voerdatum: 2010-07-14 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-07-02 11:53 Fiche Arrest nr 206.484 van 8 juli 2010 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 206.484 van 8 juli 2010
de zaak A. 184.682/IX-5718
zake : Suzanne SERRU die woonplaats kiest te Oostende Spoelpolderstraat 22 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen --------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep,
gesteld op 30 juli 2007, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 houdende wijziging van verscheidene reglementaire bepalingen betreffende de loopbaan, en meer bepaald van artikel 16 van dat besluit. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord
gediend en de verzoekster heeft een memorie van wederantwoord
gediend. Adjunct-auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie
gediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 mei 2010. IX-5718-1/7 Staatsraad Daniël Moons heeft verslag uitgebracht. Advocaat Emmanuel Jacubowitz, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Melissa Celis, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies verleend, behalve wat de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat
titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
de Rijksbesturen (hierna: het koninklijk besluit van 5 september 2002) hervormt met
gang van 1 oktober 2002 de loopbanen van de vroegere niveaus 2+, 2, 3 en 4.
gevolge dit besluit wordt de graad van sociaal controleur en eerstaanwezend sociaal controleur geschrapt en worden de ambtenaren die op 1 oktober 2002 titularis zijn van deze geschrapte graad ambtshalve benoemd
de nieuwe graad van technisch deskundige. Aldus wordt de verzoekster op 1 oktober 2002 ambtshalve benoemd als technisch deskundige.
augustus 2003 wordt zij geslaagd verklaard voor de door haar afgelegde competentiemetingen. 3.3. De weddeschalen van de technisch deskundigen worden bepaald door artikel 12 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden, dat IX-5718-2/7 door artikel 33 van het koninklijk besluit van 22 november 2006 houdende diverse maatregelen
zake de loopbaan van het Rijkspersoneel van de niveaus A, B, C en D (hierna: het koninklijk besluit van 22 november 2006) vervangen is als volgt: “§
de weddeschaal BT1 en die geslaagd is voor de competentiemeting 1, bekomt na afloop van een periode van acht jaar de weddeschaal BT2. §3. De technisch deskundige die wordt bezoldigd
de weddeschaal BT2 en die geslaagd is voor de competentiemeting 3, bekomt na afloop van een periode van acht jaar de weddeschaal BT3.” Artikel 63 van het koninklijk besluit van 22 november 2006 bepaalt voorts wat volgt: “§1. Het Rijkspersoneel dat houder is van de graad van technisch deskundi- ge, voorheen bekleed met de graad van sociaal controleur of eerstaanwezend sociaal controleur en met een graadanciënniteit van maximaal acht jaar, wordt bezoldigd
de weddenschaal BT1, zoals vastgelegd
artikel 12 van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de weddeschalen der aan verscheidene federale overheidsdiensten gemene graden, zoals gewijzigd door dit besluit. §2. Het Rijkspersoneel dat houder is van de graad van technisch deskundi- ge, voorheen bekleed met de graad van sociaal controleur of eerstaanwezend sociaal controleur en met een graadanciënniteit van minstens acht jaar en maximaal zestien jaar, wordt bezoldigd
de weddeschaal BT2, zoals vastgelegd
artikel 12 van bovengenoemd koninklijk besluit van 10 april 1995, zoals gewijzigd door dit besluit, en kan deelnemen aan de competentie- meting 2 of aan de gecertificeerde opleiding waarin is voorzien voor de graad van technisch deskundige door artikel 35, § 2, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het Rijksperso- neel, zoals gewijzigd door dit besluit. §3. Het Rijkspersoneel dat houder is van de graad van technisch deskundi- ge, voorheen bekleed met de graad van sociaal controleur of eerstaanwezend sociaal controleur en met een graadanciënniteit van minstens zestien en maximaal vierentwintig jaar, wordt bezoldigd
de weddeschaal BT2, zoals vastgelegd
artikel 12 van bovengenoemd koninklijk besluit van 10 april 1995, zoals gewijzigd door dit besluit, en kan deelnemen aan de competentie- meting 3 of aan de gecertificeerde opleiding waarin is voorzien voor de graad van technisch deskundige door artikel 35, § 2, van bovengenoemd koninklijk besluit van 7 augustus 1939, zoals gewijzigd door dit besluit. §4. Het Rijkspersoneel dat houder is van de graad van technisch deskundi- ge, voorheen bekleed met de graad van sociaal controleur of eerstaanwezend sociaal controleur en met een graadanciënniteit van meer dan vierentwintig jaar, wordt bezoldigd
de weddeschaal BT3, zoals vastgelegd
artikel 12 van IX-5718-3/7 bovengenoemd koninklijk besluit van 10 april 1995, zoals gewijzigd door dit besluit. §5. De toepassing van dit artikel kan niet als gevolg hebben dat aan de betreffende ambtenaren een minder voordelige weddeschaal wordt toegekend dan diegene waarvan ze houder zijn op de datum van
werkingtreding van dit artikel. §6. De ambtenaren bedoeld
