het voorgaande niet zou kunnen worden bijgevallen, voert de verzoekster bijkomend aan dat het ingevulde formulier voor de gezondheidsbeoordeling hoe dan ook niet toelaat te stellen dat zij definitief ongeschikt zou zijn. Zulks wordt immers nergens op het formulier aangegeven, ook niet in vak C, dat daartoe de mogelijkheid biedt. De verzoekster vermeldt ten slotte “volledigheidshalve” dat bij het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn nog mensen met de ziekte van Crohn tewerkgesteld zijn als consulent. IX-6763-5/9
- In de nota die zij in het kader van het administratief kort geding heeft ingediend, antwoordt de verwerende partij dat het medisch onderzoek van 3 december 2009 geen “voorafgaand onderzoek” betrof, aangezien de verzoekster reeds sinds 21 februari 2005 de functie van consulent uitoefende, maar wel een “hervattingsonderzoek” na verzoeksters langdurige afwezigheid wegens ziekte. Zij wijst er ook op dat de verzoekster geen enkel element inbrengt tegen de conclusie van de gezondheidsbeoordeling, luidens dewelke stresserende opdrachten en deadlines dienden te worden vermeden, noch tegen het voorstel van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer om via de interne arbeidsmarkt te zoeken naar een minder stresserende werkomgeving. De verwerende partij stelt dat zij, daargelaten de vermeende formele tekortkomingen van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling, de daarin vervatte materiële gegevens correct heeft geïnterpreteerd. Dat voor die interpretatie een deugdelijke materiële grondslag voorhanden is, blijkt volgens haar wanneer de conclusies van de gezondheidsbeoordeling worden geplaatst tegenover de risicoanalyse en de functiebeschrijving van de functie van consulent- hulpverlener, die aangeven dat de mentale of psychosociale belasting onlosmakelijk met de functie van consulent-hulpverlener is verbonden. Ook uit de decretale regelingen blijkt, zo stelt de verwerende partij, dat van consulenten wordt verwacht dat zij deadlines kunnen respecteren. De verwerende partij betoogt voorts dat de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer geen enkele beperking in de tijd heeft gesteld voor de in hoofde van de verzoekster vastgestelde ongeschiktheid en de daaruit voortvloeiende aanbeveling. De loutere bewering van de verzoekster dat er bij het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn nog personen met de ziekte van Crohn zouden zijn tewerkgesteld, doet volgens de verwerende partij geen afbreuk aan de wettigheid van de bestreden beslissing. Ten slotte laat de verwerende partij gelden dat het ontslag van de verzoekster het gevolg is van een gebrek aan enige andere passende betrekking op het niveau B1, alsook dat zij er niet toe gehouden was op te sommen welke onderzoeken zij dienaangaande heeft gedaan. Zij stelt dat de conclusie en aanbeveling van de gezondheidsbeoordeling alleszins niet mogen worden gelezen als een garantie op een aangepaste tewerkstelling. De verwerende partij acht zich IX-6763-6/9 bovendien niet ertoe verplicht al het mogelijke te doen om verzoeksters wedertewerkstelling te realiseren. Zij voegt eraan toe dat van haar ook niet mag worden geëist dat zij het bewijs zou leveren van het niet-bestaan van een gepaste betrekking voor de verzoekster. Beoordeling
- De materiële motiveringsplicht houdt in dat elke administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren bewezen is en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen.
- Te dezen duidt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in vak C van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling aan dat de verzoekster voldoende geschikt is voor de functie van consulent. Tegelijk formuleert hij in vak F de aanbeveling dat stresserende opdrachten en deadlines moeten worden vermeden en stelt hij voor om via de interne arbeidsmarkt een minder stresserende werkomgeving te zoeken. Uit de functiebeschrijving van consulenten blijkt dat “omgaan met stressfactoren” een voor consulenten vereiste gedragscompetentie is. Volgens de risicoanalyse van de functie van consulent houdt de mentale of psychosociale werkbelasting binnen deze functie een risico in op chronische stress met mogelijke gevolgen op psychisch of fysiek vlak. Derhalve moet worden vastgesteld dat stresserende opdrachten inherent zijn aan de functie van consulent. Deze vaststelling leidt evenwel tot het besluit dat het advies van de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer is aangetast door een interne tegenstrijdigheid. Het is immers niet coherent en verenigbaar enerzijds in vak C van het desbetreffende beoordelingsformulier de verzoekster geschikt te verklaren voor de functie van consulent en anderzijds in vak F te stellen dat zij stresserende situaties moet vermijden. De bestreden beslissing is gebaseerd op het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Aangezien dit advies intern tegenstrijdig blijkt te zijn, kan niet zonder meer worden aangenomen dat het motief van het ontslag van de verzoekster, namelijk dat zij medisch ongeschikt is, wel degelijk bestaat. IX-6763-7/9
- Of het medisch onderzoek van 3 december 2009 een “voorafgaand onderzoek” dan wel een “hervattingsonderzoek” is geweest, is te dezen niet relevant en doet geen afbreuk aan de vaststelling dat het formulier voor de gezondheidsbeoordeling intern tegenstrijdig is en geen deugdelijke basis kan vormen voor de bestreden beslissing. Overigens stelt de verwerende partij zelf dat het een “hervattingsonderzoek” betrof, zodat vak C diende te worden ingevuld. Indien dat zo zou zijn, kan slechts worden herhaald dat de vermeldingen in vak C -enerzijds de vermelding dat de verzoekster voldoende geschikt is voor de functie van consulent en anderzijds de aanbeveling stresserende opdrachten en deadlines te vermijden- tegenstrijdig zijn.
- De omstandigheid dat de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk naderhand aan de verwerende partij zou hebben laten weten dat de verzoekster niet geschikt had mogen worden verklaard, is niet ter zake dienend. De bestreden beslissing is immers gesteund op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling. Gegevens die dateren van ná de bestreden beslissing, kunnen geen deugdelijke basis vormen voor die beslissing. De argumentatie van de verwerende partij dat de verzoekster de conclusie van de gezondheidsbeoordeling niet betwist en dat geen passende betrekking op hetzelfde niveau bestaat, is evenmin dienstig. Ze doet immers geen afbreuk aan de vaststelling dat het formulier voor de gezondheidsbeoordeling intern tegenstrijdig is en derhalve niet op een deugdelijke wijze het bestaan aantoont van het motief van de bestreden beslissing, namelijk de medische ongeschiktheid van de verzoekster. Daarbij komt nog dat, in tegenstelling tot wat de verwerende partij ter terechtzitting aanvoert, uit niets met genoegzame zekerheid blijkt dat zij na een vernietiging van de bestreden beslissing een identieke beslissing zal moeten nemen.
- Het enige middel is dan ook gegrond.
- Het voorliggende beroep tot nietigverklaring kan worden afgedaan in korte debatten in de zin van artikel 93 van het besluit van de Regent van IX-6763-8/9 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- De vernietiging van de bestreden beslissing heeft tot gevolg dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beslissing geen voorwerp meer heeft. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van het afdelingshoofd van de afdeling Preventie- en Verwijzersbeleid van het Intern Verzelfstandigd Agentschap Jongerenwelzijn van de Vlaamse overheid van 17 december 2009, waarbij de proeftijd van Monica Hendrickx als consulent wordt beëindigd wegens medische ongeschiktheid en zij om die reden wordt ontslagen.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bert Thys IX-6763-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.433 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div