← België

Arrêt / Arrest 206634 - Centres d’enfouissement technique - décharges / Stortplaatsen - 14/07/2010

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juli 2010 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.634 Rolnummer: A. 77968/V-1537 Zaak: Arrêt / Arrest 206634 - Centres d’enfouissement technique - décharges / Stortplaatsen - 14/07/2010 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-07-16 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-07-02 12:08 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 206.634 van 14 juli 2010 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stortplaatsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK nr. 206.634 van 14 juli 2010 A. 77.968/V-1537 In zake: de Gemeente Riemst, tegen: het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn regering, dat woonplaats kiest bij Mr. Etienne ORBAN de XIVRY, advocaat, route de Beausaint 29 6980 La Roche en Ardenne. Tussenkomende partij: de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTRADEL, die woonplaats kiest bij Mr. Ernest RIGAUX en Mr. Jean-Marc RIGAUX, advocaten, boulevard d'Avroy 270 4000 Luik. ------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER Gezien het op 23 maart 1998 ingediende verzoekschrift, waarbij de gemeente Riemst de nietigverklaring vordert van een besluit van de Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Rijkdommen en Landbouw voor het Waals Gewest van 6 januari 1998 tot gedeeltelijke herziening van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Luik van 11 september 1997, waarbij aan de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (CVBA) INTRADEL een vergunning wordt verleend tot het uitbreiden en wijzigen van het centrum voor technische ingraving klasse 2, dat die vennootschap exploiteert te Hallembaye op het grondgebied van de gemeenten Oupeye en Wezet, op de plaats genaamd "ancienne carrière C.P.L.". Gezien het op 25 september 1998 ingediende verzoekschrift, waarbij de CVBA INTRADEL vraagt om als tussenkomende partij te mogen opreden; V - 1537n - 1/4 Gelet op de beschikking van 14 januari 1999 waarbij die tussenkomst wordt toegestaan; Gezien de regelmatig uitgewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van tussenkomst; Gezien het verslag van mevrouw VOGEL, eerste auditeur bij de Raad van State, opgemaakt op basis van artikel 12 van de algemene procedureregeling; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de verwerende en tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 5 mei 2010, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij wordt bepaald dat de zaak voorkomt op de terechtzitting van 22 juni 2010 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van de heer JAUMOTTE, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van Mr. Sacha GRUBER, loco Mr. Etienne ORBAN de XIVRY, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt en van Mr. Jean-Marc RIGAUX, advocaat, die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van mevrouw VOGEL, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat volgens vaste rechtspraak het belang bij het beroep moet bestaan zowel bij het instellen van het beroep tot nietigverklaring als tijdens de gehele duur van de procedure; dat hierbij het belang bij het beroep niet verdwijnt a door het loutere feit dat een beslissing van voorlopige aard niet langer zou gelden; dat het belang blijft bestaan als de verzoekers er de nadelen van hebben ondervonden gedurende de periode waarin aan de beslissing uitvoering gegeven is en ze in de loop van het geding blijk blijven geven van een belang bij het beroep; Overwegende dat de Minister van Leefmilieu, Natuurlijke Rijkdommen en Landbouw voor het Waals Gewest, bij de bestreden handeling, het besluit van de V - 1537n - 2/4 bestendige deputatie van de provincieraad van Luik op verschillende punten heeft herzien, waarbij de CVBA INTRADEL gemachtigd wordt het centrum voor technische ingraving klasse 2, dat die vennootschap exploiteert te Hallembaye, uit te breiden en te wijzigen, inzonderheid door de duur van de vergunning te beperken tot 21 december 2009; dat zowel de verwerende als de tussenkomende partij in hun laatste memorie, met staving door bewijsmiddelen, hebben betoogd dat een nieuwe milieuvergunning, waarbij de CVBA INTRADEL gemachtigd wordt het centrum voor technische ingraving klasse 2 te Hallembaye in werking te houden, bij het Waals Gewest is aangevraagd en verkregen op 10 december 2009 en dat tegen deze vergunning geen beroep is ingesteld; Overwegende dat de laatste memories van de verwerende en tussenkomende partij, waarin geconcludeerd wordt dat de verzoekende partij dientengevolge niet langer belang heeft bij het beroep of dat het beroep op zijn minst doelloos is geworden, op rechtsgeldige wijze ter kennis zijn gebracht van de verzoekende partij en dat deze daarop niet heeft gereageerd, inzonderheid om aan te tonen dat ze nog steeds belang heeft bij het beroep; dat de verzoekende partij evenmin heeft verzocht om de nietigverklaring van de nieuwe milieuvergunning die is afgegeven op10 december 2009, zelfs niet na de kennisgeving van de laatste memories van de verwerende en tussenkomende partij, en dat ze daarenboven niet aanwezig, noch vertegenwoordigd was op de terechtzitting van 22 juni 2010, waarvoor ze op rechtmatige wijze was opgeroepen; dat ze zichzelf zodoende bewust elke mogelijkheid heeft ontnomen om te reageren op de aankondiging van de eerste auditeur op de terechtzitting dat zij van plan was in haar advies te besluiten tot verlies van belang bij het beroep in de loop van het geding; Overwegende dat, gelet op de toedracht van de zaak, er grond is om aan te nemen dat de verzoekende partij heeft verzuimd aan te tonen dat ze, niettegenstaande het verstrijken van de geldigheidsperiode van de bestreden vergunning en het verkrijgen van een nieuwe milieuvergunning die geldt voor de huidige exploitatie van het centrum voor technische ingraving, nog voldoende belang heeft bij de zaak om de nietigverklaring van de bestreden vergunning te verkrijgen wegens de hinder die zij zou hebben kunnen ondervinden tijdens een inmiddels verstreken periode van exploitatie van het centrum voor technische ingraving; dat er dus grond is om te besluiten dat de verzoekende partij haar belang in de loop van het geding heeft verloren, BESLUIT: V - 1537n - 3/4 Artikel 1. Het beroep is onontvankelijk wegens gebrek aan belang. Artikel 2. De kosten, bepaald op 297,48 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op veertien juli tweeduizend tien, door: de HH. R. ANDERSEN, eerste voorzitter van de Raad van State, J. JAUMOTTE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Eerste Voorzitter van de Raad van State, M.-Chr. MALCORPS. R. ANDERSEN. V - 1537n - 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.634 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.