dit artikel, die geslaagd zijn voor een competentiemeting of een gecertificeerde opleiding op de datum dat dit besluit
werking treedt, worden beschouwd als zijnde geslaagd voor de eerste competentiemeting of gecertificeerde opleiding die ze kunnen voorleggen.” Deze bepaling is
werking getreden op 1 januari
, worden de woorden ‘en met een graadanciënniteit van maximaal acht jaar’ vervangen door de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minder dan acht jaar op 1 januari 2007’; 2/
, worden de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minstens acht jaar en maximaal zestien jaar’ vervangen door de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minstens acht jaar en minder dan zestien jaar op 1 januari 2007’; 3/
, worden de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minstens zestien jaar en maximaal vierentwintig jaar’ vervangen door de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minstens zestien jaar en minder dan vierentwintig jaar op 1 januari 2007’; 4/
, worden de woorden ‘en met een graadanciënniteit van meer dan vierentwintig jaar’ vervangen door de woorden ‘en met een graadanciënniteit van minstens vierentwintig jaar op 1 januari 2007’.” Dit is de thans bestreden bepaling. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van de partijen
gevolge het koninklijk besluit van 7 juni 2007. Wat de datum van 1 januari 2007 betreft, merkt de verwerende partij op dat dit de datum van
werkingtreding is van het koninklijk besluit van 22 november 2006, zoals bepaald door artikel 69 van dit besluit. Volgens de verwerende partij voert de verzoekster dan ook ten onrechte aan dat deze datum slechts bij koninklijk besluit van 7 juni 2007
gevoerd werd en gaat zij voorbij aan voormeld artikel 69. De verwerende partij voegt daaraan toe dat het koninklijk besluit van 22 november 2006 geen vlakke loopbaan
voert. De vlakke loopbaan werd immers afgeschaft en geenszins opnieuw
gevoerd door het koninklijk besluit van 22 november 2006, dat er zelf toe strekt een eenmalige
tegratie op punt te stellen. Het koninklijk besluit van 7 juni 2007 verhelpt een onduidelijkheid
het koninklijk besluit van 22 november 2006, doch wijzigt de strekking ervan niet. Daar artikel 16 van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 er aldus enkel toe strekt duidelijkheid te verschaffen aangaande de situatie van de personen die op 1 januari 2007 juist 8 of 16 jaar graadanciënniteit tellen, wordt de verzoekster er volgens de verwerende partij geenszins door benadeeld. De verwerende partij merkt nog op dat de verzoekster heeft nagelaten de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 22 november 2006. Uit het voorgaande leidt de verwerende partij af dat de verzoekster geen belang heeft bij haar beroep en besluit tot de onontvankelijkheid van het beroep. De verzoekster betwist het standpunt van de verwerende partij en houdt voor dat artikel 63 van voornoemd koninklijk besluit van 22 november 2006 een vlakke loopbaan heeft
gevoerd en deze door het thans bestreden koninklijk IX-5718-5/7 besluit is omgevormd tot een eenmalige bepaling, waardoor haar loopbaan wordt verlengd. Bijgevolg, aldus de verzoekster, is het beroep ontvankelijk. Beoordeling 5. Gelet op wat de verzoekster schrijft
haar laatste memorie, en op haar niet verschijnen ter zitting van 10 mei 2010, zonder hiervoor enige uitleg te verschaffen, gaat de Raad van State ervan uit dat bij de
schaling van de verzoekster als technisch deskundige de verwerende partij rekening hield met de graad-anciënniteit die de verzoekster als sociaal controleur verwierf vóór haar
schaling als technisch deskundige. De verzoekster schrijft immers
haar laatste memorie ondermeer wat volgt: “Het artikel 63 van het KB van 22 november 2006 gewijzigd door het KB van 7 juni 2007 kent dan ook zijn basis
de vernietigde bepaling. Immers wijzigt de bestreden bepaling de
tegratie van de Technisch Deskundigen voorheen bekleed met de graad van Sociaal Controleur op basis van de graadanciënniteit. Door het voornoemd Arrest zou kunnen worden gesteld dat het huidig beroep zonder voorwerp is, en het behoort de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.” Met deze passus verwijst de verzoekster naar het arrest nr. 195.648 van 31 augustus 2009 van deze kamer, dat artikel 225 van het koninklijk besluit van 5 september 2002, houdende hervorming van de loopbaan van sommige ambtenaren
de Rijksbesturen, vernietigt,
zoverre het voor de berekening van de graad-anciënniteit van de ambtenaren ambtshalve benoemd
de nieuwe graad van technisch deskundige, de diensten gepresteerd
de geschrapte graad van sociaal controleur niet
aanmerking neemt.
de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 175 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel,
openbare terechtzitting van 8 juli 2010, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: André Vandendriessche, kamervoorzitter, Daniël Moons, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters André Vandendriessche IX-5718-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.484 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.